In bijlage vindt u een ontwerp van samenwerkingsovereenkomst tussen de betrokken OCMW's. Hierin worden volgende inhoudelijke keuzes gemaakt:
Het is altijd de bedoeling geweest om de werking van een centrale dienst arbeidstrajectbegeleiding&activering in te passen in de interlokale vereniging Zora Wijk-werken mits hiervoor de nodige aanpassingen aan de overeenkomst met statutaire draagkracht voor de interlokale vereniging Zora Wijk-werken aan te brengen Aangezien er voor de verkiezingen geen gemeenteraden meer zijn en de overeenkomst met statutaire draagkracht dan ook niet meer tijdig kan goedgekeurd worden, willen we eerst starten met een samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW’s (artikel 61 OCMW wet).
Voor huidige samenwerkingsovereenkomst inzake arbeidstrajectbegeleiding en activering heeft het lokaal bestuur Lint evenwel recent meegedeeld niet te zullen instappen in het samenwerkingsverband, maar dit zelfstandig binnen de eigen OCMW-werking te zullen opnemen. Eventuele gevolgen van deze beslissing voor de integratie van de samenwerking rond wijk-werken en A&A dienen nog bekeken te worden.
opstart van de dienst vanaf 1 november 2018, van zodra alle OCMW-raden de samenwerkingsovereenkomst hebben goedgekeurd.
Van zodra er bij een cliënt een kans bestaat dat hij kan doorstromen naar het normaal economisch circuit, geeft de algemeen maatschappelijk werker van het lokale OCMW hem in handen van de centrale dienst. Anders is er sprake van sociale activering en dat blijft een opdracht van het lokale OCMW.
Een vaste hoeveelheid tijd zal in de agenda van de arbeidstrajectbegeleiders geblokkeerd worden voor centrale aanwezigheid (voor teamoverleg, informatie-overdracht, cliëntenbespreking) en voor lokale aanwezigheid (cliëntenoverleg met algemeen maatschappelijk werker). Voor het overige zal hun fysieke aanwezigheid afhangen van de eisen van een kwalitatieve arbeidstrajectbegeleiding. M.a.w. als het voor de cliënt beter is om hem in het lokale OCMW te ontvangen en te begeleiden zal dat ook daar gebeuren. Daarnaast zal elke arbeidstrajectbegeleider ook veel aanwezig zijn op de werkplekken waar zijn cliënten aan de slag zijn.
Ieder bestuur bepaalt het aantal trajecten die ingebracht worden op het centraal niveau en het aantal VTE dat nodig is om dit te realiseren. Aangezien een aantal cliënten nog niet klaar is voor TWE, blijft er dus ook een aantal VTE in de algemene sociale dienst.
Voor OCMW Edegem komt dit neer op het volgende:
|
Aantal cliënten LL + EQ LL |
147 LL + 19 EQ LL |
|
Aantal GPMI’s die recht geven op Verhoogde Staatstoelage van het leefloon |
75 |
|
Aantal cliënten in TWE |
2+9+4 |
|
Aantal VTE arbeidstrajectbegeleider |
0,5 |
De groep van cliënten die nog niet klaar zijn voor een TWE-traject zal groot zijn. Een aantal onder hen zal de doorstroming kunnen maken, al dan niet na een lange tijd, maar er zullen ook cliënten zijn waarvoor sociale activering het hoogst haalbare is. Voor deze groep ook activatiemogelijkheden creëren is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een absolute must. Daar moet dus voldoende mankracht op gezet worden. Ons tewerkstellingsproject 5Beaufort met werkleider werkt al vanaf het begin met de zwakste groep van cliënten. Dat kon tot 2017 met een artikel 60 contract, maar nu niet meer. De filosofie kan dus dezelfde blijven (de zwaksten zo veel mogelijk versterken) maar voortaan zal het via een GPMI-contract gaan en niet meer via een arbeidsovereenkomst. Het belangrijk psychologisch verschil is dat de cliënt geen extra loon meer zal krijgen maar als vrijwilliger zal ingeschakeld worden. Door het GPMI-contract riskeert hij geschorst te worden van het leefloon als hij zich niet houdt aan de afspraken. Het zal er dus op aankomen om voldoende activeringsmogelijkheden te creëren waartussen de cliënten zullen kunnen/moeten kiezen. Daarnaast zal de maatschappelijk werker zijn cliënt dus moeten motiveren om voldoende te werken aan zijn ontwikkeling en effectief deel te nemen. Door het wegvallen van het extra loon als motivator zal dit motiveren op een andere manier moeten gebeuren. Ook dat zal een verhogend effect hebben op de tijdsinvestering per cliënt.
Gaandeweg zal een objectivering gemaakt worden van het aantal benodigde VTE's voor x aantal trajecten. Naast het werk dat naar trajecten zal gaan, zal er ook (bijkomend) werk zijn in verband met een nieuwe werkgeversbenadering en het uitwerken van het voortraject. Hoeveel het aantal VTE precies zal zijn dat nodig is op het centrale niveau, hangt ook af van de schaalvoordelen die de regionale dienst met zich zal brengen. Hierop zal pas na verloop van tijd een concreet zicht zijn.
De bestaande medewerkers die voor de regionale dienst worden ingezet, blijven op de payroll van hun huidig bestuur en worden ter beschikking gesteld. De aanwervingen van nieuw/extra personeel gebeuren door Mortsel en worden door gefactureerd. Om een mix van ter beschikking gestelde en eigen medewerkers werkbaar te houden, zijn goede afspraken tussen het lokaal en centraal niveau over de terbeschikking gestelde medewerkers nodig. Hierbij moet als leidend principe gehanteerd worden dat zo veel mogelijk van het werkgeversgezag bij het centrale niveau komt.
De coördinator Activering en Tewerkstelling van lokaal bestuur Mortsel doet de dagelijkse aansturing. Zo veel mogelijk van het werkgeversgezag wordt bij hem geplaatst om de eenheid van aansturing van zowel eigen als ter beschikking gestelde medewerkers te maximaliseren.
De overheadkosten worden gedragen door Mortsel en eens per jaar doorgerekend aan de participerende OCMW’s vóór 31/3 van het jaar volgend op het jaar waarop de kosten betrekking hebben volgens de hieronder staande verdeelsleutel.
De verdeelsleutel is samengesteld als het product van volgende elementen:
Deze informatie is gemakkelijk online te vinden en wordt correct gemeten door een overheidsinstantie. Mortsel kan deze info van het internet plukken en de berekening doen zonder dat zij de andere gemeenten moet belasten met een vraag tot info.
De overheadkosten bedragen voor 2019:
|
coördinator 0,5 VTE |
32 500 EUR |
|
elektrische fiets (3 fietsen aan 3 000 euro per stuk, over 5 jaar afgeschreven) |
1 800 EUR |
|
kosten huisvesting (lokaal, drank, kopie, VPN, badges, …) |
7 200 EUR |
|
TOTAAL DOOR TE REKENEN AAN PARTICIPERENDE OCMW’S |
41 500 EUR |
Voor het werkjaar 2017 zou dit volgende indicatieve verdeelsleutel tot gevolg hebben (met Lint nog inbegrepen en dient nog herberekend te worden zonder de gemeente Lint):
|
Gemeente |
RMI/1 000 inw periode 12/2017 |
Aantal inwoners per 1/1/2018 |
Sleutel -absolute cijfers |
Sleutel - percentage |
bedrag |
|
Hove |
2,58% |
8 115 |
209,37 |
3,08% |
1 279 |
|
Kontich |
4,77% |
21 064 |
1 004,75 |
14,79% |
6 137 |
|
Lint |
4,10% |
8 776 |
359,82 |
5,30% |
2 198 |
|
Boechout |
5,11% |
13 114 |
670,13 |
9,86% |
4 093 |
|
Borsbeek |
7,84% |
10 677 |
837,08 |
12,32% |
5 113 |
|
Edegem |
6,64% |
21 936 |
1 456,55 |
21,44% |
8 896 |
|
Wommelgem |
1,64% |
12 880 |
211,23 |
3,11% |
1 290 |
|
Mortsel |
7,93% |
25 798 |
2 045,78 |
30,11% |
12 495 |
|
|
|
|
6 794,70 |
100% |
41 500 |
Artikel 61 OCMW-wet van 14 juli 1976:
Het centrum kan een beroep doen op de medewerking van personen, van inrichtingen of diensten, die, opgericht hetzij door openbare besturen, hetzij op privé-initiatief, in staat zijn de middelen aan te wenden tot verwezenlijking van de verschillende oplossingen die zich opdringen, met eerbiediging van de vrije keuze van de betrokkene.
Het centrum kan de eventuele kosten van deze samenwerking dragen wanneer deze niet in uitvoering van een andere wet, een reglement, een overeenkomst of een rechterlijke beslissing worden gedekt.
(Met hetzelfde doel kan het centrum overeenkomsten sluiten, hetzij met een ander openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een ander openbaar bestuur of instelling van openbaar nut, hetzij met een privé-persoon of een privé-instelling. In afwijking van de bepalingen van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, kunnen de werknemers verbonden krachtens een arbeidsovereenkomst met de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met toepassing van dit lid, door deze centra ter beschikking worden gesteld aan de partners die met het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn een overeenkomst hebben gesloten op basis van onderhavige organieke wet.)
Eind 2017 richtten 8 besturen uit de Zuidoostrand van Antwerpen (Edegem, Boechout, Borsbeek, Mortsel, Kontich, Lint, Wommelgem en Hove) een interlokale vereniging op voor het Wijk-werken (opvolger Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap). Lokaal bestuur Mortsel werd hierbij gekozen als beherende gemeente.Voor Edegem is het belangrijk dat de troeven van de lokale verankering die er bij het PWA systeem waren, niet verdwijnen. Daarom werd aangedrongen op voldoende lokale aanwezigheid van de Wijk-werkbemiddelaars, de opvolgers van de PWA-beambten.
Wijk-werken is in tegenstelling tot een PWA-tewerkstelling een onderdeel van een traject dat binnen een berperkte tijd moet resulteren in een tewerkstelling in het normaal economisch circuit. Dat wil zeggen dat het vooral bedoeld is als middel om tot competentieversterking van de betrokken persoon te komen wat een positief effect moet hebben op zijn doorstromingskansen. De doelgroep wordt uitgebreid naar leefloontrekkers. Dus ook het OCMW kan cliënten toeleiden naar het Wijk-werken.
Daarnaast zette de Vlaamse regering ook in op een nieuw stelsel van Tijdelijke Werkervaring (TWE). Art 60§7 wordt hierin geïntegreerd. De nieuwe maatregel ging van start op 1 januari 2017.Tijdelijke Werkervaring richt zich naar werkzoekenden en leefloongerechtigden die niet onmiddellijk aan de slag kunnen in het normaal economisch circuit. Het traject heeft als doelstelling de afstand tot de reguliere arbeidsmarkt te verkleinen met als uiteindelijk opzet de betrokkene na zijn TWE te laten doorstromen naar het normaal economisch circuit (afgekort NEC).
De invoering van de tijdelijke werkervaring (TWE) heeft voor een grote impact gezorgd. Bij de meeste OCMW’s lag het accent bij arbeidstrajectbegeleiding vooral op opstarten van een tewerkstelling in het kader van artikel 60 van de OCMW-wet en het afsluiten daarvan met een zogenaamde warme overdracht van de cliënt aan de VDAB. Naast het aanleren van arbeidsattitudes was de belangrijkste doelstelling van een artikel 60 tewerkstelling dat de persoon in kwestie terug in aanmerking kwam voor werkloosheidsvergoeding. Door voldoende dagen te presteren bouwde hij zelf rechten daarvoor op.
In het kader van TWE wordt van de OCMW’s nu ook verwacht dat de cliënten na hun tewerkstelling artikel 60 actief worden ondersteund en begeleid bij de overgang naar het NEC.
Daarenboven stelt de regelgeving dat alleen mensen met reële kans op doorstroming naar het NEC tewerkgesteld kunnen worden in het kader van TWE. Dit impliceert dat er heel wat kwetsbare cliënten resten die (nog) niet in aanmerking komen voor art. 60-tewerkstelling. Daar zal het OCMW alternatieven voor moeten aanbieden/uitwerken om te vermijden dat deze cliënten uit de boot vallen. Opleiding in taal, attitudevorming, joboriëntatie en eventuele concreet gerichte opleidingen dienen allemaal te worden opgenomen tijdens het traject van het leefloon, gekaderd in het GPMI. Om de sociale diensten toe te laten dit meerwerk aan te kunnen, voerde de federale regering een subsidie in voor extra tewerkstelling a rato van 10% van het leefloon per afgelosten GPMI.
Bij het bovenstaande fungeerde de participatieladder als onderliggende visie:
Met de grondig gewijzigde regelgevingen rond GPMI (gepersonaliseerd project voor maatschappelijke integratie), Wijk-werken en Tijdelijke Werkervaring en de grote impact daarvan op de sociale diensten van de OCMW’s, is er eensgezindheid bij de algemene sociale diensten en het management van de betrokken besturen dat het noodzakelijk is om de krachten te bundelen om voldoende slagkracht te blijven hebben en om met voldoende impact aan activering en arbeidstrajectbegeleiding te doen (zie bijgevoegde nota met beleidsvisie).
Dit laatste is cruciaal omdat de creatie van bijkomende sociale tewerkstellingsplaatsen in ons eigen bestuur een prioritaire beleidsdoelstelling tijdens de meerjarenplanning 2014-2019 is.
Door ook de begeleiding in het kader van TWE intergemeentelijk te organiseren, wordt het ook gemakkelijker om dit te integreren met de intergemeentelijke samenwerking rond Wijk-werken.
De raad keurt het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst met de OCMW's van Boechout, Borsbeek, Hove, Kontich, Mortsel en Wommelgem, tot oprichting van een regionale dienst voor arbeidstrajectbegeleiding en activering goed.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat akkoord om in het kader van de opstart van het samenwerkingsverband ZORA inzake arbeidstrajectbegeleiding en activering via Mortsel een halftijds (0,5 VTE) maatschappelijk assistent op B-niveau vacant te verklaren voor de functie van arbeidstrajectbegeleider.