Op 23 februari 2017 heeft de vennootschap Prins Boudewijnlaan NV een verkavelingsvergunning aangevraagd voor het verdelen van een stuk grond in vier loten gelegen aan de Prins Boudewijnlaan en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nrs. 208K, 211D, 212C en 256 B2. Het betreft de terreinen van de vroegere Fortis-Extraction De Smedt.
1. AARD VAN DE WERKEN:
De voorliggende verkavelingsaanvraag bestaat uit het verkavelen van een stuk grond voor de realisatie van een nieuw woonproject 'Parkrand Edegem', bestaande uit:
De ontwikkeling bestaat uit vier woonprojectzones, twee aan de noordzijde en twee aan de zuidzijde van het terrein. Binnen deze vier projectzones zal telkens één gebouwencluster opgericht worden.
Drie clusters bestaan uit appartementen geschikt rond een verhoogde binnentuin. In één van de clusters zijn assistentiewoningen voorzien.
Midden in het plangebied bevindt zich een parkgebied met een openbaar karakter, dat ook als toegangspoort naar het achterliggende Hof Ter Linden en Fort 5 functioneert. Deze centrale as wordt ingericht als park en bevat een voetgangers- en fietsverbinding. Rond deze trage weg zijn vijvers voorzien, noodzakelijk voor een goede waterhuishouding.
Het realiseren van het openbaar domein gebeurt in eerste fase, de nieuwe wooneenheden worden vervolgens in meerdere fasen gebouwd.
2. STEDENBOUWKUNDIGE GEGEVENS:
De aanvraag situeert zich in het RUP ‘Parkrand’, goedgekeurd op 16 november 2016. Volgens dit RUP ligt het goed grotendeels in woonprojectzone in parklandschap en deels in parkgebied en bufferzone.Tussen de woonprojectzones is er een indicatieve doorgang voor langzaam verkeer ingetekend. Deze doorgang voor zachte weggebruikers wordt aan het openbaar domein toegevoegd.
3. OPENBAAR ONDERZOEK:
De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de behandeling en de openbaarmaking van de bouwaanvragen. Er zijn geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek, beginnend op 25 april 2017 en eindigend op 24 mei 2017.
Artikel 4.2.15 en 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 27 maart 2009
Niemand mag zonder voorafgaandelijke verkavelingsvergunning een stuk grond verkavelen voor woningbouw. Indien de verkavelingsaanvraag wegeniswerken omvat waaromtrent de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak der wegen alvorens de verkavelingsvergunning kan worden afgeleverd.
Decreet van 24 mei 2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning
Dit decreet heeft tot hoofddoel om de implementatie van de omgevingsvergunning te wijzigen. De toepassing van de ‘oude’ procedureregels zal van rechtswege zijn, tot en met 31 december 2017. Vanaf 1 januari 2018 zullen dan de bepalingen inzake de omgevingsvergunning toepassing moeten vinden.
Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat enkel de procedureregels die golden op 22 februari 2017 moeten worden toegepast
Ministerieel besluit van 17 februari 2017 houdende aktename van de collegebeslissingen inzake de instap in de omgevingsvergunning
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw heeft akte genomen van beslissing van de gemeente Edegem tot uitstel van de instap van de omgevingsvergunning tot 1 juni 2017.
Besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen
Dit uitvoeringsbesluit regelt de adviesverlenende instanties.
Besluit van de Vlaamse regering van 29 mei 2009 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een verkavelingsvergunning
Dit besluit bepaalt de wettelijke samenstelling van een verkavelingsaanvraag.
Raadsbesluit van 27 januari 2005
Aktename van de geactualiseerde verkavelingsreglementen ‘gas’ en ‘elektriciteit’ en ‘openbare verlichting’, zoals die zijn goedgekeurd door de raden van bestuur van de opdrachthoudende verenigingen IGAO en IVEKA. Goedkeuring van de overeenkomst met betrekking van de reglementering.
Interne adviezen
Planning en Inrichting – 19 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Externe adviezen
Agentschap Natuur en Bos – 11 mei 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Agentschap Wegen en Verkeer – 19 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Brandweer Edegem-Lint – 24 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Aquafin NV – 27 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Eandis Deurne – 13 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
Dienst Waterbeleid, Departement Leefmilieu, Provincie Antwerpen - 7 juni 2017 - voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
VERLEGGING MOLENLOOP EN TERLINDENLOOP
De gedeeltelijke verleggingen zullen worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag 2096/ 4 dd. 30/05/2017 en 2096/ 5 van 5 en bijgevoegd atlasuittreksel.
Plaats
In overeenkomst met de plannen van de aanvraag.
Tracé
Volgens het tracé in rood aangeduid. Het tracé in geel wordt afgeschaft. De delen in groen aangeduid blijven behouden.
Doorstromingsprofiel
Met een bodembreedte van 0,80 m en met taluds onder +/- 45° helling.
Bodem
De bodem moet aansluiten met de geruimde bodem van de te behouden en blijvende bedding van de waterloop en zal met één ononderbroken langshelling worden uitgevoerd.
Taluds
De taluds moeten met een inheems gras- en kruidenmengsel worden bezaaid. De aansluiting van de taluds op de te behouden en blijvende bedding van de waterloop moet geleidelijk en op vloeiende wijze uitgevoerd worden. Zo nodig kunnen/zullen bochten of onstabiele plaatsen versterkt worden met blokzoden, een betuining met perkoenpalen en hardhoutmatten van aangepaste hoogte of schanskorven gestut met perkoenpalen, zodanig dat onder- en achterloopsheid wordt voorkomen en de instandhouding van de berm, wegverharding of constructie verzekerd blijft.
Het verlaten waterloopvak wordt afgeschaft en het nieuwe waterloopvak wordt onderworpen aan de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967.
Volgens art. 17 §2 van deze wet dienen langs beide zijden van de waterloop stroken met een breedte van 5,00 m, gemeten vanaf de kruin van de waterloop, vrijgehouden te worden.
Het verlaten en afgeschafte waterloopvak dat geacht wordt eigendom te zijn van de provincie dient,in afwachting van de eigendomsoverdracht van de bedding, onderhouden te worden door de vergunninghouder.
De aansluiting zal worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag: plan nr. 2096/ 5 van 5.
Plaats
Langs het kadasterperceel EDEGEM 1 AFD, sectie A nr. 211 D.
Wijze
Met ronde buizen met een binnendiameter van 0,60 m, voorzien van een terugslagklep. De buizen zijn bestand tegen het overrijden van machines voor de werken aan de waterloop.
Het doorstromingsprofiel van de open waterloop met een bodembreedte van minstens 0,80 m en een kruinbreedte van 3,30 m mag niet worden verminderd.
Ter plaatse van de aansluiting zal het linker talud over voldoende afstand worden versterkt met een beschoeiing in kassei of betonstraatstenen op een mager betonfundering tot op het bodempeil van de waterloop, met voldoende fundering en inwerking in de bermen tegen onder- en achterloopsheid om uitspoeling en beschadiging te voorkomen.
Vóór de aansluiting, bij voorkeur op een afstand van 5,00 m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop dient een inspectieput met aangepaste afmetingen gebouwd te worden voor de controle van het geloosde hemelwater.
De beveiliging van de aansluitende leiding met een terugslagklep dient door de vergunninghouder onderhouden te worden en regelmatig volgens noodzaak vrijgemaakt te worden van alle afval en vuil.
Het is verboden via de oppervlaktewaterleiding vuile of huiswaters te lozen.
Er dient rekening gehouden te worden met de toestand en het afvoervermogen van de waterloop: de debieten dienen zodanig beperkt te worden dat zij geen wateroverlast, geen schade en geen kwaliteitsverlies veroorzaken.
Het maximaal toegelaten lozingsdebiet bedraagt 10 l/s per hectare aangesloten verharde oppervlakte. Een buffervolume van minimum 430 m³ (330 infiltratie + 100 buffer) per hectare aangesloten verharde oppervlakte moet voorzien worden.
Binnen de bedding van de waterloop en binnen de erfdienstbaarheidsstrook van 5,00 m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop dienen de nodige schikkingen en voorzieningen getroffen te worden om beschadiging van de leiding te voorkomen tijdens de uitvoering van de onderhoudswerken aan de waterloop; eventuele schade kan niet op de waterloopbeheerder verhaald worden.
De gedeeltelijke overwelvingen zullen worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag: plan nr. 2096/ 4 van 5 dd. 30/05/2017.
Plaats
Op de Molenloop in kruising met het tracé van het (toekomstig) pad van Hof Ter Linden. Op de Terlindenloop in kruising met het (toekomstig) pad naar Fort 5.
Lengte
Over een maximale lengte van 5 m.
Doorstromingsprofiel
Met ronde buizen met een binnendiameter van minimum 1,00 m.
Plaatsing
De buizen dienen aangelegd te worden met een overdiepte van nagenoeg 0,10 m t.o.v. de geruimde waterloopbodem.
De as van de gedeeltelijke overwelving dient met de as van de geruimde waterloop overeen te stemmen en de gedeeltelijke overwelving zal met één ononderbroken helling worden uitgevoerd.
De afwerking van beide vrije uiteinden zal gebeuren met een frontmuur in beton en/of metselwerk van baksteen of betonblokken. De frontmuur dient te worden gebouwd over de volledige breedte van de waterloop met voldoende wanddikte en fundering en inwerking in de bermen tegen onder- en achterloopsheid om uitspoeling en beschadiging te voorkomen. Aan de aansluiting van de frontmuur met de open waterloop zullen de taluds en de bodem over een lengte van nagenoeg m worden versterkt met een beschoeiing van blokzoden zodanig dat onder- en achterloopsheid niet kunnen optreden en uitspoeling en beschadiging worden voorkomen.
In de gedeeltelijke overwelving mogen geen leidingen aansluiten zonder machtiging van ons college.
Het overwelfde gedeelte blijft onderworpen aan de wetgeving op de onbevaarbare waterlopen. De toegang tot de gedeeltelijke overwelving zal steeds zonder hindernis mogelijk blijven. Het is dan ook verboden om het overwelfde gedeelte constant te gebruiken hetzij als stapelplaats, hetzij te overbouwen, hetzij op enige andere wijze de toegang te beletten.
De gedeeltelijke overwelving moet door de vergunninghouder steeds in goede staat van onderhoud worden gehouden. Indien de vergunninghouder hierbij in gebreke blijft zal de beheerder van de waterloop die werken ambtshalve doen uitvoeren op kosten van de vergunninghouder. De kostprijsverhoging voor ruiming van het overwelfde vak kan door de beheerder van de waterloop van de vergunninghouder teruggevorderd worden.
De aanvrager dient regelmatig de overwelving te ruimen en dit zowel wat betreft de oppervlakkige ruimingswerken (wegnemen van allerlei hindernissen die verstoppingen kunnen veroorzaken) als de grondige ruimingswerken (verwijderen van eventuele aanslibbingen uit de overwelving).
Departement Mobiliteit en Openbare Werken – 18 april 2017 – gunstig met opmerking
De opmerking luidt als volgt:
Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij – 13 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:
De gemeenteraad neemt de akte van het proces-verbaal van het openbaar onderzoek en keurt de zaak der wegen – zoals ontworpen op het verkavelingsplan en de bijhorende wegenisplannen - van het perceel gelegen aan de Prins Boudewijnlaan, en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nrs. 208K, 211D, 212C en 256 B2, goed op voorwaarde dat rekening gehouden wordt met de ‘voorwaarden en lasten’ vermeld in artikel 2.
De voorwaarden en lasten tot uitrusting van het nieuw ontworpen publieke domein worden als volgt gesteld: