De notulen van de vorige plenaire zitting dienen goedgekeurd te worden.
Artikel 44 van het OCMW decreet
De plenaire raad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de vorige raadszitting goed.
Na elke vergadering van de plenaire raad worden er notulen opgemaakt.
De raad keurt de notulen van de openbare zitting van 17 juli 2018 goed.
We ontvingen een uitnodiging van Poolstok om een afvaardiging van het OCMW Edegem bij Poolstok aan te duiden. Dit kan zowel een mandataris als een personeelslid zijn.
We stellen voor om ambtenaren aan te stellen als afgevaardigden in de algemene vergadering omdat het over materies met betrekking tot interne organisatie gaat.
Artikel 202 OCMW decreet
Het is de openbare centra voor maatschappelijk welzijn toegestaan om deel te nemen in een vennootschap met sociaal oogmerk, een vereniging of een stichting die de vorm van een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm van de gemeente die door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt bediend, aanneemt, met het oog op het vervullen van sociale doeleinden
Artikel 44 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, gewijzigd bij decreet van 18 januari 2013
Regelt de samenstelling van de vertegenwoordigers in de algemene vergadering en de vaststelling van hun mandaat en de bepalingen volgens welke er kan vergaderd worden.
Het OCMW is aangesloten bij Poolstok sedert 19 juni 2018. Poolstok biedt op een klantgerichte en professionele manier ondersteuning aan het personeelsbeleid van de Vlaamse Openbare besturen en draagt zo op de verschillende bestuursniveaus bij tot een moderne en efficiënte overheid.
De raad keurt de volgende afvaardiging voor de Algemene Vergadering van Poolstok goed:
Voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris leidt dit punt kort in en licht toe dat de leden van het bijzonder comité reeds enige tijd bekend zijn met de vraag van de algemene sociale dienst tot bijkomende ondersteuning naar aanleiding van de groeiende werkdruk.
Adjunct-algemeen directeur Filip Schramme licht vervolgens het plan van aanpak van de voorliggende personeelsanalyse toe en overloopt de belangrijkste elementen uit deze analyse.
De voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris vult aan dat het voorstel is om de vrijkomende personeelscapaciteit door de inkrimping van de LOI werking in de toekomst in te zetten in de algemene sociale dienst, en de sociale dienst de autonomie te geven om dit concreet in te vullen, daar dit de operationele werking betreft waar zij zelf het beste inzicht in de noden van hebben.
Tevens wil zij van dit moment gebruik maken om ook de concrete uitwerking van de LOI-afbouw toe te lichten.
De behouden locaties en bezetting wordt kort verduidelijkt, waarbij zij ook benadrukt dat de huidige concentratie van LOI-woningen in het centrum een tijdelijk gegeven is. Er werd met de sociale dienst afgesproken dat bij de beëindiging van huidige huurcontracten er zal gezocht worden naar nieuwe locaties met een betere geografische spreiding.
Raadslid Rosette Van Gelder informeert naar de duurtijd van de huidige huurcontracten.
De voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris meldt dat dit voor alle locaties wisselend is, maar nauw opgevolgd wordt.
Raadslid Maarten Vergauwen vult aan dat het natuurlijk ook niet meer over erg grote aantallen gaat en dat er ook rekening mag gehouden worden met de kwaliteit van de huurwoningen en locatie niet het enige criterium mag zijn.
De raadsleden kunnen akkoord gaan met het voorstel om de medewerkers die vandaag tewerkgesteld zijn voor het LOI te behouden en intern in te zetten voor de algemene sociale dienst voor de vrijgekomen arbeidstijd.
Wat de personeelsinzet voor arbeidstrajectbegeleiding betreft, wordt door Filip Schramme, adjunct-algemeen directeur, de vraag tot aanstelling van een nieuwe medewerker voor dit samenwerkingsovereenkomst toegelicht.
Daarnaast licht hij ook kort de impact van de nieuwe regelgeving TWE op het eigen project 5 beaufort toe.
De voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris vult aan dat er inderdaad voor 5 beaufort naar de toekomst toe mogelijkheden ontstaan om dit ruimer te zien dan voorbereiding tot tewerkstelling, en dit echt in te zetten als een project voor sociale activatie.
Zij deelt mee dat het vast bureau het voorstel kan ondersteunen om de nog openstaande vacante functie van de logistiek medewerker op dit ogenblik niet in te vullen en deze budgetairre ruimte te benutten om tegemoet te komen aan de vraag om een nieuwe halftijdse maatschappelijk assistent als arbeidstrajectbegeleider via het samenwerkingsverband aan te werven.
Raadslid Julien Delarbre zegt dat het hem niet helemaal duidelijk is wat de toekomstige verhouding is tussen artikel 60 en TWE.
HIj wil graag weten of in de toekomst in het GPMI al vooraf zal worden vastgelegd of je een TWE traject zal volgen of niet.
Adjunct-algemeen directeur Filip Schramme verduidelijkt dat in het verleden artikel 60 niet enkel gefocust was op effectieve instroom in het regulier arbeidscircuit, maar dit ook een middel tot sociale activatie was.
Vaak was dit ook niet het geval.
In de nieuwe regelgeving TWE is de voorwaarde echt gelinkt aan doorstroming naar het regulier circuit, terwijl het GPMI contract eigenlijk focust op het begeleiden van het sociaal activeren van cliënten.
Voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris legt uit dat de sociale activatie, de modaliteiten daarvan en daaraan de link met de werking van 5 beaufort, de komende maanden het voorwerp van een dossier zal uitmaken.
Dat zal ook met het bijzonder comité zal besproken worden.
Het TWE traject voorziet veel meer dan in het verleden een dialoog met de cliënten die hier intstappen, waar het belangrijk is om een breed netwerk van arbeidsplaatsen te kunnen aanbieden.
Zij is overtuigd dat deze nieuwe werking ook veel kansen zal scheppen.
Wat de aanpak betreft:
Bij het vorige onderzoek rond de personeelsbehoefte in 2012 werd de zogenaamde personeelsnorm van de VVSG/uitgeverij Politeia gebruikt. De bedoeling was om dit instrument ook deze keer te gebruiken maar dat bleek onmogelijk omdat VVSG/Politeia hun softwarepakket niet geüpdatet bleken te hebben.
Daarom hebben we ons in de nota gehouden aan het materiaal dat ons toelaat om een aantal zaken te objectiveren: enerzijds het cijfermateriaal uit het inhoudelijk jaarverslag van de algemene sociale dienst en de gemeentemonitor en anderzijds de maatschappelijke evoluties die een invloed hebben op de algemene werkbelasting van de algemene sociale dienst. Dit komt aan bod in deel 1 van de nota.
In deel 2 van de nota wordt een vertaling gemaakt naar de gevraagde personeelsbezetting binnen de ASD, weliswaar beperkt tot de cel LOI en de cel arbeidstrajectbegeleiding en activering.
Samengevat kan gesteld worden dat:
Wat de personeelsbehoefte betreft en het voorstel:
1) De evolutie van de algemene werkbelasting van de algemene sociale dienst betreft en de effecten daarvan:
1.1. RELEVANTE KENGETALLEN IN EDEGEM:
Er is sinds 2012 een overduidelijke en aanzienlijke toename van het aantal Edegemnaars die behoefte hebben aan een hulpverleningstraject en toch heeft zich dit niet vertaald in een verhoging van de personeelscapaciteit. Dit wil zeggen dat andere maatregelen werden genomen om het hoofd boven water te houden, nl. dat elke maatschappelijk assistent meer trajecten voor zijn rekening neemt en dus de tijd per traject gevoelig gedaald is.
1.2. VASTGESTELDE EFFECTEN VAN DE CONSTANTE WERKDRUK OP DE WERKING VAN DE ALGEMENE SOCIALE DIENST
De constante werkdruk vertaalt zich in het niet kunnen garanderen van de continuïteit in de individuele hulpverlening, een groot verloop bij de maatschappelijk werkers en een gevoel van onmacht door het feit dat er geen arbeidstijd genoeg is om structureel aan projectwerking te doen, een cruciaal onderdeel van het takenpakket van de algemene sociale dienst om aan de verbetering van de werking van de eigen dienst en om de collectieve maatschappelijke dienstverlening minimaal in te vullen.
1.3.NIEUWE VERWACHTINGEN IN OCMW’s DOOR WIJZIGENDE WETGEVING
Er is een duidelijke uitbreiding van de wettelijke opdrachten voor het OCMW. Daar zijn ook extra subsidies tegenover gesteld voor capaciteitsuitbreiding zonder dat dit zich bij OCMW Edegem vertaald heeft in een uitbreiding van de personeelsbezetting van de algemene sociale dienst. Dit is niet houdbaar. Meer nog, er is een reële kans dat we een grote som van de aanzienlijke subsidies zullen moeten terugbetalen.
1.4. MEERWERK DOOR INSCHAKELEN OCMW’s ALS LAATSTE VANGNET VAN HET SOCIAAL ZEKERHEIDSSYSTEEM DOOR ANDERE SPELERS IN HET VELD
De OCMW’s worden ook door hun sleutelpartners uit het veld geresponsabiliseerd voor de burgers die meer tijd en aandacht nodig hebben, zonder dat hiervoor duidelijke afspraken gemaakt werden. Daarnaast is het ook steeds moeilijker samenwerken omdat werkprocessen meer en meer gedigitaliseerd en gestroomlijnd worden waardoor maatschappelijk assistentens hun vaste aanspreekpunten verliezen en hun begeleidingsproces dus ook tijdsintensiever wordt. Ook dit brengt onvermijdelijk meerwerk en tijdsdruk met zich mee.
1.5. BORGEN VAN DE PROCESMATIGE AANPAK BIJ HULPVERLENING BIJ INTEGRATIE VAN OCMW EN GEMEENTE
Het CBS gaf zijn principiële goedkeuring aan het borgen van de sociale dienst als één van de doelstellingen van de nieuwe gemeente. Voor die borging is het cruciaal dat zij voldoende middelen inzet die aan maatschappelijk werkers voldoende tijd geeft voor de procesmatige aanpak die een hulpverleningstraject vergt.
2) de cel arbeidstrajectbegeleiding & activatie:
De uitbreiding van het toepassingsgebied van de GPMI’s naar alle cliënten in combinatie met de wijziging van de wetgeving rond Wijk-werken en TWE accentueert de nood aan een aanklampende geïndividualiseerde begeleiding. Federaal Minister Ducarme schrijft dan ook in zijn brief van 13 juli 2018: “Het is in de optiek om de menselijke middelen van de OCMW’s te versterken, dat een bijzondere toelage werd toegekend aan de OCMW’s in het kader van het GPMI.” In 2017 bedroeg het de ontvangen subsidie in totaal 73.323 euro, wat overeenstemt met de loonkost van ongeveer 2 VTE extra maatschappelijk werker. OCMW Edegem heeft echter geen enkele bijkomende arbeidskracht in dienst genomen en de ontvangen subsidies verdeeld over de MA’s die reeds in dienst waren. De Minister heeft reeds aangekondigd dat gerichte inspecties op de aanwending van deze subsidies zullen gebeuren en dat niet zal geaarzeld worden om de subsidies terug te vorderen.
Dit vertaalt zich in volgende vraag:
2.1. HUIDIGE PERSONEELSBEZETTING
De cel draait op:
2.2. PERSONEELSBEZETTING VANAF OPSTART SAMENWERKINGSVERBANG ZORA ARBEIDSTRAJECTBEGELEIDING & ACTIVERING
In april 2018 gaven we volgende cijfers door aan OCMW Mortsel in verband met het aantal TWE-trajecten dat ingebracht zou worden in het samenwerkingsverband Zora A&A:
|
Aantal cliënten LL + EQ LL |
147 LL + 19 EQ LL |
|
Aantal GPMI’s die recht geven op Verhoogde Staatstoelage van het leefloon |
75 |
|
Aantal cliënten in TWE |
2+9+4 |
|
Aantal VTE arbeidstrajectbegeleider |
0,5 |
De recurente subsidies in het kader van de GPMI’s bieden ruime budgettaire ruimte voor de aanwerving van extra personeel (zie laatste alinea van punt 4.3. op pagina 14). De 0,5 VTE arbeidstrajectbegeleider voor de TWE trajecten bij Zora A&A kan dan ook ingevuld worden door een extra, nieuw aan te werven medewerker.
Er wordt voorgesteld om het vrijkomend aantal VTE vanaf de opstart van Zora A&A als volgt in te zetten:
3) de cel lokaal opvanginitiatief (LOI):
3.1. PERSONEELSBEZETTING TOT 31 DECEMBER 2018
Het LOI draait op 1,5 VTE maatschappelijk werker (3x 0,5 VTE waarvan één statutair aangestelde en twee contractuelen) en een halftijdse logistiek medewerker (contractueel).
De drie maatschappelijk werkers draaien voor de andere helft van hun tewerkstelling mee voor de algemene sociale dienst om het meerwerk dat daar is ontstaan, mee op te vangen.
3.2. PERSONEELSBEZETTING VANAF 1 JANUARI 2019
Fedasil liet ons voor de zomer weten dat het Edegemse LOi met 29 plaatsen moest afbouwen.
Daardoor daalt het werkvolume aanzienlijk en moet bepaald worden hoeveel/welke mankracht nog zal ingezet worden voor het LOI vanaf 1 januari 2019. Daarbij is het heel belangrijk om samen met de vaststelling van de resterende personeelsbezetting voor het LOI aan de betrokken personeelsleden te communiceren of hun volledige tewerkstelling bij OCMW Edegem vanaf 1 januari 2019 gegarandeerd zal blijven.
3.2.1. Financiële simulatie
Fedasil gaf aan dat de 20 resterende plaatsen moesten opgedeeld worden in volgende configuratie: 4 x alleenstaande man, 1 x familie van 2, 2 x familie van 3, 2 x familie van 4.
Vóór 15 augustus 2018 moesten we laten weten of we akkoord waren met deze configuratie.
Na overleg met de voorzitter eind juli, begin augustus, werd geen afwijking van de configuratie gevraagd en werden volgende adressen weerhouden:
|
Aantal plaatsen |
Type Plaatsen |
Adres waar u deze plaats wenst te organiseren |
|
4 |
Familie |
Boerenlegerstraat 38, 2650 Edegem |
|
4 |
Familie |
Boniverlei 174 bus 8, 2650 Edegem |
|
3 |
Familie |
Heldenstraat 35 GLV., 2650 Edegem |
|
3 |
Familie |
Doelveldstraat 19 bus 6, 2650 Edegem |
|
2 |
Familie |
Hovestraat 22 bus 6, 2650 Edegem |
|
2 |
Alleenstaande man |
Boniverlei 172 bus 18, 2650 Edegem |
|
1 |
Alleenstaande man |
Doelveldstraat 41 bus 7A, 2650 Edegem |
|
1 |
Alleenstaande man |
Doelveldstraat 41 bus 7B, 2650 Edegem |
In overleg met het hoofd van de sociale dienst en de adjunct-algemeen directeur maakte voormalig financieel beheerder Katrien Van Hove een financiële simulatie. Daaruit blijkt dat het afgeslankte LOI break-even kan draaien mits het respecteren van volgende parameters (zie bijlage):
De conclusie uit de financiële simulatie was dat er een marge op het LOI is. Door arbeidstijd die vanuit de ondersteunende diensten naar het LOI gaat, door te rekenen, kan die marge op nul gebracht worden.Het opvangen van asielzoekers is immers een taak van de federale overheid. Deze vraagt aan de lokale besturen om een gedeelte hiervan over te nemen dus moeten alle realistisch gemaakte kosten die dit meebrengt verrekend worden op deze post.De doorrekening zal gebeuren via interne facturatie in de jaarrekening zelf (zoals het nu gebeurt) en niet alleen in de verantwoording achteraf.
Gezien de grote algemene noden van de algemene sociale dienst zoals die blijken uit deel 1 van de nota, maar gezien ook het feit dat er in 2018 nog steeds onbestemde subsidiegelden zijn voor de integratie van erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden (zie punt 4.4), wordt voorgesteld om het vrijgekomen aantal VTE als volgt in te zetten zodat er geen afbouw van tewerkstelling is:
Reeds sinds lange tijd bestaat er een grote werkdruk binnen de algemene sociale dienst.
De wijziging in de wetgeving over de Gepersonaliseerde Projecten voor Maatschappelijke Integratie (hierna genoemd GPMI) en over de Tijdelijke Werkervaring (hierna genoemd TWE) levert meerwerk op voor de algemene sociale dienst in het algemeen en voor de cel arbeidstrajectbegeleiding & activering in het bijzonder.
Daarbovenop is het OCMW ook, naast de VDAB, toeleider geworden om cliënten in het Wijkwerksysteem te krijgen. Ook daarvoor zit een grote groep cliënten te wachten die tot nu toe nog niet aan de bak kwamen.
Om die nieuwe uitdagingen op het vlak van individuele trajectbegeleiding aan te kunnen, voorziet de bevoegde federale Minister een subsidie voor bijkomende twerkstelling van 10% van het leefloon per afgesloten GPMI. Het bestuur moet zich hier tegenover positioneren.
Begin juli ontving OCMW Edegem van Fedasil de mededeling dat het Lokaal Opvanginitiatief voor asielzoekers (LOI) tegen 1 januari 2019 moet afgebouwd worden met 29 plaatsen zodat er 20 overblijven. Daardoor daalt het werkvolume van de betrokken maatschappelijk assistenten en de logistieke medewerker. De Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 17 juli ll. vroeg de Algemeen Directeur en de Adjunct Algemeen Directeur om de implicaties van deze brief in beeld te brengen en voor te stellen op de plenaire raad van 18 september 2018.
Om voornoemde vragen te kunnen onderbouwen en om te weten welke personeelscapaciteit nu globaal nodig is voor de algemene sociale dienst, werd afgesproken dat de adjunct algemeen directeur en het hoofd sociale dienst een objectivering zouden maken van de personeelsbehoefte. Daarom vindt u in bijlage een uitgebreide nota.
Het management adviseert om deze globale discussie, gezien het moment zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, qua timing op te splitsen in twee fasen:
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn neemt akte van de analysenota van de adjunct algemeen directeur over de personeelsbehoefte van de algemene sociale dienst.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn neemt akte van de nieuwe configuratie van het Lokaal Opvanginitiatief (LOI) en de lijst met woningen/appartementen die hiervoor aan Fedasil zijn opgegeven.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn neemt akte van de financiële simulatie voor het LOI met 20 plaatsen en keurt de daarin begrepen personeelsbezetting voor het LOI vanaf 1 januari 2019 goed bestaande uit 3 x 0,25 VTE maatschappelijk werker en 1 x 0,25 VTE logistiek medewerker. Concreet betreft het volgende medewerkers:
- Elke Van Onderbergen (0,25 VTE)
- Nikki Van Hal (0,25 VTE)
- Milan Docx (0,25 VTE)
- Timmy Voorspoels (0,25 VTE logisitiek medewerker)
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord om de huidige aan het LOI verbonden maatschappelijk assistenten voltijds in dienst te houden en de logistiek medewerker halftijds in dienst te behouden, gelet op de verhoogde werkdruk binnen de algemene sociale dienst, zoals uiteengezet in bijgevoegde analysenota. De vrijgekomen arbeidstijd zullen zij aanwenden binnen de algemene sociale dienst, op basis van de noden.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord om in het kader van de opstart van het samenwerkingsverband ZORA inzake arbeidstrajectbegeleiding en activering via Mortsel een halftijds (0,5 VTE) maatschappelijk assistent op B-niveau vacant te verklaren voor de functie van arbeidstrajectbegeleider.
De vacantverklaring van deze halftijdse arbeidstrajectbegeleider blokkeert evenwel de effectieve invulling van de binnen het OCMW-personeelskader voorziene halftijdse functie op C-niveau voor sociale activatie. De eventuele invulling van deze laatste functie zal begin 2019 in een tweede fase besproken worden in het kader van het nieuwe organogram en personeelsbehoefteplan van gemeente én OCMW Edegem.
Adjunct-algemeen directeur Filip Schramme stipt aan dat binnen dit samenwerkingsverband de afspraak is gemaakt om de nieuwe arbeidstrajectbegeleiders via Mortsel zelf te laten aanwerven, met een doorrekening van de personeelskost aan het thuisbestuur.
Voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris verduidelijkt kort dat het in het besluit opgenomen overzicht van de gemaakte kosten en de hierop berekende verdeelsleutel zal moeten herberekend worden, aangezien Lint afgelopen week heeft bekend gemaakt dat zij alsnog niet zullen instappen in het samenwerkingsverband.
Adjunct-algemeen directeur Filip Schramme vult aan dat er tevens na de opstart zal gezocht worden naar een juistere verdeling van deze overheadkost, bijvoorbeeld op basis van de kostprijs van de effectieve trajecten die per gemeente worden opgestart. Daarnaast is het tevens op korte termijn de doelstelling om de werking inzake wijkwerken ook in dit samenwerkingsverband in te bedden.
Raadslid Rosette Van Gelder merkt op dat naar haar gevoel het aantal inwoners een weinig correcte maatstaf is.
Wat haar betreft is het vooral het aantal leefloners dat impact heeft.
Raadslid Goedele Vandewalle begrijpt dit, maar stipt aan dat dit laatste natuurlijk wel een erg wisselend aantal kan zijn.
Voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris bevestigt dit, maar het is natuurlijk wel mogelijk om dit per jaar af te rekenen en hiervoor de cijfers per jaar voor te gebruiken.
Adjunct-algemeen directeur Filip Schramme vult tot slot nog aan dat er een gulden middenweg werd gezocht om zowel de locale aanwezigheid te garanderen, maar ook de centrale samenwerking te garanderen.
In bijlage vindt u een ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken OCMW's. Hierin worden volgende inhoudelijke keuzes gemaakt:
Het is altijd de bedoeling geweest om de werking van een centrale dienst arbeidstrajectbegeleiding&activering in te passen in de interlokale vereniging Zora Wijk-werken mits hiervoor de nodige aanpassingen aan de overeenkomst met statutaire draagkracht voor de interlokale vereniging Zora Wijk-werken aan te brengen Aangezien er voor de verkiezingen geen gemeenteraden meer zijn en de overeenkomst met statutaire draagkracht dan ook niet meer tijdig kan goedgekeurd worden, willen we eerst starten met een samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW’s (artikel 61 OCMW wet).
Voor huidige samenwerkingsovereenkomst inzake arbeidstrajectbegeleiding en activering heeft het lokaal bestuur Lint evenwel recent meegedeeld niet te zullen instappen in het samenwerkingsverband, maar dit zelfstandig binnen de eigen OCMW-werking te zullen opnemen. Eventuele gevolgen van deze beslissing voor de integratie van de samenwerking rond wijk-werken en A&A dienen nog bekeken te worden.
opstart van de dienst vanaf 1 november 2018, van zodra alle OCMW-raden de samenwerkingsovereenkomst hebben goedgekeurd.
Van zodra er bij een cliënt een kans bestaat dat hij kan doorstromen naar het normaal economisch circuit, geeft de algemeen maatschappelijk werker van het lokale OCMW hem in handen van de centrale dienst. Anders is er sprake van sociale activering en dat blijft een opdracht van het lokale OCMW.
Een vaste hoeveelheid tijd zal in de agenda van de arbeidstrajectbegeleiders geblokkeerd worden voor centrale aanwezigheid (voor teamoverleg, informatie-overdracht, cliëntenbespreking) en voor lokale aanwezigheid (cliëntenoverleg met algemeen maatschappelijk werker). Voor het overige zal hun fysieke aanwezigheid afhangen van de eisen van een kwalitatieve arbeidstrajectbegeleiding. M.a.w. als het voor de cliënt beter is om hem in het lokale OCMW te ontvangen en te begeleiden zal dat ook daar gebeuren. Daarnaast zal elke arbeidstrajectbegeleider ook veel aanwezig zijn op de werkplekken waar zijn cliënten aan de slag zijn.
Ieder bestuur bepaalt het aantal trajecten die ingebracht worden op het centraal niveau en het aantal VTE dat nodig is om dit te realiseren. Aangezien een aantal cliënten nog niet klaar is voor TWE, blijft er dus ook een aantal VTE in de algemene sociale dienst.
Voor OCMW Edegem komt dit neer op het volgende:
|
Aantal cliënten LL + EQ LL |
147 LL + 19 EQ LL |
|
Aantal GPMI’s die recht geven op Verhoogde Staatstoelage van het leefloon |
75 |
|
Aantal cliënten in TWE |
2+9+4 |
|
Aantal VTE arbeidstrajectbegeleider |
0,5 |
De groep van cliënten die nog niet klaar zijn voor een TWE-traject zal groot zijn. Een aantal onder hen zal de doorstroming kunnen maken, al dan niet na een lange tijd, maar er zullen ook cliënten zijn waarvoor sociale activering het hoogst haalbare is. Voor deze groep ook activatiemogelijkheden creëren is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een absolute must. Daar moet dus voldoende mankracht op gezet worden. Ons tewerkstellingsproject 5Beaufort met werkleider werkt al vanaf het begin met de zwakste groep van cliënten. Dat kon tot 2017 met een artikel 60 contract, maar nu niet meer. De filosofie kan dus dezelfde blijven (de zwaksten zo veel mogelijk versterken) maar voortaan zal het via een GPMI-contract gaan en niet meer via een arbeidsovereenkomst. Het belangrijk psychologisch verschil is dat de cliënt geen extra loon meer zal krijgen maar als vrijwilliger zal ingeschakeld worden. Door het GPMI-contract riskeert hij geschorst te worden van het leefloon als hij zich niet houdt aan de afspraken. Het zal er dus op aankomen om voldoende activeringsmogelijkheden te creëren waartussen de cliënten zullen kunnen/moeten kiezen. Daarnaast zal de maatschappelijk werker zijn cliënt dus moeten motiveren om voldoende te werken aan zijn ontwikkeling en effectief deel te nemen. Door het wegvallen van het extra loon als motivator zal dit motiveren op een andere manier moeten gebeuren. Ook dat zal een verhogend effect hebben op de tijdsinvestering per cliënt.
Gaandeweg zal een objectivering gemaakt worden van het aantal benodigde VTE's voor x aantal trajecten. Naast het werk dat naar trajecten zal gaan, zal er ook (bijkomend) werk zijn in verband met een nieuwe werkgeversbenadering en het uitwerken van het voortraject. Hoeveel het aantal VTE precies zal zijn dat nodig is op het centrale niveau, hangt ook af van de schaalvoordelen die de regionale dienst met zich zal brengen. Hierop zal pas na verloop van tijd een concreet zicht zijn.
De bestaande medewerkers die voor de regionale dienst worden ingezet, blijven op de payroll van hun huidig bestuur en worden ter beschikking gesteld. De aanwervingen van nieuw/extra personeel gebeuren door Mortsel en worden door gefactureerd. Om een mix van ter beschikking gestelde en eigen medewerkers werkbaar te houden, zijn goede afspraken tussen het lokaal en centraal niveau over de terbeschikking gestelde medewerkers nodig. Hierbij moet als leidend principe gehanteerd worden dat zo veel mogelijk van het werkgeversgezag bij het centrale niveau komt.
De coördinator Activering en Tewerkstelling van lokaal bestuur Mortsel doet de dagelijkse aansturing. Zo veel mogelijk van het werkgeversgezag wordt bij hem geplaatst om de eenheid van aansturing van zowel eigen als ter beschikking gestelde medewerkers te maximaliseren.
De overheadkosten worden gedragen door Mortsel en eens per jaar doorgerekend aan de participerende OCMW’s vóór 31/3 van het jaar volgend op het jaar waarop de kosten betrekking hebben volgens de hieronder staande verdeelsleutel.
De verdeelsleutel is samengesteld als het product van volgende elementen:
Deze informatie is gemakkelijk online te vinden en wordt correct gemeten door een overheidsinstantie. Mortsel kan deze info van het internet plukken en de berekening doen zonder dat zij de andere gemeenten moet belasten met een vraag tot info.
De overheadkosten bedragen voor 2019:
|
coördinator 0,5 VTE |
32 500 EUR |
|
elektrische fiets (3 fietsen aan 3 000 euro per stuk, over 5 jaar afgeschreven) |
1 800 EUR |
|
kosten huisvesting (lokaal, drank, kopie, VPN, badges, …) |
7 200 EUR |
|
TOTAAL DOOR TE REKENEN AAN PARTICIPERENDE OCMW’S |
41 500 EUR |
Voor het werkjaar 2017 zou dit volgende indicatieve verdeelsleutel tot gevolg hebben (met Lint nog inbegrepen en dient nog herberekend te worden zonder de gemeente Lint):
|
Gemeente |
RMI/1 000 inw periode 12/2017 |
Aantal inwoners per 1/1/2018 |
Sleutel -absolute cijfers |
Sleutel - percentage |
bedrag |
|
Hove |
2,58% |
8 115 |
209,37 |
3,08% |
1 279 |
|
Kontich |
4,77% |
21 064 |
1 004,75 |
14,79% |
6 137 |
|
Lint |
4,10% |
8 776 |
359,82 |
5,30% |
2 198 |
|
Boechout |
5,11% |
13 114 |
670,13 |
9,86% |
4 093 |
|
Borsbeek |
7,84% |
10 677 |
837,08 |
12,32% |
5 113 |
|
Edegem |
6,64% |
21 936 |
1 456,55 |
21,44% |
8 896 |
|
Wommelgem |
1,64% |
12 880 |
211,23 |
3,11% |
1 290 |
|
Mortsel |
7,93% |
25 798 |
2 045,78 |
30,11% |
12 495 |
|
|
|
|
6 794,70 |
100% |
41 500 |
Artikel 61 OCMW-wet van 14 juli 1976:
Het centrum kan een beroep doen op de medewerking van personen, van inrichtingen of diensten, die, opgericht hetzij door openbare besturen, hetzij op privé-initiatief, in staat zijn de middelen aan te wenden tot verwezenlijking van de verschillende oplossingen die zich opdringen, met eerbiediging van de vrije keuze van de betrokkene.
Het centrum kan de eventuele kosten van deze samenwerking dragen wanneer deze niet in uitvoering van een andere wet, een reglement, een overeenkomst of een rechterlijke beslissing worden gedekt.
(Met hetzelfde doel kan het centrum overeenkomsten sluiten, hetzij met een ander openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een ander openbaar bestuur of instelling van openbaar nut, hetzij met een privé-persoon of een privé-instelling. In afwijking van de bepalingen van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, kunnen de werknemers verbonden krachtens een arbeidsovereenkomst met de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met toepassing van dit lid, door deze centra ter beschikking worden gesteld aan de partners die met het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een overeenkomst hebben gesloten op basis van onderhavige organieke wet.)
Eind 2017 richtten 8 besturen uit de Zuidoostrand van Antwerpen (Edegem, Boechout, Borsbeek, Mortsel, Kontich, Lint, Wommelgem en Hove) een interlokale vereniging op voor het Wijk-werken (opvolger Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap). Lokaal bestuur Mortsel werd hierbij gekozen als beherende gemeente.Voor Edegem is het belangrijk dat de troeven van de lokale verankering die er bij het PWA systeem waren, niet verdwijnen. Daarom werd aangedrongen op voldoende lokale aanwezigheid van de Wijk-werkbemiddelaars, de opvolgers van de PWA-beambten.
Wijk-werken is in tegenstelling tot een PWA-tewerkstelling een onderdeel van een traject dat binnen een berperkte tijd moet resulteren in een tewerkstelling in het normaal economisch circuit. Dat wil zeggen dat het vooral bedoeld is als middel om tot competentieversterking van de betrokken persoon te komen wat een positief effect moet hebben op zijn doorstromingskansen. De doelgroep wordt uitgebreid naar leefloontrekkers. Dus ook het OCMW kan cliënten toeleiden naar het Wijk-werken.
Daarnaast zette de Vlaamse regering ook in op een nieuw stelsel van Tijdelijke Werkervaring (TWE). Art 60§7 wordt hierin geïntegreerd. De nieuwe maatregel ging van start op 1 januari 2017.Tijdelijke Werkervaring richt zich naar werkzoekenden en leefloongerechtigden die niet onmiddellijk aan de slag kunnen in het normaal economisch circuit. Het traject heeft als doelstelling de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt te verkleinen met als uiteindelijk opzet de betrokkene na zijn TWE te laten doorstromen naar het normaal economisch circuit (afgekort NEC).
De invoering van de tijdelijke werkervaring (TWE) heeft voor een grote impact gezorgd. Bij de meeste OCMW’s lag het accent bij arbeidstrajectbegeleiding vooral op opstarten van een tewerkstelling in het kader van artikel 60 van de OCMW-wet en het afsluiten daarvan met een zogenaamde warme overdracht van de cliënt aan de VDAB. Naast het aanleren van arbeidsattitudes was de belangrijkste doelstelling van een artikel 60 tewerkstelling dat de persoon in kwestie terug in aanmerking kwam voor werkloosheidsvergoeding. Door voldoende dagen te presteren bouwde hij zelf rechten daarvoor op.
In het kader van TWE wordt van de OCMW’s nu ook verwacht dat de cliënten na hun tewerkstelling artikel 60 actief worden ondersteund en begeleid bij de overgang naar het NEC.
Daarenboven stelt de regelgeving dat alleen mensen met reële kans op doorstroming naar het NEC tewerkgesteld kunnen worden in het kader van TWE. Dit impliceert dat er heel wat kwetsbare cliënten resten die (nog) niet in aanmerking komen voor art. 60-tewerkstelling. Daar zal het OCMW alternatieven voor moeten aanbieden/uitwerken om te vermijden dat deze cliënten uit de boot vallen. Opleiding in taal, attitudevorming, joboriëntatie en eventuele concreet gerichte opleidingen dienen allemaal te worden opgenomen tijdens het traject van het leefloon, gekaderd in het GPMI. Om de sociale diensten toe te laten dit meerwerk aan te kunnen, voerde de federale regering een subsidie in voor extra tewerkstelling a rato van 10% van het leefloon per afgelosten GPMI.
Bij het bovenstaande fungeerde de participatieladder als onderliggende visie:
Met de grondig gewijzigde regelgevingen rond GPMI (gepersonaliseerd project voor maatschappelijke integratie), Wijk-werken en Tijdelijke Werkervaring en de grote impact daarvan op de sociale diensten van de OCMW’s, is er eensgezindheid bij de algemene sociale diensten en het management van de betrokken besturen dat het noodzakelijk is om de krachten te bundelen om voldoende slagkracht te blijven hebben en om met voldoende impact aan activering en arbeidstrajectbegeleiding te doen (zie bijgevoegde nota met beleidsvisie).
Dit laatste is cruciaal omdat de creatie van bijkomende sociale tewerkstellingsplaatsen in ons eigen bestuur een prioritaire beleidsdoelstelling tijdens de meerjarenplanning 2014-2019 is.
Door ook de begeleiding in het kader van TWE intergemeentelijk te organiseren, wordt het ook gemakkelijker om dit te integreren met de intergemeentelijke samenwerking rond Wijk-werken.
De raad keurt het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met de OCMW's van Boechout, Borsbeek, Hove, Kontich, Mortsel en Wommelgem, tot oprichting van een regionale dienst voor arbeidstrajectbegeleiding en activering goed.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord om in het kader van de opstart van het samenwerkingsverband ZORA inzake arbeidstrajectbegeleiding en activering via Mortsel een halftijds (0,5 VTE) maatschappelijk assistent op B-niveau vacant te verklaren voor de functie van arbeidstrajectbegeleider.