Op 19 december 2022 werd een belastingreglement op de waardevermeerdering van onroerend goed naar aanleiding van een bestemmingswijziging in het kader van de ruimtelijke ordening voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2025 goedgekeurd.
De begroting noodwendigheden voor de volgende aanslagjaren nopen tot het behoud van deze belasting.
Artikel 170, §4 van de Grondwet
Dit artikel waarborgt de gemeentelijke fiscale autonomie die de gemeente toelaat soeverein te bepalen welke gemeentebelastingen worden vastgesteld.
Artikel 41, 162 van de Grondwet.
Artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 288 en 326 t.e.m. 335 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 4.4.9/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Het vergunningverlenende bestuursorgaan mag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de stedenbouwkundige voorschriften van een bijzonder plan van aanleg, voor zover dit plan ouder is dan vijftien jaar op het ogenblik van de indiening van de aanvraag. Dit artikel regelt ook de mogelijke afwijkingen.
Artikel 7.4.4/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO)
Op initiatief van het college van burgemeester en schepenen en na advies van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar of de gemeentelijke omgevingsambtenaar kunnen de stedenbouwkundige voorschriften van algemene en bijzondere plannen van aanleg worden herzien of opgeheven.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen en latere wijzigingen.
Dit decreet regelt de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de gemeentebelastingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
De raad keurt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 het belastingreglement op de waardevermeerdering van een perceel naar aanleiding van een bestemmingswijziging, het herzien of opheffen van stedenbouwkundige voorschriften in toepassing van artikel 7.4.4/1 VCRO of afwijkingen van de bestemming bij toepassing van 4.4.9/1 VCRO in het kader van de ruimtelijke ordening goed als volgt
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement hebben de volgende termen de betekenis zoals bepaald in dit artikel.
Artikel 2: Voorwerp
Er wordt een eenmalige belasting ingevoerd op de waardevermeerdering die ontstaat bij één van de hierna vermelde gebeurtenissen:
Artikel 3: Grondslag
§1 Met waardevermeerdering van een onroerend goed naar aanleiding van
in het kader van de ruimtelijke ordening wordt bedoeld het verschil tussen de waarde van het perceel voorafgaand aan de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan/uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning en de waarde van het perceel na de inwerkingtreding van het ruimtelijk uitvoeringsplan/uitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning. Die waarden worden in eerste instantie bepaald door een door de gemeente aangestelde beëdigd schatter.”
De gemeente brengt de belastingplichtige per aangetekend schrijven op de hoogte van de door de beëdigd schatter vastgestelde waarden en het aldus bepaalde bedrag van de waardevermeerdering.
§ 2
Indien de belastingplichtige in gebreke blijft een beëdigd schatter aan te duiden of indien de door beide partijen aangestelde beëdigde schatters in gebreke blijven of geen overeenstemming bereiken over de aanstelling van de derde beëdigd schatter, zal deze aanduiding gebeuren door de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen, en dit op verzoek van de meest gerede partij.
Artikel 4: Tarief
De belasting bedraagt 20% van de aldus berekende waardevermeerdering.
De inning van deze belasting zal gebeuren door middel van een kohier.
Artikel 5: Uitzondering
De gemeentebelasting is niet verschuldigd wanneer de bestemmingswijziging minder dan 25% van een perceel bestrijkt of een perceel gedeelte van minder dan 200 m² betreft.
Artikel 6: Belastbaar moment
De belasting is verschuldigd op het ogenblik van de definitieve bepaling van de waardevermeerdering zoals berekend overeenkomstig artikel 4, ingevolge:
Artikel 7: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door:
Artikel 8: Toepassingsgebied
Het reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Edegem.
Voor percelen die slechts gedeeltelijk op het grondgebied van de gemeente Edegem zijn gelegen, wordt de belasting vastgesteld in verhouding van het gedeelte van het perceel dat op het grondgebied van de gemeente is gelegen tot de totale oppervlakte van het perceel.
Artikel 9: Vestiging van de belasting
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betalingstermijn
De belasting is betaalbaar binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11 – Terugbetaling ten belope van gewestelijke planbaten die naar de gemeente doorvloeien
1. Recht op terugbetaling
In de mate dat de planbatenheffing die het Vlaams Gewest overeenkomstig artikel 2.6.4. tot en met 2.6.19 VCRO int effectief doorvloeit naar de gemeente, heeft de belastingplichtige recht op terugbetaling van de door hem betaalde gemeentebelasting overeenkomstig onderhavig belastingreglement.
2. Aanvraag tot terugbetaling
De gemeente zal de belastingplichtige via aangetekend schrijven informeren over de ontvangst van de gelden, alsook over het ontvangen bedrag. De belastingplichtige moet vervolgens een schriftelijke aanvraag tot terugbetaling van de gemeentebelasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Deze aanvraag moet minstens bevatten:
3. Termijn voor indiening
De aanvraag tot terugbetaling moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van verzending per aangetekende post van de kennisgeving door de gemeente.
4. Behandeling van de aanvraag
Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de aanvraag en neemt binnen 60 dagen na ontvangst van de aanvraag een gemotiveerde beslissing. De beslissing wordt schriftelijk meegedeeld aan de belastingplichtige.
5. Uitbetaling
Het terug te betalen bedrag wordt uiterlijk binnen 60 dagen na de beslissing uitbetaald aan de belastingplichtige. Indien nodig kan de gemeente het terug te betalen bedrag verrekenen met openstaande fiscale schulden van de belastingplichtige.
6. Geen interest
Tenzij anders wettelijk bepaald, worden er geen moratorium- of vertragingsinteresten toegekend op terugbetalingen van gemeentelijke belastingen.
Artikel 12 - Betwistingen in verband met de belastingaanslag
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de geschillenprocedure gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen, en latere wijzigingen.
De raad heft alle voorgaande belastingreglementen op de waardevermeerdering van onroerend goed naar aanleiding van een bestemmingswijziging in het kader van de ruimtelijke ordening op met ingang van 1 januari 2026.