Het advies van de algemene sociale dienst (ASD) tot remediëring luidt als volgt:
"De sociale dienst slaagt er niet in om een beslissing leefloon binnen de wettelijke termijn van 30 dagen te bekomen:
Reden:
Voorstel van aanpak voor de toekomst:
Dit voorstel werd besproken op het BC sociale dienst van oktober. Conclusies waren:
- twee keer per maand ok maar vierde dinsdag van de maand om 9 uur is niet mogelijk voor werkende comitéraadsleden maar wel in de vooravond.
- op de eerste vergadering van de maand kunnen ook dingen besproken worden over de werking van de ASD en dus kan die langer duren, op de tweede vergadering houden we het bij hulpverleningsaanvragen zodat die korter kan duren.
Daaruit volgt dan weer de vraag of het presentiegeld voor die tweede en kortere vergadering van de maand even hoog moet zijn als die van de eerste vergadering. Dit vanuit het besef dat ook de politieke mandatarissen best hun steentje kunnen bijdragen bij de besparingsoperatie die het bestuur moet doorvoeren.
Het bedrag van het presentiegeld wordt vastgesteld door de OCMW-raad. Die kan daarbij eventueel rekening houden met het inwonersaantal van de gemeente. Het decreet bepaalt een minimum en een maximum bedrag. Het bedrag van het presentiegeld van gemeenteraadsleden geldt als maximum. Is er niks bepaald door de OCMW-raad, dan is het bedrag hetzelfde als dat voor de gemeenteraadszittingen (en OCMW-raadszittingen dus).
Wet van 26 mei 2002 - recht op maatschappelijke integratie
Artikel 73. decreet lokaal bestuur
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn ontvangen ten laste van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alleen presentiegeld voor hun aanwezigheid op de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn als die vergadering niet aansluit op de vergadering van de gemeenteraad. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatsverplichtingen van de leden voor wie de raad voor maatschappelijk welzijn bij reglement kan bepalen dat presentiegeld wordt verleend.
In afwijking van het eerste lid ontvangen de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn die geen lid van de gemeenteraad zijn, presentiegeld voor hun aanwezigheid op de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 17, § 1, tweede tot en met vierde lid, en § 2 tot en met § 6, zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 17. decreet lokaal bestuur
§ 1. De gemeenteraadsleden ontvangen een presentiegeld ten laste van de gemeente voor hun aanwezigheid op de vergaderingen van de gemeenteraad. De Vlaamse Regering stelt een lijst op van vergaderingen die voortvloeien uit de mandaatverplichtingen van de gemeenteraadsleden waarvoor de gemeenteraad bij reglement kan bepalen dat presentiegeld wordt verleend.
De som van de vergoedingen, wedden en presentiegelden, die de gemeenteraadsleden ontvangen voor hun mandaat als raadslid en de som van de vergoedingen, wedden en presentiegelden die ze ontvangen als bezoldiging voor activiteiten die ze naast hun mandaat uitgeoefend hebben, is gelijk aan of lager dan anderhalve keer het bedrag van de vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement. Voor de berekening van dat bedrag komen de vergoedingen, wedden en presentiegelden die de gemeenteraadsleden ontvangen in aanmerking als ze voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard.
Als het plafond, vermeld in het tweede lid, wordt overschreden, wordt de som van de vergoedingen, wedden of presentiegelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard als vermeld in het tweede lid verminderd tot het passende bedrag.
De vergoedingen, wedden en presentiegelden die voortvloeien uit de uitoefening van een openbaar mandaat, een openbare functie of een openbaar ambt van politieke aard zijn die, vermeld in artikel 154, § 1, derde lid.
§ 2. De gemeenteraad bepaalt het bedrag van de presentiegelden binnen de grenzen die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering. Daarbij kan rekening gehouden worden met het inwonersaantal van de gemeente.
De gemeente vermindert de presentiegelden van het gemeenteraadslid dat andere wettelijke of reglementaire bezoldigingen, pensioenen, vergoedingen of toelagen ontvangt, of de gemeente vult die vergoeding aan, met een bedrag ter compensatie van het inkomensverlies dat de betrokkene lijdt, op voorwaarde dat de mandataris daar zelf om verzoekt. De algemeen directeur stelt vast of aan de voormelde voorwaarden is voldaan.
De som van de presentiegelden, aangevuld met het bedrag ter compensatie van het inkomensverlies, kan nooit hoger zijn dan de wedde van een schepen van een gemeente met 50.000 inwoners.
Besluit van de Vlaamse Regering dd. 6 juli 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.
Tot vandaag vergadering het Bijzonder Comité Sociale Dienst de eerste of tweede dinsdag van de maand.
Het geïntregreerd inspectieverslag van de Programmatorische federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie (POD MI) geeft het volgende aan:
"Betreffende de volgende zaken is bijsturing gewenst:
- Beslissingen buiten de wettelijke termijn: regelmatig werd er vastgesteld dat er meer dan 30 dagen verstrijken tussen datum aanvraag en datum beslissing. Het OCMW moet bekijken of meer bijeenkomsten van het BCSD mogelijk zijn. Tevens werd er vastgesteld dat er soms beslissingen “verdaagd” worden. Deze mogelijkheid voorziet de wet niet: er moet binnen de 30 dagen toegekend of geweigerd worden. Indien er nog essentiële elementen van het sociaal onderzoek ontbreken om een gefundeerde uitspraak te doen over het RMI, dan wordt het aanbevolen de aanvraag te weigeren. Hierbij kan er best vermeld worden dat er bij de volgende bijeenkomst van het BCSD kan toegekend worden met terugwerkende kracht vanaf datum aanvraag, indien voldaan aan de RMI-voorwaarden (de kennisgeving van de weigering moet opsommen welke stukken betrokkene nog moet binnenbrengen);"
De raad gaat principieel akkoord met:
- het verhogen van de frekwentie van de vergaderingen van het Bijzonder Comité Sociale Dienst tot twee vergaderingen per maand, meer specifiek op de tweede (van 9 tot 11.30 uur) en vierde (in de vooravond) dinsdag van de maand;
- het invoeren van het principe dat het comitéraadslid slechts de helft van het presentiegeld van een OCMW-raadslid ontvangt indien de vergadering van het BC minder dan een uur duurt.