Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbaar patrimonium voor wonen en economische activiteiten optimaal benut wordt. Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden.
Op basis van het decreet grond en pandenbeleid kunnen gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden. Een nieuw gemeentelijk reglement dient aangenomen te worden waarin de indicaties van leegstand en de procedure tot vaststelling van de leegstand worden vastgesteld, omwille van de decretale wijzigingen.
Het gemeentelijk reglement op leegstaande woningen en gebouwen werd voorbereid in samenwerking met een intergemeentelijke werkgroep van de interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand) en werd besproken tijdens het beheerscomité van IVLW Zuidrand. Het gemeentelijk reglement leegstaande woningen en gebouwen is afgestemd op: de noden, het beleid en de financiële toestand van de gemeente.
De indicaties van leegstand werden deels gewijzigd en zijn intergemeentelijk op elkaar afgestemd. Een vergelijking tussen de indicaties van leegstand in het huidig reglement op leegstaande woningen en gebouwen en het voorliggend reglement is opgenomen in bijlage.
Omwille van het bovenstaande vervalt het bestaande reglement op leegstaande woningen en gebouwen van 15 december 2010, zoals gewijzigd op 5 december 2012, en wordt het vernieuwd.
Decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur.
Regelt de openbaarheid van bestuur.
Gemeentedecreet van 15 juli 2005, inzonderheid artikels 42, 43, 186, 187 en 253, met latere wijzigingen.
Regelt de bevoegdheden van de gemeenteraad en hoe en wanneer de reglementen en verordeningen van de gemeenteraad bekend gemaakt worden.
Decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, en latere wijzigingen, hierna ook het Decreet grond- en pandenbeleid genoemd.
Gemeenten kunnen een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Besluit van de Vlaamse regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid.
Legt de gemeenten op om leegstaande woningen en gebouwen te inventariseren, conform artikel 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid.
Raadsbesluit van 15 december 2010 houdende het reglement op leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de voorwaarden tot opname van woningen en gebouwen in het leegstandsregister.
Raadsbesluit van 5 december 2012 houdende aanpassing reglement op leegstaande woningen en gebouwen.
Regelt de beroepsprocedure waarbij zakelijk gerechtigden in beroep kunnen gaan wanneer een schrapping uit het leegstandsregister wordt geweigerd.
Raadsbesluit van 28 november 2016 houdende intergemeentelijke samenwerking - interlokale vereniging lokaal woonbeleid Zuidrand (IVLW Zuidrand): verlengingsaanvraag.
De raad keurt de deelname aan het project lokaal woonbeleid en projectvoorstel goed waarin: de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door het IGS van IVLW Zuidrand.
Tijdens de zitting van 15 december 2010 keurde de gemeenteraad het gemeentelijk reglement op leegstaande woningen en gebouwen goed. Dit reglement werd laatst gewijzigd in de gemeenteraad van 5 december 2012. De reglementen zijn opgenomen in bijlage.
Wijzigingen van artikel 2.2.6 tot en met artikel 2.2.9 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid maken een aanpassing van het gemeentelijk reglement op leegstaande woningen en gebouwen noodzakelijk. De verplichtingen ter zake werden geschrapt in het decreet grond- en pandenbeleid. Lokale besturen hebben beleidsvrijheid met betrekking tot het registreren en bestrijden van leegstand.
Echter, in het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid legt de Vlaamse Regering de gemeenten op om leegstaande woningen en gebouwen te inventariseren, conform artikel 2.2.6 van het decreet grond- en pandenbeleid.
Op 28 november 2016 keurde de gemeenteraad de deelname aan het project lokaal woonbeleid goed, alsook het projectvoorstel waarin de opmaak, opbouw beheer en actualisering van het leegstandsregister inbegrepen is door de Interlokale Verenging Lokaal Woonbeleid (IVLW) Zuidrand. Door middel van de subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid wil de Vlaamse Regering de gemeenten aanzetten werk te maken van een volwaardig woonbeleid.
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.2 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, dat in dit reglement ook ‘het Grond- en Pandendecreet’ wordt genoemd.
Voor de toepassing van dit reglement wordt specifiek volgende definitie verstaan onder:
1° Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of intergemeentelijke administratieve eenheid die door de gemeenteraad wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a. een aangetekend schrijven;
b. een afgifte tegen ontvangstbewijs.
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Inventarisatiedatum: de datum waarop het gebouw en/of woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt ingeschreven.
6° Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uit maken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning (omgevingsvergunning) of melding in de zin van artikel 94 van het decreet Ruimtelijke Ordening, met latere wijzigingen, of milieuvergunning of melding in de zin van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, met latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na slopen van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
8° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen als vermeld in art 2.2.6 van het decreet Grond- en Pandenbeleid.
9° Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van eerste inschrijving, zolang het gebouw en/of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
11° Woning: een goed vermeld in artikel 2 §1, eerste lid, 31° van de Vlaamse Wooncode (elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande).
12° Zakelijk gerechtigde: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom
b) het recht van opstal of van erfpacht
c) het vruchtgebruik.
Leegstandsregister
§1 De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het register leegstand bestaat uit twee afzonderlijke inventarissen:
een inventaris “leegstaande gebouwen”;
een inventaris “leegstaande woningen”.
Een woning die opgenomen is in de inventaris “ongeschikte en/of onbewoonbaar verklaarde woningen” wordt niet opgenomen in het register leegstand.
§2 In elke inventaris worden minimaal de volgende gegevens opgenomen :
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw;
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of gebouw;
3° de identiteit en het adres van de zakelijk gerechtigde(n);
4° het nummer en de datum van de administratieve akte;
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
Inventarisatie van leegstand
§1 Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van Strafvordering heeft de administratie toegang tot de bedrijfsruimten, gebouwen, woningen en kamers om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.
§2 De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeenteheffingen.
§3 Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als inventarisatiedatum.
§4 De vaststelling van leegstand wordt vastgesteld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
- het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
- het ontbreken van een aangifte van een tweede verblijf;
- het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
- het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
- een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
- het vermoeden van domiciliefraude;
- het vermoeden dat de woning/gebouw niet gebruikt wordt overeenkomstig de vergunde functie;
- de onmogelijkheid om het gebouw en woning te betreden (bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang.);
- onafgewerkte, vernielde en/of storende elementen aan het gebouw/woning;
- langdurig neergelaten rolluiken;
- uitpuilende of dichtgeplakte brievenbus;
- aanvraag om vermindering van onroerende voorheffing naar aanleiding van leegstand of improductiviteit;
- getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent,...
Kennisgeving van inventarisatie
De zakelijk gerechtigde(n) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. De kennisgeving bevat:
- de administratieve akte die het beschrijvend verslag omvat.
- Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
Beroep tegen inventarisatie
§1 Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven vermeld in art 4, kan een zakelijk gerechtigde bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte en van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
- de bewijsstukken die aantonen dat de inventarisatie van het gebouw of de woning ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
- de datum van indienen van het beroepschrift.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
§2 Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3 Elk inkomend beroepschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4 Het beroepschrift is niet ontvankelijk:
- als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in art 5§1 van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet uitgaat van een zakelijk gerechtigde, zoals bedoeld in artikel 1,15°. van dit reglement of;
- als het beroepschrift niet is ondertekend.
§5 Als het beroepschrift niet ontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
§6 De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7 De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend. Als de beroepsinstantie het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van negentig dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
§8 Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie het gebouw of de woning in de gemeentelijke inventaris op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Schrapping uit de gemeentelijke inventaris
§1 Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden ononderbroken bewoond is of aangewend wordt in overeenstemming met de functie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de woonfunctie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een plaatsbezoek.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie.
§2 Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
- de identiteit en het adres van de indiener;
- de aanwijzing van de administratieve akte van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
- de bewijsstukken overeenkomstig art 6 §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit de inventaris;
- de datum van indien van het verzoek.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van orde van twee maanden na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing tot weigering van schrapping kan de eigenaar beroep aantekenen volgens de procedure bepaald in artikel 5.
Slotbepalingen
§1 Dit reglement treedt in werking vanaf de goedkeuring door de gemeenteraad.
§2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de uitvoering van dit besluit.