Met deze beginselverklaring neutraliteit wil het gemeentelijk onderwijs zich nog duidelijker profileren als neutrale onderwijsverstrekker. Het omvat de principes van wat neutraliteit betekent in een onderwijsinstelling. Het formuleren van een lokaal gedragen pedagogisch, artistiek of agogisch project behoort tot de autonomie van het schoolbestuur. Deze beginselverklaring vormt de gemeenschappelijke noemer voor het hele stedelijk en gemeentelijk onderwijs in Vlaanderen, waaronder de lokale projecten een plek vinden.
Het gemeentebestuur gaat door de goedkeuring van deze beginselverklaring neutraliteit het engagement aan om het eigen pedagogisch project, het eigen schoolreglement en de eigen onderwijspraktijk hiermee in overeenstemming te brengen.
Wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, artikel 6bis betreffende de erkenningsvoorwaarden voor erkenning van scholen
Decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 3, 41° betreft het onderwijsaanbod van godsdienstonderwijs en artikel 62 m.b.t. de erkenning van basisscholen
Het gemeentelijk onderwijs is een openbare dienst die per definitie moet beantwoorden aan de principes van neutraliteit. Deze principes worden vastgelegd in een lokaal pedagogisch, project, in het schoolreglement en in het schoolwerkplan. Ook voor de onderwijspraktijk (keuze van keerplannen en leermethodes) zijn ze richtinggevend. Het schoolbestuur, het schoolteam, leerlingen en ouders stemmen samen in en dragen de neutraliteit van het gemeentelijk onderwijs mee uit.
De OVSG vzw (Onderwijskoepel van Steden en Gemeenten) vraagt om de beginselverklaring neutraliteit goed te keuren met het oog op een brede gedragenheid binnen het gemeentelijk onderwijsnet.
De raad keurt de beginselverklaring neutraliteit van het gemeentelijk onderwijs Edegem goed.