Raadsleden kunnen het college van burgemeester en schepenen/vast bureau schriftelijke vragen stellen. De wijze waarop is geregeld in het Huishoudelijk Reglement van de gemeenteraad en OCMW-raad. In Art.12 §1 lezen we dat "op schriftelijke vragen van raadsleden uiterlijk binnen de maand na ontvangst schriftelijk wordt geantwoord". In praktijk wordt deze antwoordtermijn steeds uitgeput.
De ervaring leert dat dit het opvolgen van dossiers bemoeilijkt en daarmee één van de belangrijkste taken van een gemeenteraadslid, namelijk zijn/haar controlerende taak. Navraag bij de buurgemeenten leert dat de antwoordtermijn ofwel formeel in het Huishoudelijk Reglement ofwel in de praktijk korter is dan in Edegem. Navraag bij VVSG leert dat in het model van huishoudelijk reglement inderdaad 'binnen de maand' is opgenomen. De redenering is de volgende : "De bedoeling is om de administratie voldoende tijd te geven om een antwoord voor te bereiden, eventueel opzoekingen te doen enz. Een vraag die snel kan worden beantwoord die hoeft uiteraard geen dertig dagen te blijven liggen." (reactie VVSG per mail).
Voor vragen vanuit inwoners wordt er gewerkt naar een antwoordtermijn van 14 dagen. Het is redelijk om ook op vragen van raadsleden sneller te antwoorden.
Voorstel van beslissing:
Artikel 1
De gemeenteraad vraagt om het Huishoudelijk Reglement van de gemeenteraad en OCMW aan te passen en de maximale antwoordtermijn op schriftelijke vragen van raadsleden te beperken tot 15 dagen. Indien gemotiveerd, bijvoorbeeld omwille van noodzakelijk opzoekingswerk, kan men beroep doen op een verlenging van de antwoordtermijn met nog eens 15 dagen.