Inhoud van het RUP
Het plangebied bestaat uit twee grote deelzones, namelijk een parkgebied en een woongebied.
Het park heeft haar grootste oppervlakte aan Terelststraat, maar wordt door de groene ingerichte strook langs de westzijde van het project ook verbonden met het buurtpark Heihoefseweg - Hubert Willemsstraat. Het parkgebied heeft een openbaar karakter en fungeert als buurtpark en landschappelijke waterbufferingszone. De inrichting zorgt voor verschillende karakters, afhankelijk van de intensiteit van gebruik, zoals speelgroen of meer natuurlijke ontwikkeld groengebied. Daarnaast is er nog voldoende plaats voor een natuurlijk ingerichte waterbuffer en een parkeererf met ongeveer 13 plaatsen voor de bewoners van de bestaande woningen aan het begin van Terelststraat. De verhardingen worden tot een strikt minimum beperkt. Doorheen het park wordt een pad aangelegd dat een veilige voet- en fietsverbinding mogelijk maakt tussen de oversteekplaats aan de Prins Boudewijnlaan en de sportcluster van Kattenbroek. Dit pad vertrekt vanaf de Prins Boudewijnlaan en loopt achter de huizen van de Terelststraat richting park. Aangezien dit een belangrijke trage weg wordt richting sportzone, worden de delen van percelen achter de huizen van de Terelststraat waarop de toekomstige trage weg komt te liggen, opgenomen in onteigeningsplan.
In totaal voorziet het RUP in de realisatie van ca. 72 woningen en een te verkavelen oppervlakte van ca. 2,6 ha, inclusief nieuw aan te leggen wegenis. Dit betekent een woondichtheid van ca 28 woningen per ha. Het park heeft een oppervlakte van ca. 16 750 m².
Er wordt gestreefd naar een verscheidenheid in woningtypes. Aan Prins Boudewijnlaan zijn 2 tot 4 nieuwe eengezinswoningen mogelijk en aan Heihoefseweg wordt de straat afgewerkt met ca. 6 vrijstaande eengezinswoningen, volgens het voorbeeld van de bestaande woningen in beide straten. Centraal richten de woningen zich naar de nieuw aan te leggen straat, die volledig ontsluit via Terelststraat. Deze woningen zijn vrijstaand, gekoppeld en aaneengeschakeld, sommige met een beperktere perceelsoppervlakte, bedoeld als sociale woning. Het oprichten van meergezinsgebouwen is beperkt tot drie gebouwen in de volledige projectzone, met in totaal maximaal 20 woonentiteiten. Het parkeren gebeurt op eigen terrein. In de nieuw aan te leggen straat kunnen wel parkeerplaatsen voor bezoekers voorzien worden. De verhardingen en constructies in voor- en achtertuinen worden tot een strikt minimum beperkt.
Er wordt een sterke relatie tussen woonwijk en park vooropgesteld, met verschillende parkstroken, gecombineerd met woonerfjes, die uitgeven op het park. De woningen langs de zuidzijde van het aan te leggen wegtracé richten zich ook naar het nieuw aan te leggen park.
Een laatste element in het plangebied zijn de twee percelen op de hoek Hubert Willemsstraat – Heihoefseweg. Beide zijn in het BPA nr. 8 Groot Molenveld bestemd als ‘park- en groengebied, maar thans in gebruik als woning en tuin. Aangezien de gemeente voorlopig geen intentie heeft deze percelen te integregen in het park, wordt de mogelijkheid tot een beperkte oppervlakte constructies op te richten in de tuinzone bij de woning, ingeschreven in voorliggend RUP. Een volledige wijziging van de bestemming naar woongebied wordt niet gezien als een mogelijke optie, omdat er dan een nieuwe woning op het perceel gebouwd zou kunnen worden, wat niet gewenst is.
Buurtwegen
Doorheen het plangebied lopen voetweg nr.15 en nr.14. Buurtweg nr. 8 grenst in het zuiden aan het plangebied. De atlas van buurt- en voetwegen is aangeduid op het plan feitelijke en juridische toestand met vermelding van hun nummer.
Voetweg nr. 15 zal, gezien afwijkend van de gewenste ontsluiting voor voetgangers en fietsers, in een latere fase worden gewijzigd volgens de geëigende procedure, die los staat van de goedkeuringsprocedure van het RUP.
Op te heffen verkavelingen
Binnen het plangebied van voorliggend RUP zijn geen goedgekeurde en niet-vervallen verkavelingen gelegen.
Plan-MER
De procedure van de plan-MERscreening werd doorlopen.
Op 02 juli 2015 werd de dienst MER verzocht om de gemeente een selectie te bezorgen van de relevante instanties die in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage geraadpleegd moeten worden.
Op 08 juli 2015 ontvingen we de lijst van aan te schrijven instanties en de inhoudelijke opmerkingen op de screeningsnota.
Op 17 juli 2015 werden de volgende instanties om advies gevraagd:
Op 20 december 2017 werden volgende instanties gerappeleerd:
Op 22 december 2017 werden de binnengekomen adviezen, samen met de vraag tot vrijstelling van de plan-MERplicht verzonden naar de dienst MER.
De dienst MER deelt op 23 maart 2018 mee dat het voorliggende plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER bijgevolg niet nodig is.
Plenaire vergadering
De plenaire vergadering vond plaats op 14 december 2017.
Waterparagraaf
Er werd nagegaan of het plan geen nadelige effecten heeft op de waterhuishouding volgens het besluit van de Vlaamse Regering definitief goedgekeurd op 20 juli 2006.
In 2010, wanneer de grachten langs het te ontwikkelen terrein werden aangelegd, werd de wateroverlast, die aanwezig was na hevige regenval in het zuidelijk deel van het plangebied, aangepakt.
Het RUP speelt verder in mogelijke waterproblemen door in te zetten op buffering van het hemelwater. De bodem is slecht infiltreerbaar, waardoor bijkomende buffercapaciteit noodzakelijk is. Deze buffering vindt plaats in de buffervijver en in de aan te leggen grachten. De benodigde bufferingscapaciteit wordt gehaald met een ruimte reserve. Het trapveld wordt lager aangelegd dan de aanpalende wegenis zodat het dienst kan doen als wadi en extra buffercapaciteit verzekerd is.
De huidige bestemmingen uit het BPA, voor wonen en park- en groengebied, worden met het RUP omgewisseld zodat de meest natte zones in het parkgebied komen te liggen en de bebouwing in het noordelijk, minder watergevoelige gebied.
In januari 2017 werd een onderzoek verricht naar de effectieve watergevoeligheid in het plangebied. Er werd nagegaan welke ingrepen in het project noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verstrengde richtlijnen van de provincie Antwerpen. Indien relevant, zijn de benodigde ingrepen vastgelegd in de stedenbouwkundige voorschriften. De nota met de neerslag van dit onderzoek in opgenomen in bijlage van toelichtingsnota.
Omwille van al deze maatregelen, die in het grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften, en ook het plan voor de toekomstige ontwikkeling zijn vervat, kan geoordeeld worden dat er geen schadelijk effect op de waterhuishouding wordt veroorzaakt door het voorziene project in het plangebied.
Dit RUP doet geen afbreuk aan de verplichtingen voortvloeiend uit de gewestelijke verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater (BVR 5 juli 2013) en met eventueel bijkomende en/of strengere normen door de provincie.
Behandelen en verwerken van bezwaren bij openbaar onderzoek
Tijdens het openbaar onderzoek, dat liep van 14 oktober 2019 tot en met 13 december 2019, werden 125 bezwaarschriften en 10 steunbetuigingen ingediend.
Er werd één advies ingediend, namelijk een gunstig advies van de deputatie (d.d. 10 december 2019). In een mail van 6 december 2019 liet de Vlaamse overheid, departement Omgeving weten geen advies uit te brengen.
De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO) bundelde en coördineerde de bezwaren en adviezen, die geformuleerd werden tijdens het openbaar onderzoek, en bracht een eensluidend voorwaardelijk gunstig advies uit op 12 februari 2020.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 27 april 2020 akte genomen van het advies van de GECORO.
De gemeenteraad gaat gedeeltelijk akkoord met het advies van de GECORO (omgevingsraad) en wijzigt volgende punten:
De voorgestelde wijzigingen naar aanleiding van de bundeling en coördinatie van de bezwaarschriften werden doorgevoerd door de ontwerper in de aangepaste versie die nu voorligt voor definitieve vaststelling.
Ministrieel besluit van 14 juni 1994
Het bestemmingsplan 'BPA nr. 8 Groot Molenveld' wordt goedgekeurd.
Ministrieel besluit van 10 juni 2004
Het bestemmingsplan 'BPA nr. 8 Groot Molenveld 1e gedeeltelijke wijziging' wordt goedgekeurd.
Besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2001 tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen
De instanties die advies moeten geven over het voorontwerp van RUP worden beschreven.
Artikelen 2.2.13 tot en met 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 27 maart 2009
Het proces om tot een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) te komen wordt beschreven. Het college is belast met de opmaak van een RUP. De adviesinstanties geven ten laatste op de plenaire vergadering hun advies. De gemeenteraad stelt het ontwerp van RUP voorlopig vast. Het RUP wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek van 60 dagen. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening behandelt de bezwaren. De gemeenteraad stelt het RUP definitief vast. Indien het gemeenteraadsbesluit tot definitieve vaststelling niet geschorst wordt door provincie en/of Vlaamse overheid kan het gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Veertien dagen na publicatie is het RUP van kracht.
Artikelen 4, 5, 6 en 8 §§ 1 en 2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen.
Integraal waterbeleid is gericht op het ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen. Elk plan moet hieraan getoetst worden. In elk RUP moet een watertoets worden opgenomen.
Artikelen 2 en 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets
Nadere regels voor de toepassing van de watertoets worden vastgesteld. Integraal waterbeleid is gericht op het ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen. Elk plan moet hieraan getoetst worden.
Artikel 4.2.5. van het decreet van 27 april 2007 inzake de milieueffectenrapportage over plannen en programma’s
Deze instanties brengen hun advies uit op de wijze en binnen de termijn bepaald door de Vlaamse Regering.
Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectenrapportage over plannen en programma’s.
Het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Heihoefseweg’ beoogt het gedeeltelijk vervangen van het bestemmingsplan van het BPA nr.8 Groot Molenveld (MB van 10 juni 2004). De gewenste woonontwikkeling, zoals voorzien in het BPA is nog steeds aan de orde om tegemoet te komen aan de woonbehoeften in Edegem, maar een nieuwe configuratie met geactualiseerde ruimtelijke randvoorwaarden dient zich aan.
Een woonproject in het zuidelijk deel van het plangebied, zoals oorspronkelijk werd ingetekend op het bestemmingsplan van het BPA nr. 8 Groot Molenveld, is, wegens de grote waterproblematiek, op heden niet langer de meest logische locatie voor het realiseren van een nieuwe woonstraat. Om die reden is het wenselijk de bouwzone met de parkzone om te wisselen, met andere woorden de zuidelijke zone als een onbebouwbare (park)zone in te richten en het noordelijk deel voor bebouwing te bestemmen.
Voorliggend RUP behelst een gedeeltelijke en punctuele herziening van BPA Groot Molenveld.
Het RUP werd voorlopig vastgesteld door de gemeenteraad op 23 september 2019. Het openbaar onderzoek voor RUP Heihoefseweg liep van 14 oktober 2019 tot en met 13 december 2019.
De raad sluit zich gedeeltelijk aan bij het advies van de GECORO inzake de bundeling en coördinatie van de adviezen en bezwaarschriften van 12 februari 2020. Dit advies maakt integraal deel uit van dit besluit.
De raad stelt het ruimtelijk uitvoeringsplan 'Heihoefseweg' definitef vast met bijhorend onteigeningsplan, zoals herwerkt op basis van het advies van de GECORO omvattende de stedenbouwkundige voorschriften, grafisch plan, onteigeningsplan, plan feitelijke en juridische toestand en toelichtingsnota.
Conform de bepalingen van artikel 2.2.15. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt de opdracht gegeven het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, samen met het besluit van de gemeenteraad en het volledig advies van de GECORO te bezorgen aan de deputatie van de provincie Antwerpen en aan de Vlaamse Regering.
Na de schorsingstermijn van de deputatie van de provincie Antwerpen en de Vlaamse Regering dient de bekendmaking te gebeuren conform de bepalingen van artikel 2.2.18. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.