De Raad voor Maatschappelijk Welzijn dd. 16 december 2015 besliste in toepassing van artikel 183 §5 van het OCMW-decreet dat het hoofd van de algemene sociale dienst en de maatschappelijk assistenten van de algemene sociale dienst met ingang van 17 december 2015 een gelimiteerd aantal stukken zelf en alleen konden ondertekenen.
Het opstellen van een gpmi wordt door de wet van 21 juli 2016 houdende de wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie verplicht voor alle cliënten sociale dienst.
De uitbreiding van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI) maakt deel uit van het Regeerakkoord, waarbij deze hervorming een verruiming beoogt van het bestaande begeleidingsinstrument waar het GPMI voor staat. Een GPMI is immers tegelijkertijd een begeleidings- en opvolgingsinstrument ‘op maat’ en het idee van contractualisering van de hulpverlening via het GPMI sluit aan bij de methodiek van de taakgerichte hulpverlening in maatschappelijk werk. Middels het GPMI kan de betrokkene actief begeleid worden naar zelfstandigheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke integratie en indien mogelijk ook in de richting van een inschakeling in het arbeidsproces. Het is dus belangrijk om te investeren in een beleid dat toelaat dat de betrokkene zich duurzaam integreert in de maatschappij en de weg naar werk terugvindt.
Het doel van de hervorming is dan ook onmiskenbaar om de maatschappelijke integratie en de professionele inschakeling van begunstigden van een leefloon te ondersteunen, maar ook om hen te responsabiliseren. Dit houdt in dat er voorwaarden worden verbonden aan de toegekende steun, voorwaarden die beide partijen binden, wederzijdse verplichtingen en verbintenissen inhouden en waarbij het doel van de begeleiding erin bestaat om via onderling overleg bepaalde stappen te zetten zodat de OCMW-gerechtigde geleidelijk aan zelfstandiger wordt en volwaardig kan deelnemen aan de samenleving. Bovendien heeft het GPMI een groot ondersteunend en dynamisch karakter. Om die reden wordt het GPMI dan ook voor de personen vanaf 25 jaar verplicht op voorwaarde dat de betrokkene de laatste drie maanden geen recht op maatschappelijke integratie heeft genoten. In de andere gevallen blijft het GPMI facultatief.
Tot nu toe werden die contracten nog door secretaris en voorzitter getekend. Bedoeling is om de maatschappelijk werkers dit te laten ondertekenen om een vlotte administatieve afhandeling van deze gpmi's te bevorderen. De bestaande delegatie van handtekeningbevoegdheid wordt dus uitgebreid met de gpmi’s.
wet van 21 juli 2016 houdende wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist om zijn beslissing dd. 16 december 2015 houdende degelatie van bevoegdheid van handtekenen van welbepaalde akten en stukken aan de maatschappelijk werkers van de algemene sociale dienst, uit te breiden met de geïndividualiseerde projecten tot maatschappelijke integratie met ingang van 1 maart 2017.