Terug
Gepubliceerd op 08/02/2022

2017_GR_00089 - ruimtelijke ordening - Prins Boudewijnlaan (Prins Boudewijnlaan NV) – project Parkrand - verkavelen van stuk grond in 4 loten – zaak der wegen - goedkeuring

Gemeenteraad
ma 26/06/2017 - 20:00 raadzaal Gemeentehuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Philippe Muyters, voorzitter; Koen Metsu, burgemeester; Peter Verstraeten, schepen; Jeroen Van Laer, schepen; Birre Timmermans, schepen; Koen Michiels, schepen; Goedele Van der Spiegel, schepen; Ine Bosschaerts, schepen; Koen Snyders, raadslid; Jan Pszeniczko, raadslid; Mia De Schamphelaere, raadslid; Brigitte Vermeulen-Goris, OCMW voorzitter; Bart Breugelmans, raadslid; Sien Pillot, raadslid; Stefan De Winter, raadslid; Wim Verrelst, raadslid; Marc Van Leemput, raadslid; Erik Schiltz, raadslid; Klaas Meesters, raadslid; Pascale Van de Vorst-Swolfs, raadslid; Koen Lauriks, raadslid; René Janssens, raadslid; Gerd Tahon, raadslid; Patricia Dierickx, raadslid; Katleen De Prins, secretaris

Verontschuldigd

Elke Tindemans, raadslid; Cynthia Govers, raadslid; Shana Convents, raadslid

Secretaris

Katleen De Prins, secretaris

Voorzitter

Philippe Muyters, voorzitter

Stemming op het agendapunt

2017_GR_00089 - ruimtelijke ordening - Prins Boudewijnlaan (Prins Boudewijnlaan NV) – project Parkrand - verkavelen van stuk grond in 4 loten – zaak der wegen - goedkeuring

Aanwezig

Philippe Muyters, Koen Metsu, Peter Verstraeten, Jeroen Van Laer, Birre Timmermans, Koen Michiels, Goedele Van der Spiegel, Ine Bosschaerts, Koen Snyders, Jan Pszeniczko, Mia De Schamphelaere, Brigitte Vermeulen-Goris, Bart Breugelmans, Sien Pillot, Stefan De Winter, Wim Verrelst, Marc Van Leemput, Erik Schiltz, Klaas Meesters, Pascale Van de Vorst-Swolfs, Koen Lauriks, René Janssens, Gerd Tahon, Patricia Dierickx, Katleen De Prins
Stemmen voor 16
Birre Timmermans, Peter Verstraeten, Goedele Van der Spiegel, Jeroen Van Laer, Koen Metsu, Koen Michiels, Ine Bosschaerts, Stefan De Winter, René Janssens, Koen Lauriks, Patricia Dierickx, Sien Pillot, Erik Schiltz, Gerd Tahon, Brigitte Vermeulen-Goris, Philippe Muyters
Stemmen tegen 8
Bart Breugelmans, Mia De Schamphelaere, Klaas Meesters, Jan Pszeniczko, Koen Snyders, Pascale Van de Vorst-Swolfs, Wim Verrelst, Marc Van Leemput
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2017_GR_00089 - ruimtelijke ordening - Prins Boudewijnlaan (Prins Boudewijnlaan NV) – project Parkrand - verkavelen van stuk grond in 4 loten – zaak der wegen - goedkeuring 2017_GR_00089 - ruimtelijke ordening - Prins Boudewijnlaan (Prins Boudewijnlaan NV) – project Parkrand - verkavelen van stuk grond in 4 loten – zaak der wegen - goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 23 februari 2017 heeft de vennootschap Prins Boudewijnlaan NV een verkavelingsvergunning aangevraagd voor het verdelen van een stuk grond in vier loten gelegen aan de Prins Boudewijnlaan en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nrs. 208K, 211D, 212C en 256 B2. Het betreft de terreinen van de vroegere Fortis-Extraction De Smedt.

Argumentatie

1. AARD VAN DE WERKEN:
De voorliggende verkavelingsaanvraag bestaat uit het verkavelen van een stuk grond voor de realisatie van een nieuw woonproject 'Parkrand Edegem', bestaande uit:

  • 4 clusters van appartementsgebouwen met rondliggende terrein van openbaar karakter;
  • parkgebied met openbare wegenis;
  • terreinaanleg van bufferzones aan de noordelijke en zuidelijke grenzen;
  • het openbreken van ingebuisde Terlindenloop en verleggen van de Molenloop en de Terlindenloop;
  • het kappen van bomen. Het betreft verschillende bomen en bomengroepen van populier, conifeer en een gemengd bestand. Het gemengd bestand zal worden vervangen door een nieuw hoogstammige groen om een nieuwe groene zichtschermen te voorzien tussen toekomstige appartementsgebouwen en bestaande villawijk en woningblokken.

De ontwikkeling bestaat uit vier woonprojectzones, twee aan de noordzijde en twee aan de zuidzijde van het terrein. Binnen deze vier projectzones zal telkens één gebouwencluster opgericht worden.

Drie clusters bestaan uit appartementen geschikt rond een verhoogde binnentuin. In één van de clusters zijn assistentiewoningen voorzien.

Midden in het plangebied bevindt zich een parkgebied met een openbaar karakter, dat ook als toegangspoort naar het achterliggende Hof Ter Linden en Fort 5 functioneert. Deze centrale as wordt ingericht als park en bevat een voetgangers- en fietsverbinding. Rond deze trage weg zijn vijvers voorzien, noodzakelijk voor een goede waterhuishouding.

Het realiseren van het openbaar domein gebeurt in eerste fase, de nieuwe wooneenheden worden vervolgens in meerdere fasen gebouwd.

2. STEDENBOUWKUNDIGE GEGEVENS:
De aanvraag situeert zich in het RUP ‘Parkrand’, goedgekeurd op 16 november 2016. Volgens dit RUP ligt het goed grotendeels in woonprojectzone in parklandschap en deels in parkgebied en bufferzone.Tussen de woonprojectzones is er een indicatieve doorgang voor langzaam verkeer ingetekend. Deze doorgang voor zachte weggebruikers wordt aan het openbaar domein toegevoegd.

3. OPENBAAR ONDERZOEK:
De aanvraag werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit betreffende de behandeling en de openbaarmaking van de bouwaanvragen. Er zijn geen bezwaarschriften ingediend tijdens het openbaar onderzoek, beginnend op 25 april 2017 en eindigend op 24 mei 2017.

Juridische grond

Artikel 4.2.15 en 4.2.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 27 maart 2009
Niemand mag zonder voorafgaandelijke verkavelingsvergunning een stuk grond verkavelen voor woningbouw. Indien de verkavelingsaanvraag wegeniswerken omvat waaromtrent de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak der wegen alvorens de verkavelingsvergunning kan worden afgeleverd.

Decreet van 24 mei 2017 houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning
Dit decreet heeft tot hoofddoel om de implementatie van de omgevingsvergunning te wijzigen. De toepassing van de ‘oude’ procedureregels zal van rechtswege zijn, tot en met 31 december 2017. Vanaf 1 januari 2018 zullen dan de bepalingen inzake de omgevingsvergunning toepassing moeten vinden.
Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat enkel de procedureregels die golden op 22 februari 2017 moeten worden toegepast

Ministerieel besluit van 17 februari 2017 houdende aktename van de collegebeslissingen inzake de instap in de omgevingsvergunning
De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw heeft akte genomen van beslissing van de gemeente Edegem tot uitstel van de instap van de omgevingsvergunning tot 1 juni 2017.

Besluit van 5 juni 2009 van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen
Dit uitvoeringsbesluit regelt de adviesverlenende instanties.

Besluit van de Vlaamse regering van 29 mei 2009 betreffende de dossiersamenstelling van de aanvraag voor een verkavelingsvergunning
Dit besluit bepaalt de wettelijke samenstelling van een verkavelingsaanvraag.

Raadsbesluit van 27 januari 2005
Aktename van de geactualiseerde verkavelingsreglementen ‘gas’ en ‘elektriciteit’ en ‘openbare verlichting’, zoals die zijn goedgekeurd door de raden van bestuur van de opdrachthoudende verenigingen IGAO en IVEKA. Goedkeuring van de overeenkomst met betrekking van de reglementering.

Adviezen

Vlaamse Milieumaatschappij Gunstig onder voorwaarden

Interne adviezen

Planning en Inrichting – 19 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • Het project Zuidrand heeft de opdracht om een veilige fiets- en voetgangersoversteekplaats op de Prins Boudewijnlaan te realiseren, inclusief eventuele aanpassingswerken aan het tegenoverliggende perceel Carrefour. Als gevolg van het project moet ook het kruispunt Prins Boudewijnlaan/Ter Tommenstraat aangepast worden en moet de zijberm van de Prins Boudewijnlaan ter hoogte van de verkaveling heringericht worden (nieuwe inritten, bestaande inritten verwijderen, …). Al deze maatregelen maken onlosmakelijk deel uit van de omgevingsinrichting van het project en moeten voorwerp zijn van de verkavelingsaanvraag of van een aparte overeenkomst. De modaliteiten (ontwerp, raming, financiering, ...) van de deze bijkomende maatregelen moeten ofwel bij de verkavelingsaanvraag gevoegd worden ofwel moet de verkavelingsaanvraag verwijzen naar een specifieke overeenkomst ter zake.
  • In de verkavelingsvergunning moet een waarborgsom vastgelegd worden. Deze waarborgsom moet de realisatie en de financiering van de omgevingswerken garanderen. De waarborg moet minstens volgende onkosten dekken: studiekosten, wegenis- en rioleringswerken, waterbouwkundige werken, aanplantings- en nutswerken. Van al deze onkosten worden ramingen voorgelegd. Deze ramingen worden verhoogd met 10%. Een (bewijs van) waarborg voor het totale bedrag wordt aan de gemeente bezorgd. De waarborg wordt na bewijs van betaling van alle aanrekeningen en na oplevering vrijgegeven.
  • De toegangsbelemmering voor voertuigen op het centrale pad (wegneembaar breekpaaltje) ter hoogte van de Prins Boudewijnlaan wordt beter verplaatst naar de zijberm van de Prins Boudewijnlaan (tussen fietspad en rijweg) zodat fietsers bij  het afslaan van het fietspad naar het centrale pad geen hinder ondervinden van het afbakeningspaaltje.

Externe adviezen

Agentschap Natuur en Bos – 11 mei 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • Het bijgevoegd aangepast verkavelingsontwerp met aanduiding van de ‘als bos te behouden beboste groene ruimte ‘ dient ontegensprekelijk deel uit te maken van de verkavelingsvergunning.
  • De als te behouden beboste groene ruimte dient bijkomend verankerd te worden in de verkavelingsvoorschriften.
  • De voorwaarden in het kader van het goedgekeurde boscompensatievoorstel met ons kenmerk COMP/17/0130/AN blijven onverwijld van toepassing.
  • Indien na het herleggen van de Molenbeek en/of Terlindenloop blijkt dat een wijziging van de waterhuishouding en/of waterpeilen optreedt in de bosbestanden van Hof Ter Linden, dienen zo snel mogelijk na vaststelling en in overleg met de dienst Waterbeleid van de provincie Antwerpen bijkomende maatregelen genomen te worden om de situatie te herstellen.
  • Alle van nature in het wild levende vogelsoorten zijn beschermd in het Vlaamse Gewest van het Soortenbesluit van 15 mei 2009. De bescherming heeft onder meer betrekking op de nesten van deze vogelsoorten (artikel 14 van het Soortenbesluit). Bij het uitvoeren van werken in de periode van 1 maart tot 1 juli moet men zich van vergewissen dat geen nesten van beschermde vogelsoorten beschadigd, weggenomen of vernield worden. Als nesten in het gedrang komen dient de uitvoerder contact op te nemen met het Agentschap voor Natuur en Bos.

Agentschap Wegen en Verkeer – 19 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • Als planlast dient er opgelegd te worden dat de uitvoering van de beveiligde voetgangers- en fietsersoversteek door de projectontwikkelaar dient gefinancierd te worden (en dit dus in tegenstelling tot wat in de motivatienota staat).
  • De uitvoering van de conclusie van de Provinciale Commissie voor Verkeersveiligheid (PVC) van 16 maart 2016 dient verder uitgewerkt te worden vooraleer de bouw van de projectontwikkeling kan starten.

Brandweer Edegem-Lint – 24 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • Bij het ontwerp van de gebouwen dient er op toegezien te worden dat de brandweervoertuigen kunnen keren op het domein. Deze wegen moeten voldoen aan de toegangswegen, overeenkomstig artikel 1.
  • De inrit van de toegangsweg tot het parkrand gebied moet ook voldoen aan de vigerende wetgeving over de inplanting en toegangswegen. De draaistralen dienen in die zin aangepast te worden ter hoogte van de inkom en de Prins Boudewijnlaan.

Aquafin NV – 27 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • Het is aan te raden de riolering met zo weinig mogelijk kruisingen aan te leggen. In het huidige ontwerp krijgen zowel DWA als RWA hierdoor op sommige plaatsen grote verschillen in helling. Indien mogelijk worden de DWA-strengen best langs de zijkanten van het perceel aangelegd.
  • DWA wordt bij voorkeur onder een steilere helling aangelegd.
  • De werken moeten worden uitgevoerd volgens standaardbestek 250 en de algemene wijzigingen en aanvullingen van Aquafin aan het standaardbestek 250 of verkavelingsreglement.
  • In verband met administratieve bepalingen wordt verwezen naar het verkavelingsregelement van de rioolbeheerder.
  • Voor aansluiting van de riolering op de bestaande infrastructuur dienen volgende voorwaarden in acht genomen te worden:
    • Er dient aangesloten op een bestaande inspectieput of, indien deze inspectieput te ver ligt, dient er een nieuwe inspectieput gebouwd te worden op de leiding.
    • De aansluiting op een bestaande inspectieput moet worden uitgevoerd volgens standaardbestek 250, hoofdstuk 7, artikel 3.10. met dien verstande dat het dichten van de aansluitopening in een betonnen inspectieput gebeurt d.m.v. beton (dus niet met metselwerk).
    • De bouw van een nieuwe inspectieput moet worden uitgevoerd volgens standaardbestek 250, hoofdstuk VII, artikel 3.9.
    • De afmetingen van de put moeten zodanig gekozen worden dat aan beide zijden op de bestaande leiding korte inbouwstukken ontstaan met een maximale lengte van 0,75 m, gemeten vanaf de binnenzijde van de wand van de inspectieput, in de geest van het standaardbestek 250, hoofdstuk VII, artikel 1.1.2.3.A.
    • 15 dagen voor aanvang van de werken, dient een technische voorstel overgemaakt worden aan de PM.
    • Voor eventuele opbraak en herstelling van wegenis dient contact genomen met en gewerkt worden volgens de voorwaarden opgelegd door de eigenaar van de wegenis.
  • De hydraulische structuren moeten goed bereikbaar zijn.
  • Het bemalingswater moet bij voorkeur geloosd worden op een gracht of RWA-leiding. Indien het bemalingswater wordt geloosd op een afvalwaterleiding moet er een vergunning aangevraagd worden op de site van Aquafin bij technische partners.
  • Alle leidingen moeten op waterdichtheid beproefd worden, tenzij ze waterdoorlatend zijn.
  • Controle van het bestek kan aangevraagd worden bij verkavelingen@aquafin.be.

Eandis Deurne – 13 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • De oprichting van een distributiecabine voor elektriciteit is nodig voor de uitrusting van deze verkaveling. Conform de verkavelingsvoorwaarden moet de verkavelaar de benodigde kosteloos afstaan aan de distributienetbeheerder, die de kosten voor de oprichting van de cabine(s) ten laste neemt.
  • Het is absoluut noodzakelijk dat de inplanting van dit perceel is voorzien op het vergunde verkavelingsplan en dit volgens de inplanting in bijgevoegd voorontwerp. Hier moet ook melding van worden gemaakt in de tekst van de verkavelingsvergunning. Zoniet dient de verkavelaar een wijziging van verkavelingsvergunning aan te vragen.
  • Teneinde het voeden van de verkaveling op een bevredigende wijze te kunnen verzekeren, dient de distributiecabine technisch en administratief in orde te zijn.
  • Op vraag van de verkavelaar en mits akkoord van de distributienetbeheerder kan een lokaal voor de oprichting van een distributiecabine elektriciteit worden voorzien die aan de voorwaarden van de brochure “Leidraad distributiecabines elektriciteit in gebouwen” voldoet.
  • De afstand van de cabinegrond of het cabinelokaal wordt ten laste van de DNB bij notariële akte bekrachtigd.
  • Conform de verkavelingsvoorwaarden moet de verkavelaar aan de distributienetbeheerder de benodigde grond beschikbar stellen voor toevoerleidingen en/of de doorgang van personeel en materiaal. Deze erfdienstbaarheden worden ten laste van de verkavelaar bij notariële akte bekrachtigd.

Dienst Waterbeleid, Departement Leefmilieu, Provincie Antwerpen - 7 juni 2017 - voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • er is langs beide zijden van de gracht een zone van 5m vanaf de kruin nodig voor de noodzakelijke onderhouds- en ruimingswerken en voor het spreiden van de ruimingsproducten;
  • afsluitingen of hagen langsheen de waterloop moeten op een afstand van 0,75m tot 1m worden geplaatst en mogen niet hoger zijn dan 1.5m. Afsluitingen die haaks op de waterloop worden geplaatst, moeten eenvoudig verwijderbaar en terugplaatsbaar zijn. Strijkgewas dient tot op een hoogte van 1.5m worden teruggesnoeid;
  • verhardingen, leidingen en ondergrondse constructies voorzien tot op een afstand van midner dan 5m vanaf de kruin moeten bestand zijn tegen het overrijden van machines tot 40 ton;
  • de aanplanting van loofbomen dient als volgt te gebeuren:
    • ofwel een eerste rij bomen op een afstand van 5m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop en met een vrij te bepalen afstand tussen de bomen zodat stroken als zone van openbaar nut met een breedte van 5m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop volledig vrij worden gehouden;
    • ofwel een eerste rij bomen op een plantafstand van 0,75m landinwaarts gemeten vnaf de kruin van de waterloop met een afstand tussen de bomen van minimum 10m zodat de ebreikbaarheid van de waterloop mt de machine verzekerd blijft. Een tweede rij bomen kan voorzien worden zoals vermeld in het eerste °;
  • er mogen geen naaldbomen of zaailingen van naaldbomen geplant worden op minder dan 6m van de oevers van de waterlopen;
  • reliëfwijzigingen zijn verboden binnen de 5m zone;
  • Binnen een afstand van minimaal 1m vanaf de kruin mag de oever niet bewerkt worden, noch besproeid met biociden. Het Mestdecreet verbiedt bovendien elke bemesting binnen een strook van 10m (GEN en GENO) of 5m (overige gevallen) gemeten vanaf de kruin van de waterloop;
  • de bedding van de waterloop van 2e categorie behoort toe aand e provincie;
  • Slechts een beperkte hoeveelheid water van het project mag afgevoerd worden in de waterloop (principe 'vasthouden-bergen-afvoeren');
  • Er dient rekening gehouden te worden met de voorschriften die geformuleerd staan in de Krachtlijnen voor een geïntegreerd rioleringsbeleid in Vlaanderen (VMM) (principe riolering (voorkomen-scheiden-zuiveren);
  • De vergunning doet geen afbreuk aan de bepalingen van de wet van 28 december 1967 op de onbevaarbare waterlopen;
  • De vergunning doet evenmin afbreuk aan eventuele eigendomsrechten en geldt bij eigendomsinname slechts voor zover de overdracht is voltooid;
  • De werken zijn uit te voeren volgens de regels van de kunst, rekening houdend met eventuele opmerkingen die de provinciale dienst Integraal Waterbeleid zal maken voor, tijdens en na de uitvoering ervan;
  • Het uitvoeren van de werken mag de regelmatige afvoer van het water niet verhinderen, noch het verkeer hinderen, noch een gevaar vormen voor de openbare veiligheid;
  • De vergunninghouder is volledig aansprakelijk, in naam en plaats van de openbare besturen voor alle schade of schadelijke gevolgen aan de waterloop die het gevolg zijn van de uitvoering en het bestaan van de vergunde werken;
  • Als bevonden wordt dat de vergunde werken van wijziging voor de waterloop, voor het natuurlijk waterregime of om andere redenen nadelig zijn, heeft de bevoegde overheid het recht het aanpassen en/of het afbreken en verwijderen van de werken met herstel van de oorspronkelijke waterlooptoestand te bevelen en dit zonder enig recht op schadevergoeding in hoofde van de vergunninghouder. Als de aanpassing of het herstel van de oorspronkelijke toestand niet binnen de daartoe gestelde termijn door de vergunninghouder wordt uitgevoerd zal dit ambtshalve op zijn kosten gebeuren;
  • Zolang de werken of gerealiseerde constructies bestaan of de waterloop beïnvloeden; moet de vergunninghouder ze in goede staat houden, en de betrokken delen van de waterloop onderhouden en herstellen;
  • De vergunninghouder kan op geen enkel moment eisen stellen aan het vergunning gevend bestuur of de gemeente met betrekking tot nadeel of ongemakken voor zijn inrichtingen voortkomend uit de toestand van de waterloop of uit de uitvoering van werken van onderhoud, ruiming of verbetering van de waterloop;
  • De provinciale dienst Integraal Waterbeleid, Koningin Elisabethlei 22 in 2018 Antwerpen, moet uiterlijk TIEN dagen na voltooiing van de werken met een door de post aangetekende brief hiervan in kennis worden gesteld. Aan de personeelsleden van deze dienst moet steeds toegang worden verleend voor toezicht;
  • Alle hierin opgelegde voorwaarden verbinden de vertegenwoordigers of rechtverkrijgenden van de aanvrager of vergunninghouder;
  • Om de verenigbaarheid met het watersysteem te verzekeren worden volgende bijzondere voorwaarden opgelegd:
    • VERLEGGING MOLENLOOP EN TERLINDENLOOP

      De gedeeltelijke verleggingen zullen worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag 2096/ 4 dd. 30/05/2017 en 2096/ 5 van 5 en bijgevoegd atlasuittreksel.

      Plaats
      In overeenkomst met de plannen van de aanvraag.

      Tracé
      Volgens het tracé in rood aangeduid. Het tracé in geel wordt afgeschaft. De delen in groen aangeduid blijven behouden.

      Doorstromingsprofiel
      Met een bodembreedte van 0,80 m en met taluds onder +/- 45° helling.

      Bodem
      De bodem moet aansluiten met de geruimde bodem van de te behouden en blijvende bedding van de waterloop en zal met één ononderbroken langshelling worden uitgevoerd.

      Taluds
      De taluds moeten met een inheems gras- en kruidenmengsel worden bezaaid. De aansluiting van de taluds op de te behouden en blijvende bedding van de waterloop moet geleidelijk en op vloeiende wijze uitgevoerd worden. Zo nodig kunnen/zullen bochten of onstabiele plaatsen versterkt worden met blokzoden, een betuining met perkoenpalen en hardhoutmatten van aangepaste hoogte of schanskorven gestut met perkoenpalen, zodanig dat onder- en achterloopsheid wordt voorkomen en de instandhouding van de berm, wegverharding of constructie verzekerd blijft.

      De nodige maatregelen dienen door de vergunninghouder getroffen te worden voor de blijvende verzekering van de ontwatering, afwatering en waterafvoer van de bij het af te schaffen tracé betrokken gronden.

      Het verlaten waterloopvak wordt afgeschaft en het nieuwe waterloopvak wordt onderworpen aan de wet op de onbevaarbare waterlopen van 28 december 1967.

      Volgens art. 17 §2 van deze wet dienen langs beide zijden van de waterloop stroken met een breedte van 5,00 m, gemeten vanaf de kruin van de waterloop, vrijgehouden te worden.

      Het verlaten en afgeschafte waterloopvak dat geacht wordt eigendom te zijn van de provincie dient,in afwachting van de eigendomsoverdracht van de bedding, onderhouden te worden door de vergunninghouder.

    • AANSLUITING OVERLOOP BUFFERBEKKEN RWA

      De aansluiting zal worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag: plan nr. 2096/ 5 van 5.

      Plaats

      Langs het kadasterperceel EDEGEM  1 AFD, sectie A nr. 211 D.

      Wijze
      Met ronde buizen met een binnendiameter van 0,60 m, voorzien van een terugslagklep. De buizen zijn bestand tegen het overrijden van machines voor de werken aan de waterloop.
      Het doorstromingsprofiel van de open waterloop met een bodembreedte van minstens 0,80 m en een kruinbreedte van 3,30 m mag niet worden verminderd.
      Ter plaatse van de aansluiting zal het linker talud over voldoende afstand worden versterkt met een beschoeiing in kassei of betonstraatstenen op een mager betonfundering tot op het bodempeil van de waterloop, met voldoende fundering en inwerking in de bermen tegen onder- en achterloopsheid om uitspoeling en beschadiging te voorkomen.
      Vóór de aansluiting, bij voorkeur op een afstand van 5,00 m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop dient een inspectieput met aangepaste afmetingen gebouwd te worden voor de controle van het geloosde hemelwater.
      De beveiliging van de aansluitende leiding met een terugslagklep dient door de vergunninghouder onderhouden te worden en regelmatig volgens noodzaak vrijgemaakt te worden van alle afval en vuil.
      Het is verboden via de oppervlaktewaterleiding vuile of huiswaters te lozen.
      Er dient rekening gehouden te worden met de toestand en het afvoervermogen van de waterloop: de debieten dienen zodanig beperkt te worden dat zij geen wateroverlast, geen schade en geen kwaliteitsverlies veroorzaken.
      Het maximaal toegelaten lozingsdebiet bedraagt 10 l/s per hectare aangesloten verharde oppervlakte. Een buffervolume van minimum 430 m³ (330 infiltratie + 100 buffer) per hectare aangesloten verharde oppervlakte moet voorzien worden.
      Binnen de bedding van de waterloop en binnen de erfdienstbaarheidsstrook van 5,00 m landinwaarts gemeten vanaf de kruin van de waterloop dienen de nodige schikkingen en voorzieningen getroffen te worden om beschadiging van de leiding te voorkomen tijdens de uitvoering van de onderhoudswerken aan de waterloop; eventuele schade kan niet op de waterloopbeheerder verhaald worden.

    • OVERWELVINGEN

      De gedeeltelijke overwelvingen zullen worden uitgevoerd volgens aanduiding op het plan van de aanvraag: plan nr. 2096/ 4 van 5 dd. 30/05/2017.

      Plaats

      Op de Molenloop in kruising met het tracé van het (toekomstig) pad van Hof Ter Linden. Op de Terlindenloop in kruising met het (toekomstig) pad naar Fort 5.

      Lengte

      Over een maximale lengte van 5 m.

      Doorstromingsprofiel
      Met ronde buizen met een binnendiameter van minimum 1,00 m. 

      Plaatsing
      De buizen dienen aangelegd te worden met een overdiepte van nagenoeg 0,10 m t.o.v. de geruimde waterloopbodem.
      De as van de gedeeltelijke overwelving dient met de as van de geruimde waterloop overeen te stemmen en de gedeeltelijke overwelving zal met één ononderbroken helling worden uitgevoerd.
      De afwerking van beide vrije uiteinden zal gebeuren met een frontmuur in beton en/of metselwerk van baksteen of betonblokken. De frontmuur dient te worden gebouwd over de volledige breedte van de waterloop met voldoende wanddikte en fundering en inwerking in de bermen tegen onder- en achterloopsheid om uitspoeling en beschadiging te voorkomen. Aan de aansluiting van de frontmuur met de open waterloop zullen de taluds en de bodem over een lengte van nagenoeg m worden versterkt met een beschoeiing van blokzoden zodanig dat onder- en achterloopsheid niet kunnen optreden en uitspoeling en beschadiging worden voorkomen.
      In de gedeeltelijke overwelving mogen geen leidingen aansluiten zonder machtiging van ons college.
      Het overwelfde gedeelte blijft onderworpen aan de wetgeving op de onbevaarbare waterlopen. De toegang tot de gedeeltelijke overwelving zal steeds zonder hindernis mogelijk blijven. Het is dan ook verboden om het overwelfde gedeelte constant te gebruiken hetzij als stapelplaats, hetzij te overbouwen, hetzij op enige andere wijze de toegang te beletten.
      De gedeeltelijke overwelving moet door de vergunninghouder steeds in goede staat van onderhoud worden gehouden. Indien de vergunninghouder hierbij in gebreke blijft zal de beheerder van de waterloop die werken ambtshalve doen uitvoeren op kosten van de vergunninghouder. De kostprijsverhoging voor ruiming van het overwelfde vak kan door de beheerder van de waterloop van de vergunninghouder teruggevorderd worden.
      De aanvrager dient regelmatig de overwelving te ruimen en dit zowel wat betreft de oppervlakkige ruimingswerken (wegnemen van allerlei hindernissen die verstoppingen kunnen veroorzaken) als de grondige ruimingswerken (verwijderen van eventuele aanslibbingen uit de overwelving).

Departement Mobiliteit en Openbare Werken – 18 april 2017 – gunstig met opmerking
De opmerking luidt als volgt:

  • Er wordt sterk aangedrongen op een gelijktijdige aanleg van de oversteek voor zachte weggebruikers over de Prins Boudewijnlaan ter hoogte van Carrefour en de doorsteek over het terrein. Hiervoor moeten afspraken gemaakt worden met de wegbeheerder.

Afdeling Operationeel Waterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij – 13 april 2017 – voorwaardelijk gunstig
De voorwaarden luiden samengevat als volgt:

  • Het project is pas in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid met betrekking tot het aspect grondwater indien rekening wordt gehouden met volgende voorwaarden:
    • de infiltratieoppervlakte van de wadi's is voldoende groot;
    • er wordt meer ingezet op hergebruik van het hemelwater;
    • met betrekking tot het aspect oppervlaktewater wordt het advies van de waterloopbeheerder gevolgd.
  • Het project is ook in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid indien rekening wordt gehouden met volgende voorwaarden:
    • de aanleg van riolering moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van Vlarem II en de code van goede praktijk voor het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van rioleringssystemen;
    • de volledig gescheiden aansluiting moet uitgevoerd worden conform art. 6.2.2.1.2 § 3 van Vlarem II.
    • er geldt een verbod op het gebruik van pesticiden op alle terreinen in gebruik voor een openbare dienst.
    • voor bronbemalingen moet voldaan worden aan de sectorale voorschriften voor subrubriek 53.2 van de indelingslijst van Vlarem I (art. 5.53.6.1.1 van Vlarem II);
    • de lozing van het bemalingswater dient te gebeuren overeenkomstig art. 6.2.2.1.2 § 5 van Vlarem Il.
    • de ondergrondse constructie dient te worden uitgevoerd als volledig waterdichte kuip en zonder kunstmatig drainagesysteem.
Dienst Waterbeleid Gunstig onder voorwaarden
Dienst Planning en Inrichting Gunstig onder voorwaarden
Agentschap Natuur en Bos Gunstig onder voorwaarden
Brandweer Edegem-Lint Gunstig onder voorwaarden
Rio-link Gunstig onder voorwaarden
Eandis Gunstig onder voorwaarden
Departement Mobiliteit en Openbare Werken Gunstig onder voorwaarden
Agentschap Wegen en Verkeer Gunstig onder voorwaarden

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad neemt de akte van het proces-verbaal van het openbaar onderzoek en keurt de zaak der wegen – zoals ontworpen op het verkavelingsplan en de bijhorende wegenisplannen - van het perceel gelegen aan de Prins Boudewijnlaan, en kadastraal gekend als afdeling 1, sectie A, nrs. 208K, 211D, 212C en 256 B2, goed op voorwaarde dat rekening gehouden wordt met de ‘voorwaarden en lasten’ vermeld in artikel 2.

Artikel 2

De voorwaarden en lasten tot uitrusting van het nieuw ontworpen publieke domein worden als volgt gesteld:

  • De kosten voor de beveiligde voetgangers- en fietsersoversteek over de Prins Boudewijnlaan en de aanpassingen aan de Prins Boudewijnlaan en het kruispunt van Ter Tommenstraat zijn geheel ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning.
  • De kosten voor de aanleg van de wegenis en de riolering zijn geheel ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning;
  • De kosten voor de aanleg van het openbaar groen zijn geheel ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning;
  • De kosten voor het aanleggen van nieuwe en/of het aanpassen van bestaande nutsvoorzieningen (kabels, leidingen, cabines, verdeelkasten voor elektriciteits- en gasvoorziening, leidingen voor drinkwatervoorzieningen, installaties voor kabeldistributie en openbare verlichting) naar en in de verkaveling, zijn ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning;
  • De waarborg voor de over te dragen infrastructuurwerken (wegen, fietspaden, afwatering, groenvoorziening, nutsvoorzieningen,…) bedraagt 110% van de raming en wordt als last opgelegd bij de verkavelingsvergunning;
  • De voorwaarden van de adviezen worden opgelegd in de verkavelingsvergunning. De verkavelingsvergunning geldt als stedenbouwkundige evrgunning voor de wegenis.
  • De waarborgen voor de wegen en rioleringswerken worden volledig vrijgegeven na schriftelijk akkoord van het college van burgemeester en schepenen, na de voorlopige oplevering van de werken in aanwezigheid van een toezichthoudende ambtenaar van de gemeente en na voorlegging van de betalingsbewijzen aan de aannemer;
  • De waarborgen voor de aanleg en het onderhoud van de groenzones worden in helften vrijgegeven: de ene helft na de voorlopige oplevering van de groenaanleg en de andere helft na de definitieve oplevering van de onderhoudsperiode van 3 jaar, na schriftelijk akkoord van het college van burgemeester en schepenen, in aanwezigheid van een toezichthoudende ambtenaar van de gemeente en na voorlegging van de betalingsbewijzen aan de aannemer.
  • De weg en zijn uitrusting en het bijhorende openbaar groen, zullen binnen een jaar na de definitieve oplevering van de laatst uitgevoerde uitrustingswerken kosteloos aan de gemeente worden afgestaan. De akte van overdracht wordt verleden voor een notaris die door de houder van de verkavelingsvergunning wordt aangeduid. Alle kosten met betrekking tot deze akte (opmaken, verlijden, registreren, overschrijven, …) zijn ten laste van de houder van de verkavelingsvergunning.
  • Alvorens de akte kan worden verleden, moet een analoog en digitaal exemplaar van het opmetingsplan worden overgemaakt.