De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurde de oprichting van een OCMW-vereniging (titel VIII, hfsdt 1 OCMW decreet) principieel goed tijdens zijn zitting van 16 mei 2017.
De secretaris stuurde de nieuwe versie van de motiveringsnota, statuten en businessplan voor advies door naar het Agentschap van Binnenlands Bestuur.
In uitvoering van artikel 270, 6° van het OCMW-decreet werd het dossier op 12 juni 2017 voor advies voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur reageerde per mail van 9 juni 2017 nog als volgt:
"We stellen vast dat de meeste opmerkingen zijn opgenomen en aangepast. U vindt hieronder onze aanvullende opmerkingen.
Statuten
De doelomschrijving is concreter en dus duidelijker. We merken dat de formulering uitgezuiverd is door de missie uit de doelomschrijving te halen.
We stellen echter voor de missie in art. 5 te beperken tot de zinnen van de 2de alinea (woonzorgnetwerk Edegem zal de grenzen…) tot en met de zin ‘Dankzij Woonzorgnetwerk … concurrentiële markt’.
Een goede doelomschrijving vermeldt eerst de opdracht(en) die van het OCMW naar de OCMW-vereniging verhuizen en somt dan de diensten en activiteiten op die duidelijk passen binnen deze opdracht.
De overige omschrijving van art. 5 kan vervolgens in een volgend artikel gevat worden onder de titel ‘doelomschrijving’ (woonzorg: thuiszorgdiensten en ouderenzorgvoorziening). Deze kan starten met de huidige eerste zin van art. 5, nl. Woonzorgneterk Edegem wil zelf aanbieder zijn…’ en vervolgens de omschrijving die start vanaf de zesde alinea: ‘Hiertoe zal Woonzorgnetwerk Edegem één of meer inrichtingen kunnen oprichten, beheren en exploiteren, de oprichting van gelijkaardige diensten in de hand kunnen werken, de organisatie en de samenwerking er van kunnen bevorderen.’
Het vervolg van de zin zijnde … en, in het algemeen, alle initiatieven kunnen nemen of steunen die ouderen en zorgbehoevenden ten goede komen’, dient geschrapt te worden of minstens aangevuld te worden met de bepaling ‘die binnen de doelomschrijving inpasbaar zijn’. Zo wordt duidelijk aangegeven wat de opdracht is van de vereniging.
De bepaling van art. 60§6 van de organieke wet mbt. de oprichting van nieuwe diensten is toegevoegd. De vereniging kan handelingen stellen die betrekking hebben op haar doel, de woorden ‘rechtstreeks of rechtstreeks’ scheppen onduidelijkheid en dienen geschrapt te worden.
Vervolgens wordt in een volgend artikel de ‘activiteiten’ van het Woonzorgcentrum opgesomd, zoals nu in het huidige art. 6 is beschreven.
Ter informatie geven we bij art. 11§6 mee dat elke wijziging van de statuten naast de goedkeuring van de raad van het OCMW van Edegem en de goedkeuring van Woonzorgnetwerk Edegem, ook de goedkeuring van de Vlaamse Regering vereist zoals bepaald in art. 220 van het OCMW-decreet.
In art. 15 is de vaststelling van de beleidsrapporten als bevoegdheid van de algemene vergadering geschrapt, maar in art. 14, §1 worden die wel opgenomen. Het is aangewezen op te nemen dat de algemene vergadering in principe halfjaarlijkse vergadert zonder te specificeren waarover. Zo vervalt ook de semantische bedenking over “goedkeuren”/”vaststellen” die er gebruikt wordt.
Aanvullend geven we volgende informatie mee bij art.15, laatste alinea: Artikel 68, §2, van het OCMW-decreet maakt het mogelijk dat het OCMW bepaalt welke specifieke kosten die verband houden met de uitoefening van het mandaat van voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn voor terugbetaling in aanmerking komen. Hetzelfde geldt voor de raadsleden die deel uitmaken van de raad voor matschappelijk welzijn. Dit is op een gelijkaardige manier geregeld in het artikel 27, §3, van het OCMW-decreet.
De Vlaamse Regering kreeg in die artikelen ook de bevoegdheid om de nadere regels voor de terugbetaling te bepalen. Dit is gebeurd in het artikel 34 en 35 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de bezoldigingsregeling van de lokale en provinciale mandataris. Daarin wordt onder ander bepaald dat terugbetaling van kosten slechts mogelijk is indien voldaan wordt aan drie cumulatieve voorwaarden:
- De kosten houden verband met de uitoefening van het mandaat.
- De kosten zijn noodzakelijk.
- De kosten zijn bewezen.
Verplaatsingskosten of andere kosten die gemaakt worden in het kader van een mandaat of een opdracht bij de OCMW-vereniging houden geen rechtstreeks verband met de uitoefening van het mandaat als voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en kunnen dus niet worden terugbetaald door het OCMW zelf.
Wat de onkostenvergoedingen betreft voor OCMW-verenigingen geldt dat het huishoudelijk reglement of de statuten van de OCMW-verenging moeten bepalen welke onkosten kunnen worden terugbetaald, onder welke voorwaarden en aan wie. Ook hier zou men er steeds moeten van uit gaan dat de kosten verband moeten houden met de uitoefening van het mandaat, ze noodzakelijk moeten zijn voor de uitoefening van het mandaat en ze bewezen moeten worden. Die kosten kunnen niet verhaald worden bij de aangesloten OCMW’s. Een onkostenvergoeding kan in geen geval een verdoken vorm van een aanvullende vergoeding, wedde of presentiegeld zijn.
Art. 18, tweede lid: de voorzitter van de raad van beheer is een schepen die door en uit de raad voor maatschappelijk welzijn wordt verkozen. Aangezien artikel 20, 3° OCMW-decreet een onverenigbaarheid instelt tussen ambt van schepen en dat van lid van de RMW, kan dit enkel de OCMW-voorzitter zijn. Op de voorbespreking is gesteld dat deze formulering een bewuste keuze is met het oog op een mogelijke toekomstige integratie van het OCMW met de gemeente.
Vanuit democratisch oogpunt dient er echter op gewezen te worden dat het aan het bevoegde orgaan van de vereniging als zelfstandig rechtspersoon is, om onder haar leden een voorzitter aan te duiden. Dit kan de voorzitter van het OCMW zijn op voorwaarde dat deze conform art. 60§6 van het OCMW-decreet uit de raadsleden verkozen is als beheerder voor de vereniging.
Bij art. 19 wordt ter aanvulling mee gegeven dat ook agendapunten m.b.t. uitbreiding en afschaffing van bestaande diensten, overeenkomstig art. 60§6 worden behandeld.
In art. 25 wordt, m.b.t. het meerjarenplan en budget, het woord ‘goedgekeurd’ beter vervangen door ‘vastgesteld’.
Bij art. 28 is het aangewezen te voorzien wat er met het personeel gebeurt ingeval de vereniging ontbonden wordt.
Motiveringsnota
Ook in de motiveringsnota dient opgemerkt te worden dat de doelomschrijving gesloten en concreet moet zijn.
De formulering in onderstaand punt 22. is niet in overeenstemming met de doelomschrijving in de statuten. De ruime formulering dient vervangen te worden door een beperking zoals onderaan toegevoegd.
22. Ingevolge de brede waaier van opdrachten en activiteiten die aan de Hoofdstuk I – vereniging kunnen worden toevertrouwd, zonder dat deze te algemeen mogen worden omschreven, maakt deze vorm van vereniging het tevens mogelijk om naast de voormelde bestaande activiteiten/voorzieningen tevens de (eventuele) uitbreiding ervan of een nieuwe dienst, in te brengen.
Zo kunnen binnen de vereniging nog
de volgende ondersteunende diensten kunnen worden voorzien:
- Personeelsdienst;
- Financiële dienst;
- Deskundige ondersteuning (inclusief maatschappelijke assistenten);
-ICT;
In zoverre deze diensten bijdragen aan het doel omschreven in art. (6?) van de statuten en noodzakelijk zijn voor de werking van de vereniging.
Het kan geenszins de bedoeling zijn bovenstaande diensten die instaan voor de werking van het OCMW volledig over te dragen naar de vereniging, noch deze diensten op te richten indien deze niet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht die door het OCMW aan de vereniging is toevertrouwd.
Wij adviseren u om met deze opmerkingen rekening te houden bij de opmaak van uw oprichtingsdossier."
Het College van Burgemeester en Schepenen van 12 juni 2017 gaf een positief advies m.b.t. de oprichting van een OCMW-vereniging waarin de huidige thuiszorgdiensten (en dus ook het LDC Den Appel) en het WZC Immaculata worden ondergebracht.
Er werd binnen het Bijzonder Onderhandelingscomité sociaal overleg gepleegd over de verzelfstandiging op 17 mei 2017 en op 20 juni 2017. Dit resulteerde in twee protocollen van akkoord (zie adviezen in bijlage).
Artikel 221 OCMW-decreet:
Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan, om een van de opdrachten uit te voeren die aan de centra voor maatschappelijk welzijn zijn toevertrouwd en voor leidinggevende, staf-, expert- en managementfuncties, een vereniging oprichten ofwel met als enig lid het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zelf, ofwel met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met andere openbare besturen en/of met rechtspersonen andere dan die welke winstoogmerk hebben. In de gevallen waarin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn geheel of gedeeltelijk een erkenning, vergunning of subsidiëring kan verkrijgen, worden de verenigingen, vermeld in dit hoofdstuk, voor het verkrijgen van die erkenning, vergunning of subsidiëring gelijkgesteld met een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Als een vereniging wordt opgericht met het oog op het exploiteren van een ziekenhuis of van een gedeelte van een ziekenhuis, draagt die, in afwijking van artikel 223, naast de benaming de vermelding " autonome verzorgingsinstelling " of de initialen " A.V. ".
Artikel 270 OCMW-decreet:
§ 1. Over de volgende aangelegenheden kan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn alleen beslissen als ze vooraf voor advies zijn voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen :
...
6° het oprichten van, het toetreden tot, het uittreden uit of het ontbinden van de verenigingen of vennootschappen overeenkomstig titel VIII;
...
Het college van burgemeester en schepenen brengt het advies, vermeld in het eerste lid, uit binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de ontwerpbeslissing. Bij gebrek aan kennisgeving van het advies aan het openbaar centrum binnen de voorgeschreven termijn kan aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan.
§ 2. Het advies van het college van burgemeester en schepenen wordt bij de beslissing gevoegd als die naar de toezichthoudende overheid wordt gestuurd. Als ingevolge § 1, tweede lid, aan het adviesvereiste is voorbijgegaan, wordt dat in het overwegend gedeelte van de beslissing vermeld.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt definitief de oprichting goed van een OCMW-vereniging (titel 8, hoofdstuk 1 van het OCMW decreet) waarin de dienstverlening rond ouderenzorg (thuiszorgdiensten, lokaal dienstencentrum "Den Appel', WZC Immaculata) wordt ingebracht.
Deze externe verzelfstandiging in een OCMW-vereniging (titel 8, hoofdstuk 1 van het OCMW decreet) vindt plaats omdat deze organisatievorm het best geschikt is om een bedrijfscultuur aan te houden die ons in staat stelt om zo kwalitatief mogelijk te (blijven) functioneren en de concurrentie in de sector ook op langere termijn aan te gaan. Concreet gaat het hierbij om cruciale zaken zoals flexibiliteit van werking, verdergaande specialisatie en professionalisering aangepast aan de noden van de ouderenzorg. Tevens laat het toe om de publieke zorg en diens troeven op lange termijn veilig te stellen. Door thuiszorg, lokaal dienstencentrum en woonzorgcentrum samen te houden in één structuur blijven we het best in staat om naadloze zorg en zorg op maat aan te bieden. Deze verzelfstandiging in een externe afzonderlijke structuur verhoogt ook de samenwerkingsmogelijkheden met anderen.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn stuurt het dossier ter goedkeuring door naar de gemeenteraad dat conform artikel 220, tweede zin van het OCMW-decreet binnen een termijn van veertig dagen na het inkomen van het verzoek tot goedkeuring zijn besluit tot goedkeuring of niet-goedkeuring aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn verzendt.