De notulen van de vorige gemeenteraadszitting dienen goedgekeurd te worden.
De raad keurt de notulen van de openbare zitting van 22 mei 2017 goed.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Raadslid Bart Breugelmans wenst enkele bedenkingen te uiten bij de achtergrond van dit document.
Bij eerste lezing is er een zeer positieve jaarrekening 2016 te zien van de gemeente, deze is zelfs bijna ongeloofwaardig volgens hem. Maar neen, ze klopt. De rekening van de gemeente is er op vooruit gegaan in de loop van het jaar 2016. Dit lijkt uiteraard allemaal zeer positief, maar hij geeft aan dat er hierbij ook niet te hard van stapel mag gelopen worden. Want hij wil graag dieper ingaan op de belangrijkste oorzaken van deze evolutie.
Volgens hem is er enerzijds de opvallende positieve evolutie in de investeringen. Deze zijn enkel mogelijk door de planning van vele investeringen en de uitstel hiervan en hierbij hopende dat dit geen afstel wordt én door vele gronden van de gemeente te verkopen, die éénmalige inkomsten opleveren die hier de rekening redden .
Anderzijds is hij van mening dat er bij de inkomsten de eerste resultaten van het werk uit het verleden verkregen wordt, met de opvallende stijging van de inkomstenbelasting voor de gemeente.
Zonder de eerder vermelde éénmalige inkomsten, was deze rekening negatief en was de AFM in het gedrang gekomen. En daar wringt volgens hem op termijn het schoentje voor de gemeente en voor voor haar inwoners.
Verder is er volgens raadslid Bart Breugelmans niets aan te merken op deze begroting en wenst CD&V de financiëel beheerder en zijn ploeg te danken voor het geleverde werk. CD&V zal dit correct opgemaakte document dan ook goedkeuren.
Raadslid Sien Pillot geeft aan dat de maand juni ons elk jaar een boeiend en technische voorstelling van de jaarrekening brengt. We konden tijdens de raadscommissie allen horen dat ook dit jaar de rekening van de gemeente klopt en we ondanks de financiële uitdagingen toch behoorlijk op schema zitten met het meerjarenplan van dit bestuur.
Groen wil dan ook graag de financieel beheerder Joost Talloen en schepen Peter Verstraeten bedanken.
Schepen Peter Verstraeten bevestigt dat het inderdaad een positieve rekening is. Tijdens de raadscommissie is de jaarrekening toegelicht en werd er niet euforisch over gedaan. De rekening is steeds het gevolg van mee- en tegenvallers. Hij wil nog graag de gemeenteraad bedanken om deze jaarrekening goed te keuren.
In bijlage wordt het beleidsrapport van de rekening weergegeven met opname van alle verplichte rapporteringsschema’s en bijgevoegde toelichtingen en verklaringen.
Het exploitatieresultaat van de rekening is positief (2 350 682,62 EUR ) en is lager dan het gebudgetteerde overschot van 5 913 942,80 EUR.
Het investeringsresultaat daarentegen is positief (466 577,75 EUR ). Vergeleken met het gebudgetteerde resultaat (- 3 502 844,92 EUR ) wijst dit er op dat veel van de gebudgetteerde investeringsuitgaven pas in 2017 zullen gebeuren.
Rekening houdend met bovenstaande en met de leninglasten eindigt het financieel boekjaar 2016 met een budgettair resultaat van 967 305,36 EUR waardoor het resultaat op kasbasis eind 2016 afsluit op 7521 220,34 EUR.
De autofinancieringsmarge bedraagt 335 468,20 EUR in de rekening 2016 ten opzichte van een gebudgetteerd niveau van 2 508 954,47 EUR. De gunstiger resultaten van het exploitatiebudget en van het investeringsbudget liggen hierbij aan de basis.
Bij de eerste budgetwijziging van 2017 zal het resultaat van 2016 verwerkt worden.
Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus.
Binnen de beleids-en beheerscyclyus hoort de jaarrekening bij de fase van de beleidsevaluatie. De jaarrekening geeft een zicht op de mate waarin de (prioritaire) doelstellingen werden gerealiseerd.
De jaarrekening volgt heel nauw de structuur, vorm en inhoud van het budget. Op deze wijze wordt maximale transparantie en toegankelijkheid gegarandeerd, ook over de gemeentegrenzen heen. Het laat bovendien een duidelijke vergelijking toe van wat was gepland (budget) en wat uiteindelijk is gerealiseerd (jaarrekening).
De jaarrekening bestaat uit drie delen:
- de beleidsnota;
- de financiële nota;
- de samenvatting van de algemene rekeningen.
Tot slot wordt er eveneens een toelichting voorzien.
De raad keurt de jaarrekening 2016 goed als volgt:
Het autonoom gemeentebedrijf AGB BPGE is wettelijk verplicht om haar jaarrekeningen te maken. De raad van bestuur heeft deze in haar vergadering van 21 juni 2017 vastgesteld.
Het verslag van de commisaris aan de gemeenteraad inzake AGBPG Edegem betreft de jaarrekening van het boekjaar afgesloten op 31 december 2016 opgemaakt door bedrijfsrevisor Eric Delahaye.
Artikel 232 tot 244 van het gemeentedecreet van 15 juni 2005
Deze artikels bevatten de bepalingen rond het autonoom gemeentebedrijf
Besluit van de raad van bestuur van het AGBPG Edegem van 21 juni 2017
De jaarrekening 2016 van het AGBPG Edegem wordt vastgesteld en er wordt akte genomen van het verslag van de raad van bestuur over het boekjaar van 1 januari 2016 tot 31 december 2016.
De raad keurt de jaarrekening 2016 van het AGBPG Edegem, vastgesteld door de raad van bestuur van het AGBPG Edegem op 21 juni 2017 goed.
De raad neemt akte van het verslag van de commisaris aan de gemeenteraad inzake inzake AGBPG Edegem over de jaarrekening van het boekjaar afgesloten op 31 december 2016.
De raad verleent kwijting aan de bestuurders van het AGBPGE met betrekking tot het jaar 2016.
De raad verleent kwijting aan de commisaris met betrekking tot het jaar 2016.
Raadslid Erik Schiltz en N-VA zijn blij met de aanpassingen van de statuten voor het AGB.
Het is tevens een goede zaak dat weer een stukje gemeentelijk patrimonium zal worden ondergebracht in het AGB.
Het gemeentelijk zwembad is vrij kostelijk in investering en onderhoud door onder meer de verwarming, de zuivering van het water en de vochtbestrijding.
Daarom vindt N-VA het goed dat het zwembad in het AGB ondergebracht wordt want op die manier recupereert de gemeente gedeeltelijk de BTW en dit komt onze financiën ten goede.
Wij hopen dat er in de toekomst blijvend kan nagedacht worden over het onderbrengen van gemeentelijk patrimonium in het AGB.
De gemeente wenst het AGB te belasten met de beheer van de infrastructuur van het instructiezwembad Frank Jespers, gelegen aan de Vrijwilligersstraat 34 te Edegem. Ook de operationele exploitatie zal vanaf volgend schooljaar door het AGB worden opgenomen. Hiervoor worden de statuten van het AGB BPGE aangepast door in artikel 4 het maatschappelijk doel uit te breiden met:
- de exploitatie van infrastructuren bestemd voor vrijetijdsactiviteiten in de ruime zin van het woord;
- de organisatie van intramurale en extramurale vrijetijdsactiviteiten.
Daarnaast is het noodzakelijk om de exploitatie van het instructiezwembad op een dusdanige manier financieel te organiseren dat voldaan wordt aan de bepalingen van de fiscale administratieve richtlijnen. In het bijzonder willen we er met de huidige aanpassingen voor zorgen dat de winstnastreving en het principe van winstuitkering van het AGB aan de gemeente expliciet beschreven staat. Daartoe wordt artikel 43 over de resultaatsbestemming geheel geherformuleerd als volgt:
“Nadat een bedrag van ten minste tien procent van de nettowinst is uitgekeerd aan de gemeente, beslist de raad van bestuur over de bestemming van het saldo van resultaat van het bedrijf, dit met inachtname van de terzake gesloten beleidsovereenkomsten.
Evenwel mag geen uitkering aan de gemeente geschieden indien op de datum van afsluiting van het laatste boekjaar het netto-actief, zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of tengevolge van de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het gestorte of, indien dit hoger is, van het opgevraagde kapitaal, vermeerderd met alle reserves die volgens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd”
Tot slot wordt in artikel 5 het nieuwe adres van de maatschappelijke zetel vermeld (voorheen Kontichstraat 19).
Besluit van de gemeenteraad van 18 september 2013
De statutenwijziging van het AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem wordt goedgekeurd.
Beslissing van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand van 23 december 2013
De minister keurt de gemeenteraadsbeslissing van 18 september 2013 goed.
Besluit van de raad van bestuur van het AGB van 21 juni 2017
De raad van bestuur geeft positief advies bij de geplande statutenwijziging en legt het document ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Door de overdracht van het infrastructureel en operationeel beheer van het instructiezwembad Frank Jespers naar het AGB BPGE dienen de in 2013 goedgekeurde statuten van het AGB geactualiseerd te worden.
De raad keurt de statutenwijziging van het autonoom gemeentebedrijf BPGE goed.
De gecoördineerde statuten luiden als volgt:
“AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BEHEER PATRIMONIUM GEMEENTE EDEGEM (AG B.P.G.E.)
STATUTEN
Hoofdstuk I - Algemene bepalingen
Artikel 1 - rechtsvorm en naam
Het autonoom gemeentebedrijf AG BPGE is een autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij besluit van de gemeenteraad van Edegem van 15 juni 2011.
Het autonoom gemeentebedrijf wordt verder ook “AG BPGE” of "het bedrijf genoemd. De gemeente Edegem wordt verder ook de “gemeente” genoemd.
Artikel 2 - wettelijk kader
Het bedrijf is onderworpen aan de artikelen 263 quater, 263 novies en 263 decies van de nieuwe gemeentewet, aan de artikelen 225 tot en met 234, 235 (uitgezonderd de bepalingen over de externe auditcommissie, tot de dag van inwerkingtreding van deze bepaling conform het Gemeentedecreet), 236 tot en met 239, 241, 242, 243, eerste lid, derde zin en het tweede tot en met het vierde lid, [243 bis, 243 ter en 243 quater, vanaf de dag van inwerkingtreding van deze bepalingen conform het Gemeentedecreet] 244 en 248 tot en met 261 van het Gemeentedecreet, alsook aan de andere toepasselijke wetten, decreten en besluiten.
Deze statuten zijn van toepassing voor zover zij niet van de in het eerste lid vermelde regelen afwijken.
Artikel 3 - statutenneerlegging en statutenwijzigingen
§1. Onderhavige statuten worden ter inzage neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente en op het secretariaat van het bedrijf.
§2. Op gemotiveerd voorstel of na advies van de raad van bestuur van AG BPGE kan de gemeenteraad van de gemeente de statuten van het bedrijf wijzigen.
De beslissing van de gemeenteraad tot wijziging van de statuten en van de bijlagen die er integraal deel van uitmaken, evenals het voorstel of het advies van de raad van bestuur, worden binnen een termijn van dertig (30) dagen, die ingaat de dag nadat de beslissing genomen is, naar de Vlaamse Regering verstuurd ter goedkeuring.
De goedgekeurde gemeenteraadsbeslissing tot statutenwijziging en de gecoördineerde statuten worden, samen met het voorstel of het advies van de raad van bestuur van het bedrijf, ter inzage neergelegd op het secretariaat van de gemeente en van het bedrijf.
Artikel 4 - maatschappelijk doel en activiteiten
§1. Het AG BPGE wordt door de gemeente belast met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang, dat zij uitvoert in het kader en binnen de grenzen die worden bepaald in de beheersovereenkomst, waarvan sprake in artikel 11 van deze statuten.
§2. Het AG BPGE heeft als maatschappelijk doel:
- de uitbating van een diensten- of bedrijvencentrum in de zin van de aanschrijving nr. AOIF 39/2005;
- het initiëren en realiseren van verfraaiings- en ontwikkelingsprojecten van de gemeente, inbegrepen de studie en de opmaak van masterplannen;
- het realiseren van een duurzaam woonbeleid met inbegrip van een woonbeleid voor specifieke doelgroepen waaronder ouderen binnen de gemeente alsmede het versterken van het economisch, recreatief en sociaal weefsel binnen de gemeente;
- het voeren van een gemeentelijk grond- en pandenbeleid;
- het aanvragen en beheren van de middelen uit subsidieprogramma’s met doelstellingen inzake gemeentelijke ontwikkeling, verfraaiing en vernieuwing;
- het realiseren, beheren en het exploiteren van het openbaar en het privaat domein van de gemeente, hem toevertrouwd, en van zijn eigen patrimonium;
- het rentabiliseren en het valoriseren van het privaat domein van de gemeente en van zijn eigen patrimonium;
- het beheren van de onroerende en roerende goederen van het gemeentelijk sport- en cultuurpatrimonium;
- het opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen in opdracht van het college van burgemeester en schepen van de gemeente, in het kader van zijn maatschappelijk doel;
- het verlenen van aan de hogervermelde diensten verwante diensten aan de Gemeente en aan het OCMW;
- het beheren van de onroerende goederen van het OCMW van Edegem, indien het OCMW daartoe beslist overeenkomstig artikel 198 van het OCMW- decreet;
- de exploitatie van infrastructuren bestemd voor vrijetijdsactiviteiten in de ruime betekenis van het woord;
- de organisatie van intramurale en extramurale vrijetijdsactiviteiten.
§3. Het AG BPGE beslist vrij, binnen de grenzen van zijn maatschappelijk doel en de beheersovereenkomst, over de verwerving, de aanwending, het beheer, de exploitatie en de vervreemding van zijn goederen, over de vestiging of de opheffing van de zakelijke rechten op die goederen, alsook over de uitvoering van dergelijke beslissingen en over hun financiering.
Het mag ook gebruik maken van alle rechtstechnieken, waaronder de vestiging en de opheffing van zakelijke en persoonlijke rechten, de verlening en de beëindiging van concessies en het uitgeven en verhandelen van vastgoedcertificaten, obligaties en andere effecten en andere wettelijke mogelijkheden van alternatieve financiering.
§4. Het AG BPGE is bevoegd voor de affectaties en de desaffectaties van alle goederen waarvan het zelf eigenaar is. Het AG BPGE kan geen affectaties of desaffectaties doen van goederen waarvan het slechts beheerder is.
Binnen de grenzen van zijn doel kan het AGB met betrekking tot de eigen goederen èn de goederen van de gemeente of het OCMW optreden als bemiddelaar met het oog op de verkoop, aankoop, ruil, verhuring of afstand van onroerende goederen, en roerende rechten of handelsfondsen, instaan voor het beheer van onroerende goederen of onroerende rechten, en het syndicaatschap van onroerende goederen in mede-eigendom uitoefenen. Het AG BPGE, de leden van zijn organen, zijn personeel en zijn andere vertegenwoordigers zijn daarbij niet onderworpen aan de regelgeving tot bescherming van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar.
§5. Het AG BPGE kan door de Vlaamse Regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.
Artikel 5 - maatschappelijke zetel en exploitatiezetel
§1. De maatschappelijke zetel van AG BPGE is gevestigd te 2650 Edegem, aan het Gemeenteplein 1.
§2. De raad van bestuur kan steeds beslissen dat er op het grondgebied van de gemeente één of meerdere exploitatiezetels worden ingericht.
Artikel 6 - maatschappelijk kapitaal
§1. Bij de oprichting van het AG BPGE wordt door de Gemeente 100.000 Euro ingebracht ten titel van maatschappelijk kapitaal.
De gemeente kan bijkomend maatschappelijk kapitaal inbrengen in speciën of middels de inbreng van onroerende goederen.
§2. Behoudens in geval van ontbinding van het bedrijf, kan dit maatschappelijk kapitaal niet worden vervreemd, uitgekeerd of overgedragen, noch geheel noch gedeeltelijk, op welke wijze dan ook. Een kapitaalsvermindering is wel mogelijk.
Artikel 7 - Publiek-private samenwerking (PPS) en participaties
§1. Het AG BPGE kan andere rechtspersonen, genoemd de filialen, oprichten, erin deelnemen, of zich erin laten vertegenwoordigen, voor zover dat past in zijn opdrachten, vermeld in artikel 4 en voor zover hiermee geen speculatieve oogmerken nagestreefd worden.
§2. De oprichting, deelname of vertegenwoordiging gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving inzake mededinging en staatssteun en de voorwaarden bepaald in de beheersovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 11. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging toont aan dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan.
§3. Ongeacht de grootte van de inbreng van de verschillende partijen in het maatschappelijk kapitaal van het filiaal, moet aan het AG BPGE minstens een mandaat van bestuurder worden toegekend.
§4. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging wordt binnen dertig (30) dagen aan de Vlaamse Regering verzonden. Tot de oprichting, deelname of vertegenwoordiging kan maar worden overgegaan nadat de beslissing hiertoe werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, hetzij nadat door de Vlaamse Regering binnen een termijn van honderd (100) dagen na verzending geen beslissing werd genomen of doorgezonden aan het AG BPGE.
§5. Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke en decretale bepalingen, mag het AG BPGE zijn taken van gemeentelijk belang, noch geheel noch gedeeltelijk overdragen aan andere rechtspersonen.
§6. Het AG BPGE kan voor lokale PPS - projecten in de zin van het Vlaamse Decreet betreffende publiek - private samenwerking van 18 juli 2003, op voorwaarde van bijzondere en omstandige motivering, zakelijke rechten vestigen op de onroerende goederen die behoren tot het openbaar domein, voor zover de gevestigde zakelijke rechten niet kennelijk onverenigbaar zijn met de bestemming van deze goederen.
Artikel 8 - rechtspersoonlijkheid en duur
Onder voorbehoud van de bepalingen inzake het goedkeuringstoezicht verwerft AG BPGE rechtspersoonlijkheid op de dag van oprichting door de gemeenteraad.
AG BPGE wordt opgericht voor onbepaalde duur.
Artikel 9 - formele motivering en openbaarheid van bestuur
AG BPGE is onderworpen aan de wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van 29 juli 1991 op de formele motivering van en het decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004, zoals van toepassing op de gemeente Edegem.
Hoofdstuk II - Externe verhoudingen
Artikel 10 - bevoegdheid van het bedrijf
Het bedrijf is verantwoordelijk voor de externe aspecten van zijn activiteiten in de meest ruime zin van het woord.
Binnen de grenzen van het in artikel 4 omschreven doel, onderhoudt het bedrijf contacten, pleegt het overleg, voert het onderhandelingen, regelt het de samenwerking, maakt het afspraken en sluit het overeenkomsten met andere natuurlijke personen en met publiek- zowel als privaatrechtelijke rechtspersonen.
Artikel 11 - samenwerking met de Gemeente Edegem
§1. AG BPGE en de gemeente Edegem sluiten na onderhandeling een beheersovereenkomst af die minstens volgende aangelegenheden regelt:
1. de concretisering van de wijze waarop AG BPGE zijn taken moet vervullen en van de doelstellingen ervan;
2. de toekenning van middelen voor de eigen werking en de uitvoering van de doelstellingen van AG BPGE;
3. binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van AG BPGE worden toegekend;
4. de voorwaarden waaronder eigen inkomsten of andere financieringen mogen worden verworven en aangewend;
5. de wijze waarop de tarieven voor de geleverde prestaties door de raad van bestuur vastgesteld en berekend worden;
6. de gedragsregels inzake dienstverlening door AG BPGE;
7. de voorwaarden waaronder AG BPGE andere rechtspersonen kan oprichten, erin kan deelnemen of zich erin kan laten vertegenwoordigen;
8. de informatieverstrekking door AG BPGE aan de gemeente; er wordt minstens voorzien in een jaarlijks ondernemingsplan en een operationeel plan op middellange en lange termijn;
9. de wijze waarop AG BPGE zal voorzien in een systeem van interne controle en externe audit, overeenkomstig de van toepassing zijnde bepalingen;
wijzigt bij inwerkingtreding van artikel 235 conform het Gemeentedecreet
naar wijze waarop AG BPGE zal voorzien in een systeem van interne controle,
overeenkomstig de van toepassing zijnde bepalingen;
10. de maatregelen bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van de beheersovereenkomst en de bepalingen inzake beslechting van geschillen die rijzen bij de uitvoering van de beheersovereenkomst;
11. de omstandigheden waarin en de wijze waarop de beheersovereenkomst kan worden verlengd, gewijzigd, geschorst en ontbonden.
§2. Onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing en ontbinding wordt de beheersovereenkomst gesloten voor een periode die eindigt uiterlijk zes (6) maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad.
Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd.
Als geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden binnen één (1) jaar na de verlenging, of als een beheersovereenkomst werd ontbonden of geschorst, kan de Gemeente na overleg met het AG BPGE voorlopige regels vaststellen inzake de in de beheersovereenkomst bedoelde aangelegenheden. Die voorlopige regels zullen als beheersovereenkomst gelden tot op het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking treedt.
§3.De beheersovereenkomst, evenals elke verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan, wordt verzonden aan de Vlaamse Regering en ter inzage neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente en het secretariaat van het AG BPGE.
§4. De gemeenteraad evalueert jaarlijks de beheersovereenkomst en de uitvoering ervan, bij de kennisname van het activiteitenverslag, de jaarrekening en het auditverslag. Hiertoe zal door de raad van bestuur een verslag omtrent de beheersovereenkomst worden opgemaakt.
§5. Het AG BPGE legt eveneens in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad een evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheersovereenkomst, sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie (3) maanden uitspreekt.
§6. Naast de in §1 bedoelde beheersovereenkomst kan AG BPGE met de gemeente alle mogelijke overeenkomsten afsluiten voor zover deze niet in strijd zijn met de toepasselijke wetgeving, deze statuten of de beheersovereenkomst.
Artikel 12 - andere samenwerkingsverbanden
§1. Binnen het kader van haar maatschappelijk doel kan AG BPGE onderhandelen met alle mogelijke partners, zowel van publiekrechtelijke als van privaatrechtelijke aard.
AG BPGE kan met deze partners overeenkomsten afsluiten voor zover deze niet in strijd zijn met de toepasselijke wetgeving, deze statuten of de beheersovereenkomst met de gemeente.
§2. AG BPGE kan tevens een beheersovereenkomst of andere overeenkomsten afsluiten met het OCMW van Edegem, indien dit beslist het beheer van zijn onroerende goederen toe te vertrouwen aan het bedrijf, overeenkomstig artikel 198 van het OCMW-decreet.
Hoofdstuk III - Interne organisatie
Artikel 13 - organen
Het AG BPGE beschikt over een raad van bestuur en een directiecomité.
Afdeling 1 - Raad van Bestuur
Artikel 14 - samenstelling
§1. De gemeenteraad benoemt de leden van de raad van bestuur van AG BPGE.
§2. De raad van bestuur is samengesteld uit twaalf (12) leden, waarbij het aantal leden evenredig wordt verdeeld onder de fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad.
1° Elke fractie kan minstens één (1) lid van de raad van bestuur voordragen en dit voordrachtrecht waarborgt elke fractie een vertegenwoordiging in de raad van bestuur. Als de gewaarborgde vertegenwoordiging evenwel afbreuk zou doen aan de mogelijkheid voor de fracties die vertegenwoordigd zijn in het college van burgemeester en schepenen om minstens de helft van de leden van de raad van bestuur voor te dragen, wordt er gewerkt met gewogen stemrecht binnen de groep van door de fracties voorgedragen bestuurders.
2° Ten hoogste twee derde (2/3e) van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht. Als aan het vereiste, dat ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur van hetzelfde geslacht dient te zijn niet is voldaan op basis van de aangeduide kandidaten, geldt het vereiste dat ten hoogste twee derde (2/3) van de leden van de raad van bestuur van hetzelfde geslacht dient te zijn zowel voor de fracties die deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen als voor de fracties die geen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. Als niet aan deze vereiste wordt voldaan, duiden de grootste fracties in afnemende volgorde het lid van het andere geslacht aan tot voldaan is aan de vereiste dat ten hoogste twee derden van de leden van de raad van bestuur van hetzelfde geslacht moeten zijn.
3° De evenredige verdeling van de twaalf (12) zetels van de raad van bestuur wordt geregeld door het totaal aantal zetels in de gemeenteraad evenredig te herleiden naar deze twaalf (12) zetels. Hierbij krijgt elke fractie een evenredig aandeel toegewezen in de raad van bestuur onder de vorm van een reëel getal. Dit reëel getal moet, om de verdeling te kunnen bewerkstelligen, worden afgerond tot op een natuurlijk getal. Zo wordt het mogelijk om aan elke fractie x-aantal zetels toe te wijzen. Om de verzekerde vertegenwoordiging van alle fracties in de gemeenteraad in de raad van bestuur te waarborgen, krijgen de fracties die na rekenkundige afronding uitkomen op nul (0) zetels alsnog één (1) zetel toegewezen.
Indien het aantal bekomen zetels na rekenkundige afronding niet overeenkomstig is met de twaalf (12) in te vullen zetels, wordt de restwaarde van de eerst bekomen reële getallen gebruikt als parameter om de uitkomst van deze verdeling alsnog naar het vastgelegde aantal van twaalf (12) te herleiden. De restwaarde van de reële getallen wordt afgerond op twee (2) cijfers na de komma.
Na rekenkundige afronding naar beneden is de reële winstmarge negatief en bij afronding naar boven is ze positief. In deze berekening worden de fracties die een verzekerde vertegenwoordiging genieten niet opgenomen, ongeacht de hierbij bekomen reële winstmarge.
1) Wanneer het aantal bekomen zetels na evenredige verdeling moet worden gereduceerd naar twaalf (12), zal telkens de fractie met de grootste reële winstmarge een zetel moeten inleveren, dit zonder afbreuk te doen aan de verzekerde vertegenwoordiging van elke fractie.
2) Wanneer het aantal bekomen zetels na evenredige verdeling moet worden opgetrokken naar twaalf (12), zal telkens de fractie met de kleinste reële winstmarge een zetel extra krijgen, dit zonder afbreuk te doen aan de verzekerde vertegenwoordiging van elke fractie.
§3. De leden van het directiecomité die geen lid zijn van de raad van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem bij tenzij de meerderheid van de leden van de raad van bestuur tijdens de vergadering beslist om de
beraadslaging
over één of meerdere punten van de agenda te laten plaatsvinden zonder de aanwezigheid van één of meerdere leden van het directiecomité of indien er in hoofde van een lid van het directiecomité een reden tot wettelijke verhindering bestaat.
Artikel 15 - bestuurders
§1. De bestuurders zijn herbenoembaar na afloop van hun mandaat.
§2. Na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt tot volledige vernieuwing van de raad van bestuur overgegaan. In dat geval blijven de leden van de raad van bestuur in functie tot de nieuwe gemeenteraad tot hun vervanging is overgegaan.
Het mandaat van een bestuurder kan ten allen tijde door de gemeenteraad op gemotiveerde wijze worden herroepen.
§3. Een lid van de raad van bestuur kan zijn mandaat opzeggen door kennisgeving via aangetekend schrijven aan de gemeenteraad die het ontslag uitdrukkelijk moet aanvaarden. Het lid van de raad van bestuur volbrengt zijn mandaat tot de eerstvolgende gemeenteraad die volgt op de kennisgeving, tenzij het ontslagnemend lid daardoor zelf een aanmerkelijke schade mocht lijden die niet louter van financiële aard is. In dit laatste geval voorziet de raad van bestuur zelf in een voorlopige opvolging tot de eerstvolgende gemeenteraad die volgt op de kennisgeving.
§4. Bij overlijden, kennelijk onvermogen, collectieve schuldenbemiddeling of onbekwaamverklaring van een lid van de raad van bestuur, eindigt diens mandaat en dient de gemeenteraad tijdens de eerstvolgende gemeenteraad een nieuw lid van de raad van bestuur te benoemen. Door de gemeenteraad wordt op voordracht van de politieke fractie waartoe het uittredende lid behoorde, een vervanger aangesteld. De vervanger voltooit het mandaat van zijn voorganger.
§5. De bepalingen in dit artikel laten onverlet hetgeen is voorgeschreven in artikel 47, §10 van deze statuten.
Artikel 16 - voorzitterschap
De leden van de raad van bestuur kiezen uit hun midden een voorzitter, die deel moet uitmaken van het college van burgemeester en schepenen van de Gemeente.
De raad van bestuur kiest onder zijn leden eveneens een ondervoorzitter.
Artikel 17 - bevoegdheden
§1. De raad van bestuur beschikt over de volheid van bevoegdheid om alle noodzakelijke of nuttige handelingen te stellen om het maatschappelijk doel van AG BPGE te verwezenlijken. Hij is bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk bij decreet, in de statuten of in de beheersovereenkomst aan de gemeenteraad is voorbehouden.
De raad van bestuur vertegenwoordigt AG BPGE jegens derden in rechte als eiser of verweerder. Onverminderd deze algemene vertegenwoordigingsmacht van de raad van bestuur en onverminderd de mogelijkheid in hoofde van de raad van bestuur om een bijzondere lastgeving te doen, zal het bedrijf tegenover derden geldig vertegenwoordigd en verbonden zijn door de voorzitter van de raad van bestuur én 1 bestuurder samen optredend.
§2. De raad van bestuur kan het uitoefenen van deze bevoegdheid delegeren aan het directiecomité van het AG BPGE, die steeds over een geldige volmacht van deze bevoegdheid moet beschikken.
De raad van bestuur kan het uitoefenen van de volgende bevoegdheden evenwel niet delegeren aan het directiecomité:
1° het afsluiten van een beheersovereenkomst met de Gemeente of het OCMW;
2° het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten of convenanten;
3° het oprichten van filialen of het nemen van participaties in andere rechtspersonen; 4° het vaststellen van het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur;
5° het aanstellen en controleren van het directiecomité;
6° het vaststellen van de rechtspositieregeling van het personeel met in achtneming van het syndicaal statuut;
7° het vaststellen van het jaarlijks budget, het ondernemingsplan, de jaarrekening en het activiteitenverslag;
8° het vaststellen van de tarieven;
Met betrekking tot de bevoegdheden die de raad van bestuur niet kan delegeren aan het directiecomité, kan hij het directiecomité wel belasten met het uitvoeren van de door de raad van bestuur genomen beslissingen.
§3. Telkens wanneer de gemeenteraad van de Gemeente hem daartoe verzoekt, brengt de raad van bestuur verslag uit over de activiteiten van het bedrijf.
§4. De raad van bestuur stelt jaarlijks een ondernemingsplan en een activiteitenverslag op.
Artikel 18 - personeel
§1. De raad van bestuur beslist over het aanwerven van personeel en stelt het personeelsstatuut vast.
§2. Het personeel van het AG BPGE wordt in contractueel of statutair verband aangesteld.
De overeenstemmende rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van toepassing op het personeel van het AG BPGE. Het AG BPGE stelt de afwijkingen op deze rechtspositieregeling vast, voor zover het specifieke karakter van het AG BPGE dat verantwoordt. Het AG BPGE bepaalt de rechtspositieregeling van de functies die niet bestaan binnen de Gemeente.
§3. Binnen de grenzen van de regelgeving kan de raad van bestuur eveneens met de Gemeente of met derden, natuurlijke of rechtspersonen dienstverleningsovereenkomsten sluiten waarbij de uitvoering van bepaalde taken of opdrachten aan de Gemeente of voormelde derden wordt toevertrouwd.
§4. De Gemeente kan aan het AG BPGE, mits naleving van de ter zake geldende rechtspositieregeling, personeel ter beschikking stellen of overdragen.
Artikel 19 - vergaderingen
§1. De vergaderingen zijn niet openbaar.
§2. De raad van bestuur vergadert op schriftelijke uitnodiging van de voorzitter, telkens wanneer het belang van het AG BPGE dat vereist, en minstens twee (2) keer per jaar.
§3. De uitnodigingen worden verstuurd per brief, telegram, telex, telefax of op een andere schriftelijke of elektronische wijze, ten minste acht (8) kalenderdagen voor de dag waarop de vergadering plaats heeft.
§4. De uitnodigingen vermelden de agenda, de plaats, de datum en het uur van de bijeenkomst. De bijhorende documenten worden erbij gevoegd.
§5. In geval van spoed of wanneer zich een onvoorzienbaar feit voordoet waardoor elk uitstel onherstelbaar nadeel zou berokkenen aan AG BPGE, kan de voorzitter de raad van bestuur zonder enig uitstel en met alle middelen die hem ter beschikking staan, geldig samenroepen.
§6. Op gemotiveerde aanvraag van meer dan een derde van de leden van de raad van bestuur is de voorzitter verplicht de raad binnen de veertien (14) dagen na de aanvraag bijeen te roepen. De aanvraag moet de gewenste agendapunten vermelden.
§7. De bijeenkomsten worden gehouden op de zetel van AG BPGE of op enige andere in de uitnodiging vermelde plaats, gelegen op het grondgebied van de Gemeente.
§8. De regelmatigheid van de bijeenroeping kan niet worden betwist indien alle bestuurders aanwezig of regelmatig vertegenwoordigd zijn.
Artikel 20 - aanwezigheid
§1. De raad van bestuur kan slechts geldig beraadslagen en beslissen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de leden van het directiecomité die de vergadering met raadgevende stem kunnen bijwonen.
§2. Elk lid mag een andere bestuurder machtigen hem op een welbepaalde vergadering van de raad te vertegenwoordigen en in zijn plaats te stemmen. De machtiging kan worden gegeven via brief, per telefax of per e-mail of door andere door de raad van bestuur goedgekeurde communicatiemiddelen.
Een bestuurder mag niet meer dan één (1) volmacht uitoefenen.
In geval het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van de raad ontoereikend is om geldig te beraadslagen of te beslissen, dan vergadert de raad binnen de veertien (14) dagen opnieuw met dezelfde agenda. Hij kan dan geldig beraadslagen en beslissen, welk ook het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders is doch met een minimum van drie. De nieuwe uitnodigingen worden verstuurd overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, §3 én vermelden de bepalingen van deze paragraaf.
Artikel 21 - stemming
§1. Elk lid van de raad van bestuur beschikt overéén (1) stem.
§2. De beslissingen van de raad van bestuur worden, behoudens andersluidende bepalingen in wetten, decreten of in deze statuten, genomen bij gewone meerderheid (helft plus één) van stemmen, uitgebracht door de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Onthoudingen en ongeldige stemmen worden niet meegerekend.
Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij geheime stemming wordt de beslissing evenwel verworpen ingeval van staking van stemmen.
§3. De stemmingen gebeuren bij handopsteking, behalve bij benoemingen en voordrachten, waar de stemmingen geheim zijn.
§4. Over punten die niet op de agenda werden vermeld, kan slechts geldig worden beslist met de instemming van twee derden van de aanwezige bestuurders.
§5. Indien op een vergadering van de raad van bestuur het vereiste quorum om geldig te beslissen aanwezig is en één of meer bestuurders zich onthouden ingevolge een belangenconflict worden de besluiten geldig genomen bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.
Artikel 22 - Notulering
§1. De raad van bestuur duidt een secretaris aan die instaat voor het secretariaat van de raad van bestuur.
De secretaris maakt de notulen op van de beraadslagingen en de beslissingen van de raad van bestuur.
Artikel 181, §1 van het Gemeentedecreet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard.
§2. De notulen worden tijdens de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring voorgelegd, in een op de zetel bewaard register opgenomen en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De volmachten worden steeds aan de notulen gehecht.
§3. Het register wordt bewaard onder de verantwoordelijkheid van de secretaris.
De kopieën of uittreksels die bij een rechtspleging of in andere gevallen moeten worden voorgelegd, worden voor eensluidend ondertekend door de voorzitter of door een daartoe specifiek gevolmachtigde.
De notulen van de vergaderingen en alle documenten waarnaar verwezen wordt in de notulen, worden ter inzage van de gemeenteraadsleden van de Gemeente neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente, onverminderd de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuursdocumenten.
§4. Op verzoek van een gemeenteraadslid worden deze notulen elektronisch ter beschikking gesteld; dit vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 238 conform het Gemeentedecreet.
Artikel 23 - onverenigbaarheden en belangenconflicten
§1. De volgende personen kunnen niet worden voorgedragen of aangewezen als bestuurder:
1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voor zover het AG BPGE gevestigd is in hun ambtsgebied;
2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;
3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de Gemeente toe behoort die het AG BPGE heeft opgericht of die erin deelneemt;
4° de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde beleidsdomeinen als het AG BPGE en waarin het AG BPGE niet deelneemt, alsook de werknemers en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen;
5° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of een functie, vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.
§2. Een bestuurder mag niet:
1° aanwezig zijn bij de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld;
2° rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst sluiten, behoudens in geval van een schenking aan het bedrijf of de Gemeente, of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van het bedrijf of de Gemeente, behoudens in de gevallen waarbij de bestuurder een beroep doet op een door het bedrijf of de Gemeente aangeboden dienstverlening en ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat;
3° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien
van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken;
4° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het AG BPGE of ten behoeve van een personeelslid van het AG BPGE aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken.
§3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de gelding van andere bepalingen betreffende de belangenvermenging in hoofde van bestuurders en met openbare diensten belaste personen, zoals onder meer artikel 245 van het Strafwetboek.
§4. De leden van de gemeenteraad die als bestuurder zitting hebben in de organen van het autonoom gemeentebedrijf mogen geen enkel bezoldigd mandaat van bestuurder en van commissaris vervullen noch enige bezoldigde activiteit uitoefenen in een filiaal van het AG BPGE.
Artikel 24- vergoedingen raad van bestuur
Binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering worden in de beheersovereenkomst het presentiegeld en de andere vergoedingen vastgesteld, die in het kader van de bestuurlijke werking aan de bestuurders kunnen worden toegekend.
Dit presentiegeld en deze vergoedingen mogen in geen geval deze van de gemeenteraadsleden overstijgen.
Leden van het personeel van de Gemeente en van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen aanspraak maken op presentiegeld.
Artikel 25 - niet - binding en aansprakelijkheid van de bestuurders
§1. De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van AG BPGE.
Ze zijn evenwel aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur. Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de gemeenteraad binnen één (1) maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.
§2. AG BPGE zal voor haar bestuurders een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten.
§3. Jaarlijks beslist de gemeenteraad van de Gemeente over de aan de bestuurders te verlenen kwijting, na goedkeuring van de rekeningen. Die kwijting is alleen rechtsgeldig als de ware toestand van het bedrijf niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de rekeningen of in de rapportering betreffende de uitvoering van de beheersovereenkomst.
Artikel 26 - huishoudelijk reglement van inwendige orde van de raad van bestuur
De raad van bestuur kan de regels in verband met zijn werking en zijn secretariaat nader uitwerken in een huishoudelijk reglement.
Artikel 27 - verhindering of afwezigheid van de voorzitter
Indien de voorzitter van de raad van bestuur afwezig of verhinderd is, worden zijn taken en bevoegdheden overgenomen door de ondervoorzitter.
Indien de ondervoorzitter eveneens afwezig of verhinderd zijn, worden de taken en de bevoegdheden van de (onder)voorzitter overgenomen door twee (2) bestuurders.
Afdeling 2 - Directiecomité
Artikel 28 - samenstelling
§1. Het directiecomité is samengesteld uit de voorzitter van de raad van bestuur en maximaal 5 leden die door de raad van bestuur worden aangesteld.
De raad van bestuur benoemt en ontslaat de leden van het directiecomité.
§2. Het directiecomité duidt onder haar leden een voorzitter aan.
§3. Wanneer een mandaat van een lid van het directiecomité voortijdig eindigt, benoemt de raad van bestuur tijdens zijn eerstvolgende vergadering een opvolger. Het nieuw benoemd lid van het directiecomité voltooit het mandaat van diegene die hij opvolgt.
§4. De leden van het directiecomité zijn herbenoembaar na afloop van hun mandaat. Na de volledige vernieuwing van de raad van bestuur wordt tot volledige vernieuwing van het directiecomité overgegaan. In dat geval blijven de leden van het directiecomité in functie tot de nieuwe raad van bestuur tot hun vervanging is overgegaan.
Artikel 29 - bevoegdheden
§1. De raad van bestuur kan, binnen de hem door het gemeentedecreet opgelegde beperkingen, het dagelijks bestuur, de vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur en de voorbereiding en uitvoering van zijn beslissingen toevertrouwen aan het directiecomité al dan niet met de mogelijkheid van subdelegatie aan personeelsleden van AG BPGE.
§2. Het directiecomité kan het uitoefenen van zijn bevoegdheden niet delegeren.
Het directiecomité kan hetzij zijn leden, hetzij personeelsleden van AG BPGE wel belasten met het uitvoeren van de door het directiecomité genomen beslissingen.
§3. De raad van bestuur controleert de werking van het directiecomité. Het directiecomité brengt regelmatig en telkens daarom wordt gevraagd verslag uit aan de raad van bestuur. Het is verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur.
Artikel 30 - vertegenwoordiging
Het Directiecomité wordt geldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité, onverminderd hetgeen verder wordt bepaald inzake de verhindering of afwezigheid van de voorzitter.
Artikel 31 - vergaderingen
§1. De vergaderingen van het directiecomité zijn niet openbaar en worden voorgezeten door de voorzitter.
§2. Het directiecomité vergadert telkens wanneer de aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen het vereisen en wordt door de voorzitter bijeen geroepen.
§3. De oproepingen vermelden plaats, datum, uur en agenda van de vergadering en worden ten minste drie (3) dagen voor de vergadering per brief, telegram, telex, telefax, of op een andere schriftelijke of elektronische wijze verzonden. De bijhorende documenten worden erbij gevoegd.
Artikel 32 - aanwezigheid
Het directiecomité kan geldig beraadslagen en beslissen wanneer minstens de helft van de directieleden aanwezig is.
Artikel 33 - stemming
§1. De besluiten van het directiecomité worden bij eenvoudige meerderheid (helft plus een) van de uitgebrachte stemmen genomen. Blanco en ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte stemmen geteld.
§2. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
§3. De stemmingen gebeuren bij handopsteking, behalve bij benoemingen en voordrachten, waar de stemmingen geheim zijn.
§4. Over punten die niet op de agenda werden vermeld, kan slechts geldig worden beslist met de instemming van twee derden van de aanwezige directeurs.
§5. Indien op een vergadering van het directiecomité het vereiste quorum om geldig te beslissen aanwezig is en een of meer directeurs zich onthouden ingevolge een belangenconflict worden de besluiten geldig genomen bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde directeurs.
Artikel 34 - notulering
§1. Het directiecomité duidt een secretaris aan die instaat voor het secretariaat van het directiecomité.
De secretaris maakt de notulen op van de beraadslagingen en de
beslissingen van het directiecomité. Artikel 181, §2, 1e lid van het Gemeentedecreet is van overeenkomstige toepassing.
§2. De notulen worden tijdens de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring voorgelegd, in een op de zetel bewaard register opgenomen en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De volmachten worden steeds aan de notulen gehecht.
§3. Het register wordt bewaard onder de verantwoordelijkheid van de secretaris.
De kopieën of uittreksels die bij een rechtspleging of in andere gevallen moeten worden voorgelegd, worden ondertekend door de voorzitter of door een daartoe specifiek gevolmachtigde.
De notulen van de vergaderingen en alle documenten waarnaar verwezen wordt in de notulen, worden ter inzage neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente Edegem, onverminderd de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuursdocumenten.
§4. Op verzoek van een gemeenteraadslid worden deze notulen elektronisch ter beschikking gesteld; dit vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 238 conform het Gemeentedecreet.
Artikel 35 - huishoudelijk reglement
Het directiecomité kan de regels in verband met haar interne werking nader in een huishoudelijk reglement bepalen.
Artikel 36 - vergoedingen binnen het directiecomité
Binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering worden in de beheersovereenkomst het presentiegeld en de andere vergoedingen vastgesteld, die in het kader van de bestuurlijke werking aan de leden van het directiecomité worden toegekend die deel uitmaken van het personeel van de Gemeente of van de gemeenteraad.
Dit presentiegeld en deze vergoedingen mogen in geen geval deze van de gemeenteraadsleden overstijgen.
Leden van het personeel van de Gemeente en van het college van burgemeester en schepenen kunnen
geen aanspraak maken op presentiegeld.
Artikel 37 - verhindering van de voorzitter
Indien de voorzitter verhinderd of afwezig is, wordt het directiecomité voorgezeten door een lid van het directiecomité die daartoe door de voorzitter wordt aangewezen. Bij ontstentenis van de aanwijzing van een vervangende voorzitter, zal het oudste aanwezige lid van het directiecomité de vergadering voorzitten, onverminderd hetgeen verder in deze statuten bepaald is met betrekking tot de verhindering of afwezigheid van de voorzitter.
Artikel 38 - onverenigbaarheden en belangenconflicten
§1. De volgende personen kunnen niet worden voorgedragen of aangewezen als lid van het directiecomité:
1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voor zover het AG BPGE gevestigd is in hun ambtsgebied;
2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;
3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de Gemeente toe behoort die het AG BPGE heeft opgericht of die erin deelneemt;
4° de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde beleidsdomeinen als het AG BPGE en waarin het AG BPGE niet deelneemt, alsook de werknemers en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen;
5° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of een functie, vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.
§2. Een lid van het directiecomité mag niet:
1° aanwezig zijn bij de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld;
2° rechtstreeks of on rechtstreeks een overeenkomst sluiten, behoudens in geval van een schenking aan het bedrijf of de Gemeente, of deelnemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van het bedrijf of de Gemeente, behoudens in de gevallen waarbij de bestuurder een beroep doet op een door het bedrijf of de Gemeente aangeboden dienstverlening en ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat;
3° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het lid van het directiecomité werken;
4° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het AG BPGE of ten behoeve van een personeelslid van het AG BPGE aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van
een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het lid van het directiecomité werken.
§3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de gelding van andere bepalingen betreffende de belangenvermenging in hoofde van het lid van het directiecomité en met openbare diensten belaste personen, zoals onder meer artikel 245 van het Strafwetboek.
§4. De leden van de gemeenteraad die als het lid van het directiecomité zitting hebben in het AG BPGE mogen geen enkel bezoldigd mandaat van directielid en van commissaris vervullen noch enige bezoldigde activiteit uitoefenen in een filiaal van het AG BPGE.
Artikel 39 - niet-binding en aansprakelijkheid
§1. De leden van het directiecomité zijn door de verbintenissen van het bedrijf niet persoonlijk verbonden. De leden van het directiecomité zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur.
Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de leden van het directiecomité van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de raad van bestuur binnen een (1) maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.
§2. AG BPGE zal voor haar directeurs een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten.
Hoofdstuk IV - Interne werking
Afdeling 1 - Financien
Artikel 40 - budget, activiteitenverslag en jaarrekening
§1. Het bedrijf maakt jaarlijks een budget op evenals een activiteitenverslag dat minstens de jaarrekening omvat van het voorbije boekjaar. De raad van bestuur stelt het budget vast en legt jaarlijks en uiterlijk op 31 oktober het budget van het volgende boekjaar ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad van de Gemeente.
§2. De jaarrekening wordt opgesteld volgens de regels die krachtens artikel 92 tot en met 96 van het Wetboek van Vennootschappen en het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen worden gesteld voor de boekhouding en de jaarrekening van de vennootschappen. De Vlaamse Regering kan aanvullende regels opleggen inzake het opstellen van de jaarrekening.
§3. De raad van bestuur stelt de jaarrekening vast en legt jaarlijks en uiterlijk op 31 mei de jaarrekening van het voorbije boekjaar ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor.
Als de raad van bestuur bezwaren heeft tegen bepaalde verrichtingen, formuleert hij een advies over de aansprakelijkheid van de actoren die betrokken zijn bij die verrichtingen. Dat advies wordt als bijlage bij de jaarrekening gevoegd. Een afschrift van dat advies wordt bezorgd aan de betrokken actoren.
Een afschrift van de overeenkomstig dit artikel vastgestelde jaarrekening wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de gemeenteraad; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 bis §2 conform het Gemeentedecreet.
§4. De gemeenteraad keurt de jaarrekening goed aan de hand van het verslag van de commissaris of commissarissen, zoals vermeld in artikel 47, als ze juist en volledig is en een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand van het autonoom gemeentebedrijf.
Als de gemeenteraad geen besluit verzonden heeft aan het autonoom gemeentebedrijf binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van de jaarrekening aan de gemeenteraad, wordt hij geacht de jaarrekening goed te keuren; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 bis §3 conform het Gemeentedecreet.
§5. De raad van bestuur kan bij de Vlaamse Regering gemotiveerd beroep instellen tegen het besluit van de gemeenteraad tot niet-goedkeuring van de jaarrekening.
Het beroep moet worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van het betwiste besluit. De Vlaamse Regering spreekt zich over het ingestelde beroep uit binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van het beroep.
Als de Vlaamse Regering binnen die termijn geen beslissing heeft verzonden, wordt ze geacht in te stemmen met het besluit van de gemeenteraad; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 bis §4 conform het Gemeentedecreet.
§6. Als de gemeenteraad bij de goedkeuring bepaalde verrichtingen als onregelmatig heeft bestempeld, beslist hij over de aansprakelijkheid van de actoren die betrokken zijn bij die betwiste verrichtingen.
Als de gemeenteraad zich niet uitgesproken heeft over de goedkeuring van de jaarrekening binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de
verzending van de jaarrekening aan de gemeenteraad, wordt hij geacht over de aansprakelijkheid van de verrichtingen waartegen de raad van bestuur bezwaren heeft geformuleerd, te hebben beslist overeenkomstig het advies van de raad van bestuur; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 ter §1 conform het Gemeentedecreet.
§7. De betrokkenen worden door het autonoom gemeentebedrijf onmiddellijk met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van de gemeenteraad. In voorkomend geval wordt daarbij een aanmaning gevoegd om het vastgestelde bedrag in de kas van het autonoom gemeentebedrijf te storten. Een afschrift van de beslissing van de gemeenteraad wordt onmiddellijk bezorgd aan het autonoom gemeentebedrijf en aan de Vlaamse Regering; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 ter §2 conform het Gemeentedecreet.
§8. Degenen die aansprakelijk worden gesteld en het autonoom gemeentebedrijf kunnen beroep instellen bij de Vlaamse Regering tegen de beslissingen van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 1, binnen een termijn van zestig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van het betwiste besluit of, als de gemeenteraad geen besluit heeft verzonden, die ingaat op de derde dag die voIgt op de dag van het verstrijken van de termijn vermeld in paragraaf 1, tweede lid. Dat beroep heeft schorsende werking. De Vlaamse Regering doet uitspraak over de aansprakelijkheid van de betrokkenen en bepaalt het bedrag dat hen ten laste wordt gelegd.
Als de verwerping van bepaalde verrichtingen aanleiding heeft gegeven tot de definitieve afwijzing van bepaalde uitgaven, kan degene die beroep heeft ingesteld de personen die hij aansprakelijk of medeaansprakelijk acht, ter verantwoording roepen in het beroep bij de Vlaamse Regering. In dat geval doet de Vlaamse Regering mee uitspraak over de aansprakelijkheid van de ter verantwoording geroepen personen.
De beslissing van de Vlaamse Regering is uitvoerbaar, zelfs als daartegen beroep is ingesteld bij de Raad van State. Die beslissing kan echter pas ten uitvoer worden gelegd na het verstrijken van de termijn voor het instellen van dat beroep; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 ter §3 conform het Gemeentedecreet.
§9. Onmiddellijk na het bezorgen van het meerjarenplan, de aanpassing van het meerjarenplan, het budget of de jaarrekening aan de gemeente bezorgt het autonoom gemeentebedrijf de gegevens over het vastgestelde beleidsrapport in een digitaal bestand aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens de besturen bezorgen en de wijze waarop die gegevens elektronisch worden aangeleverd. Bij gebrek aan een vastgestelde jaarrekening op 30 juni van het jaar dat voIgt op het financiële boekjaar in kwestie bezorgt het autonoom gemeentebedrijf de gegevens over het ontwerp van de jaarrekening in een digitaal bestand aan de Vlaamse Regering.
Het door de gemeenteraad goedgekeurde beleidsrapport van het autonoom gemeentebedrijf, vermeld in het eerste lid, is pas uitvoerbaar als de Vlaamse Regering in het bezit is van de digitale rapporten. De Vlaamse Regering verstuurt onmiddellijk een ontvangstmelding van de rapporten naar het autonoom gemeentebedrijf; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 quater conform het Gemeentedecreet.
Artikel 178bis, § 2, van het gemeentedecreet is van overeenkomstige toepassing op de autonome gemeentebedrijven.
Artikel 41 - inkomsten en uitgaven
§1. Het AG BPGE ontvangt de inkomsten van de uitoefening van zijn activiteiten. Het kan concessievergoedingen, retributies, andere vergoedingen, werkingstoelagen, subsidies en prijzen van alle aard ontvangen, innen, vaststellen en overeenkomen.
Het bedrijf stelt de tarieven en de tariefstructuren voor de door het bedrijf geleverde prestaties vast binnen de grenzen van de in de beheersovereenkomst bepaalde grondregelen inzake tarifering. De maximumtarieven of de formules voor hun berekening die niet in de beheersovereenkomst zijn geregeld, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad van de Gemeente.
§2. AG BPGE draagt de lasten van zijn activiteiten. Het beslist vrij over de omvang, de technieken en de voorwaarden van zijn externe financiering. Het kan ondermeer subsidies, giften en legaten ontvangen en leningen aangaan, binnen de grenzen gesteld in de beheersovereenkomst.
Artikel 42 - boekhouding en boekjaar
§1. Het bedrijf is onderworpen aan de Wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen.
§2. De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en toezicht van de raad van bestuur.
§3. Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december. Het eerste boekjaar vangt evenwel aan op de dag dat het bedrijf rechtspersoonlijkheid verkrijgt en eindigt uiterlijk op 31 december van het daaropvolgende jaar.
§4. De inventaris wordt opgesteld volgens de regels die krachtens artikel 92 tot en met 96 van het Wetboek van Vennootschappen en het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001
tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen worden gesteld voor de boekhouding en de jaarrekening van de vennootschappen. De Vlaamse Regering kan aanvullende regels opleggen inzake het voeren van de boekhouding.
Artikel 43 - resultaatsbestemming
Nadat een bedrag van ten minste tien procent van de nettowinst is uitgekeerd aan de gemeente, beslist de raad van bestuur over de bestemming van het saldo van resultaat van het bedrijf, dit met inachtname van de terzake gesloten beleidsovereenkomsten.
Evenwel mag geen uitkering aan de gemeente geschieden indien op de datum van afsluiting van het laatste boekjaar het netto-actief, zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of tengevolge van de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het gestorte of, indien dit hoger is, van het opgevraagde kapitaal, vermeerderd met alle reserves die volgens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd.
Artikel 44 - sanering
Wanneer ten gevolge van een geleden verlies het netto-actief gedaald is tot minder dan de helft van het door de Gemeente ingebrachte kapitaal, dan moet de raad van bestuur het college van burgemeester en schepenen hierover inlichten en het college van burgemeester en schepenen verzoeken de gemeenteraad uit te nodigen om binnen een termijn van ten hoogste twee (2) maanden nadat het verlies is vastgesteld, te beraadslagen en te besluiten over de maatregelen die de raad van bestuur voorstelt in een plan opgesteld ter sanering van de financiële toestand.
Art. 45 - ondernemingsplan en operationeel plan
§1. Het AG BPGE maakt een meerjarenplan en budget op overeenkomstig de regels die gelden voor het meerjarenplan en budget van de gemeente.
§2. De raad van bestuur stelt jaarlijks een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie van het bedrijf op korte termijn vastlegt.
De raad van bestuur stelt verder een operationeel meerjarenplan op dat de doelstellingen en de strategie van het bedrijf op lange en middellange termijn vastlegt.
§3. Het ondernemingsplan en het geactualiseerd operationeel plan wordt jaarlijks voor 31 oktober overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen, om te worden meegedeeld aan de gemeenteraad van de Gemeente.
Afdeling 2 - Controle
Artikel 46 - interne controle
§1. Het interne controlesysteem beschrijft op welke wijze de interne controle wordt georganiseerd en wijst de personeelsleden aan die ervoor verantwoordelijk zijn en bij de rapportering worden betrokken.
§2. Het organiseren van de interne controle behoort tot de verantwoordelijkheid van het directiecomité overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd in de beheersovereenkomst.
§3. De raad van bestuur stelt het interne controlesysteem vast.
Artikel 47 - externe controle
§1. De externe controle op de financiële toestand en op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen, weer te geven in de jaarrekening, uit het oogpunt van het Gemeentedecreet, de statuten of de beheersovereenkomst, wordt uitgeoefend door de externe auditcommissie.
§2. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf wordt uitgeoefend door een (1) of meer commissarissen. Die commissarissen zijn erkende bedrijfsrevisoren en worden benoemd door de gemeenteraad. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen.
§3. De bezoldiging van een commissaris - revisor bestaat uit een vast bedrag vastgesteld overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.
§4. Een commissaris - revisor wordt benoemd voor een hernieuwbare termijn van drie (3) jaar. Op straffe van schadevergoeding kan een commissaris - revisor tijdens zijn opdracht alleen om wettige redenen door de gemeenteraad worden ontslagen met toepassing van de procedure die is vastgelegd in artikel 136 van het Wetboek van vennootschappen.
§5. Een commissaris - revisor heeft een onbeperkt recht van controle over alle verrichtingen van het AG BPGE overeenkomstig artikel 137 van het Wetboek van Vennootschappen. Hij mag op elk ogenblik ter plaatse inzage nemen van de boeken, de briefwisseling, de notulen en in het algemeen van alle geschriften van het AG BPGE.
Hij kan van de directeurs, bestuurders, de gemachtigden en de aangestelden van het AG BPGE alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties doen die hij nodig acht.
Er wordt aan een (1) commissaris - revisor ieder semester door de raad van bestuur een boekhoudkundige staat overhandigd die is opgesteld volgens het schema van balans en resultatenrekening.
§6. De commissaris - revisor kan zich bij de uitoefening van zijn taak, op zijn kosten, doen bijstaan door aangestelden of andere personen voor wie hij instaat overeenkomstig artikel 139 van het Wetboek van Vennootschappen.
§7. De commissaris - revisor stelt ten behoeve van de Raad van Bestuur en van de gemeenteraad een omstandig schriftelijk verslag op, dat in het bijzonder vermeldt:
- hoe hij zijn controletaak heeft verricht en of hij van de bestuurders en aangestelden van het AG BPGE de inlichtingen heeft gekregen die hij heeft gevraagd;
- of de boekhouding is gevoerd en de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop toepasselijk zijn;
- of naar zijn oordeel de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van het AG BPGE, rekening houdend met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop toepasselijk zijn, en of er een passende verantwoording is gegeven in de toelichting;
- of het jaarverslag de door de wet vereiste inlichtingen bevat en in overeenstemming is met de jaarrekening;
- of de winstbestemming conform alle wettelijke bepalingen gebeurd is;
- of hij kennis heeft gekregen van verrichtingen gedaan, of beslissingen genomen in overtredingen van de statuten; deze laatste vermelding kan echter worden weggelaten wanneer de openbaarmaking van de overtreding aan het AG BPGE onverantwoorde schade kan berokkenen, of indien de raad van bestuur gepaste maatregelen heeft genomen om de aldus ontstane onwettige toestand te herstellen.
In zijn verslag vermeldt en rechtvaardigt de commissaris - revisor nauwkeurig en duidelijk het voorbehoud en de bezwaren die hij meent te moeten maken. Zoniet, dan vermeldt hij uitdrukkelijk dat hij geen voorbehoud noch bezwaar te maken heeft.
§8. De commissaris - revisor is aanwezig op de gemeenteraadszitting waarop zijn verslag besproken wordt.
§9. De commissaris - revisor is gehouden tot de vervulling van de taken die hem zijn opgelegd overeenkomstig de artikelen 138, 139, 143 en 144 van het Wetboek van Vennootschappen, met dien verstande dat de in artikel 138 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde vaststellingen aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel dienen te worden medegedeeld.
§10. Ingeval een mandaat van een bestuurder of commissaris - revisor een einde neemt tijdens de laatste drie respectievelijk eerste drie maanden van het boekjaar, zal deze bestuurder of commissaris - revisor nog dienen in te staan voor het opstellen van de rapporten, verslagen en plannen die hij in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris dient op te stellen overeenkomstig de wet en de huidige statuten en die betrekking hebben op het lopende respectievelijk vorige boekjaar.
Hoofdstuk V - Rechtsopvolging
Artikel 48 - overdracht van rechten en plichten en rechtsopvolging
§1. De Gemeente kan aan het AG BPGE bij of na de oprichting rechten en plichten overdragen, waaronder het eigendomsrecht of de exploitatierechten op roerende en onroerende goederen. Het OCMW van Edegem kan het beheer over haar onroerende goederen overdragen aan AG BPGE.
Deze overdracht zal van rechtswege geschieden voor de overeenkomsten, eigendommen, en andere rechten en plichten die de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn aanduidt. Deze rechtsopvolging van rechtswege berust op de wettelijke en reglementaire bepalingen vermeld in artikel 2 van deze statuten en voIgt uit de overdracht van de betrokken activiteiten door de Gemeente of het OCMW aan het bedrijf. Van deze rechtsopvolging van rechtswege wordt door de Gemeente of het OCMW evenwel bij aangetekende brief kennis gegeven aan het AG BPGE en mogelijke andere belanghebbende partijen. De overdracht en de rechtsopvolging zijn evenwel voltrokken door het enkele raadsbesluit. Het AG BPGE en de Gemeente of het OCMW kunnen de door de raad besliste overdracht van de eigendom of beheer van onroerende goederen zo nodig met bijkomende middelen tegenstelbaar maken aan derden.
Voor hangende rechtszaken met betrekking tot de overgedragen activiteiten of goederen zal het AG BPGE als rechtsopvolger optreden van de Gemeente of het OCMW, conform de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.
§2. De overdracht van andere overeenkomsten, rechten en plichten door de Gemeente of het OCMW aan het bedrijf geschiedt op basis van de desbetreffende overeenkomsten of het gemeen recht ter zake.
§3. Bij of na de oprichting van het AG BPGE kan de Gemeente goederen in het AG BPGE inbrengen, aan het bedrijf verkopen of ter beschikking stellen, onder nader overeen te komen voorwaarden. Het OCMW kan het beheer over haar onroerende goederen overdragen.
§4. Het AG BPGE kan bij of na zijn oprichting rechten en plichten van andere publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen overnemen. Het AG BPGE heeft de meest uitgebreide bevoegdheden om te dien einde regelingen te treffen.
§5. Onverminderd wat hierboven werd uiteengezet nopens de tegenstelbaarheid en de behoorlijke kennisgeving, neemt het AG BPGE van rechtswege alle rechten en verplichtingen over van de Gemeente die voortvloeien uit de wetten, de decreten, de besluiten en de tussen de Gemeente en de Belgische federale overheid of Vlaamse Gewest geldende overeenkomsten, die de uitoefening regelen van de bestuurlijke bevoegdheden van het bedrijf, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, onverminderd de toepassing van de bepalingen uit het Gerechtelijk Wetboek.
§6. Onverminderd wat hierboven werd uiteengezet nopens de tegenstelbaarheid en de behoorlijke kennisgeving, neemt het AGB eveneens de andere rechten en verplichtingen van de Gemeente of het OCMW over die voortvloeien uit bestaande rechtsverhoudingen die verband houden met de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden van het bedrijf, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.
§7. De overdracht van de door de raad bepaalde activa of het beheer ervan van de Gemeente of het OCMW zal slechts kunnen gebeuren vanaf het ogenblik dat de raad van bestuur aangesteld wordt.
Hoofdstuk VI - Ontbinding en vereffening
Artikel 49 - ontbinding en vereffening
§1. De gemeenteraad van de Gemeente kan steeds beslissen om tot ontbinding en vereffening van het bedrijf over te gaan.
In de beslissing tot ontbinding wijst de gemeenteraad de vereffenaars aan. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.
§2. De rechten en verplichtingen, inbegrepen deze met betrekking tot de contractuele personeelsleden, van het ontbonden bedrijf worden overgenomen door de Gemeente.
Het beheer van de onroerende goederen van het OCWM van Edegem, inbegrepen alle rechtsgeldig aangegane of verworven rechten en verplichtingen, worden overgenomen door het OCMW van Edegem.
§3. In afwijking van §2 en §3 kan de gemeenteraad in het ontbindingsbesluit de personeelsleden, die daarmee moeten instemmen, en de rechten en verplichtingen aanwijzen die overgenomen worden door de overnemer of de overnemers van de activiteiten van het bedrijf.”
De gemeente wenst het AGB te belasten met de beheer van de infrastructuur van het instructiezwem-bad Frank Jespers, gelegen aan de Vrijwilligersstraat 34 te Edegem. Ook de operationele exploitatie zal vanaf volgend schooljaar door het AGB worden opgenomen. Hiervoor worden de statuten van het AGB aangepast en dient tevens de beheersovereenkomst tussen AGB en gemeente geactualiseerd te worden. Daartoe wordt in artikel 2 van de beheersovereenkomst een paragraaf 4bis toegevoegd.
Daarnaast is het noodzakelijk om de exploitatie van het instructiezwembad op een dusdanige manier financieel te organiseren dat voldaan wordt aan de bepalingen van de fiscale administratieve richtlijnen. In het bijzonder willen we er met de huidige aanpassingen voor zorgen dat de winstnastreving en het principe van winstuitkering van het AGB aan de gemeente expliciet beschreven staat.
Besluit van de gemeenteraad van 18 september 2013
De statutenwijziging van het AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem wordt goedgekeurd.
Besluit van de gemeenteraad van 15 december 2014
De geactualiseerde beheersovereenkomst tussen AGB BPGE en de gemeente Edegem wordt goedgekeurd.
Besluit van de raad van bestuur van het AGB van 15 december 2014
De geactualiseerde beheersovereenkomst tussen AGB BPGE en de gemeente Edegem wordt goedgekeurd.
Besluit van de raad van bestuur van het AGB van 21 juni 2017
De raad van bestuur geeft positief advies bij de geplande statutenwijziging en legt het document ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Besluit van de gemeenteraad van 26 juni 2017
De statutenwijziging van het AGB BPGE wordt goedgekeurd.
Door de overdracht van het infrastructureel en operationeel beheer van het zwembad naar het AGB dient de eind 2014 goedgekeurde beheersovereenkomst geactualiseerd te worden.
De raad keurt de geactualiseerde beheersovereenkomst tussen de gemeente Edegem en het autonoom gemeentebedrijf BPGE goed.
De liquiditeitspositie van het autonoom gemeentebedrijf laat geen integrale en onmiddellijke financiering van de investeringen toe. Daarom is het aangewezen dat de gemeente ter financiering een renteloze lening toestaat aan het autonoom gemeentebedrijf.
Volgens Voorafgaande Beslissing nr 2010.047 van 30 maart 2010 wordt het renteloze karakter van een lening die wordt verstrekt door een gemeente aan een AG niet aangemerkt als een verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel in hoofde van het autonoom gemeentebedrijf.
Deze constructie werd reeds eerder opgenomen in de goedgekeurde meerjarenplannen en budgetten van zowel gemeente als AGB.
Besluit van de gemeenteraad van 15 juni 2011
Het AGB wordt opgericht en de statuten worden goedgekeurd.
Besluit van de gemeenteraad van 19 december 2016
De budgetwijziging 2016 van het AGB wordt goedgekeurd.
De raad keurt bijgevoegde overeenkomst voor de renteloze lening ter financiering van de AGB-investeringen 2016 goed.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
De gemeente wenst na het huidige schooljaar de exploitatie van het instructiezwebad Frank Jespers over te dragen van de vzw Sport en Recreatie Edegem naar het AGB BPGE. Wanneer een AGB een zwembad uitbaat valt dit mits naleving van bepaalde voorwaarden onder de toepasing van de BTW-wetgeving, wat onder andere betekent dat er 6% BTW moet geheven worden op de toegangsgelden van het zwembad.
In het verleden werden de prijzen die de vzw Sport en Recreatie voor het zwembad hanteerde bij het begin van ieder schooljaar aangepast aan de evolutie van de index. Het AGB wil dit systeem behouden, maar heeft er, gelet op de bijkomende impact van de BTW-toepassing, voor het eerste schooljaar voor geopteerd om de indexaanpassing niet integraal toe te passen. Concreet betekent dat de prijzen minder zullen toenemen dan het geval zou zijn door toepassing van zowel de indexering als de btw-heffing. Zo zal bijvoorbeel het meest toegepaste tarief (toegang voor schoolzwemmen) toenemen van 1,95 euro in schooljaar 2016-2017 naar 2,05 euro in schooljaar 2017-2018, wat een toename inhoudt van 5,13%.
In het verleden betaalde de gemeente aan de vzw Sport en Recreatie een afschrijvingssubsidie, die jaarlijkse afschrijvingskosten van de investeringen van de vzw moest financieren. Ook bij de exploitatie via het AGB zal er vanuit de gemeente een bijna gelijkaardige tussenkomst gebeuren. Om BTW-technische redenen zal dit evenwel geen globale afschrijvingssubsidie zijn maar een prijssubsidie gekoppeld aan ieder zwembadticket dat het AGB verkoopt.
De tabel in dit besluit bevat de reële kostprijs die de klant zal betalen voor het gebruik van de zwembadfaciliteiten.
Besluit van de gemeenteraad van 26 juni 2017
De geactualiseerde beheersovereenomst tussen gemeentebestuur en AGB wordt goedgekeurd.
Via een statutenwijziging en een geactualiseerde beheersovereenkomst draagt de gemeente het infrastructureel en operationeel beheer van het instructiezwembad Frank Jespers na het einde van dit schooljaar over naar het AGB BPGE. Voor de exploitatie van het zwembad en de transparantie naar de klanten (scholen, e.a.) is het wenselijk om de tarieven die klanten in de toekomst zullen moeten betalen nu al vast te leggen.
De raad keurt onderstaande tarieftabel goed die AGB BPGE zal hanteren bij de exploitatie van het instructiezwembad Frank Jespers.
Tariefstructuur AGB exploitatie zwembad
| INSTRUCTIEZWEMBAD FRANK JESPERS | |||||
| AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem | |||||
| SCHOOLJAAR | |||||
| 2017-2018 | |||||
| PRIJS* | PRIJS* | ||||
| EXCL BTW | 6% BTW | INCL BTW | |||
| INDIVIDUEEL | |||||
| -16 jaar | 1,93 | 0,12 | 2,05 | ||
| +16 jaar (groot gezin) | 1,93 | 0,12 | 2,05 | ||
| gepensioneerden | 1,93 | 0,12 | 2,05 | ||
| mindervaliden | 1,93 | 0,12 | 2,05 | ||
| +16 jaar | 2,41 | 0,14 | 2,55 | ||
| SCHOLEN | |||||
| per kind | 1,93 | 0,12 | 2,05 | ||
| per kind + vervoer | 2,59 | 0,16 | 2,75 | ||
| 10-BEURTENKAART +1 beurt gratis | |||||
| -16 j., gepens., mind. | 19,34 | 1,16 | 20,50 | ||
| +16 jaar | 24,53 | 1,47 | 26,00 | ||
| GEBOUW | |||||
| per 2 uur | 84,91 | 5,09 | 90,00 | ||
| per 2 uur gedurende minstens 30 weken | 67,92 | 4,08 | 72,00 | ||
| GEZINSBOND | 12 beurten | 19,34 | 1,16 | 20,50 | |
| (*) = exclusief prijssubsidie vanwege gemeente Edegem | |||||
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Raadlid Bart Breugelmans merkt op dat deze jaarrekening ons bewijst dat het woonzorgcentrum Immaculata behoorlijk break-even draaide in het verleden, zelfs indien er rekening wordt gehouden met de -wederom éénmalige en tijdelijke meevallers in de uitgaven van het woonzorgcentrum. De CD&V vraagt zich dan ook af waarom nog maar zeer recent de meerderheid opnieuw besloten heeft de ligdagprijs nogmaals te verhogen.
En aangezien enkele financiële meevallers van 2016 te maken hebben met - onder andere - een tijdelijk tekort aan personeel, begrijpt CD&V niet dat de meerderheid, op het allerlaatste nippertje, besloten heeft het overschot van dit jaar niet te reserveren voor het woonzorgcentrum in de toekomst. Door nu ter zitting de documenten nog te wijzigen en dit niet te doen, laat het ocmw de bewoners van het woonzorgcentrum mee betalen voor de verliezen van het ocmw uit de toekomst.
CD&V vindt dat dit niet kan.
CD&V staat er wel op om de financieel beheerder en haar team van het ocmw te danken voor het voorgelegde document.
Raadslid Patricia Dierickx wil in de eerste plaats de voorzitster en de financieel beheerder danken voor de duidelijke uiteenzetting van de jaarrekening.
Voorzitster Brigitte Vermeulen-Goris wil graag kort reageren op het verhogen van de ligdagprijs. Het gaat voor alle duidelijkheid over de rekening van 2016 terwijl er budget van 2017 werd opgemaakt, waar een verhoging wel degelijk gerechtvaardigd was. Het resultaat van het woonzorgcentrum houdt geen rekening met de kosten van de ondersteunende diensten, afschrijvingen en investeringen, want het woonzorgcentrum draait wel degelijk verlies momenteel. Ze schetst dit ook kort aan de hand van een overzichtslijst van de evolutie van de ligdagprijs voor het oude en nieuwe gebouw van het woonzorgcentrum. Jarenlang is er geen enkele indexatie of verhoging gebeurd. In 2014 werd de prijs van het oude gebouw voor het eerst geïndexeerd. Een stijging van 12,35 EUR op 8 jaar, terwijl de jaarlijkse indexatie een veel hogere ligdagprijs zou opgeleverd hebben. Dat het veel geld is weet iedereen, maar ze wil dit toch graag in de juiste context plaatsen.
De jaarrekening omvat een beleidsnota, een financiële nota en een samenvatting van de algemene rekeningen.
De beleidsnota geeft het beleid weer dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het financiële boekjaar heeft gevoerd. De beleidsnota omvat een toelichting over de financiële toestand van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en verwoordt de aansluiting met de financiële nota.
De financiële nota bevat minstens de exploitatierekening, de investeringsrekening en de liquiditeitenrekening.
De samenvatting van de algemene rekeningen omvat de balans en de staat van opbrengsten en kosten.
Het balanstotaal per 31 december 2016 bedraagt 25 984 256 EUR. Het budgettaire resultaat van het boekjaar bedraagt 381 690 EUR. Samen met het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar en de bestemde gelden, geeft dat een positief resultaat op kasbasis van 2 848 494 EUR.
Artikel 174 § 2 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Een afschrift van de vastgestelde jaarrekening wordt bezorgd aan de gemeenteraad, die binnen vijftig dagen na overzending, zijn opmerkingen ter kennis kan brengen van de provinciegouverneur.
Agenda van 20 juni 2017 van de raad voor maatschappelijk welzijn
De vaststelling van de jaarrekening 2016 door de raad voor maatschappelijk welzijn staat geagendeerd op 20 juni 2017.
De raad neemt akte van de jaarrekening 2016 van het OCMW.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Graag komt raadslid Bart Breugelmans even tussen op het voorstel dat nu voorligt. Als CD&V-Edegem waren ze zeer zwaar verrast met dit voorstel en dit op een positieve manier. Hij herinnert zich nog een CD&V-fractieweekend in Voeren of een fractie-dag in “Het Recreatief” waar ze als groep tevergeefs getracht hebben de toenmalige voorzitster van het OCMW te overtuigen om een traject op te starten van verzelfstandiging binnen de verschillende diensten van het ocmw. Maar dit echter tevergeefs.
Dat we nu, zo vele jaren later, wel zo ver staan, is op zich ok; maar ook spijtig, want het is veel te laat. Indien we dit proces toen wel hadden kunnen opstarten, dan hadden we we nu nog een poetsdienst en warme maaltijden in eigen huis gehad. Maar we hadden ook de voorbije jaren reeds op meerdere niveaus kunnen zorgen voor een heleboel synergiën, die we nu nog lang niet hebben, of zelfs nog moeten opgestart worden.
Raadslid Bart Breugelmans vraagt de toestemming om alsnog een kritische vraag toe te voegen indachtig het traject dat het ocmw heeft afgelegd met de poetsdienst en de warme maaltijden. Hij vraagt zich af of de opstart van het woonzorgnetwerk de voorbereiding is naar een nieuwe afstotingsronde. Gaan we ook hier op zoek gaan naar een externe overnemer op termijn? Of is het deze keer echt enkel een verzelfstandiging zonder meer? Deze vragen blijven vandaag voor de CD&V aanwezig en de antwoorden te vaag en te onbestemd.
Ze zijn wel steeds bereid, vandaag en in de toekomst, om in te gaan op de vraag van de voorzitster om samen te brainstormen over de vraag “wat ouderenzorg in de toekomst mag kosten”. Maar misschien moet aan deze vraag meteen nog een tweede vraag toevoegd worden: “Wat moet ouderenzorg inhouden om echt ouderenzorg te kunnen zijn?”.
Vandaar ook dat CD&V zich zal onthouden, niet omdat ze tegen deze verzelfstandiging zijn, maar wel omdat ze veel te laat wordt uitgevoerd en omdat , door deze vertraging, de ouderenzorg in Edegem ondertussen is uitgekleed en ze geen garanties hebben of er nog verder zal uitgekleed worden….
De uitgebreide voorbereiding en werk dat aan dit dossier voorafging verdient volgens Raadslid Sien Pillot lovende woorden.
Zowel de diensten, stuurgroep, als de bevoegde schepen werkten hard om deze strategische oefening tot een goed einde te brengen.
De keuze om de ouderenzorg van ocmw Edegem (thuiszorgdiensten, lokaal dienstencentrum "Den Appel" én Woonzorgcentrum Immaculata) onder te brengen in een extern verzelfstandigd agentschap is volgens Groen een goede keuze om de kwaliteit van deze diensten te behouden en mogelijk nog te vergroten. Zo kunnen we ons wapenen tegen andere commerciële spelers in de markt door zelf de regierol in handen te houden.
Deze verzelfstandiging in een externe afzonderlijke structuur verhoogt ook de samenwerkingsmogelijkheden met anderen.
Raadslid Gerd Tahon geeft aan dat de oprichting van het EVA Woonzorgnetwerk een heel belangrijke realisatie is. Ouderenzorg wordt steeds belangrijker in onze samenleving en ligt hen nauw aan het hart.
Met deze ocmw-vereniging wordt zorg voor ouderen aangeboden binnen een sterke structuur en in een totaalpakket. Ouderen hebben de mogelijkheid om zo lang mogelijk thuis te blijven via thuiszorgdiensten, het lokaal dienstencentrum en als de noden te groot worden kunnen ze terecht in het woonzorgcentrum. De verschillende diensten verweven in één netwerk staan borg voor zorg op maat. Er zal meer ruimte zijn voor flexibiliteit, specialisatie en samenwerkingsmogelijkheden met externe partners.
Met de oprichting van het Woonzorgnetwerk investeren we in een sterke omkadering van publieke dienstverlening waarbij kwalitatieve en betaalbare zorg voor ouderen centraal staat. Op deze manier willen we de toekomst van de publieke ouderenzorg veilig stellen. Dit is een positief verhaal waaraan hard gewerkt is en dat N-VA ten volle toejuicht.
De eerste stap in de oprichting van deze OCMW-vereniging conform Titel VIII, Hoofdstuk I, van het Decreet betreffende de organisatie van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn van 19 december 2008, is de principiële goedkeuring door de Raad voor Maatschappeljik Welzijn dd. 11 april 2017. Daarbij horen ook ontwerpen van motiveringsnota en statuten.
De motiveringsnota is gebaseerd op de conclusies van de gemengde werkgroep die de strategische oefening heeft gemaakt.
Het ontwerp van statuten werd uitgewerkt door de werkgroep voor de verzelfstandiging en consultants Probis en GD&A aan de hand van de leidraad van de VVSG. De ontwerpen werden ook besproken binnen de partijen van de politieke meerderheid.
Artikel 221 OCMW-decreet:
Een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan, om een van de opdrachten uit te voeren die aan de centra voor maatschappelijk welzijn zijn toevertrouwd en voor leidinggevende, staf-, expert- en managementfuncties, een vereniging oprichten ofwel met als enig lid het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zelf, ofwel met een of meer andere openbare centra voor maatschappelijk welzijn, met andere openbare besturen en/of met rechtspersonen andere dan die welke winstoogmerk hebben. In de gevallen waarin het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn geheel of gedeeltelijk een erkenning, vergunning of subsidiëring kan verkrijgen, worden de verenigingen, vermeld in dit hoofdstuk, voor het verkrijgen van die erkenning, vergunning of subsidiëring gelijkgesteld met een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.
Als een vereniging wordt opgericht met het oog op het exploiteren van een ziekenhuis of van een gedeelte van een ziekenhuis, draagt die, in afwijking van artikel 223, naast de benaming de vermelding " autonome verzorgingsinstelling " of de initialen " A.V. ".
Een gemengde werkgroep (ambtelijk-politiek; OCMW-gemeente) stelde na een strategische oefening eind 2016 voor aan de stuurgroep rond de integratie OCMW-gemeente om de strategische keuze te maken om de ouderenzorg van OCMW Edegem (thuiszorgdiensten, lokaal dienstencentrum "Den Appel" én WZC Immaculata) onder te brengen in een extern verzelfstandigd agentschap (zie verslag in bijlage).
De strategische werkgroep kwam tot het besluit dat een extern verzelfstandigd agentschap (EVA) in de vorm van een publiekrechtelijke Titel VIII, Hoofdstuk I OCMW-vereniging, de beste kansen biedt om de toekomstige uitdagingen voor de zorg aan te gaan, weliswaar met een cruciale rol voor de toekomstige directeur van deze EVA die een verregaande autonomie kan krijgen. Met andere woorden, de selectie van de directeur zal in sterke mate bepalend zijn voor het succes van het EVA.
Hierbij wordt door de werkgroep de specifieke kanttekening gemaakt dat voor de exploitatie van een EVA sterke aandacht moet worden besteed aan de mogelijke overheadkosten.
Een publiekrechtelijke Titel VIII, Hoofdstuk I OCMW-vereniging is het best geschikt om een bedrijfscultuur aan te houden die ons in staat stelt om zo kwalitatief mogelijk te (blijven) functioneren en de concurrentie in de sector ook op langere termijn aan te gaan. Concreet gaat het hierbij om cruciale zaken zoals flexibiliteit van werking, verdergaande specialisatie en professionalisering aangepast aan de noden van de ouderenzorg. Tevens laat het toe om de publieke zorg en diens troeven op lange termijn veilig te stellen. Door thuiszorg, lokaal dienstencentrum en woonzorgcentrum samen te houden in één structuur blijven we het best in staat om naadloze zorg en zorg op maat aan te bieden. Deze verzelfstandiging in een externe afzonderlijke structuur verhoogt ook de samenwerkingsmogelijkheden met anderen
De stuurgroep voor de integratie gemeente-OCMW dd. 23 januari 2017 ging op dit voorstel in.
Er werd een werkgroep geïnstalleerd rond de realisatie van deze verzelfstandiging. Hierin zetelen de voorzitter, de OCMW-secretaris, de OCMW-financieel beheerder, de coördinator thuiszorgdiensten, de directeur van het WZC, de HR-manager en de beleidscoördinator organisatieontwikkeling. Deze werkgroep wordt ondersteund door consultingbureau Probis en advokatenkantoor GD&A.
Op het Vast Bureau van 31 januari 2017 werd een eerste bespreking gehouden over de oprichting van een OCMW Vereniging conform Titel VIII, Hoofdstuk I, van het Decreet betreffende de organisatie van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn van 19 december 2008 onder de naam Zorgvereniging Edegem, meer specifiek het stappenplan.
Op de Raad voor Maatschappelijk welzijn van 11 april 2017 werd principiële goedkeuring gegeven aan de oprichting van het Woonzorgnetwerk Edegem alsook aan de motiveringsnota, de statuten en het financieel business plan.
Het College van Burgemeester en Schepenen gaf positief advies over het principiële oprichtingsbesluit genomen door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn dd. 11 april 2017.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn ging over tot de definitieve oprichting van het Woonzorgnetwerk Edegem in zijn zitting van 20 juni 2017. In diezelfde zitting werden ook de motiveringsnota, de statuten en het financieel business plan goedgekeurd.
De raad keurt het besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 20 juni 2017, houdende de oprichting van een publiekrechtelijke vereniging, genaamd “Woonzorgnetwerk Edegem”, conform Titel VIII, Hoofdstuk I, van het Decreet betreffende de organisatie van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn van 19 december 2008, goed.
Doordat de gemeentelijke sociale dienst op 30 juni 2017 ophoudt te bestaan voor het actieve personeel dient het reglement te worden aangepast aan deze situatie. Het huidige reglement werd hiervoor herwerkt.
Hierover werd een protocolakkoord in het onderhandelingscomité voor het gemeentepersoneel afgesloten op 11 mei 2017.
raadsbesluit van 22 mei 1997
de gemeenteraad keurt het reglement van de sociale dienst goed.
raadsbesluit 20 juni 2007
De gemeenteraad keurt het gewijzigde reglement van de gemeentelijke sociale dienst goed.
Vanaf 1 juli 2017 wordt er overgestapt naar de gemeenschappelijke sociale dienst GSD-V. Hierdoor blijft de gemeentelijke sociale dienst enkel nog bestaan voor het op 1 juli 2017 reeds gepensioneerde personeel. Dit brengt met zich dat het huidige reglement gewijzigd moet worden.
De raad keurt het gewijzigde reglement voor de gemeentelijke sociale dienst goed.
Door beroep te doen op de opdrachtencentrale georganiseerd door VITO inzake aankoop of huur van ICT-apparatuur voor een datacenter en bijhorende diensten kan de gemeente eenvoudig prijzen opvragen en bestellingen plaatsen volgens de voorwaarden gesteld door VITO en volgens hun bedongen kortingen.
De raamovereenkomst omvat een reeks hardware, software en dienstverlening inzake datacenters die het mogelijk maakt om:
Het gemeentebestuur is niet verplicht tot de afname van producten, diensten of werken en kan nog steeds beroep doen op andere leveranciers indien gewenst.
Het gemeentebestuur zal bij elke potentiële bestelling controleren of de prijzen en technische specificaties marktconform zijn.
Artikel 2, 4° van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten
Een aankoopcentrale of opdrachtencentrale is een aanbestedende overheid die raamovereenkomsten sluit met betrekking tot werken, leveringen of diensten die bestemd zijn voor aanbestedende overheden, overheidsbedrijven of aanbestedende entiteiten.
Artikel 15 van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten
Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoop- of opdrachtencentale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
Beslissing van VITO van 9 november 2016
VITO gunt de raamovereenkomst voor aankoop of huur van ICT-apparatuur voor een datacenter en bijhorende diensten aan de firma Securitas voor een maximale periode van 7 jaar.
VITO of de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek heeft als opdrachtencentrale een raamovereenkomst gegund inzake aankoop of huur van ICT-apparatuur voor een datacenter en bijhorende diensten.
Gemeenten en OCMW's kunnen gebruik maken van deze raamovereenkomst waardoor de verplichting vervalt om zelf een gunningsprocedure te organiseren.
De raad keurt goed om beroep te kunnen doen op de opdrachtencentrale van VITO voor aankopen inzake aankoop of huur van ICT-apparatuur voor een datacenter en bijhorende diensten.
Het college wordt belast met de uitvoering.
De algemene vergadering van vzw tentoonstellingshuis Hellemans heeft het jaarverslag 2016 goedgekeurd op 30 mei 2017 en doorverwezen naar de gemeenteraad ter aktename.
De raad neemt akte van het jaarverslag 2016 van vzw tentoonstellingshuis Hellemans.
De algemene vergadering van vzw tentoonstellingshuis Hellemans heeft de rekening 2016 goedgekeurd op 30 mei 2017 en doorverwezen naar de gemeenteraad ter goedkeuring.
Artikel 1
De raad keurt de rekening 2016 van vzw tentoonstellingshuis Hellemans goed op de volgende totalen:
- werkingsontvangsten: 54 514,17 EUR
- werkingsuitgaven: 46 321,92 EUR
- werkingssaldo: 8 192,25 EUR
Samen met het batig saldo van de vorige dienstjaren (14 699,07 EUR) en het saldo voor het Fonds Aanleg Patrimonium (13 063,28 EUR) rest er in totaal een batig saldo van 35 954,60 EUR, dat wordt overgedragen naar het volgende dienstjaar.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Raadslid Wim Verrelst merkt op dat bij het pensioen van een voormalig personeelslid iemand hem aansprak over dit beeld. Hij is blij dat de vraag goed terecht kwam, maar de schenker had toen wel de uitdrukkelijke vraag om dit zeker in het gemeentelijk patrimonium te plaatsen, bijvoorbeeld in het oud-gemeentehuis
Schepen Koen Michiels is er van overtuigd dat er zeker een plek voor gevonden zal worden in het patrimonium, maar dit is nog niet in de cultuurraad besproken.
Raadslid Wim Verrelst vindt dit jammer, want de vraag dateert al van in oktober, en ondertussen is het toch al weer enkele maanden geleden. Volgens hem had dit toch al op de cultuurraad kunnen besproken worden.
Schepen Koen Michiels wil graag verduidelijken dat het feit of we het borstbeeld al dan niet aanvaarden met de financiële consequentie de bevoegdheid is van het college en de gemeenteraad .
Waar het borstbeeld later zal geplaatst worden, is dan weer iets dat de cultuurraad zal beslissen. Dus daar kunnen ze nu pas me aan de slag.
In april 2017 kreeg de cultuurdienst voor de restauratie van dit beeld een uitgebreid verslag en offerte toegestuurd van Jeroen Boel, die gespecialiseerd is in het restaureren van gipsen beelden. De volledige restauratie van het beeld bedraagt 570,70 EUR. De kostprijs voor de restauratie zal door de cultuurdienst worden gedragen.
Het beeld zal na restauratie geplaatst worden in het gemeentelijk patrimonium.
In oktober 2016 kreeg de cultuurdienst de vraag van Dirk Arts uit Hove om het borstbeeld van zijn overgrootvader en ex-burgemeester van Edegem, Willem Arts te mogen schenken aan het gemeentebestuur. Willem Arts was burgemeester van Edegem van 1927 tot 1947. Tijdens zijn burgemeesterschap kreeg Edegem ook haar huidige wapenschild.
De schenker stelt als voorwaarde voor de schenking de restauratie van het beeld. De schenker vraagt ook om het beeld een geschikte plaats in het gemeentelijk patrimonium te geven.
De raad keurt de schenking van het borstbeeld van oud-burgemeester Arts goed.
De raad keurt de restauratie van het beeld door Jeroen Boel goed voor 570,70 EUR.
De raad verbindt zich ertoe om het borstbeeld van oud-burgemeester Arts een geschikte plaats te geven in het gemeentelijk patrimonium.
Door Mortsel aan te duiden als opdrachtcentrale kan Edegem mee intekenen op de prijsvraag van Mortsel en zo hopelijk profiteren van een schaalvoordeel.
Als de prijsvraag is afgelopen en de voorwaarden gekend zijn, kunnen we autonoom beslissen of we gunnen of niet.
Concreet zal Mortsel de procedure voeren door middel van een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met bekendmaking.
Het lastenboek is zodanig opgesteld dat er ruimte is om het programma op eigen maat uit te werken. Het is namelijk zo dat elke gemeente haar eigen procedure heeft voor inname openbaar domein. Concreet wil dit zeggen dat Edegem na de gunning onder andere kan bepalen of:
Mortsel legt wel vast dat de aanvrager zijn betaling zal moeten uitvoeren voor hij zijn vergunning ontvangt. Mortsel maakte deze keuze (waarin andere besturen dus geen keuze meer hebben) omdat dit een fundamentele impact heeft bij de ontwikkeling van de softwaretoepasing. Dit betekent dus ook dat met de uitrol van de software het huidige belastingsreglement inname openbaar domein moet worden omgezet naar een retributiereglement.
Mortsel plant een overheidsopdracht om de procedure ‘inname openbaar domein’ te digitaliseren. Daar dit een onderwerp is dat ook in de omliggende gemeentes leeft, stelt Mortsel voor als opdrachtencentrale op te treden.
De raad stelt de stad Mortsel aan als opdrachtencentrale voor de overheidsopdracht 'digitaliseren van de procedure voor de inname van het openbaar domein'.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Schepen Goedele Van der Spiegel licht voor de bezoekers van de raad nog even kort de inhoud van het voorliggend bestek toe.
Ook de vraag van raadslid Wim Verrelst werd besproken met de diensten en zij licht toe dat het bestek werd aangepast en dat de percelen afzonderlijk kunnen gegund worden.
Raadslid Wim Verrelst geeft aan dat het fort een dossier blijft met een lopende rekening. Het is het eerste dossier deze legislatuur, maar het is toch al belangrijk dat dit wordt opgestart. Er is ondertussen meer mogelijk bij Erfgoed, en dit zorgt voor een positieve evolutie.
Raadslid Sien Pillot geeft aan dat samen met Hof ter Linden, het Fort 5 de groene long van Edegem vormt . Om deze meer toegankelijk te maken en op te waarderen zijn er ook in het Fort 5 extra werken noodzakelijk.
Deze goedkeuring is een eerste stap om de oude hangars terug leven te geven en tal van verenigingen te voorzien van een degelijke ruimte voor hun activiteiten.
Maar wat voor Groen zeker van belang is, is de bestendiging van de Bioklas en de studieopdracht die wordt goedgekeurd voor de restauratie van de gevels en daken daar.
De herbestemming van het binnenfort is een boeiend project. In tal van nabije gemeenten zijn er leuke en creatieve ideeën gegroeid tot een meerwaarde van het Fort.
Dit bestuur is goed op weg om ook hier weer Edegem mee op de kaart te zetten.
Schepen Goedele Van der Spiegel deelt mee dat het feit dat het lang heeft aangesleept niet echt correct is. Vandaag heb je eerst een erfgoedbeheersplan nodig. Dat traject is twee jaar geleden gestart. Daarna heeft dit een half jaar bij Erfgoed op tafel gelegen, dus is ze blij dat dit nu kan starten.
Raadslid Wim Verrelst corrigeert dat hij niet gezegd heeft dat dit heeft aangesleept, hij is blij met de voortgang.
Het beheersplan Onroerend Erfgoed Fort 5 is ingediend en moet nog goedgekeurd worden, in juni 2017. Het beheersplan is geldig voor 20 jaar. Hierdoor krijgen we een verhoogde erfgoedpremie tot 80% voor de uitvoering van werkzaamheden,beheersmaatregelen of diensten opgenomen in het goedgekeurde beheersplan.
Voorstel van acties en beheersmaatregelen voor de komende 20 jaar:
In het beheersplan worden volgende concrete projecten voorop gesteld:
Acties 1, 2 en 3 worden in deze studieopdracht opgestart volgens de strategische meerjarenplannen:
- P-13-11-10: Onderbrengen van de vernieuwde bioklas in het nieuwe regiohui
- K-12-11-16: Herstellen van de daken van de hangars van het Fort 5
- K-13-10-13: Opwaarderen van het binnenfort en zorgen voor verdere ontwikkelingskansen
De opdracht bestaat uit 2 percelen waarbij perceel 1 is opgesplitst in 2 deelopdrachten. De aanbestedende overheid heeft het recht om slechts 1 van de 2 percelen te gunnen. Er kan een kortingspercentage worden opgegeven door de inschrijver, bij gunning van beide percelen aan dezelfde inschrijver.
Elk perceel/deelopdracht heeft een specifiek verloop en timing, uit te voeren gedurende de komende 4 jaar:
Daar de bioklas momenteel reeds in aanbouw is (uitvoering medio mei tot december 2017), wenst Edegem in eerste instantie voluit in te zetten op deelopdracht 1. Hierbij is het de wens zo snel mogelijk de meest zuidelijke hangar te renoveren zodat de ruimte rond de bioklas, als box-in-the-box in hangar 23, volledig kan afgewerkt worden.
De opdracht wordt opgeplitst in twee fases, waarvan in 2017 slechts de eerste fase gegund wordt (zie ‘*’ hieronder aangeduid). In een tweede fase kunnen de vervolgopdrachten (eventueel per deelfase) gegund worden:
Opmerking: In de opdracht is niet begrepen: de grondige renovatie van Hangar 23 en Hangar 24.
Fasering:
In de prijsopgave in bijlage “Raming-prijsopgave Fort5” vult de kandidaat alle deelprijzen in per project en per fase. Hierin is ook de opsplitsing gemaakt in :
- “toewijzing opdracht 2017”
- en per project bijkomend te gunnen: “toewijzing opdracht 2018-2021”
Afhankelijk van de ramingen, het voorgestelde stappenplan en het beschikbare budget, kunnen er door het College van burgemeester en Schepenen deelprojecten toegevoegd, opgesplitst of geschrapt worden. Elke fase wordt door het College afgesloten met een beslissing over het al dan niet aanvangen en uitvoeren van de volgende fase, en dit van elke project afzonderlijk.
De opdracht wordt gegund bij wijze van onderhandelingsprocedure met bekendmaking
Gunningswijze is vastgelegd volgens de gunningscriteria:
Raming: zie bijlage “Raming-prijsopgave Fort5”
De timing:
- indienen offertes: 5 september 2017
- gunning: 9 oktober 2017
Decreet van 12 juli 2013 betreffende het Onroerend Erfgoed, van kracht vanaf 1 januari 2015.
Voor monumenten, stads- of dorpsgezichten, landschappen en archeologisch erfgoed is de juridische grondslag het Decreet Onroerend Erfgoed en het bijbehorend Besluit Onroerend
Erfgoed. Het Onroerenderfgoeddecreet en -besluit bevatten de werkinstrumenten om te beschermen en te beheren.
Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013, van kracht vanaf 1 januari 2015.
Dit besluit geeft uitvoering aan het Decreet Onroerend Erfgoed van 12 juli 2013.
De raad keurt de lastvoorwaarden en gunningswijze van de opdracht “studieopdracht renovatiedossier hangars en herbestemmingsstudie binnenfort voor Fort5 te Edegem" met een ramingsbedrag van 134 973,68 EUR inclusief BTW goed.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Volgens raadslid Klaas Meesters heeft CD&V zich nooit kunnen vinden in deze locatie en daarom is er dan ook een tijd terug een alternatief voorgesteld waarbij er vertrokken wordt van een parkeerbeleid en niet van een parkeervlakte. CD&V wil graag de scouts en de school een warm hart toedragen.
Het plan dat werd voorgelegd bevestigt de vrees van CD&V.
Voor dat plan moeten 23 bomen sneuvelen en wordt er een claim tot 40 meter diep op het scoutsterrein gelegd waardoor een derde van het scoutsterrein en de helft van het speelterrein achter de school wordt ingenomen.
Met dit plan wordt er gekozen voor een verharde vlakte van 2500m² in de plaats van groene speelruimte. Deze keuze is niet die van CD&V.
Raadslid Koen Snyders vindt dit een droevig en cynisch dossier. Toen hij begin jaren 80 zijn eerste stappen zette in de gemeenteraad, werden ze geconfronteerd met het "authentieke anders gaan leven". Deze authentieke mensen zouden nooit tot dit dossier gekomen zijn. Het aanbieden van wat geld aan een jeugdvereniging om plaats te maken voor een parking is enorm cynisch. Hij had gehoopt dat er nog wel andere idee zou komen, maar helaas is dit niet het geval.
Een verdere ontwikkeling van het kasteel en de koetshuizen impliceert volgens raadslid Sien Pillot dat we ook een oplossing moeten bieden voor de toegankelijkheid en de pakeermogelijkheden.
Aan de toegankelijkheid wordt gewerkt, de nieuwe aanleg van het binnenplein is volop aan de gang.
De verschillende mogelijkheden voor het creeëren van extra parkeerplaatsen werd eerder bekeken in deze raad. Het ontlasten van de woonwijken in de buurt was voor dit bestuur terrecht prioritair. Maar eveneens het creëren van extra parkeerplaatsen aan de rand van ons centrum. Die dus tevens kunnen gebruikt worden voor het toekomstige vrijetijdscentrum en de winkels in de buurt.
Het voorbije jaar werd er een uitgebreid participatie traject gelopen om rekening te houden met de buurt en zijn problematieken. De raad keurt volgens haar dan ook een gedragen ontwerp goed.
Dit ontwerp creërt een veilige schoolomgeving met extra speelruimte, houdt rekening met de bestaande speeloppervlakte voor de scouts, ontlast de Patronaatstraat, en houdt rekening met de er naast gelegen tennisclub.
Volgens schepen Goedele Van der Spiegel heeft anders gaan leven niet alleen te maken met autorijden. Het bestuur staat inderdaad niet zomaar te springen voor grote autoparkings, maar anders gaan leven is ook wijkontwikkeling en het ontsluiten van een grote groene long.
Er werd een nieuwe trage weg aangelegd zodat het scoutsterrein wordt ontsloten, daarnaast krijgt de scouts ook extra ruimte door het grotere speelterrein in gedeeld gebruik, en ook de tennis wordt gevrijwaard.
Ze geeft nog aan dat er inderdaad een aantal bomen sneuvelen, maar minder erg dan dat een stuk van Hof ter Linden hiervoor zou moeten sneuvelen.
Schepen Jeroen Van Laer wil graag schepen Goedele Van der Spiegel bijtreden, want dit is geen makkelijk dossier. Er zijn een aantal problemen samen aangepakt. Het gaat hier niet louter om het dossier van een parking, maar dit is in een voorbeeldparticipatieproject beslist. Besturen is verantwoordelijkheid nemen en daar draait het ook om, het budget dat voorzien wordt voor de scouts zorgt er voor dat zij een degelijk veilig goed lokaal kunnen bouwen, wat ook belangrijk is in de groei van de jeugdbeweging. Ze zullen ook de oude barak kunnen afbreken waardoor er opnieuw speelruimte vrijkomt.
Raadslid Klaas Meesters steunt het bieden van een budget voor de scouts om een goed lokaal te kunnen bouwen. Maar om het nieuwe lokaal van de scouts te ondersteunen is er geen parking nodig en om het poortje open te zetten om meer speelterrein te voorzien is er ook geen parking nodig. Enkel de meerderheid legt dit onnodig verband.
Voor raadslid Koen Snyders is deze argumentatie niet overtuigend, want samen met Fort 5 is er 90 hectare, en men doet alsof er alleen op deze locatie een oplossing kan gevonden worden voor parkeerprobleem.
Het kasteeldomein Hof Ter Linden werd in 2012 aangekocht door het gemeentebestuur Edegem, Agentschap Natuur en Bos en Kempens Landschap vzw met belangrijke steun van de provincie Antwerpen. Het kasteel en de koetshuizen krijgen een private invulling. De levensvatbaarheid ervan staat of valt met een goede bereikbaarheid. Daarom wordt een nieuwe parking gerealiseerd.
Wanneer we de Drie Eikenstraat als hoofdingang tot het domein willen inrichten, is het logisch om de bestaande parking aan de dreef uit te breiden. De mogelijkheden om de bestaande parking te verruimen met respect voor het beschermde dorpsgezicht en zonder de bestaande woonwijk van de Patronaatstraat/Terlindenlaan te belasten werden onderzocht.
Uit een locatieonderzoek en na grondige afweging en overleg met de andere eigenaars en de adviesverlenende instanties blijkt de site van tennisclub TC De Dreef, kleuterschool De Link en 27e Scouts, gelegen aan de achterzijde van de historische muur naast de lindendreef de meest geschikte locatie.
Inhoud
Het betreft de aanleg en landschappelijke inpassing van een nieuwe parking bij Hof Ter Linden. Dit omvat volgende werken:
Hierdoor is volgende sloop en verwijdering noodzakelijk:
Voor de inpassing van de parking werd een masterplan opgemaakt voor de reorganisatie van de omgeving (site tennis, scouts & school).
Participatietraject
Het ontwerp is het resultaat van een intensief participatetraject met tennis, school, scouts en buurt. Er werden 3 participatiemomenten ingericht in de refter van basisschool De Link.
Op 22 maart 2016 werd de historiek op een rijtje gezet en werd geluisterd naar de gebruikers om de aandachtspunten en suggesties voor verbetering te kennen.
Op 9 mei 2016 werden door de ontwerper 3 scenario's voorgelegd. We hoorden van de gebruikers wat ze van de voorstellen vonden en welke elementen best meegenomen zouden worden naar het definitieve plan.
Op 28 juni 2016 volgde dan het definitieve plan.
Voorliggende opdracht omvat de uitwerking van het definitieve plan.
Fasering
De parking wordt gerealiseerd in 2 fasen. Voorliggende opdracht betreft fase 1, nl. de aanleg van de parking op enkel een deel van de groenzone achter de school en de 27e Scouts. Tennisclub TC De Dreef blijft in deze fase gevrijwaard. In fase 1 blijft ook de bestaande parking aan de Patronaatstraat behouden.
Nadat de parking operationeel is, zal de werking ervan geëvalueerd worden. Moest blijken dat er nood is aan bijkomende parkeerplaatsen, zal de parking uitgebreid worden op de terreinen van tennisclub TC De Dreef (fase 2). Indien er voldoende parkeerplaatsen blijken te zijn, zal fase 2 niet uitgevoerd worden.
Timing
De raad keurt het bestek voor de aanleg van een nieuwe parking voor Hof Ter Linden op de site tennis/scouts/school goed.
De raad keurt de raming van 286 914,22 EUR incl. BTW goed, nl. 266 711,77 EUR incl. BTW voor het vast gedeelte en 20 202,45 EUR incl. BTW voor het voorwaardelijk gedeelte.
De raad keurt goed dat het bestek wordt gepubliceerd via openbare aanbesteding.
Op 22 juni 2015 keurde de gemeenteraad het lokaal toewijzingsreglement sociale huurwoningen en mantelzorg goed.
De Vlaamse Wooncode duidt de gemeente aan als regisseur van het lokaal woonbeleid. Zo kan de gemeente een woonbeleid op maat realiseren.
Het Kaderbesluit Sociale Huur biedt lokale besturen de mogelijkheid om bij het vastleggen van de toewijzingsregels voor sociale huurwoningen lokale accenten te leggen.
Een gemeentelijk toewijzingsreglement biedt de mogelijkheid om rekening te houden met de lokale binding van de kandidaat-huurders voor sociale huurwoningen en de noden van zorgbehoevenden.
Door middel van het lokaal toewijzingsreglement lokale binding en mantelzorg wil de gemeente Edegem personen die een band hebben met de gemeente de kans bieden om in Edegem te wonen.
Het lokaal toewijzingsreglement sociale huurwoningen lokale binding en mantelzorg werd geëvalueerd tijdens het lokaal woonoverleg van 21 februari 2017. Een aanpassing van het gemeentelijk toewijzingsreglement sociale huurwoningen lokale binding en mantelzorg werd gevraagd door de lokale woonactoren.
Het huidige toewijzingsreglement biedt voorrang aan een kandidaat-huurder die mantelzorg verleent aan een inwoner van Edegem of een kandidaat-huurder uit Edegem die mantelzorg ontvangt. De voorrangsregel is niet van toepassing op de kandidaat-huurder die mantelzorg ontvangt van een inwoner van Edegem, maar er zelf nog niet woont. Met deze wijziging van het toewijzingsreglement lokale binding en mantelzorg wil het gemeentebestuur hieraan tegemoet komen en ook aan deze persoon voorrang verlenen. Het gemeentebestuur wil mantelzorg faciliteren.
Kandidaat-huurders die gedurende de laatste vijf jaar voor de toewijzing van de sociale huurwoning minimum drie jaar inwoner zijn geweest van de gemeente Edegem hebben vaak een sociaal netwerk uitgebouwd en een band gekregen met de gemeente. De zin: "[...] kandidaat-huurders die ooit minstens 3 jaar in de gemeente gewoond hebben" wordt weggelaten, omdat het niet automatisch lokale binding impliceert.
Het bestaande lokaal toewijzingsreglement sociale huurwoningen en mantelzorg, goedgekeurd door de gemeenteraad op 22 juni 2015, vervalt en wordt vernieuwd.
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zoals laatst gewijzigd.
Duidt de gemeente aan als regisseur van het lokaal woonbeleid.
Decreet van 18 juli 2008 betreffende zorg- en bijstandverlening, inzonderheid artikel 4.
Omschrijft de zorg- en bijstandverlening.
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, inzonderheid artikels 26 tot en met 29.
Bepaalt de reglementering van het sociale huurstelstel en het opstellen van een eigen toewijzingsreglement.
Raadsbesluit van 27 januari 2014.
De raad keurt het lokaal toewijzingsreglement voor ouderen via verkorte procedure goed.
Raadsbesluit van 22 juni 2015.
De raad keurt het lokaal toewijzingsreglement sociale huurwoningen en mantelzorg goed.
De Ideale Woning gaat akkoord met de voorgestelde wijzigingen aan het lokaal toewijzingsreglement van de gemeente Edegem. De voorgestelde bepalingen rond lokale binding sluiten aan bij de eerdere bepalingen rond de doelgroepen. De voorrang voor mantelzorg zorgt ervoor dat mensen in deze situatie snel geholpen kunnen worden. De bepaling rond lokale binding is proportioneel en toepasbaar.
Globaal adviseren wij vanuit Woonhaven positief. In artikel één zouden we wel willen opnemen dat het enkel gaat over de sociale woningen die op grondgebied Edegem liggen. Nu lijkt het of dit geldt voor heel ons patrimonium, al vermoed ik dat dat niet de bedoeling is.
Het gewijzigde gemeentelijk toewijzingsreglement sociale huurwoningen lokale binding en mantelzorg is van toepassing op het ganse patrimonium sociale huurwoningen in de gemeente Edegem van de sociale huisvestingsmaatschappijen werkzaam op het grondgebied van de gemeente Edegem.
Overeenkomstig artikel 27 van het Kaderbesluit Sociale Huur houdt de gemeente Edegem rekening met lokale binding.
Er wordt achtereenvolgens voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder voor een sociale huurwoning in Edegem:
Personen die mantelzorg ontvangen of verlenen dienen dit aan te tonen door middel van één van de volgende documenten:
Het goedgekeurd aangepast gemeentelijk toewijzingsreglement wordt nog ter goedkeuring voorgelegd aan de minister voor wonen.
Het gemeentelijk toewijzingsreglement lokale binding en mantelzorg treedt in werking op de eerste dag volgend op de ontvangstmelding van de goedkeuring van de minister van wonen.
Het gemeentelijk toewijzingsreglement lokale binding en mantelzorg zal geïntegreerd worden in het interne huurreglement van de sociale huisvestingsmaatschappijen die in de gemeente werkzaam zijn.
Een afschrift van het gemeentelijk toewijzingsreglement lokale binding en mantelzorg zal aan de toezichthouder gezonden worden.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen en economische activiteiten optimaal benut wordt. Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.
Op basis van het decreet grond en pandenbeleid kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Een nieuw gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld, omwille van de decretale wijzigingen.
Het gemeentelijk reglement op leegstaande woningen en gebouwen werd voorbereid in samenwerking met een intergemeentelijke werkgroep van de interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand) en werd besproken tijdens het beheerscomité van IVLW Zuidrand. Het gemeentelijk reglement leegstaande woningen en gebouwen is afgestemd op: de noden, het beleid en de financiële toestand van de gemeente.
De indicaties van leegstand werden deels gewijzigd en zijn intergemeentelijk op elkaar afgestemd. Een vergelijking tussen de indicaties van leegstand in het huidig reglement op leegstaande woningen en gebouwen en het voorliggend reglement is opgenomen in bijlage.
Omwille van het bovenstaande vervalt het bestaande reglement op leegstaande woningen en gebouwen van 15 december 2010, zoals gewijzigd op 5 december 2012, en wordt het vernieuwd.
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Regelt de openbaarheid van bestuur.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, inzonderheid artikels 42, 43, 186, 187 en 253, met latere wijzigingen.
Regelt de bevoegdheden van de gemeenteraad en hoe en wanneer de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad bekend gemaakt worden.
Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, en latere wijzigingen, hierna ook het Decreet grond- en pandenbeleid genoemd.
Gemeenten kunnen een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid.
Legt de gemeenten op om leegstaande woningen en gebouwen te inventariseren, conform artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid.
Raadsbesluit van 15 december 2010 houdende het reglement op leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de voorwaarden tot opname van woningen en gebouwen in het leegstandsregister.
Raadsbesluit van 5 december 2012 houdende aanpassing reglement op leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de beroepsprocedure waarbij zakelijk gerechtigden in beroep kunnen gaan wanneer een schrapping uit het leegstandsregister wordt geweigerd.
Raadsbesluit van 28 november 2016 houdende intergemeentelijke samenwerking - interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand): verlengingsaanvraag.
De raad keurt de deelname aan het project lokaal woonbeleid en projectvoorstel goed waarin: de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGS van IVLW Zuidrand.
Tijdens de zitting van 15 december 2010 keurde de gemeenteraad het gemeentelijk reglement op leegstaande woningen en gebouwen goed. Dit reglement werd laatst gewijzigd in de gemeenteraad van 5 december 2012. De reglementen zijn opgenomen in bijlage.
Wijzigingen van artikel 2.2.6 tot en met artikel 2.2.9 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid maken een aanpassing van het gemeentelijk reglement op leegstaande woningen en gebouwen noodzakelijk. De verplichtingen ter zake werden geschrapt in het decreet grond- en pandenbeleid. Lokale besturen hebben beleidsvrijheid met betrekking tot het registreren en bestrijden van leegstand.
Echter, in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid legt de Vlaamse Regering de gemeenten op om leegstaande woningen en gebouwen te inventariseren, conform artikel 2.2.6 van het decreet grond- en pandenbeleid.
Op 28 november 2016 keurde de gemeenteraad de deelname aan het project lokaal woonbeleid goed, alsook het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door de Interlokale Verenging Lokaal Woonbeleid (IVLW) Zuidrand. Door middel van de subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid wil de Vlaamse Regering de gemeenten aanzetten werk te maken van een volwaardig woonbeleid.
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.2 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, dat in dit reglement ook ‘het Grond- en Pandendecreet’ wordt genoemd.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs.
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uit maken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning (omgevingsvergunning) of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid.
9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in artikel 2 §1, eerste lid, 31° van de Vlaamse Wooncode (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
12° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik.
Leegstandsregister
§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen:
een inventaris “leegstaande gebouwen”;
een inventaris “leegstaande woningen”.
Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.
§2 In elke inventaris worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
3° de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Inventarisatie van leegstand
§1 Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.
§2 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§3 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als inventarisatiedatum.
§4 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
- het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
- het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;
- het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
- het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
- een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
- het vermoeden van domiciliefraude;
- het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;
- de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden (bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang.);
- onafgewerkte, vernielde en/of storende elementen aan het gebouw/woning;
- langdurig neergelaten rolluiken;
- uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
- aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;
- getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent,...
Kennisgeving van inventarisatie
De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. De kennisgeving bevat:
- de administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat.
- Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
Beroep tegen inventarisatie
§1 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven vermeld in art 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
- de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
- de datum van indienen van het beroepschrift.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3 Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4 Het beroepschrift is niet ontvankelijk:
- als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, zoals bedoeld in artikel 1,15°. van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5 Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6 De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7 De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
§8 Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in de gemeentelijke inventaris op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Schrapping uit de gemeentelijke inventaris
§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
§2 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris;
- de datum van indien van het verzoek.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in artikel 5.
Slotbepalingen
§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Raadslid Bart Breugelmans geeft aan dat de CD&V het niet eens zijn met het feit dat het minder storend is en moeilijker te controleren valt of appartementen leeg staan dan gewone woningen. Ze zullen daarom deze wijzigingen niet mee goedkeuren.
Het gemeentebestuur wil de houders van het zakelijk recht van onbewoonde en ongebruikte woningen en/of gebouwen aanmoedigen om deze woningen en/of gebouwen te bewonen of bruikbaar te maken. De strijd tegen leegstaande woningen en/of gebouwen zal onder meer een effect hebben als de opname van dergelijke gebouwen en woningen in een inventarislijst ook daadwerkelijk belast worden.
Omwille van decretale wijzigingen dient het huidig belastingreglement gewijzigd te worden. Het voorliggend belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen werd voorbereid in samenwerking met een intergemeentelijke werkgroep van de interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand) en werd besproken tijdens het beheerscomité van IVLW Zuidrand. Het belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen is afgestemd op de noden, het beleid en de financiële toestand van de gemeente.
Het tarief van de leegstandsheffing en de vrijstellingsgronden werden (deels) gewijzigd en zijn intergemeentelijk op elkaar afgestemd. Een vergelijking tussen het tarief en de vrijstellingsgronden in het huidig belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen en het voorliggend reglement is opgenomen in bijlage.
Omwille van het bovenstaande vervalt het bestaande belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen van 16 december 2013 en wordt een nieuw belastingreglement gevestigd vanaf 1 juli 2017 tot en met 31 december 2019.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, inzonderheid artikels 42, 43, 186, 187 en 253, met latere wijzigingen.
Het vaststellen van de gemeentebelastingen is een bevoegdheid van de gemeenteraad.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.
Dit decreet regelt de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de gemeentebelasting.
Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, en latere wijzigingen, hierna Decreet grond- en pandenbeleid genoemd.
Gemeenten kunnen een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Raadsbesluit van 15 december 2010 houdende het reglement op leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de voorwaarden tot opname van woningen en gebouwen in het leegstandsregister.
Raadsbesluit van 5 december 2012 houdende aanpassing reglement op leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de beroepsprocedure waarbij zakelijk gerechtigden in beroep kunnen gaan wanneer een schrapping uit het leegstandsregister wordt geweigerd.
Raadsbesluit van 16 december 2013 betreffende de wijziging van het belastingreglement leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de belasting op leegstaande woningen en gebouwen.
Op 15 december 2010 werd de belasting op leegstaande woningen en gebouwen goedgekeurd in de gemeenteraad.
Op 16 december 2013 werd de wijziging van het belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen goedgekeurd in de gemeenteraad.
Wijzigingen van artikel 2.2.6 tot en met artikel 2.2.9 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid maken een aanpassing van het gemeentelijk belastingreglement op leegstaande woningen en gebouwen noodzakelijk. De verplichtingen ter zake werden geschrapt in het decreet grond- en pandenbeleid. Lokale besturen hebben beleidsvrijheid met betrekking tot het registreren en bestrijden van leegstand.
Echter, in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid legt de Vlaamse Regering de gemeenten op om leegstaande woningen en gebouwen te inventariseren, conform artikel 2.2.6 van het decreet grond- en pandenbeleid.
Op 28 november 2016 keurde de gemeenteraad de deelname aan het project lokaal woonbeleid goed, alsook het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door Interlokale Vereniging Lokaal Woonbeleid (IVLW) Zuidrand. Door middel van de subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid wil de Vlaamse Regering de gemeenten aanzetten werk te maken van een volwaardig woonbeleid.
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.2 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, dat in dit reglement ook ‘het Grond- en Pandendecreet’ wordt genoemd.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs.
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uit maken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning (omgevingsvergunning) of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid.
9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in artikel 2 §1, eerste lid, 31° van de Vlaamse Wooncode (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
12° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik.
Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§ 1. Er wordt vanaf 1 juli 2017 tot en met 31 december 2019 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf (12) opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
§ 2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf (12) opeenvolgende maanden is opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.
Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de heffing verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf (12) maanden verstrijkt.
Belastingplichtige
§ 1 De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht betreffende het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
§ 2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Ingeval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§ 3. De overdrager van het zakelijk recht moet de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel,
- datum van de akte, naam en standplaats van de notaris,
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Tarief van de heffing
De belasting bedraagt:
1 500 EUR voor een leegstaande woning
1 500 EUR voor een leegstaand gebouw
Indien het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting:
3 000 EUR voor een leegstaande woning
3 000 EUR voor een leegstaand gebouw
Indien het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting:
4 500 EUR voor een leegstaande woning
4 500 EUR voor een leegstaand gebouw
Indien het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting:
6 000 EUR voor een leegstaande woning
6 000 EUR voor een leegstaand gebouw
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning op de inventaris staat wordt herrekend bij volledige overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de heffing kan aangevraagd worden bij de administratie via het daartoe bestemde aanvraagformulier. De aanvraag voor een vrijstelling van de heffing moet worden ingediend via beveiligde zending uiterlijk 30 dagen na kennisgeving van de opname op het kohier. Voor de volgende jaren dient de aanvraag telkens, per beveiligde zending te worden ingediend voor het verstrijken van de toepasselijke inventarisatiedatum, aangezien anders de eventuele vrijstelling pas kan ingaan na de inventarisatiedatum. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals beschreven in artikel 5§2 dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§ 2. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:
1° de belastingplichtige die in een erkende zorginstelling verblijft, voor een periode van maximum twee jaar;
2° de belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor een periode van maximum twee jaar;
3° de belastingplichtige die sinds minder dan één jaar zakelijk gerechtigde is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het heffingsjaar volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht;
4° de woning of het gebouw gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan en de woning is aangeduid als te onteigenen goed.
5° de woning of het gebouw zit in onvrijwillige onverdeeldheid. Deze vrijstelling moet jaarlijks worden aangevraagd en geldt voor maximum twee jaar;
6° de woning of het gebouw, krachtens decreet, beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, stads- of dorpsgezicht en waarvoor een restauratiepremiedossier bij de bevoegde overheid is ingediend en ontvankelijk verklaard;
7° de woning of het gebouw vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar;
8° de woning of het gebouw onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik;
9° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning) voor stabiliteitswerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van drie jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsverunning (stedenbouwkundige vergunning);
10° de woning of het gebouw gerenoveerd wordt zonder omgevingsvergunning (stedenbouwkundige vergunning), mits de betrokkene door middel van een gedetailleerd dossier (timing, aard werken, kostprijs) aantoont dat het een totale verbouwing betreft en waarbij de woning wordt aangepast aan de huidige woningkwaliteitsnormen. De werken worden jaarlijks aangetoond aan de hand van foto’s en bijgevoegde facturen. De vrijstelling geldt voor een periode van maximum twee jaar.
Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaar
De heffingsplichtige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen (en latere wijzigingen).
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII (Vestiging en invordering van de belastingen), hoofdstukken 1, 3, 4 ,6 tot en met 9 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot 175 van het uitvoeringsbesluit van dit Wetboek van toepassing voor zover niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Schepen Peter Verstraeten licht voor de bezoekers van de raad nog even kort het dossier toe.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Dit is geen louter juridisch punt geeft raadslid Klaas Meesters aan, maar het gaat hier om de uitvoering van het RUP en het project zoals het daar zal worden uitgevoerd. Aangezien CD&V zich niet in dit project kan vinden, kunnen zij zich ook niet vinden in het wegtrace en zullen zij dit dus ook niet goedkeuren.
Raadslid Sien Pillot geeft aan dat Groen het openbaar karakter en de toegankelijkheid van dit project een belangrijk punt vindt.
Het achtergelegen domein van Hof ter Linden is zo ook via de Prins Boudewijnlaan bereikbaar. De bijkomende oversteek voor voetgangers en fietsers is dan van groot belang om ook de veiligheid en de oversteekbaarheid van de Prins Boudewijnlaan te garanderen.
Aan de andere kant van het domein werd vorige week een bruggetje aangelegd om ook de mensen van Immaculata toegang te geven tot het domein. Met deze extra trage wegen wordt volop ingezet om fietsers en voetgangers aangenaam te laten fietsen en wandelen.
Op 23 februari 2017 heeft de vennootschap Prins Boudewijnlaan NV een verkavelingsvergunning aangevraagd voor het verdelen van een stuk grond in vier loten gelegen aan de Prins Boudewijnlaan en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nrs. 208K, 211D, 212C en 256 B2. Het betreft de terreinen van de vroegere Fortis-Extraction De Smedt.
1. AARD VAN DE WERKEN:
De voorliggende verkavelingsaanvraag bestaat uit het verkavelen van een stuk grond voor de realisatie van een nieuw woonproject 'Parkrand Edegem', bestaande uit:
De ontwikkeling bestaat uit vier woonprojectzones, twee aan de noordzijde en twee aan de zuidzijde van het terrein. Binnen deze vier projectzones zal telkens één gebouwencluster opgericht worden.
Drie clusters bestaan uit appartementen geschikt rond een verhoogde binnentuin. In één van de clusters zijn assistentiewoningen voorzien.
Midden in het plangebied bevindt zich een parkgebied met een openbaar karakter, dat ook als toegangspoort naar het achterliggende Hof Ter Linden en Fort 5 functioneert. Deze centrale as wordt ingericht als park en bevat een voetgangers- en fietsverbinding. Rond deze trage weg zijn vijvers voorzien, noodzakelijk voor een goede waterhuishouding.
Het realiseren van het openbaar domein gebeurt in eerste fase, de nieuwe wooneenheden worden vervolgens in meerdere fasen gebouwd.
2. STEDENBOUWKUNDIGE GEGEVENS:
De aanvraag situeert zich in het RUP ‘Parkrand’, goedgekeurd op 16 november 2016. Volgens dit RUP ligt het goed grotendeels in woonprojectzone in parklandschap en deels in parkgebied en bufferzone.Tussen de woonprojectzones is er een indicatieve doorgang voor langzaam verkeer ingetekend. Deze doorgang voor zachte weggebruikers wordt aan het openbaar domein toegevoegd.
3. OPENBAAR ONDERZOEK:
De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de behandeling en de openbaarmaking van de bouwaanvragen. Er zijn geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek, beginnend op 25 april 2017 en eindigend op 24 mei 2017.
Artikel 4.2.15 en 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 27 maart 2009
Niemand mag zonder voorafgaandelijke verkavelingsvergunning een stuk grond verkavelen voor woningbouw. Indien de verkavelingsaanvraag wegeniswerken omvat waaromtrent de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak der wegen alvorens de verkavelingsvergunning kan worden afgeleverd.
Decreet van 24 mei 2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning
Dit decreet heeft tot hoofddoel om de implementatie van de omgevingsvergunning te wijzigen. De toepassing van de ‘oude’ procedureregels zal van rechtswege zijn, tot en met 31 december 2017. Vanaf 1 januari 2018 zullen dan de bepalingen inzake de omgevingsvergunning toepassing moeten vinden.
Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat enkel de procedureregels die golden op 22 februari 2017 moeten worden toegepast
Ministerieel besluit van 17 februari 2017 houdende aktename van de collegebeslissingen inzake de instap in de omgevingsvergunning
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw heeft akte genomen van beslissing van de gemeente Edegem tot uitstel van de instap van de omgevingsvergunning tot 1 juni 2017.
Besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen
Dit uitvoeringsbesluit regelt de adviesverlenende instanties.
Besluit van de Vlaamse regering van 29 mei 2009 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een verkavelingsvergunning
Dit besluit bepaalt de wettelijke samenstelling van een verkavelingsaanvraag.
Raadsbesluit van 27 januari 2005
Aktename van de geactualiseerde verkavelingsreglementen ‘gas’ en ‘elektriciteit’ en ‘openbare verlichting’, zoals die zijn goedgekeurd door de raden van bestuur van de opdrachthoudende verenigingen IGAO en IVEKA. Goedkeuring van de overeenkomst met betrekking van de reglementering.
Interne adviezen
Planning en Inrichting – 19 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Externe adviezen
Agentschap Natuur en Bos – 11 mei 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Agentschap Wegen en Verkeer – 19 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Brandweer Edegem-Lint – 24 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Aquafin NV – 27 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Eandis Deurne – 13 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Dienst Waterbeleid, Departement Leefmilieu, Provincie Antwerpen - 7 juni 2017 - voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
VERLEGGING MOLENLOOP EN TERLINDENLOOP
De gedeeltelijke verleggingen zullen worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag 2096/ 4 dd. 30/05/2017 en 2096/ 5 van 5 en bijgevoegd atlasuittreksel.
Plaats
In overeenkomst met de plannen van de aanvraag.
Tracé
Volgens het tracé in rood aangeduid. Het tracé in geel wordt afgeschaft. De delen in groen aangeduid blijven behouden.
Doorstromingsprofiel
Met een bodembreedte van 0,80 m en met taluds onder +/- 45° helling.
Bodem
De bodem moet aansluiten met de geruimde bodem van de te behouden en blijvende bedding van de waterloop en zal met één ononderbroken langshelling worden uitgevoerd.
Taluds
De taluds moeten met een inheems gras- en kruidenmengsel worden bezaaid. De aansluiting van de taluds op de te behouden en blijvende bedding van de waterloop moet geleidelijk en op vloeiende wijze uitgevoerd worden. Zo nodig kunnen/zullen bochten of onstabiele plaatsen versterkt worden met blokzoden, een betuining met perkoenpalen en hardhoutmatten van aangepaste hoogte of schanskorven gestut met perkoenpalen, zodanig dat onder- en achterloopsheid wordt voorkomen en de instandhouding van de berm, wegverharding of constructie verzekerd blijft.
Het verlaten waterloopvak wordt afgeschaft en het nieuwe waterloopvak wordt onderworpen aan de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967.
Volgens art. 17 §2 van deze wet dienen langs beide zijden van de waterloop stroken met een breedte van 5,00 m, gemeten vanaf de kruin van de waterloop, vrijgehouden te worden.
Het verlaten en afgeschafte waterloopvak dat geacht wordt eigendom te zijn van de provincie dient,in afwachting van de eigendomsoverdracht van de bedding, onderhouden te worden door de vergunninghouder.
De aansluiting zal worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag: plan nr. 2096/ 5 van 5.
Plaats
Langs het kadasterperceel EDEGEM 1 AFD, sectie A nr. 211 D.
Wijze
Met ronde buizen met een binnendiameter van 0,60 m, voorzien van een terugslagklep. De buizen zijn bestand tegen het overrijden van machines voor de werken aan de waterloop.
Het doorstromingsprofiel van de open waterloop met een bodembreedte van minstens 0,80 m en een kruinbreedte van 3,30 m mag niet worden verminderd.
Ter plaatse van de aansluiting zal het linker talud over voldoende afstand worden versterkt met een beschoeiing in kassei of betonstraatstenen op een mager betonfundering tot op het bodempeil van de waterloop, met voldoende fundering en inwerking in de bermen tegen onder- en achterloopsheid om uitspoeling en beschadiging te voorkomen.
Vóór de aansluiting, bij voorkeur op een afstand van 5,00 m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop dient een inspectieput met aangepaste afmetingen gebouwd te worden voor de controle van het geloosde hemelwater.
De beveiliging van de aansluitende leiding met een terugslagklep dient door de vergunninghouder onderhouden te worden en regelmatig volgens noodzaak vrijgemaakt te worden van alle afval en vuil.
Het is verboden via de oppervlaktewaterleiding vuile of huiswaters te lozen.
Er dient rekening gehouden te worden met de toestand en het afvoervermogen van de waterloop: de debieten dienen zodanig beperkt te worden dat zij geen wateroverlast, geen schade en geen kwaliteitsverlies veroorzaken.
Het maximaal toegelaten lozingsdebiet bedraagt 10 l/s per hectare aangesloten verharde oppervlakte. Een buffervolume van minimum 430 m³ (330 infiltratie + 100 buffer) per hectare aangesloten verharde oppervlakte moet voorzien worden.
Binnen de bedding van de waterloop en binnen de erfdienstbaarheidsstrook van 5,00 m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop dienen de nodige schikkingen en voorzieningen getroffen te worden om beschadiging van de leiding te voorkomen tijdens de uitvoering van de onderhoudswerken aan de waterloop; eventuele schade kan niet op de waterloopbeheerder verhaald worden.
De gedeeltelijke overwelvingen zullen worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag: plan nr. 2096/ 4 van 5 dd. 30/05/2017.
Plaats
Op de Molenloop in kruising met het tracé van het (toekomstig) pad van Hof Ter Linden. Op de Terlindenloop in kruising met het (toekomstig) pad naar Fort 5.
Lengte
Over een maximale lengte van 5 m.
Doorstromingsprofiel
Met ronde buizen met een binnendiameter van minimum 1,00 m.
Plaatsing
De buizen dienen aangelegd te worden met een overdiepte van nagenoeg 0,10 m t.o.v. de geruimde waterloopbodem.
De as van de gedeeltelijke overwelving dient met de as van de geruimde waterloop overeen te stemmen en de gedeeltelijke overwelving zal met één ononderbroken helling worden uitgevoerd.
De afwerking van beide vrije uiteinden zal gebeuren met een frontmuur in beton en/of metselwerk van baksteen of betonblokken. De frontmuur dient te worden gebouwd over de volledige breedte van de waterloop met voldoende wanddikte en fundering en inwerking in de bermen tegen onder- en achterloopsheid om uitspoeling en beschadiging te voorkomen. Aan de aansluiting van de frontmuur met de open waterloop zullen de taluds en de bodem over een lengte van nagenoeg m worden versterkt met een beschoeiing van blokzoden zodanig dat onder- en achterloopsheid niet kunnen optreden en uitspoeling en beschadiging worden voorkomen.
In de gedeeltelijke overwelving mogen geen leidingen aansluiten zonder machtiging van ons college.
Het overwelfde gedeelte blijft onderworpen aan de wetgeving op de onbevaarbare waterlopen. De toegang tot de gedeeltelijke overwelving zal steeds zonder hindernis mogelijk blijven. Het is dan ook verboden om het overwelfde gedeelte constant te gebruiken hetzij als stapelplaats, hetzij te overbouwen, hetzij op enige andere wijze de toegang te beletten.
De gedeeltelijke overwelving moet door de vergunninghouder steeds in goede staat van onderhoud worden gehouden. Indien de vergunninghouder hierbij in gebreke blijft zal de beheerder van de waterloop die werken ambtshalve doen uitvoeren op kosten van de vergunninghouder. De kostprijsverhoging voor ruiming van het overwelfde vak kan door de beheerder van de waterloop van de vergunninghouder teruggevorderd worden.
De aanvrager dient regelmatig de overwelving te ruimen en dit zowel wat betreft de oppervlakkige ruimingswerken (wegnemen van allerlei hindernissen die verstoppingen kunnen veroorzaken) als de grondige ruimingswerken (verwijderen van eventuele aanslibbingen uit de overwelving).
Departement Mobiliteit en Openbare Werken – 18 april 2017 – gunstig met opmerking
De opmerking luidt als volgt:
Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij – 13 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
De gemeenteraad neemt de akte van het proces-verbaal van het openbaar onderzoek en keurt de zaak der wegen – zoals ontworpen op het verkavelingsplan en de bijhorende wegenisplannen - van het perceel gelegen aan de Prins Boudewijnlaan, en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nrs. 208K, 211D, 212C en 256 B2, goed op voorwaarde dat rekening gehouden wordt met de ‘voorwaarden en lasten’ vermeld in artikel 2.
De voorwaarden en lasten tot uitrusting van het nieuw ontworpen publieke domein worden als volgt gesteld:
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Voorliggend ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is een tweede gedeeltelijke wijziging van het bijzonder plan van aanleg (BPA) nr. 6 Buizegem (MB dd. 27 juli 1994). Vier knelpunten in het plangebied vormen de aanleiding tot opmaak van dit RUP. Het gaat over volgende deelgebieden:
Inhoud van het RUP
Brandweerkazerne:
Een eerste knelpunt situeert zich aan de nieuwe brandweerkazerne aan Boniverlei. Tijdens de bouw van de nieuwe brandweerkazerne werd tijdens een van de werfvergaderingen beslist om de doorgang voor langzaam verkeer, zoals voorzien op de vergunningsaanvraag, smaller uit te voeren dan voorzien. Op die manier is de kazerne niet uitgevoerd volgens de plannen en is er een verschil tussen de uitvoering en de verkregen vergunning. De gemeente wenst de bestemmingstoestand te wijzigen zodat dit kan worden geregulariseerd.
Zone Carrefour Express aan Boniverlei/Leeuwerikenlei/Lentelei:
Het tweede deelgebied situeert zich ter plaatse van het voormalige tankstation aan Boniverlei, momenteel ingenomen door de kleinhandelszaak Carrefour Express, met de naastliggende groene ruimte tussen Lentelei/Leeuwerikenlei en Boniverlei. De groene ruimte wordt tot op heden gebruikt als tuin door de aanpalende eigenaar aan Leeuwerikenlei. De gemeente heeft niet langer de intentie hier een openbare groene ruimte in te richten en wenst de bestemming van het perceel te wijzigen naar woongebied, in overeenstemming met de gewestplanbestemming. De handelsfunctie kan blijven bestaan, met een mogelijke nabestemming wonen. De ruimtelijke randvoorwaarden hieomtrent dienen verfijnd te worden.
Zone ETA/Pegode aan Romeinse Put/Grote Dries:
Het derde deelgebied omvat de zone van het Edegems Taalatelier (ETA) aan Romeinse Put, dat verhuisd is naar een andere locatie. Het ETA is volgens het BPA gelegen in een zone voor openbaar nut. De gemeente wenst een deel van deze zone te herbestemmen zodat een nieuwe woonontwikkeling kan plaatsvinden. Tevens is aan Grote Dries een woonproject voor personen met een motorische handicap gevestigd (Pegode), met uitbreidingswensen. De indexen volgens de stedenbouwkundige voorschriften van het BPA zijn hiervoor echter ontoereikend en de gemeente wenst deze aan te passen aan de noden.
Bouwgrond Hendrickx Jan Verbertlei:
Als laatste wenst de gemeente - conform de beslissing in zitting van 22 februari 2010 van het college van burgemeester en schepenen - een rechtzetting door te voeren van een ‘historische fout’. Een grond die destijds als bouwgrond (cfr. notariële overeenkomst uit 1976) werd geruild tegen recreatie grond (eigendom van de gemeente) voor de aanleg van het Vic Coveliersstadion, is op heden niet meer opgenomen als ‘bouwgrond’ zoals blijkt uit de bestemming opgenomen in het huidige BPA. De gemeente wenst door middel van voorliggend RUP een rechtzetting van de bestemming van dit perceel door te voeren.
Op te heffen verkavelingen
Binnen het plangebied van voorliggend RUP zijn geen goedgekeurde en niet-vervallen verkavelingen gelegen.
Plan-MER
De procedure van de plan-MERscreening werd doorlopen.
Op 9/9 2016 werd de dienst MER verzocht om de gemeente een selectie te bezorgen van de relevante instanties die in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage geraadpleegd moeten worden.
Op 22/9 2016 ontvingen we de lijst van aan te schrijven instanties en de inhoudelijke opmerkingen op de screeningsnota.
Op 6/10 2016 worden de volgende instanties om advies gevraagd:
Op 7/11 2016 werden volgende instanties gerappeleerd:
Op 14/11 2016 werden de binnengekomen adviezen, samen met de vraag tot vrijstelling van de plan-MERplicht verzonden naar de dienst MER.
De dienst MER deelt op 16/12 2016 mee dat het voorliggende plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER bijgevolg niet nodig is.
Plenaire vergadering
De plenaire vergadering vond plaats op 29 september 2016. Het verslag van de plenaire vergadering werd verzonden op 11 oktober 2016.
Waterparagraaf
Er werd nagegaan of het plan geen nadelige effecten heeft op de waterhuishouding volgens het besluit van de Vlaamse Regering definitief goedgekeurd op 20 juli 2006.
Omwille van de niet problematische toestand en de intentie van het voorliggend RUP (geen aanzienlijke verharde of bebouwde oppervlakten, beperking van mogelijke nieuwe ondergrondse constructies enz.), kan worden geoordeeld dat de voorziene projecten in het plangebied geen bijkomend schadelijk effect op de waterhuishouding zullen hebben.
Dit RUP doet geen afbreuk aan de verplichtingen voortvloeiend uit de gewestelijke verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Openbaar onderzoek en advies GECORO
Het openbaar onderzoek vond plaats van 11 januari 2017 tot en met zondag 12 maart 2017. Er werden 8 bezwaarschriften ingediend.
Na het openbaar onderzoek, op 13 maart 2017, vond op vraag van enkele buurtbewoners een gesprek plaats met een delegatie uit Grote Dries/Romeinse Put. De delegatie uitte haar bezorgdheden over de bouwmogelijkheden in de zone van ETA en in de zone van Pegode. Ook stond de buurt weigerachtig tegenover de komst van 10 sociale appartementen in de zone Pegode. Deze bezorgdheden werden bekrachtigd in een volgend overleg met een ruimere afvaardiging vanuit de buurt op 27 maart 2017.
De bekommernissen uit de buurt werden samen met de 8 bezwaren behandeld door de GECORO op 18 april 2017.
Het advies van de GECORO wordt integraal gevolgd, met uitzondering van de zone ETA/Pegode.
Voor de zone ETA schreef het ontwerp van RUP 3 mogelijke invullingen voor: 3 vrijstaande eengezinswoningen, 2 vrijstaande eengezinswoningen en een appartement (binnen hetzelfde gebouwprofiel) aan de zijde van het hoge appartementsgebouw aan de Boniverlei of 1 meergezinsgebouw. De GECORO is voorstander van een compactere bebouwing (1 meergezinsgebouw in een parkomgeving) ten voordele van meer openbare groene ruimte aan de Romeinse Put. Op die manier is er ook een logischere overgang tussen het hoge appartementsgebouw aan de Boniverlei en de villa's aan Romeinse Put. Er wordt echter beslist om de bekommernissen van de buurt bij te treden en de bouwlijn van de Romeinse Put af te werken. In de zone van ETA kunnen daarom enkel eengezinswoningen worden voorzien. De optie van de meergezinswoningen vervalt in het definitieve RUP.
De zone van Pegode was volgens het ontwerp van RUP bestemd voor openbaar nut, gemeenschapsuitrustingen, openbare diensten en meergezinsgebouwen. Het opzet was om er een gecombineerd sociaal project te realiseren: 20 studio's voor zelfstandig wonen voor de bewoners van Pegode en 10 sociale appartementen. Het gemeentebestuur wenste de beoogde sociale woningen speciaal in te richten voor (hulpbehoevende) mindervalide bewoners. Het project Pegode zou hierbij versterkend werken en de integratie van beide woonvormen zou een meerwaarde leveren voor de werking van het geheel. De sociale appartementen zouden door middel van een specifiek toewijzingsbeleid ingevuld worden. Het geheel zou gerealiseerd worden door sociale huisvestingsmaatschappij De Ideale Woning. Echter wenst het bestuur tegemoet te komen aan de bezwaren uit de buurt. Hierdoor wordt enkel het project van Pegode gerealiseerd (20 studio's voor mensen met een fysieke beperking). De bouwmogelijkheden uit het ontwerp van RUP worden gereduceerd tot ongeveer 2/3 in het definitieve RUP.
Ministrieel besluit van 27 juli 1994
Het bestemmingsplan BPA nr. 6 'Buizegem' wordt goedgekeurd.
Ministrieel besluit van 24 april 2006
De 1e gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan BPA nr. 6 'Buizegem' wordt goedgekeurd.
Besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2001 tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen
De instanties die advies moeten geven over het voorontwerp van RUP worden beschreven.
Artikelen 2.2.13 tot en met 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 27 maart 2009
Het proces om tot een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) te komen wordt beschreven. Het college is belast met de opmaak van een RUP. De adviesinstanties geven ten laatste op de plenaire vergadering hun advies. De gemeenteraad stelt het ontwerp van RUP voorlopig vast. Het RUP wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek van 60 dagen. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening behandelt de bezwaren. De gemeenteraad stelt het RUP definitief vast. Indien het gemeenteraadsbesluit tot definitieve vaststelling niet geschorst wordt door provincie en/of Vlaamse overheid kan het gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Veertien dagen na publicatie is het RUP van kracht.
Artikelen 4, 5, 6 en 8 §§ 1 en 2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen.
Integraal waterbeleid is gericht op het ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen. Elk plan moet hieraan getoetst worden. In elk RUP moet een watertoets worden opgenomen.
Artikelen 2 en 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets
Nadere regels voor de toepassing van de watertoets worden vastgesteld. Integraal waterbeleid is gericht op het ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen. Elk plan moet hieraan getoetst worden.
De raad stelt het ruimtelijk uitvoeringsplan '2e gedeeltelijke herziening BPA nr. 6 Buizegem' definitief vast.
Schepen Jeroen Van Laer schetst kort het succes van de overdracht van het Meihof naar het Rekreatief en overloopt de belangrijkste ideeën uit het masterplan, waar de nieuwe speeltuin en deze investeringstoelage betrekking op heeft, een onderdeel van is.
Raadslid Mia De Schamphelaere deelt mee dat CD&V dit een mooi initiatief vindt en hopen dat dit snel kan gerealiseerd worden voor er nog meer warme dagen komen. Maar ze is enigszins verward over het feit dat schepen Jeroen Van Laer stelt dat dit ooit eigendom was van de gemeente, want voor zover zij weet is dit nooit het geval geweest.
Raadslid Sien Pillot geeft aan dat de speeltuin van het Meihof dringend aan een heropfrissing en vernieuwing toe was.
De voorziene steun van de gemeente voor deze speeltuin is dan ook een goede zaak.
Ze wenst het Meihof veel succes met de verdere plannen en uitbating namens Groen en bedankt schepen Jeroen Van Laer voor de opvolging van dit dossier.
Raadslid Rene Janssen geeft mee dat er in 2016 voor de uitbating van het Meihof een samenwerkingsovereenkomst werd opgesteld tussen de gemeente en het ocmw enerzijds en het Rekreatief en Pegode anderzijds.
Comform het masterplan wordt bepaald dat er in een 2de fase voor de speelzone van het Meihof een investeringstoelage van 40 000 EUR ter beschikking wordt gesteld.
Met het mooi ontwikkelde plan voor de buitenspeelzone, door de uitbaters van het Meihof opgesteld, leggen wij vandaag de investeringstoelage ter goedkeuring op tafel.
De nieuwe buitenspeelzone zal ook toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking.
Oudere speeltuigen zullen vernieuwd of hersteld worden én er komen bovendien heel wat nieuwigheden bij.
De oude waterspeeltuin zal een hele transformatie ondergaan zodat ook rolstoelgebruikers hiervan kunnen genieten.
Zo wordt er gezorgd voor weer een gezellig plekje in Edegem waar iedereen zich thuis kan voelen.
Schepen Jeroen Van Laer reageert nog kort dat de gemeente lang erfpachthouder is geweest van het Meihof, en daarnaar wou hij verwijzen, zonder hiervoor de discussie over eigendomsrecht te starten.
Volgens artikel 1 van de samenwerkingsovereenkomst m.b.t. de uitbating zal de site Meihof in een drietal fasen aangepakt worden. De tweede fase beoogt de modernisering en aanpassing van het speelterrein en bos (belevingszone) voor kinderen met een beperking . Dit gebeurt conform een masterplan dat in overleg met de bevoegde gemeentediensten is opgesteld. In artikel 2.8.1 van dezelfde samenwerkingsovereenkomst engageert de gemeente zich om een eenmalig bedrag van 40.000 EUR te investeren om de realisatie van deze doelstelling mogelijk te maken en dit na goedkeuring van een masterplan waarvan het inrichtingsplan van de buitenzone deel uitmaakt. Een extra verantwoordingsstuk is het investeringsoverzicht.
De uitbating van het Meihof werd in april 2016 vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen het gemeente- en OCMW-bestuur Edegem en de vzw Het Rekreatief en vzw Pegode anderzijds. Nadien werd door de uitbaters de CVBA-SO 't Meihof opgericht op 31 mei 2016.
De raad keurt het masterplan Meihof waarvan het inrichtingsplan van de buitenzone deel uitmaakt goed.
De raad kent een nominatieve toelage van 40 000 EUR eenmalig toe aan CVBA-SO 't Meihof voor de actualisering van de speeltuin van het Meihof. De toelage dient binnen een termijn van één jaar gebruikt te worden.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Schepen Koen Michiels heeft navraag gedaan en onze pedagogische begeleiding gebeurt volledig via OVSG of via volledig zelfstandige vormingsinitiatieven.
Raadslid Mia De Schamphelaere is toch verrast over deze verklaring die hier wordt voorgelegd. CD&V ziet een tegenstelling tussen de sfeer van de school en zoals zij zich profileren op hun website enerzijds en de toon van deze beginselverklaring en de formuleringen in dit besluit waar de focus op de neutraliteit ligt anderzijds. Er zijn natuurlijk een aantal grondwettelijke rechten die moeten gewaarborgd worden, maar er is een groot nuance verschil tussen een strikt neutrale opstelling waarbij iedereen al zijn verschillen moet thuis laten want anders kan er niet officieel samengeleefd worden zoals in de koninklijke athenea. Dit is echter niet de opstelling van de gemeenteschool Andreas Vesalius, waar ze net open pluralistisch willen samenleven. Zij beseft dat deze vraag komt vanuit de koepelorganisatie, maar er is frustratie, want er wordt al lang gestreefd naar één publiek net. Nu vraagt OVSG aan alle besturen om te omschrijven hoe neutraal ze zijn, en zo opnieuw te werken aan dit publiek net. Daarom vreest de fractie CD&V dat de gemeenteschool Andreas Vesalius niet langer zal verder werken aan pluralistische openheid en dat er net een stap richting één publiek net zal gezet worden, ze vinden dit overbodig en zullen zich onthouden.
Schepen Koen Michiels benadrukt dat er al jaren zo gewerkt wordt door de gemeenteschool Andreas Vesalius en dat zij dit alleen maar willen bevestigen.
Raadslid Koen Snyders wil gewoon opmerken dat wat er gezegd wordt niet hetzelfde is als wat er in het besluit staat, en dat er daarom zoveel vragen leven.
Schepen Koen Michiels geeft aan dat hij gewoon heeft voorgelezen uit de beginselverklaring van het OVSG.
Met deze beginselverklaring neutraliteit wil het gemeentelijk onderwijs zich nog duidelijker profileren als neutrale onderwijsverstrekker. Het omvat de principes van wat neutraliteit betekent in een onderwijsinstelling. Het formuleren van een lokaal gedragen pedagogisch, artistiek of agogisch project behoort tot de autonomie van het schoolbestuur. Deze beginselverklaring vormt de gemeenschappelijke noemer voor het hele stedelijk en gemeentelijk onderwijs in Vlaanderen, waaronder de lokale projecten een plek vinden.
Het gemeentebestuur gaat door de goedkeuring van deze beginselverklaring neutraliteit het engagement aan om het eigen pedagogisch project, het eigen schoolreglement en de eigen onderwijspraktijk hiermee in overeenstemming te brengen.
Wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, artikel 6bis betreffende de erkenningsvoorwaarden voor erkenning van scholen
Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 3, 41° betreft het onderwijsaanbod van godsdienstonderwijs en artikel 62 m.b.t. de erkenning van basisscholen
Het gemeentelijk onderwijs is een openbare dienst die per definitie moet beantwoorden aan de principes van neutraliteit. Deze principes worden vastgelegd in een lokaal pedagogisch, project, in het schoolreglement en in het schoolwerkplan. Ook voor de onderwijspraktijk (keuze van keerplannen en leermethodes) zijn ze richtinggevend. Het schoolbestuur, het schoolteam, leerlingen en ouders stemmen samen in en dragen de neutraliteit van het gemeentelijk onderwijs mee uit.
De OVSG vzw (Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten) vraagt om de beginselverklaring neutraliteit goed te keuren met het oog op een brede gedragenheid binnen het gemeentelijk onderwijsnet.
De raad keurt de beginselverklaring neutraliteit van het gemeentelijk onderwijs Edegem goed.
Het verslag van de commissie wordt voorgelezen.
Schepen Koen Michiels vult aan dat het nog niet duidelijk is welke scholen er zullen toetreden, maar hij somt al wel enkele scholen op die reeds toetraden tot dit ondersteuningsnetwerk. Het is wel al duidelijk dat dit een kleiner netwerk zal zijn dan deze uit Antwerpen zelf.
De scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs moeten uiterlijk op 30 juni 2017 aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) meedelen bij welk ondersteuningsnetwerk ze aansluiten voor het schooljaar 2017-2018. Deze beslissing wordt verplicht en bij hoogdringendheid opgelegd door de decreetgever voor de leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en hun leraars.
Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en het GO!, onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, maken de inrichtende machten tegen 1 januari 2018 bindende afspraken. Deze gaan over logische regionale gebieden waarbinnen er slechts een ondersteuningsnetwerk actief is én waarbij binnen die regio alle officiële scholen zich aansluiten én die over ondersteuning en begeleiding in het kader van ondersteuning van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, afspraken kunnen maken met eender welk ander ondersteuningsnetwerk. Scholen van andere netten kunnen eveneens tot dit ondersteuningsnetwerk van het officieel onderwijs toetreden.
Ritmica, school voor buitengewoon onderwijs in Hove en deel uitmakend van de scholengemeenschap Merkpunt waarvan ook de gemeentelijke basisschool Andreas Vesaliusschool partner is, behoort momenteel tot het Overlegplatform Kleine Onderwijsverstrekkers (OKO). Zij zullen de samenwerking uitbreiden naar het gekozen openbaar ondersteuningsnetwerk.
Er wordt voorgesteld om toe te treden tot het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Rand. De nu gemaakte keuze is enkel geldig voor het schooljaar 2017-2018. Pas tegen 1 januari 2018 moeten de besturen een keuze voor de periode vanaf schooljaar 2018-2019.
Een schoolbestuur van een school voor gewoon basisonderwijs en/of gewoon secundair onderwijs moet aansluiten bij een regionaal ondersteuningsnetwerk om de effecten van het “M-decreet” verder te begeleiden. Een schoolbestuur dat niet aansluit bij een ondersteuningsnetwerk, zal geen ondersteuning ontvangen.
In zo'n regionaal ondersteuningsnetwerk scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs wordt ieders expertise samen gebracht om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en hun leraars te ondersteunen. Met het oog op de invoering van dit ondersteuningsnetwerk in het basis- en secundair onderwijs zal het buitengewoon onderwijs een personeelsomkadering ontvangen onder de vorm van begeleidende eenheden, lestijden, lesuren en uren paramedici en dit op basis van de aangesloten scholen gewoon onderwijs.
De ondersteuningsnetwerken bestaan uit scholen voor gewoon onderwijs en scholen voor buitengewoon onderwijs. De samenstelling kan niveau-overschrijdend en netoverschrijdend zijn. De CLB’s en de pedagogische begeleidingsdiensten zijn ook partners.
Elke school heeft de vrijheid te kiezen binnen welk netwerk ze met scholen voor buitengewoon onderwijs en andere scholen voor gewoon onderwijs wil samenwerken. Er kan gekozen worden uit een, voorlopig nog niet bekrachtigde, overzichtslijst van AgODi.
De raad keurt de aansluiting van haar gemeentelijke basisschool Andreas Vesalius bij het regionaal ondersteuningsnetwerk Antwerpen Rand voor het schooljaar 2017-2018 goed.
1/ Raadslid Wim Verrelst wil graag de stand van zaken over ILVW naar aanleiding van de uitstap uit het sociaal verhuurkantoor
2/ Raadslid Wim Verrelst is benieuwd naar de start van de werkgroep intercommunales
3/ Raadslid Wim Verrelst wil graag weten wat de timing is van de werken van de Drie Eikenstraat.
1/ Raadslid Jan Pszeniczko wil graag melden dat de brug, die de verbinding maakt tussen het ocmw en de trage weg, niet aangepast is voor rolstoelgebruikers, deze heeft een te hoge aanzet. Hij vraagt dus om de toegang nog aan te passen.
2/ Raadslid Jan Pszeniczko wil graag ook melden dat de maaibeurten van de grasbermen niet verlopen zoals het moet.
3/ Raadslid Jan Pszeniczko wil graag de stand van zaken over de aanleg van de trage weg op het Marie Curieplein.
Raadslid Koen Lauriks geeft aan dat er vraag is naar verkeersingrepen aan de Aartselaarstraat.
Raadslid Mia De Schamphelaere deelt mee dat het onderhoud van de gemeentelijke begraafplaats er op achteruit gaat.