Terug
Gepubliceerd op 28/03/2023

2023_GR_00018 - omgeving - ontwerp-'Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen' (PBRA) - advies

gemeenteraad
ma 27/02/2023 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Philippe Muyters, voorzitter gemeenteraad; Koen Metsu, burgemeester; Lawrence Vancraeyenest, derde schepen; Albert Follens, vierde schepen; Brigitte Goris, schepen / voorzitter bijzonder comité; Peter Verstraeten, raadslid; Bart Breugelmans, raadslid; Jeroen Van Laer, raadslid; Sien Pillot, raadslid; Cynthia Govers, raadslid; Goedele Van der Spiegel, raadslid; René Janssens, raadslid; Sofie De Leeuw, raadslid; Rudi Dias, raadslid; Ellen Stevens, raadslid; Joost Goris, raadslid; Cedric Guisson, raadslid; Goedele Vandewalle, raadslid; Julien Delarbre, raadslid; Sabine Peeters, raadslid; Gitte Gijs, raadslid; Vera Hans, raadslid; Axel Guldentops, raadslid; Els Pauwels-Croegaert, raadslid; Thomas Van Gorp; Katleen De Prins, algemeen directeur

Verontschuldigd

Koen Michiels, eerste schepen; Adrian De Weerdt, raadslid

Secretaris

Katleen De Prins, algemeen directeur

Voorzitter

Philippe Muyters, voorzitter gemeenteraad

Stemming op het agendapunt

2023_GR_00018 - omgeving - ontwerp-'Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen' (PBRA) - advies

Aanwezig

Philippe Muyters, Koen Metsu, Lawrence Vancraeyenest, Albert Follens, Brigitte Goris, Peter Verstraeten, Bart Breugelmans, Jeroen Van Laer, Sien Pillot, Cynthia Govers, Goedele Van der Spiegel, René Janssens, Sofie De Leeuw, Rudi Dias, Ellen Stevens, Joost Goris, Cedric Guisson, Goedele Vandewalle, Julien Delarbre, Sabine Peeters, Gitte Gijs, Vera Hans, Axel Guldentops, Els Pauwels-Croegaert, Thomas Van Gorp, Katleen De Prins
Stemmen voor 24
Goedele Van der Spiegel, Jeroen Van Laer, Koen Metsu, Sofie De Leeuw, Rudi Dias, Albert Follens, Ellen Stevens, Joost Goris, Cedric Guisson, Axel Guldentops, Lawrence Vancraeyenest, Julien Delarbre, Goedele Vandewalle, René Janssens, Bart Breugelmans, Sien Pillot, Cynthia Govers, Brigitte Goris, Sabine Peeters, Gitte Gijs, Vera Hans, Els Pauwels-Croegaert, Thomas Van Gorp, Philippe Muyters
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 1
Peter Verstraeten
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2023_GR_00018 - omgeving - ontwerp-'Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen' (PBRA) - advies 2023_GR_00018 - omgeving - ontwerp-'Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen' (PBRA) - advies

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

dlb0002

Aanleiding en context

De nieuwe "beleidsplannen ruimte" vervangen de ruimtelijke structuurplanning die in de jaren 1990 werd aangevat. De structuurplanning werkt op drie sporen, enerzijds wordt ingegaan op urgente knelpunten in het ruimtelijk beleid, om vervolgens op middellange en lange termijn gewenste ruimtelijke perspectieven te formuleren. Dit voor diverse thema's zoals wonen, werken, recreëren, natuur,... Een derde spoor beschrijft inspraakmogelijkheden voor de bevolking.

De beleidsplannen ruimte werden anders opgebouwd. Deze bestaan uit een strategische visie, die verder wordt uitgewerkt in een set van beleidskaders. Deze beleidskaders zijn niet limitatief in aantal en kunnen per subsidiair niveau thematisch inspelen op de ruimtelijke uitdagingen "van het moment". In die optiek werden ze als flexibel en aanpasbaar opgemaakt. Het zou na het finaliseren van een beleidsplan ruimte mogelijk moeten zijn om beleidskaders te schrappen, wijzigen of in aantal uit te breiden, zonder daarom het gehele beleidsplan te wijzigen.

In uitvoering van deze vernieuwde beleidsplanning rond ruimte, gaat de provincie over tot opmaak van een beleidsplan ruimte, genaamd "Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen" (PBRA). Het PBRA bevat de visie op de ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Antwerpen tot 2050. Het bestaat enerzijds uit de strategische visie voor de lange termijn en anderzijds uit een set van beleidskaders die op middellange termijn zorgen voor de uitvoering van die visie. Het PBRA is in volle opmaak. Zodra het klaar is, vervangt het het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA).

Dit beleidsplan zal als kader dienen waarbinnen gemeenten in de provincie Antwerpen een eigen beleidsplan ruimte opmaken. Gemeentelijke visies mogen niet afwijken van de provinciale strategische visie. Wel kan een gemeente andere of bijkomende beleidskaders voorzien dan degene die de provincie vooropstelt. In die optiek wordt de adviesrol van de gemeenteraad geregeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

Over het ontwerp-PBRA dat in opmaak is, vraagt de provincieraad advies aan de gemeenteraad op uiterlijk 15 maart 2023.

Argumentatie

Het ontwerp beleidsplan ruimte bevat een strategische visie en drie beleidskaders.

A. STRATEGISCHE VISIE

De strategische visie bevat 4 ruimtelijke principes, die de basis zijn om een transitie naar een duurzame ruimtelijke ontwikkeling te faciliteren, zijn: 

  • zuinig ruimtegebruik, om meer te doen met dezelfde ruimte 
  • veerkracht, zodat we flexibel zijn bij verrassingen
  • nabijheid en bereikbaarheid, zodat we ons duurzaam verplaatsen 
  • eigenheid, want de ene gemeente is de andere niet 

De principes concretiseert de provincie door 7 strategieën voor het provinciale ruimtelijke beleid te formuleren. Met deze strategieën worden keuzes gemaakt die cruciaal zijn voor het vormgeven van de ruimte in de toekomst: 

  • Offensieve open ruimte: De beheerders van de open ruimte, m.n. natuur, landbouw, water en recreatie ontplooien zich samen en op een duurzame en gelijkwaardige manier om elkaar en de open ruimte te versterken. 
  • Versterkte vervoerscorridors: Goed gelegen multimodale vervoersknopen worden met elkaar verbonden door multimodale vervoerscorridors. 
  • Sluitend locatiebeleid voor (hoog-)dynamische functies: (Hoog-)dynamische voorzieningen en bedrijvigheid worden in eerste instantie verweven in multimodaal ontsloten kernen. Functies die niet verweefbaar zijn in kernen, worden gebundeld aan multimodale vervoersknopen (buiten de kernen).
  • Levendige kernen: De levenskwaliteit, het behoud van karakter en identiteit is in elke kern belangrijk. Enkel de kernen die multimodaal ontsloten zijn en een hoog voorzieningenniveau hebben, zijn geschikt om de bevolkingsgroei op te vangen. 
  • Samenhangend ecologisch netwerk: Een onafgebroken ecologisch netwerk van natuurgebieden, valleigebieden, kleine landschapselementen en (blauw) groene netwerken doorheen de open en de bebouwde ruimte creëren. Dit kan gaan van zeer grootschalige gebieden tot fijnmazige ingrepen. 
  • Energie-efficiëntie: We streven met ons ruimtelijk beleid naar een vermindering van ons energieverbruik en kiezen voor een energie-efficiënte inrichting. Het bundelen van activiteiten creëert nabijheid, wat resulteert in minder en kortere verplaatsingen. Het bundelen van activiteiten verhoogt ook de aantrekkelijkheid voor het openbaar vervoer, met onder meer energiebesparing tot gevolg. 
  • Van versnippering naar bundeling: We zetten in op een efficiënter ruimtegebruik zodat we in staat zijn om onze open, onverharde ruimte te vrijwaren en versterken. We gaan de versnippering tegen en zetten in op het bundelen van bebouwing. De financiële en ruimtelijke meerwaarde van de verdichting aan multimodale vervoersknopen kan worden gekoppeld aan de ontsnippering van de open ruimte. De kosten en baten van de ontwikkeling voor de private sector en de overheid kunnen op die manier evenwichtig verdeeld worden.

B. BELEIDSKADERS

De beleidskaders zijn de vertaling van de 4 ruimtelijke principes en de 7 strategieën uit de strategische visie.

In elk beleidskader zal de provincie bij de verdere uitwerking naar voorontwerp concrete acties formuleren die ze vooropstellen om het beleidskader uit te voeren. Binnen deze acties bepaalt de provincie:

  • welke samenwerkingsverbanden ze opzetten
  • welke rol ze opnemen
  • wat de verhouding is met het bestaande beleid (huidige gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, (provinciale) ruimtelijke uitvoeringsplannen, …) en de lopende projecten en hoe ze hiermee omgaan
  • welke instrumenten ze inzetten voor de realisatie van de actie

De volgende drie beleidskaders worden vooropgesteld, waarbij telkens beknopt wordt weergegeven waar het over gaat.

1. Sterke netwerken: ruimte en mobiliteit

  • Bovenlokale ruimtelijke netwerken
    • Een weergave van locaties die een hoogdynamische ontwikkeling kunnen ontvangen: het provinciaal ruimtemodel en ruimtekompas
  • Ontwikkelingskansen van een plek bepalen door de koppeling van ruimte en mobiliteit
    • Criteria voor de ontsluiting van een locatie: ruimtelijke multimodale knopen
    • Criteria voor de impact van een activiteit op zijn omgeving: (hoog)dynamische functies

2. Levendige kernen

  • Kernversterking
    • Klimaatneutrale en –bestendige kernen
    • Kernversterking als motor voor kwaliteit in de kern
    • Verweving
    • Op maat van een kern
  • Uitdagingen voor kernen
    • Uitdaging: detailhandel
    • Uitdaging: bedrijvigheid in kernen
    • Uitdaging: huishoudenstransitie
    • Uitdaging: groenblauwe dooradering
    • Uitdaging: energietransitie in kernen

3. Verdichten en ontdichten van de ruimte

  • Bijkomend ruimtebeslag en verharding verminderen en voorkomen
    • De provincie als belangrijke klimaatbuffer
    • Waarde toekennen aan de open ruimte via ecosysteemdiensten
    • Infiltreren in plaats van verharden
  • De juiste functie op de juiste plek
    • Op zoek naar systemen om slecht gelegen activiteiten te verplaatsen of te ruilen
    • Agrarische herontwikkeling en zonevreemd hergebruik
    • Bedrijvigheid
    • Detailhandel
  • Energietransitie met behoud van open ruimte

C. ADVIES

De gemeenteraad dient over bovenstaande elementen een advies te formuleren. Algemeen wordt gesteld dat het ontwerp-PBRA een duidelijke visie en richting formuleert rond de ruimtelijke uitdagingen van vandaag. Een visie die weliswaar verder dient uitgewerkt te worden, en daar met de beleidskaders al een eerste aanzet toe geeft. Het is overigens aanbevolen om deze beleidskaders verder om te zetten in concreet en hanteerbaar instrumentarium, opdat het plan op het terrein kan doorwerken. Hierover bestaat op heden minder duidelijkheid.

Wat de strategische visie betreft, wordt vastgesteld dat deze uitvoerig werd uitgewerkt en onderbouwd met tal van cijfergegevens, en merkt de raad het volgende op:

Wat niet aan bod komt is de ruimtelijke implicatie van de ambitie rond betaalbaar wonen voor ook niet-sociale doelgroepen. Een ambitie die vele lokale besturen delen, maar stoten op de markteconomie. Dit beleidsmatig verder uitdiepen in het beleidsplan ruimte is raadzaam.
Wat betreft het terugdringen van de inname van open ruimte, wat de gemeenteraad als principe ten volle ondersteunt, wordt in vraag gesteld hoe dit realiseerbaar is op het terrein. Dit heeft financiële implicaties die een lokaal bestuur als Edegem niet kan dragen. Het is aangewezen van dit oplossingsgericht uit te werken in de betrokken beleidskaders, dit is namelijk niet aan een enkel beleidskader toe te wijzen.

Wat de beleidskaders betreft, merkt de raad volgende op:

1. Sterke netwerken: ruimte en mobiliteit

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om zich de lokale ruimtelijke multimodale knopen eigen te maken en een ruimtelijke visie rond deze knopen te verankeren in hun (intergemeentelijk) ruimtelijk beleid of beleidsplan, stelt de gemeenteraad dat ze zelf zal overgaan tot de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan. Maar ook reeds vandaag wordt er gewerkt aan de uitbouw van de 'modal shift' (meer verplaatsingen te organiseren buitenom geprivatiseerd en gemotoriseerd vervoer), door implementatie van deelfiets- en deelwagensystemen, Hoppinpunten,... Daar is reeds grote aandacht voor bij infrastructuurwerken en tevens bij private ruimtelijke ontwikkelingen.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om een proactief verwevingsbeleid voor de kern in hun eigen gemeentelijk beleid te implementeren en te verfijnen, stelt de gemeenteraad dat zij ook hieraan reeds werkt, door bijvoorbeeld de detailhandelskern te versterken, maar ook ruimte voor bedrijvigheid te voorzien. Bij opmaak van het gemeentelijk beleidsplan, zal dit aan bod komen. De vraag om een evaluatie van en visie op haar lokale economische ruimte op te maken, kan deel uitmaken van het nog op te maken beleidsplan ruimte.

2. Levendige kernen

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om het voorgesteld woonprogramma en ontwikkelingsperspectieven in eigen (inter) gemeentelijk beleid(splan Ruimte) te implementeren, stelt de gemeenteraad dat dit kan worden opgenomen in het gemeentelijk beleidsplan ruimte. We vragen de provincie daarbij voldoende data aan te leveren om dit adequaat te kunnen opvangen en uitwerken.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om een lokale warmte- en renovatiestrategie op te bouwen en die te verankeren in een warmtebeleidsplan, wordt verwezen naar het lokaal klimaat en energiepact, waarin tal van strategieën vervat zitten rond energie en duurzaamheid. We bekijken nader op welke wijze deze vraag daarin kan worden opgenomen en uitgewerkt.

De provincie vraagt om:

  • de voorgestelde kerntypering in hun eigen gemeentelijk beleid(splan Ruimte) te implementeren, dit is voor Edegem "Stedelijke kern met randstedelijke rol", wat het volgende inhoudt:
    "Hun eigenheid
    Rondom de stedelijke kernen met metropolitane of regionale rol, liggen vaak nog stedelijke kernen die zelf geen centrale rol opnemen, maar wel binnen de stedelijke gebieden gelegen zijn door hun nabijheid en hun kenmerken op vlak van aantrekking, voorzieningen en bereikbaarheid. Ze profiteren enerzijds van de kernstad en nemen anderzijds ook een complementaire rol op ten opzichte van die kernstad. Er is een duidelijke wisselwerking tussen beiden of er kan er één ontstaan, zeker wanneer deze kernen belangrijke tewerkstellingsconcentraties of voorzieningen bieden. Voor beiden is de verbinding door middel van multimodale vervoerscorridors cruciaal.
    Hun rol
    In deze kernen willen we vooral inzetten op:
    - het behoud van het evenwicht tussen de belangrijke open ruimte en groenblauwe dooradering;
    - mee de stedelijke verdichting te realiseren. Omdat de dichtheden in deze kernen vaak lager liggen dan die in de stedelijke kernen met metropolitane of regionale rol, liggen er in deze kernen mogelijkheden om kwalitatief te verdichten in combinatie met het realiseren van waardevolle openruimtegebieden."
  • de kerntypes binnen de eigen gemeente (in het bijzonder het kerntype ‘dorpskern met potenties’ en ‘dorpskern’) te verfijnen.  
  • kernen af te bakenen in het gemeentelijk Beleidsplan Ruimte zodat dit mee kan genomen worden in de afweging van RUP’s en vergunningen, als motieven van goede ruimtelijke ordening.

3. Verdichten en ontdichten van de ruimte

Gemeente Edegem maakte reeds een gebiedsgerichte vertaling op van de provinciale droogtestrategie via hun gemeentelijk hemelwater- en droogteplan, deze vraag werd reeds ingevuld.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om de hoofdfunctie van een (exploitanten)woning in het agrarisch gebied bijkomend op te nemen in het vergunningenregister zodat duidelijk wordt voor burger en overheid wat de hoofdfunctie van een woning is. Dit kan het lokaal bestuur uitvoeren.
En daarnaast landbouwontwikkelingslocaties aan te duiden in een (inter)gemeentelijk beleidsplan ruimte die ontwikkelruimte bieden aan specifieke vormen van landbouw. Deze kwestie kan meegenomen worden in de opmaak van het gemeentelijk beleidsplan ruimte.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om een visie op hun lokale economische ruimte te ontwikkelen, wordt verwezen naar het eerste beleidskader rond verweving. Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om de principes te vertalen naar een eigen ruimtelijk beleid rond energie op grondgebied van de gemeente, verwijzen we opnieuw naar het lokaal energie- en klimaatpact. De tool van de energielandschappen kan hiervoor een belangrijke basis zijn om hier aan te koppelen.

In algemeenheid ondersteunt de gemeenteraad de vraag van de provincie om op Vlaams niveau verder en meer in te zetten op middelen en (plan-)instrumentarium, zodat de gemeenten niet verantwoordelijk worden gesteld voor de uitvoering van alle ambities die worden vooropgesteld.

Juridische grond

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 2.1.8.
Regelt de adviesrol van de gemeenteraad bij opmaak van een provinciaal beleidsplan ruimte

Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 
Bepaalt de nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen

Regelgeving bevoegdheid

Artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur
De gemeenteraad is bevoegd op basis van artikel 40-41 van het decreet lokaal bestuur

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De raad neemt kennis van het ontwerp-Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen (PBRA) dat bestaat uit een strategische visie en drie beleidskaders, zoals te consulteren op de website van provincie Antwerpen.

Artikel 2

De raad formuleert volgende advies aan de provincieraad wat betreft het ontwerp-Beleidsplan Ruimte Provincie Antwerpen:

  • Wat de strategische visie betreft, wordt vastgesteld dat deze uitvoerig werd uitgewerkt en onderbouwt met tal van cijfergegevens, en merkt de raad het volgende op:

Wat niet aan bod komt is de ruimtelijke implicatie van de ambitie rond betaalbaar wonen voor ook niet-sociale doelgroepen. Een ambitie die vele lokale besturen delen, maar stoten op de markteconomie. Dit beleidsmatig verder uitdiepen in het beleidsplan ruimte is raadzaam.
Wat betreft het terugdringen van de inname van open ruimte, wat de gemeenteraad als principe ten volle ondersteunt, wordt in vraag gesteld hoe dit realiseerbaar is op het terrein. Dit heeft financiële implicaties die een lokaal bestuur als Edegem niet kan dragen. Het is aangewezen van dit oplossingsgericht uit te werken in de betrokken beleidskaders, dit is namelijk niet aan een enkel beleidskader toe te wijzen.

  • Wat de beleidskaders betreft, merkt de raad volgende op:

1. Sterke netwerken: ruimte en mobiliteit

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om zich de lokale ruimtelijke multimodale knopen eigen te maken en een ruimtelijke visie rond deze knopen te verankeren in hun (intergemeentelijk) ruimtelijk beleid of beleidsplan, stelt de gemeenteraad dat ze zelf zal overgaan tot de opmaak van een gemeentelijk ruimtelijk beleidsplan. Maar ook reeds vandaag wordt er gewerkt aan de uitbouw van de 'modal shift' (meer verplaatsingen te organiseren buitenom geprivatiseerd en gemotoriseerd vervoer), door implementatie van deelfiets- en deelwagensystemen, Hoppinpunten,... Daar is reeds grote aandacht voor bij infrastructuurwerken en tevens bij private ruimtelijke ontwikkelingen.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om een proactief verwevingsbeleid voor de kern in hun eigen gemeentelijk beleid te implementeren en te verfijnen, stelt de gemeenteraad dat zij ook hieraan reeds werkt, door bijvoorbeeld de detailhandelskern te versterken, maar ook ruimte voor bedrijvigheid te voorzien. Bij opmaak van het gemeentelijk beleidsplan, zal dit aan bod komen. De vraag om een evaluatie van en visie op haar lokale economische ruimte op te maken, kan deel uitmaken van het nog op te maken beleidsplan ruimte.

2. Levendige kernen

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om het voorgesteld woonprogramma en ontwikkelingsperspectieven in eigen (inter) gemeentelijk beleid(splan Ruimte) te implementeren, stelt de gemeenteraad dat dit kan worden opgenomen in het gemeentelijk beleidsplan ruimte. We vragen de provincie daarbij voldoende data aan te leveren om dit adequaat te kunnen opvangen en uitwerken.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om een lokale warmte- en renovatiestrategie op te bouwen en die te verankeren in een warmtebeleidsplan, wordt verwezen naar het lokaal klimaat en energiepact, waarin tal van strategieën vervat zitten rond energie en duurzaamheid. We bekijken nader op welke wijze deze vraag daarin kan worden opgenomen en uitgewerkt.

De provincie vraagt om:

  • de voorgestelde kerntypering in hun eigen gemeentelijk beleid(splan Ruimte) te implementeren, dit is voor Edegem "Stedelijke kern met randstedelijke rol", wat het volgende inhoudt:
    "Hun eigenheid
    Rondom de stedelijke kernen met metropolitane of regionale rol, liggen vaak nog stedelijke kernen die zelf geen centrale rol opnemen, maar wel binnen de stedelijke gebieden gelegen zijn door hun nabijheid en hun kenmerken op vlak van aantrekking, voorzieningen en bereikbaarheid. Ze profiteren enerzijds van de kernstad en nemen anderzijds ook een complementaire rol op ten opzichte van die kernstad. Er is een duidelijke wisselwerking tussen beiden of er kan er één ontstaan, zeker wanneer deze kernen belangrijke tewerkstellingsconcentraties of voorzieningen bieden. Voor beiden is de verbinding door middel van multimodale vervoerscorridors cruciaal.
    Hun rol
    In deze kernen willen we vooral inzetten op:
    - het behoud van het evenwicht tussen de belangrijke open ruimte en groenblauwe dooradering;
    - mee de stedelijke verdichting te realiseren. Omdat de dichtheden in deze kernen vaak lager liggen dan die in de stedelijke kernen met metropolitane of regionale rol, liggen er in deze kernen mogelijkheden om kwalitatief te verdichten in combinatie met het realiseren van waardevolle openruimtegebieden."
  • de kerntypes binnen de eigen gemeente (in het bijzonder het kerntype ‘dorpskern met potenties’ en ‘dorpskern’) te verfijnen.  
  • kernen af te bakenen in het gemeentelijk Beleidsplan Ruimte zodat dit mee kan genomen worden in de afweging van RUP’s en vergunningen, als motieven van goede ruimtelijke ordening.

3. Verdichten en ontdichten van de ruimte

Gemeente Edegem maakte reeds een gebiedsgerichte vertaling op van de provinciale droogtestrategie via hun gemeentelijk hemelwater- en droogteplan, deze vraag werd reeds ingevuld.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om de hoofdfunctie van een (exploitanten)woning in het agrarisch gebied bijkomend op te nemen in het vergunningenregister zodat duidelijk wordt voor burger en overheid wat de hoofdfunctie van een woning is. Dit kan het lokaal bestuur uitvoeren.
En daarnaast landbouwontwikkelingslocaties aan te duiden in een (inter)gemeentelijk beleidsplan ruimte die ontwikkelruimte bieden aan specifieke vormen van landbouw. Deze kwestie kan meegenomen worden in de opmaak van het gemeentelijk beleidsplan ruimte.

Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om een visie op hun lokale economische ruimte te ontwikkelen, wordt verwezen naar het eerste beleidskader rond verweving. Rond de vraag van de provincie aan gemeentebesturen om de principes te vertalen naar een eigen ruimtelijk beleid rond energie op grondgebied van de gemeente, verwijzen we opnieuw naar het lokaal energie- en klimaatpact. De tool van de energielandschappen kan hiervoor een belangrijke basis zijn om hier aan te koppelen.

Artikel 3

De raad ondersteunt in algemeenheid de vraag van de provincie om op Vlaams niveau verder en meer in te zetten op middelen en (plan-)instrumentarium, zodat de gemeenten niet verantwoordelijk worden gesteld voor de uitvoering van alle ambities die in het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA).