De nieuwe "beleidsplannen ruimte" vervangen de ruimtelijke structuurplanning die in de jaren 1990 werd aangevat. De structuurplanning werkt op drie sporen, enerzijds wordt ingegaan op urgente knelpunten in het ruimtelijk beleid, om vervolgens op middellange en lange termijn gewenste ruimtelijke perspectieven te formuleren. Dit voor diverse thema's zoals wonen, werken, recreëren, natuur,... Een derde spoor beschrijft inspraakmogelijkheden voor de bevolking.
De beleidsplannen ruimte werden anders opgebouwd. Deze bestaan uit een strategische visie, die verder wordt uitgewerkt in een set van beleidskaders. Deze beleidskaders zijn niet limitatief in aantal en kunnen per subsidiair niveau thematisch inspelen op de ruimtelijke uitdagingen "van het moment". In die optiek werden ze als flexibel en aanpasbaar opgemaakt. Het zou na het finaliseren van een beleidsplan ruimte mogelijk moeten zijn om beleidskaders te schrappen, wijzigen of in aantal uit te breiden, zonder daarom het gehele beleidsplan te wijzigen.
In uitvoering van deze vernieuwde beleidsplanning rond ruimte, gaat de provincie over tot opmaak van een beleidsplan ruimte, genaamd "Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen" (PBRA). Het PBRA bevat de visie op de ruimtelijke ontwikkeling in de provincie Antwerpen tot 2050. Het bestaat enerzijds uit de strategische visie voor de lange termijn en anderzijds uit een set van beleidskaders die op middellange termijn zorgen voor de uitvoering van die visie. Het PBRA is in volle opmaak. Zodra het klaar is, vervangt het het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA).
Dit beleidsplan zal als kader dienen waarbinnen gemeenten in de provincie Antwerpen een eigen beleidsplan ruimte opmaken. Gemeentelijke visies mogen niet afwijken van de provinciale strategische visie. Ook wanneer er een strijdigheid ontstaat met het bestaande gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS), dient deze te worden rechtgezet door aanpassing van het GRS. In die optiek wordt de adviesrol van de gemeenteraad geregeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Over het omschrijven of aan te duiden van onderdelen van gemeentelijke beleidskaders of ruimtelijke structuurplannen die niet langer geldig zijn door opmaak van het ontwerp-PBRA, vraagt de provincieraad advies aan de gemeenteraad op uiterlijk 15 maart 2023.
De opmaak van een provinciaal beleidsplan ruimte volgt een aantal wettelijk vastgelegde stappen (een procedure). In die procedure wordt de mogelijkheid voorzien om ‘onderdelen van gemeentelijke beleidskaders of ruimtelijke structuurplannen te omschrijven of aan te duiden die niet langer geldig zijn’.
De provincie Antwerpen heeft er voor gekozen om enkele thema’s te selecteren die mogelijks aanleiding geven tot strijdigheid tussen het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan en het Provinciaal Beleidsplan Ruimte Antwerpen (PBRA), aangezien zij sterk verschillen van het beleid dat werd neergeschreven in het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA). Dit zijn de volgende:
Niet elke passage die aanleiding geeft tot strijdigheid, werd aangeduid. Dit omwille van volgende redenen:
De provincie Antwerpen wenst volgende passage uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Edegem aan te duiden die niet meer geldig is (doorgehaald):
“Beleid bestaande hoeves: landbouwactiviteiten als hoofdbestemming (geen intensieve bedrijvigheid). De nabestemming van deze gebouwen kan buiten wonen worden voorbehouden voor maatschappelijke activiteiten zoals hoevetoerisme, landschappelijk geïntegreerde kinderboerderijen, educatieve of sociale landelijke centra.”
Zoals beschreven in het richtinggevend gedeelte - IV. Ontwikkelingsperspectief voor de deelstructuren - 3. Gewenste ruimtelijk-agrarische structuur - 3.2 Beleidselementen ruimtelijk-agrarische structuur - Beleidselementen provinciaal niveau, p.56
De doorstreepte passage is niet in overeenstemming met de bepalingen uit het ontwerp-beleidsplan ruimte van de provincie Antwerpen. In het ontwerp-beleidskader ‘Levendige kernen’ – Uitdaging: huishoudenstransitie, p. 51 staat namelijk dat we geen verdere ontwikkeling van perifere gebieden (buiten de kernen) als woonlocatie willen. Het wonen buiten de kernen stimuleren we niet en remmen we het liefst af. Verouderde woningen op slecht gelegen locaties buiten de kernen kunnen beter niet meer verbouwd, maar afgebroken worden. Door in landbouwgebied bedrijfsgebouwen om te vormen tot woningen, wordt wonen buiten de kernen gestimuleerd, hetgeen de ambities uit het provinciaal beleidsplan ruimte hypothekeert.
In die optiek stelt de raad vast dat dit onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan niet meer geldig is en schrapt zij de woorden "buiten wonen" in de hierboven vermelde passage.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, artikel 2.1.8.
Regelt de adviesrol van de gemeenteraad bij opmaak van een provinciaal beleidsplan ruimte
Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018
Bepaalt de nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen
De raad neemt kennis van de strijdigheid van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan van Edegem wat betreft onderstaande passage, en duidt de strijdigheid aan door ze door halen:
“Beleid bestaande hoeves: landbouwactiviteiten als hoofdbestemming (geen intensieve bedrijvigheid). De nabestemming van deze gebouwen kan buiten wonen worden voorbehouden voor maatschappelijke activiteiten zoals hoevetoerisme, landschappelijk geïntegreerde kinderboerderijen, educatieve of sociale landelijke centra.”
Zoals beschreven in het richtinggevend gedeelte - IV. Ontwikkelingsperspectief voor de deelstructuren - 3. Gewenste ruimtelijk-agrarische structuur - 3.2 Beleidselementen ruimtelijk-agrarische structuur - Beleidselementen provinciaal niveau, p.56
De raad stelt vast dat dit onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan niet langer geldig is en schrapt de woorden "buiten wonen" uit het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Edegem, zoals weergegeven in artikel 1 van dit besluit.