Het verslag wordt aangenomen en goedgekeurd.
Het zal aldus in het register der notulen worden overgenomen.
De voorzitter legt uit dat ze er even heeft moeten over nadenken om dit nog te doen. de responsabiliseringsbijdrage is één van de elementen bij de afweging. Deze wordt immers groter als de verhouding van statutairen met pensioen en actieve statutairen verder verslechtert door niet meer statutair te benoemen.
Dhr. Van Herwegen vraagt wat het evenwicht tussen contractuelen en statutairen bepaalt
De financieel beheerder heeft navraag gedaan en daaruit blijkt dat de dit zeer moeilijk te achterhalen is.
De secretaris legt uit dat één van de elementen is de duurtijd dat gepensioneerde statutaire personeelsleden nog leven na hun oppensioenstelling. Zoiets is moeilijk in te schatten. Daarom gaat men daarbij uit van de gemiddelde levensverwachting in België.
Mevr. G. Vandewalle wijst ook op het feit dat een maatschappelijk werker een knelpuntberoep is geworden en dat de statutaire benoeming een troef is in deze 'war for talent'.
De voorzitter herinnert eraan dat de personeelsformatie wel degelijk voorziet in een aantal statutaire plaatsen. Dhr. Van Lint merkt op dat door het inschuiven van medewerkers die tot nu toe een contract van onbepaalde duur hadden, er in de personeelsformatie ook plaatsen vrij komen voor nieuwe contractuele medewerkers.
In het goedgekeurd organogram van de dienst algemene sociale dienst en binnen het LOI van de sociale dienst is er telkens één functie van maatschappelijk werker in vast dienstverband niet ingevuld.
Ondersteuning van individuele medewerkers in hun persoonlijke ontwikkeling en in hun loopbaan, ten dienste van de organisatie, werkt uitgesproken motiverend. Vandaar het voorstel om contractuele personeelsleden de mogelijkheid te bieden om via interne mobiliteit een statutaire functie van dezelfde graad in te vullen.
Hilde Dubin (hoofd algemene sociale dienst) en Filip Schramme (OCMW-secretaris) stellen voor om volgende selectiecriteria bijkomend aan deze van artikel 137 RPR voor het personeel van het Administratief centrum te hanteren:
- recente ervaring hebben binnen de algemene sociale dienst van OCMW Edegem;
- de persoon met de langste recente ervaring binnen de algemene sociale dienst van OCMW Edegem krijgt voorrang.
Artikel 4 van de rechtspositieregeling
De aanstellende overheid verklaart de betrekking open. De aanstellende overheid bepaalt bij de vacantverklaring van de betrekking volgens welke procedure of procedures ze vervuld worden.
Artikel 135 van de rechtspositieregeling
Onder interne personeelsmobiliteit voor de vervulling van een vacature wordt verstaan: de heraanstelling van een personeelslid in een vacante betrekking van de personeelsformatie die in dezelfde graad of in een andere graad van dezelfde rang is ingedeeld.
Artikel 137 van de rechtpositieregeling
De kandidaten moeten ten minste:
Artikel 138 van de rechtspositieregeling
De plenaire raad keurt de openverklaring van 1 functie algemene sociale dienst en van 1 functie LOI (sociale dienst), beiden in statutair dienstverband volle dagtaak, bij wijze van interne mobiliteit goed.
De plenaire raad keurt de volgende selectieprocedure goed:
Een gestructureerd interview, gebaseerd op:
a) de selectiecriteria, zoals vermeld in artikel 137 van de RPR voor het personeel van het Administratief centrum en afgeleid van de functiebeschrijving voor de vacante functie, doch aangevuld met de volgende :
- recente ervaring hebben binnen de algemene sociale dienst van OCMW Edegem;
- de persoon met de langste recente ervaring binnen de algemene sociale dienst van OCMW Edegem krijgt voorrang.
b) een vooraf door de kandidaten ingediend curriculum vitae;
c) de laatste evaluatie van de kandidaat
De plenaire raad beslist om de vacature bekend te maken via een dienstnota.
Overeenkomstig art. 11 RPR AC zal er tussen de bekendmaking van de vacature en de uiterste datum voor de verzending van de kandidaturen, veertien (AC) kalenderdagen zijn.
De selectiecommissie bestaat uit Hilde Dubin (hoofd algemene sociale dienst), Filip Schramme (OCMW-secretaris) en Ann Frans (HR-manager gemeente).
Dhr. L. Van Craeyenst herhaalt zijn vraag om beide tabbladen op 1 blad te plaatsen zodat de lezer een globaal overzicht krijgt. Hij vraagt om ook layoutmatig de nodige aanpassingen te doen zodat het geheel duidelijker en leesbaarder wordt.
Aanstellingsbevoegdheid gedelegeerd aan de secretaris bij besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn dd. 22 januari 2013
De raad moet geïnformeerd worden over de uitoefening door de secretaris van de aan hem gedelegeerde aanstellingsbevoegdheid.
budgethouderschap
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt het verslag inzake rapportering aanstellingsbevoegdheid goed.
De voorzitter legt uit dat aan de gemeenteraad zal gevraagd worden om als gemeentelijke vertegenwoordigers in de interlokale vereniging zij zelf af te vaardigen met als plaatsvervanger mevr. Sien Pillot.
De hervorming van het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) past in de zesde staatshervorming. Vanaf 1 januari 2018 wordt PWA vervangen door het wijk-werken.
Het wijk-werken verschilt op een aantal punten fundamenteel van het gekende PWA:
Doelgroep
Werkzoekenden “met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt” komen in aanmerking voor het wijk-werken. Dat is een ruimere doelgroep dan die van het huidige PWA. De doelgroep wordt toegeleid door VDAB en het OCMW (leefloongerechtigden).
Tewerkstellingstermijn
Mensen kunnen nog maar maximum 12 maanden in het wijk-werken tewerk worden gesteld voor maximum 60 uur/maand. Daarna moeten ze doorstromen naar een volgende stap in hun activeringstraject (stage, tewerkstelling, Tijdelijke Werkervaring, …). Het Wijk-werken wordt dus veel meer een activeringsinstrument, een stap in een traject op maat van de werkzoekende.
Uitzondering wordt gemaakt voor de huidige PWA-medewerkers. Die kunnen nog tot hun pensioen actief blijven in het wijk-werken.
Mogelijke jobs
De jobs die in aanmerking komen voor het wijk-werken zullen in grote mate dezelfde zijn als de taken die binnen het PWA kunnen worden uitgevoerd.
Organisator
Nu heeft elke gemeente een ‘eigen’ PWA op het grondgebied. Bij 'wijk-werken' heeft de gemeente (lokaal bestuur) een belangrijke regierol, niet in het minst op het vlak van de organisatie van wijk-werken op het eigen grondgebied. Het wijk-werken moet in de toekomst worden georganiseerd voor een regio van minstens 60.000 inwoners. Dat wil zeggen dat gemeenten met minder dan 60.000 inwoners sowieso moeten samenwerken om het wijk-werken vorm te geven. De lokale besturen kunnen zelf het initiatief nemen om de organisatie op te nemen. Als dat niet gebeurt, zal VDAB het wijk-werken zelf organiseren (via tendering). De organisator kan verschillende juridische vormen aannemen (zie toelichtingsnota in bijlage).
Personeel
De organisator krijgt van VDAB 1VTE medewerker per 60.000 inwoners.
Financiën
De PWA-cheque wordt vervangen door de wijk-werk-cheque. Die zal voor de klant tussen de 5,95 euro en de 7,45 euro kosten (door het lokaal bestuur of de organisator zelf te bepalen). De wijk-werker krijgt hiervan 4,10 euro/uur en VDAB (ongeveer) 0,70 euro. Het saldo (tussen 1,15 euro en 2,65 euro, afhankelijk van de gekozen prijs van de cheque) is voor de organisator. Die kan hiermee b.v. bijkomend personeel aanwerven voor het activeringsbeleid in zijn regio
1. Waarom regionaal samenwerken?
De regelgeving legt op om het wijk-werken te organiseren voor een regio van minstens 60.000 inwoners. Maar naast dit juridische argument zijn er ook nog ander argumenten om het regionaal wijk-werken aan te moedigen.
Regionaal samenwerken m.b.t. activering sluit aan bij de denkoefening die de OCMW’s van Boechout, Borsbeek, Edegem, Hove, Kontich, Lint, Mortsel en Wommelgem startten in september om te bekijken of het activeringsbeleid beter regionaal en in samenwerking met de verschillende besturen kan worden georganiseerd. De activeringsopdracht van de OCMW’s werd met de invoering van de Tijdelijke Werkervaring immers danig uitgebreid. Die uitbreiding maakt de activeringsopdracht arbeidsintensiever en maakt dat een bredere deskundigheid van de trajectbegeleiders vereist is. Regionale samenwerking kan voor een beter activeringsbeleid zorgen.
Waar PWA veel meer werd gezien als een structurele en langdurige aanvulling op de werkloosheidsuitkering van werkzoekenden, wordt het wijk-werken een echt instrument in het activeringstraject dat kan worden voorafgegaan of gevolgd door de inzet van andere instrumenten zoals Individuele beroepsopleiding (IBO), stage, tijdelijke werkervaring,…
Ook het OCMW heeft zoals gezegd een belangrijke activeringsopdracht. Om mensen zo succesvol mogelijk te activeren is een actieve samen- en wisselwerking OCMW – wijk-werk aangewezen. Daarvoor dient er een setting te worden gecreëerd waarin de wijk-werkers van de VDAB met de trajectbegeleiders van het OCMW samen , in overleg en vanuit een gedeelde visie aan het traject van de cliënt werken. Dat kan best in een regionale samenwerking.
2. Motivatie keuze voor interlokale vereniging
Het college van burgemeester en schepenen opteert voor een interlokale vereniging om volgende redenen:
- Lichtste vorm: korte beslissingslijnen tussen beheerscomité en medewerkers, 1 beheersorgaan, weinig administratieve verplichtingen, de werking kan ingebouwd worden in de dagelijkse werking van de beherende gemeente waardoor de focus kan gelegd worden op het Wijkwerken zelf en de kosten voor overhead kunnen beperkt worden.
- Het is belangrijk dat er een nauwe aansluiting is tussen de dagdagelijkse praktijk binnen het samenwerkingsverband rond wijkwerken en de individuele noden van de besturen, of ze nu (relatief gesproken) veel of weinig inwoners tellen. Op die manier kan de organisator erin slagen om een combinatie te maken tussen de nieuwe grotere schaalgrootte enerzijds en het behoud van de troeven van de lokale verankering anderzijds.
- Meeste vrijheid om onderling tussen de besturen zaken te regelen door de mogelijkheid om via een overeenkomst te werken.
- Mogelijkheid om mensen met expertise te integreren in het beheerscomité.
- Evenwichtige vertegenwoordiging van gemeente en OCMW en goede mix van mandatarissen en experten in het beheerscomité.
3. Hoe ziet de concrete werking van Wijkwerken er in deze setting uit?
In voorliggende overeenkomst met statutaire draagkracht zitten volgende hoofdkeuzes i.v.m. de concrete werking van de interlokale vereniging:
- Een beheerscomité met 16 leden. De gemeentelijke afgevaardigden zijn leden van het college, burgemeester of gemeenteraadslid. De OCMW’s vaardigen een medewerker af met voldoende expertise op het vlak van sociaal beleid en activering en het beleid daaromtrent. Op deze manier kan het beheerscomité zijn hoofdopdracht, nl. het leggen van prioriteiten inzake beleid en werking, het best vervullen.
- De betrokken besturen gaan een lange termijn engagement aan. Daarom stellen we voor om de interlokale vereniging op te richten voor onbepaalde duur. Weliswaar voorzien we voor duidelijke doch beperkte uitstapmogelijkheden voor een bestuur.
- Als beherende gemeente wordt de stad Mortsel voorgesteld omwille van zijn centrale ligging in het gebied dat we samen vormen maar ook omwille van zijn ‘historische’ voortrekkersrol in het kader van de succesvolle ESF-projecten die we de afgelopen jaren samen hebben gedaan en van hun expertise op het vlak van activering in het algemeen.
- De schaalvergroting mag niet ten koste gaan van de troeven verbonden aan de lokale verankering. Daarom zal sowieso in één of meer zitdagen ter plaatse voorzien worden in de individuele gemeenten, aangepast aan de individuele noden.
- Daarnaast is de werkgroep het ook eens dat elke gemeente zelf moet kunnen bepalen welke activiteiten in het kader van Wijk-werken zullen aangeboden worden (= deel van de regierol van de gemeenten) zodat de lokale noden zo goed mogelijk worden ingevuld.
- Om de slagkracht van de interlokale vereniging te maximaliseren, stelt de werkgroep voor om voor de maximale prijs per Wijkwerken-cheque (= deel van de regierol van de gemeenten) te gaan, of 7,45 euro. De beherende gemeente zorgt ervoor dat de werking kostendekkend is.
Het decreet betreffende wijk-werken dd. 7 juli 2017
Het besluit van de Vlaamse regering dd. 29 september 2017 betreffende wijk-werken
De raad keurt de samenwerkingsovereenkomst met statutaire draagkracht betreffende de organisatie van Wijk-werken, onder de vorm van een interlokale vereniging (zonder rechtspersoonlijkheid), goed. De samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten met de zeven andere gemeenten en OCMW's van het Zora (Zuidoostrand Antwerpen)-gebied, zijnde Boechout, Borsbeek, Hove, Lint, Kontich, Mortsel en Wommelgem.
De raad stelt volgende personen aan als vertegenwoordiger van OCMW Edegem in het beheerscomité van de interlokale vereniging
‘Wijk-werken Zora (Zuidoostrand Antwerpen)”:
- de heer Filip Schramme, OCMW-secretaris, als effectief lid van het beheerscomité;
- mevrouw Hilde Dubin, hoofd algemene sociale dienst, als plaatsvervangend lid van het beheerscomité.
De voorzitter geeft mee dat ook de laatste CAO in het kader van de overgangsmaatregelen voor het personeel in een recent BOC werd goedgekeurd. Het gaat om de CAO voor de toekenning van een niet recurrent resultaatgebonden voordeel. Als te behalen resultaat werd weerhouden: het behoud van 80% van het cliënteel na 1 jaar na de overdracht. Dit is haalbaar ondanks het verloop van het personeel. DAH geeft aan dat het verloop van het personeel bij deze overname groter is dan bij andere overnames. Zoals de wettelijke procedure het voorschrijft is het nu wachten op een definitief akkoord van de bevoegde inspectiediensten.
Wat het concurrentiebeding betreft, vindt dhr. P. Van Lint dat niemand kan verhinderen dat iemand zich kandidaat stelt voor een vacature bij het OCMW of bij het WZnetwerk
Dhr. M. Vergauwen geeft aan dat zo'n beding ook in andere werkomgevingen gebruikelijk is.
De secretaris benadrukt dat het goed is dat deze discussie nu afgerond is. Nu moet alle energie in de samenwerking gaan naar het inhoudelijke en het doen slagen van de regieopdracht van het OCMW. Dhr. B. Van Herwegen vraagt hoe deze regieopdracht nu in de dagdagelijkse gang van zaken verloopt?
De voorzitter legt uit dat de intake door mw'er van het OCMW gebeurt. De factuur komt van het OCMW (moet nu in orde zijn na een moeilijke start), de poetsmedewerker blijft de signaalfunctie vervullen, het zorgcontinuum wordt verzekerd via een regelmatige cliëntenbespreking en -opvolging. Om dit laatste efficiënt te laten verlopen wachten we nog op het gedeelde cliëntenplatform dat DAH nog softwarmatig op punt moet stellen.
Op 18 oktober 2016 besloot de Raad voor Maatschappelijk Welzijn om de poetsdienst met dienstencheques (personeel én cliënteel) over te dragen aan een extern schoonmaakbedrijf met behoud van een regieopdracht voor het OCMW waarbij het extern bedrijf als "partner" optreedt maar het OCMW voor de cliënt de gesprekspartner (facturatie, algemene intake, huisbezoek, inschakelen andere hulpverlening) blijft. De reden hiertoe was het groeiend financieel tekort.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gunde op 17 januari 2017 de overheidsopdracht "privatisering van de poetsdienst met dienstencheques" aan het bedrijf Dienstenaanhuis, met maatschappelijke zetel te Baron Ruzettelaan, 182 te 8310 Brugge.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurde op 16 mei 2017 de ontwerpen van samenwerkings- en overname-overeenkomst goed en machtigde de secretaris om de onderhandelingen met CVBA Dienstenaanhuis over het samenwerkingscontract en de overname-overeenkomst zelf te finaliseren en daarbij zo dicht mogelijk bij het bestek en de offerte van Dienstenaanhuis te blijven.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurde in zijn vergadering van 19 september 2017 het compromisvoorstel ivm het concurrentiebeding uit de overname-overeenkomst goed en machtigde de secretaris om hiermee naar de volgende onderhandelingsronde te gaan.
Op vrijdag 29 september 2017 had Filip Schramme, secretaris, een finaal overleg met Wouter Derveaux (juridisch raadgever) en Nico Daenens (CEO) over het concurrentiebeding van de overnameovereenkomst.
Daaruit kwam volgend compromis uit de bus:
- OCMW Edegem zal altijd overgedragen personeelsleden die op de werfreserve voor logistiek medewerker voor de aanvullende thuiszorg staan, kunnen in dienst nemen voor die specifieke poetshulp.
- In totaal en gedurende de tijdsduur van de overname-overeenkomst zal OCMW Edegem nooit meer dan 20% van de op 1 juni 2017 overgedragen personeelsleden terug in dienst kunnen nemen.
- voor elke indienstneming vanaf de ondertekening van de overname-ovk zal OCMW Edegem 7.000 euro betalen per indienstneming van een personeelslid, uitgezonderd in geval van indienstneming van iemand uit de werfreserve voor logistiek medewerker in het kader van de aanvullende thuiszorg.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn gaat principieel akkoord met het compromis over het concurrentiebeding in de overname-overeenkomst met Dienstenaanhuis.
De voorzitter benadrukt dat het hier niet om slachtofferhulp gaat maar wel om psychosociale hulpverlening in geval van een incident. Een voorbeeld van zoiets is een busongeval van kinderen van een school op het grondgebied van de gemeente. De ouders en gezinsleden zijn dan de slachtoffers die psychosociale hulpverlening nodig kunnen hebben.
De secretaris legt uit dat ook hierrond een intergemeentelijke samenwerking is, nl. tussen Hove, Lint en Edegem. Lint heeft op dit vlak de meeste expertise. Zij hebben al een oefening gehouden in hun eigen gemeente. De OCMW-secretaris daar is bereid om dit voor Hove en Edegem te herhalen en daarbij ondersteuning te bieden. Dhr. J. Delarbre stelt zich meteen kandidaat om te figureren bij deze oefening. De volgende stap is de organisatie van de nodige vorming. Dit zal samen met het OCMW van de gemeente Hove gebeuren.
Mevr. G. Vandewalle vraagt om wat bedoeld wordt met vrijwilligers (cf nota van 2005) en wat hun rol is indien zich een incident zou voordoen de dag van vandaag.
De secretaris legt uit dat er voor de psychosociale hulpverlening in principe geen vrijwilligers nodig zijn maar dat kan nog duidelijker worden/veranderen eens we de oefening gehouden hebben.
De Nieuwe Gemeentewet benadrukt de verantwoordelijkheid van steden en gemeenten inzake de opvang van getroffenen en hun verwanten tijdens incidenten. Het
uitgangspunt is dat zij verantwoordelijk zijn voor de eerste opvang van alle getroffenen na een noodsituatie en dat zij daarvoor een plan moeten opstellen.
Om deze opdrachten zo goed mogelijk te kunnen vervullen, dient de stad of gemeente te zorgen voor een goede voorbereiding en de oprichting van een psychosociaal
hulpverleningsnetwerk (PSH).
Sinds 2005 bestaat er al een schriftelijke toezegging vanuit het OCMW aan de gemeente voor ondersteuning in noodgevallen (cf bijlage centrale databank Operatie Snelle Redding).
Elke gemeente duidt minimum één persoon aan als verantwoordelijke psychosociale hulpverlening (V-PSH). Idealiter is dit iemand uit de sociale dienst of een andere dienst
van de gemeente. Liefst is dit niet de ambtenaar noodplanning, aangezien deze tijdens een noodsituatie andere opdrachten heeft.
Er dient ook gedacht te worden aan een vervanger voor deze persoon en afspraken omtrent een permanentiesysteem zodat er steeds iemand met kennis van zaken
bereikbaar is in het geval van een noodsituatie.
Het is aan te raden om de functie van V-PSH te laten bekrachtigen door de bestuurlijke overheid. Op die manier krijgt deze persoon een duidelijk mandaat om in het geval van
een noodsituatie het lokale PSH aan te sturen, maar ook om ervoor te zorgen dat men van de bevoegde overheid de tijd en de middelen krijgt om de toevertrouwde opdracht te
vervullen.
Na onderling overleg tussen de noodplanambtenaar van de gemeente (dhr. Lode Cuypers), de secretaris van OCMW Edegem (Filip Schramme) en het hoofd van de algemene sociale dienst van OCMW Edegem (mevr. Hilde Dubin) werd aan het CBS van 9 oktober voorgesteld om volgende personen van het Psychosociaal Hulpverleningsnetwerk deel te laten uitmaken:
- verantwoordelijke psychosociaal hulpverleningsnetwerk (V-PSH): OCMW-secretaris Filip Schramme
- coördinator psychosociaal hulpverleningsnetwerk (C-PSH): OCMW-secretaris Filip Schramme en hoofd sociale dienst Hilde Dubin
- psychosociale hulpverleners: 12 Maatschappelijk Werkers van de Algemene Sociale Dienst van het OCMW
Artikel 29 en 30 §1 van het K.B. van 16 februari 2006 betreffende de nood- en interventieplanning:
Elke gemeente dient een veiligheidscel op te richten. Ze is minimaal samengesteld uit de burgemeester, een vertegenwoordiger van elke discipline en een ambtenaar
verantwoordelijk voor de noodplanning.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn neemt akte van de beslissing van het CBS van 9 oktober 2017 ivm de samenstelling van het psychosociaal hulpverleningsnetwerk voor de opvang van de getroffenen en hun verwanten bij een noodgeval op het grondgebied van de gemeente Edegem.
Een raadslid vraagt of er ook Fair Trade (FT) koffie zou afgenomen worden?
De secretaris legt uit dat dit zou kunnen voor het personeel van het Administratief Centrum (AC) maar niet voor het WZC gezien de hogere kostprijs van FT koffie. Hij heeft vernomen dat de gemeente ook met een overheidsopdracht rond koffie bezig is en zal afwachten wat het resultaat daar wordt vooraleer een leverancier te kiezen.
Mevr. G. Vandewalle vindt de puro lijn van FT koffie bij Miko lekkerder dan deze bij Oxfam. Prijsoverwegingen spelen mee bij het WZC.
Dhr. I. Bogaerts vindt het lekker zijn van koffie iets subjectief. Oxfam Wereldwinkels biedt verschillende smaken aan. De lage prijs die Miko aanbiedt, is niet haalbaar voor OWW.
Hij legt uit dat de gemeente een convenant heeft voor fair trade koffie waarin de lokale binding belangrijk is. Hierbij komt dit neer op het proberen kansen te geven aan de lokale zelfstandigen. De Oxfam Wereldwinkel is daar één van. De gemeenschap moet weten dat je als gemeente ook iets doet voor de burger aan de andere kant van de wereld. Indien de gemeente geen FT koffie meer zou afnemen dan zou dat voor de Wereldwinkel een verlaging van de omzet van 10% zijn.
De voorzitter herhaalt dat bij het WZC de prijs een belangrijke rol speelt en dat daarom geen FT koffie wordt afgenomen.
Een optie die moet onderzocht worden is of FT koffie kan aangeboden worden naast gewone koffie zodat de bewoners en hun familieleden zelf een keuze zouden kunnen maken.
De OCMW-raad heeft in zijn zitting van 19 januari 2016 principieel beslist om een beroep te doen op Zorgbedrijf Antwerpen als opdrachtencentrale.
Zorgbedrijf Antwerpen organiseert als opdrachtencentrale de overheidsopdracht georganiseerd én gegund en is daar verantwoordelijk voor.
OCMW Edegem zelf is de contractant van de opdrachthouder. De contracten tussen ons OCMW als deelnemer aan de opdrachtencentrale en de opdrachthouder vallen onder de verantwoordelijkheid van OCMW Edegem die de beslissingen in dat kader (de aankoop dus) volgens de geldende bevoegdheidsregels moet nemen.
WZC Immaculata schreef in op de groepsaankoop van warme drachten en warme drank-systemen.
In bijlage leest u dat Zorgbedrijf Antwerpen de opdracht gunde aan het bedrijf Miko. Voor WZC Immaculata is perceel 4: koffiesystemen ten behoeve van andere besturen relevant.
WZC Immaculata wil een bestelling plaatsen voor koffie omdat de huidige leverancier (Rombouts) ongeveer een dubbel zo hoge prijs hanteert voor de cafetariakoffie en voor bewonerskoffie ongeveer 50 cent/kilo meer.
In de tweede bijlage vindt u de door Miko gehanteerde tarieven. Voor WZC Immaculata gaat het om:
- Koffie catering Bruyn select gemalen – 525205 – € 4.47 / kg voor bewoners
- Koffie Bruynooghe – 525255 voor cafetaria.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt principieel goed om warme dranken te bestellen bij de firma Miko Koffie NV, Steenweg op Mol 177,Turnhout, B-2300. Deze firma kwam als beste uit de overheidsopdracht "warme dranken en warme dranksystemen" georganiseerd en gegund door Zorgbedrijf Antwerpen waarop OCMW Edegem een beroep doet als opdrachtencentrale.
Dhr. M. Vergauwen vraagt zich af of het budget van Telenet al gebruikt werd voor de oplossing van de problemen met het oproepsysteem.
De secretaris vraagt na of het budget beschikbaar is en vanwaar het dan komt. De plenaire raad keurt dus voorwaardelijk goed.
De OCMW-raad heeft in zijn zitting van 19 januari 2016 principieel beslist om een beroep te doen op Zorgbedrijf Antwerpen als opdrachtencentrale.
Zorgbedrijf Antwerpen organiseert als opdrachtencentrale de overheidsopdracht georganiseerd én gegund en is daar verantwoordelijk voor.
OCMW Edegem zelf is de contractant van de opdrachthouder. De contracten tussen ons OCMW als deelnemer aan de opdrachtencentrale en de opdrachthouder vallen onder de verantwoordelijkheid van OCMW Edegem die de beslissingen in dat kader (de aankoop dus) volgens de geldende bevoegdheidsregels moet nemen.
WZC Immaculata schreef in op de groepsaankoop "aankoop flatscreen televisies". Bijgaande bestelling gaat specifiek over de verplichte omschakeling bij Telenet van analoog naar digitaal.De basisbeslissing tot omschakeling werd reeds goedgekeurd in plenaire raad dd. 16 februari 2016.
Telenet heeft een uitvoeringsprobleem vastgesteld.
- In gebouw 1994 is alles ok om de omschakeling te doen.
- Gebouw 2010: hier dienen aanpassingen te gebeuren. Hiervoor moet dus de bijkomende bestelling gebeuren.
Er is geen alternatieve optie. Dit moet gebeuren, anders hebben de bewoners in het gebouw van 2010 geen TV meer.
Deadline was 1/7/2017 doch Telenet zelf kent vertraging in de uitvoering op die locaties waar er voorbereidende werkzaamheden dienen uitgevoerd.
Telenet heeft hiervoor een onderaannemer aangesteld.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt principieel goed om de verplichte omschakeling van analoge naar digitale ontvangst van het televisiesignaal op televisietoestellen van het gebouw van 2010 te bestellen bij de firma Telenet NV, Liersesteenweg 4, 2800 Mechelen, voor een totaalbedrag van 26.679,76 euro (inclusief BTW) op voorwaarde dat het investeringsbudget nog voldoende ruimte voorziet na de onvoorziene uitgaven rond een nieuw oproepsysteem. Deze firma kwam als beste uit de overheidsopdracht "flatscreen televisietoestellen" georganiseerd en gegund door Zorgbedrijf Antwerpen waarop OCMW Edegem een beroep doet als opdrachtencentrale.
Dhr. B. Van Herwegen verwijst naar de beslissing over het dossier van dhr. M. Stroobants (woonwelzijnscoach van het WZC) die per grote uitzondering per e-mail werd genomen. Hoe zal dit in het verslag vermeld worden? De secretaris zal dit in het eerstvolgend verslag na die beslissing opnemen, als de Raad dit goed vindt.
De voorzitter verwijst naar de principiële beslissing die nadien door de raad werd genomen om dat niet meer te doen. Dit houdt dus in dat dit uitdrukkelijk in het huishoudelijk reglement zal moeten opgenomen worden indien we dit in toekomst toch nog willen mogelijk maken. In ieder geval moet dit dan ook afgetoetst worden met de gemeente.
Dhr. P. Van Lint vraagt om vanuit de raad felicitaties over te brengen voor het nieuw foodconcept.
De voorzitter antwoordt dat ze dit al per mail gedaan heeft in naam van de hele raad. Het ATV-filmpje zal ook op de website van de gemeente geplaatst worden.
Mevr. M. De Ridder verwijst naar de Pano uitzending over de zorg in commerciële wzc.
De voorzitter legt uit dat M. Claus hierop zal terugkomen op het volgend BC seniorenzorg
Mevr. De Cleyn stelt voor om elkaars ervaringen aan elkaar te mailen. De voorzitter wil hier graag een gedachtewisseling van maken. Mevr. De Cleyn pikt in haar job van pastoraal medewerker bij GZA eenzaamheid op bijv bij bewoners van de wijk Elsdonk. Mevr. De Ridder wijst erop dat het verenigingsleven daar is weggevallen. De voorzitter verwijst naar de zogenaamde woonzorgzones in Wervik. In dit deel van de gemeente geraakt de zorg veel vlugger bij de zorgbehoevende dan buiten die zone.Mevr. De Cleyn wijst erop dat we welzijn niet alleen meer moeten zien vanuit zorg maar vanuit een integrale benadering.De voorzitter vindt dat een OCMW niet alles zelf moet willen doen maar wel in samenwerking met partners. Dhr. I Bogaert verwijst naar de belangrijke rol van de huisarts en diens signaalfunctie over eenzaamheid. Mevr. De Cleyn stelt voor om te zoeken naar manieren hoe we die mensen kunnen bereiken. De voorzitter verwijst naar het feit dat sommige mensen met rust gelaten willen worden en dat moet je ook respecteren. Dhr. Delarbre vindt dat we ook niet moeten minimaliseren wat we al doen. Anderzijds merkt hij op dat in zijn straatje niets gebeurt onder bewoners ondanks het feit dat het zich daar wel toe leent. Ieder heeft zijn bekommernis en is geweldig actief bezig (bijv kleinkinderen en eigen ouders).