Terug
Gepubliceerd op 08/02/2022

2017_GR_00081 - patrimonium - statutenwijziging AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem - goedkeuring

Gemeenteraad
ma 26/06/2017 - 20:00 raadzaal Gemeentehuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Philippe Muyters, voorzitter; Koen Metsu, burgemeester; Peter Verstraeten, schepen; Jeroen Van Laer, schepen; Birre Timmermans, schepen; Koen Michiels, schepen; Goedele Van der Spiegel, schepen; Ine Bosschaerts, schepen; Mia De Schamphelaere, raadslid; Brigitte Vermeulen-Goris, OCMW voorzitter; Bart Breugelmans, raadslid; Sien Pillot, raadslid; Stefan De Winter, raadslid; Wim Verrelst, raadslid; Marc Van Leemput, raadslid; Erik Schiltz, raadslid; Klaas Meesters, raadslid; Pascale Van de Vorst-Swolfs, raadslid; Koen Lauriks, raadslid; René Janssens, raadslid; Gerd Tahon, raadslid; Patricia Dierickx, raadslid; Katleen De Prins, secretaris

Verontschuldigd

Koen Snyders, raadslid; Jan Pszeniczko, raadslid; Elke Tindemans, raadslid; Cynthia Govers, raadslid; Shana Convents, raadslid

Secretaris

Katleen De Prins, secretaris

Voorzitter

Philippe Muyters, voorzitter

Stemming op het agendapunt

2017_GR_00081 - patrimonium - statutenwijziging AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem - goedkeuring

Aanwezig

Philippe Muyters, Koen Metsu, Peter Verstraeten, Jeroen Van Laer, Birre Timmermans, Koen Michiels, Goedele Van der Spiegel, Ine Bosschaerts, Mia De Schamphelaere, Brigitte Vermeulen-Goris, Bart Breugelmans, Sien Pillot, Stefan De Winter, Wim Verrelst, Marc Van Leemput, Erik Schiltz, Klaas Meesters, Pascale Van de Vorst-Swolfs, Koen Lauriks, René Janssens, Gerd Tahon, Patricia Dierickx, Katleen De Prins
Stemmen voor 22
Birre Timmermans, Peter Verstraeten, Goedele Van der Spiegel, Jeroen Van Laer, Koen Metsu, Koen Michiels, Ine Bosschaerts, Bart Breugelmans, Mia De Schamphelaere, Stefan De Winter, René Janssens, Koen Lauriks, Klaas Meesters, Patricia Dierickx, Sien Pillot, Erik Schiltz, Gerd Tahon, Pascale Van de Vorst-Swolfs, Wim Verrelst, Marc Van Leemput, Brigitte Vermeulen-Goris, Philippe Muyters
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2017_GR_00081 - patrimonium - statutenwijziging AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem - goedkeuring 2017_GR_00081 - patrimonium - statutenwijziging AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem - goedkeuring

Motivering

Argumentatie

De gemeente wenst het AGB te belasten met de beheer van de infrastructuur van het instructiezwembad Frank Jespers, gelegen aan de Vrijwilligersstraat 34 te Edegem. Ook de operationele exploitatie zal vanaf volgend schooljaar door het AGB worden opgenomen. Hiervoor worden de statuten van het AGB BPGE aangepast door in artikel 4 het maatschappelijk doel uit te breiden met:

-       de exploitatie van infrastructuren bestemd voor vrijetijdsactiviteiten in de ruime zin van het woord;

-       de organisatie van intramurale en extramurale vrijetijdsactiviteiten.


Daarnaast is het noodzakelijk om de exploitatie van het instructiezwembad op een dusdanige manier financieel te organiseren dat voldaan wordt aan de bepalingen van de fiscale administratieve richtlijnen. In het bijzonder willen we er met de huidige aanpassingen voor zorgen dat de winstnastreving en het principe van winstuitkering van het AGB aan de gemeente expliciet beschreven staat. Daartoe wordt artikel 43 over de resultaatsbestemming geheel geherformuleerd als volgt:

“Nadat een bedrag van ten minste tien procent van de nettowinst is uitgekeerd aan de gemeente, beslist de raad van bestuur over de bestemming van het saldo van resultaat van het bedrijf, dit met inachtname van de terzake gesloten beleidsovereenkomsten.

Evenwel mag geen uitkering aan de gemeente geschieden indien op de datum van afsluiting van het laatste boekjaar het netto-actief, zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of tengevolge van de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het gestorte of, indien dit hoger is, van het opgevraagde kapitaal, vermeerderd met alle reserves die volgens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd”

Tot slot wordt in artikel 5 het nieuwe adres van de maatschappelijke zetel vermeld (voorheen Kontichstraat 19).

Juridische grond

Besluit van de gemeenteraad van 18 september 2013

De statutenwijziging van het AGB Beheer Patrimonium Gemeente Edegem wordt goedgekeurd.

Beslissing van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand van 23 december 2013

De minister keurt de gemeenteraadsbeslissing van 18 september 2013 goed.

Besluit van de raad van bestuur van het AGB van 21 juni 2017

De raad van bestuur geeft positief advies bij de geplande statutenwijziging en legt het document ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

Aanleiding en context

Door de overdracht van het infrastructureel en operationeel beheer van het instructiezwembad Frank Jespers naar het AGB BPGE dienen de in 2013 goedgekeurde statuten van het AGB geactualiseerd te worden.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De raad keurt de statutenwijziging van het autonoom gemeentebedrijf BPGE goed.

De gecoördineerde statuten luiden als volgt:

AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF BEHEER PATRIMONIUM GEMEENTE EDEGEM (AG B.P.G.E.)

STATUTEN

Hoofdstuk I - Algemene bepalingen

Artikel 1 - rechtsvorm en naam

Het autonoom gemeentebedrijf AG BPGE is een autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij besluit van de gemeenteraad van Edegem van 15 juni 2011.

Het autonoom gemeentebedrijf wordt verder ook “AG BPGE” of "het bedrijf genoemd. De gemeente Edegem wordt verder ook de “gemeente” genoemd.

Artikel 2 - wettelijk kader

Het bedrijf is onderworpen aan de artikelen 263 quater, 263 novies en 263 decies van de nieuwe gemeentewet, aan de artikelen 225 tot en met 234, 235 (uitgezonderd de bepalingen over de externe auditcommissie, tot de dag van inwerkingtreding van deze bepaling conform het Gemeentedecreet), 236 tot en met 239, 241, 242, 243, eerste lid, derde zin en het tweede tot en met het vierde lid, [243 bis, 243 ter en 243 quater, vanaf de dag van inwerkingtreding van deze bepalingen conform het Gemeentedecreet] 244 en 248 tot en met 261 van het Gemeentedecreet, alsook aan de andere toepasselijke wetten, decreten en besluiten.

Deze statuten zijn van toepassing voor zover zij niet van de in het eerste lid vermelde regelen afwijken.

Artikel 3 - statutenneerlegging en statutenwijzigingen

§1. Onderhavige statuten worden ter inzage neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente en op het secretariaat van het bedrijf.

§2. Op gemotiveerd voorstel of na advies van de raad van bestuur van AG BPGE kan de gemeenteraad van de gemeente de statuten van het bedrijf wijzigen.

De beslissing van de gemeenteraad tot wijziging van de statuten en van de bijlagen die er integraal deel van uitmaken, evenals het voorstel of het advies van de raad van bestuur, worden binnen een termijn van dertig (30) dagen, die ingaat de dag nadat de beslissing genomen is, naar de Vlaamse Regering verstuurd ter goedkeuring.

De goedgekeurde gemeenteraadsbeslissing tot statutenwijziging en de gecoördineerde statuten worden, samen met het voorstel of het advies van de raad van bestuur van het bedrijf, ter inzage neergelegd op het secretariaat van de gemeente en van het bedrijf.

Artikel 4 - maatschappelijk doel en activiteiten

§1. Het AG BPGE wordt door de gemeente belast met welbepaalde beleidsuitvoerende taken van gemeentelijk belang, dat zij uitvoert in het kader en binnen de grenzen die worden bepaald in de beheersovereenkomst, waarvan sprake in artikel 11 van deze statuten.

§2. Het AG BPGE heeft als maatschappelijk doel:

- de uitbating van een diensten- of bedrijvencentrum in de zin van de aanschrijving nr. AOIF 39/2005;

- het initiëren en realiseren van verfraaiings- en ontwikkelingsprojecten van de gemeente, inbegrepen de studie en de opmaak van masterplannen;

- het realiseren van een duurzaam woonbeleid met inbegrip van een woonbeleid voor specifieke doelgroepen waaronder ouderen binnen de gemeente alsmede het versterken van het economisch, recreatief en sociaal weefsel binnen de gemeente;

- het voeren van een gemeentelijk grond- en pandenbeleid;

- het aanvragen en beheren van de middelen uit subsidieprogramma’s met doelstellingen inzake gemeentelijke ontwikkeling, verfraaiing en vernieuwing;

- het realiseren, beheren en het exploiteren van het openbaar en het privaat domein van de gemeente, hem toevertrouwd, en van zijn eigen patrimonium;

- het rentabiliseren en het valoriseren van het privaat domein van de gemeente en van zijn eigen patrimonium;

- het beheren van de onroerende en roerende goederen van het gemeentelijk sport- en cultuurpatrimonium;

- het opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen in opdracht van het college van burgemeester en schepen van de gemeente, in het kader van zijn maatschappelijk doel;

- het verlenen van aan de hogervermelde diensten verwante diensten aan de Gemeente en aan het OCMW;

- het beheren van de onroerende goederen van het OCMW van Edegem, indien het OCMW daartoe beslist overeenkomstig artikel 198 van het OCMW- decreet;

- de exploitatie van infrastructuren bestemd voor vrijetijdsactiviteiten in de ruime betekenis van het woord;

- de organisatie van intramurale en extramurale vrijetijdsactiviteiten.

§3. Het AG BPGE beslist vrij, binnen de grenzen van zijn maatschappelijk doel en de beheersovereenkomst, over de verwerving, de aanwending, het beheer, de exploitatie en de vervreemding van zijn goederen, over de vestiging of de opheffing van de zakelijke rechten op die goederen, alsook over de uitvoering van dergelijke beslissingen en over hun financiering.

Het mag ook gebruik maken van alle rechtstechnieken, waaronder de vestiging en de opheffing van zakelijke en persoonlijke rechten, de verlening en de beëindiging van concessies en het uitgeven en verhandelen van vastgoedcertificaten, obligaties en andere effecten en andere wettelijke mogelijkheden van alternatieve financiering.

§4. Het AG BPGE is bevoegd voor de affectaties en de desaffectaties van alle goederen waarvan het zelf eigenaar is. Het AG BPGE kan geen affectaties of desaffectaties doen van goederen waarvan het slechts beheerder is.

Binnen de grenzen van zijn doel kan het AGB met betrekking tot de eigen goederen èn de goederen van de gemeente of het OCMW optreden als bemiddelaar met het oog op de verkoop, aankoop, ruil, verhuring of afstand van onroerende goederen, en roerende rechten of handelsfondsen, instaan voor het beheer van onroerende goederen of onroerende rechten, en het syndicaatschap van onroerende goederen in mede-eigendom uitoefenen. Het AG BPGE, de leden van zijn organen, zijn personeel en zijn andere vertegenwoordigers zijn daarbij niet onderworpen aan de regelgeving tot bescherming van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar.

§5. Het AG BPGE kan door de Vlaamse Regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.

Artikel 5 - maatschappelijke zetel en exploitatiezetel

§1. De maatschappelijke zetel van AG BPGE is gevestigd te 2650 Edegem, aan het Gemeenteplein 1.

§2. De raad van bestuur kan steeds beslissen dat er op het grondgebied van de gemeente één of meerdere exploitatiezetels worden ingericht.

Artikel 6 - maatschappelijk kapitaal

§1. Bij de oprichting van het AG BPGE wordt door de Gemeente 100.000 Euro ingebracht ten titel van maatschappelijk kapitaal.

De gemeente kan bijkomend maatschappelijk kapitaal inbrengen in speciën of middels de inbreng van onroerende goederen.

§2. Behoudens in geval van ontbinding van het bedrijf, kan dit maatschappelijk kapitaal niet worden vervreemd, uitgekeerd of overgedragen, noch geheel noch gedeeltelijk, op welke wijze dan ook. Een kapitaalsvermindering is wel mogelijk.

Artikel 7 - Publiek-private samenwerking (PPS) en participaties

§1. Het AG BPGE kan andere rechtspersonen, genoemd de filialen, oprichten, erin deelnemen, of zich erin laten vertegenwoordigen, voor zover dat past in zijn opdrachten, vermeld in artikel 4 en voor zover hiermee geen speculatieve oogmerken nagestreefd worden.

§2. De oprichting, deelname of vertegenwoordiging gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving inzake mededinging en staatssteun en de voorwaarden bepaald in de beheersovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 11. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging toont aan dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan.

§3. Ongeacht de grootte van de inbreng van de verschillende partijen in het maatschappelijk kapitaal van het filiaal, moet aan het AG BPGE minstens een mandaat van bestuurder worden toegekend.

§4. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging wordt binnen dertig (30) dagen aan de Vlaamse Regering verzonden. Tot de oprichting, deelname of vertegenwoordiging kan maar worden overgegaan nadat de beslissing hiertoe werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering, hetzij nadat door de Vlaamse Regering binnen een termijn van honderd (100) dagen na verzending geen beslissing werd genomen of doorgezonden aan het AG BPGE.

§5. Onder voorbehoud van de toepassing van andere wettelijke en decretale bepalingen, mag het AG BPGE zijn taken van gemeentelijk belang, noch geheel noch gedeeltelijk overdragen aan andere rechtspersonen.

§6. Het AG BPGE kan voor lokale PPS - projecten in de zin van het Vlaamse Decreet betreffende publiek - private samenwerking van 18 juli 2003, op voorwaarde van bijzondere en omstandige motivering, zakelijke rechten vestigen op de onroerende goederen die behoren tot het openbaar domein, voor zover de gevestigde zakelijke rechten niet kennelijk onverenigbaar zijn met de bestemming van deze goederen.

Artikel 8 - rechtspersoonlijkheid en duur

Onder voorbehoud van de bepalingen inzake het goedkeuringstoezicht verwerft AG BPGE rechtspersoonlijkheid op de dag van oprichting door de gemeenteraad.

AG BPGE wordt opgericht voor onbepaalde duur.

Artikel 9 - formele motivering en openbaarheid van bestuur

AG BPGE is onderworpen aan de wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van 29 juli 1991 op de formele motivering van en het decreet betreffende de openbaarheid van bestuur van 26 maart 2004, zoals van toepassing op de gemeente Edegem.

Hoofdstuk II - Externe verhoudingen

Artikel 10 - bevoegdheid van het bedrijf

Het bedrijf is verantwoordelijk voor de externe aspecten van zijn activiteiten in de meest ruime zin van het woord.

Binnen de grenzen van het in artikel 4 omschreven doel, onderhoudt het bedrijf contacten, pleegt het overleg, voert het onderhandelingen, regelt het de samenwerking, maakt het afspraken en sluit het overeenkomsten met andere natuurlijke personen en met publiek- zowel als privaatrechtelijke rechtspersonen.

Artikel 11 - samenwerking met de Gemeente Edegem

§1. AG BPGE en de gemeente Edegem sluiten na onderhandeling een beheersovereenkomst af die minstens volgende aangelegenheden regelt:

1.         de concretisering van de wijze waarop AG BPGE zijn taken moet vervullen en van de doelstellingen ervan;

2.         de toekenning van middelen voor de eigen werking en de uitvoering van de doelstellingen van AG BPGE;

3.         binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering, het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van AG BPGE worden toegekend;

4.         de voorwaarden waaronder eigen inkomsten of andere financieringen mogen worden verworven en aangewend;

5.         de wijze waarop de tarieven voor de geleverde prestaties door de raad van bestuur vastgesteld en berekend worden;

6.         de gedragsregels inzake dienstverlening door AG BPGE;

7.         de voorwaarden waaronder AG BPGE andere rechtspersonen kan oprichten, erin kan deelnemen of zich erin kan laten vertegenwoordigen;

8.         de informatieverstrekking door AG BPGE aan de gemeente; er wordt minstens voorzien in een jaarlijks ondernemingsplan en een operationeel plan op middellange en lange termijn;

9.         de wijze waarop AG BPGE zal voorzien in een systeem van interne controle en externe audit, overeenkomstig de van toepassing zijnde bepalingen;

wijzigt bij inwerkingtreding van artikel 235 conform het Gemeentedecreet

naar wijze waarop AG BPGE zal voorzien in een systeem van interne controle,

overeenkomstig de van toepassing zijnde bepalingen;

10.       de maatregelen bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen uit hoofde van de beheersovereenkomst en de bepalingen inzake beslechting van geschillen die rijzen bij de uitvoering van de beheersovereenkomst;

11.       de omstandigheden waarin en de wijze waarop de beheersovereenkomst kan worden verlengd, gewijzigd, geschorst en ontbonden.

§2. Onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing en ontbinding wordt de beheersovereenkomst gesloten voor een periode die eindigt uiterlijk zes (6) maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad.

Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd.

Als geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden binnen één (1) jaar na de verlenging, of als een beheersovereenkomst werd ontbonden of geschorst, kan de Gemeente na overleg met het AG BPGE voorlopige regels vaststellen inzake de in de beheersovereenkomst bedoelde aangelegenheden. Die voorlopige regels zullen als beheersovereenkomst gelden tot op het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking treedt.

§3.De beheersovereenkomst, evenals elke verlenging, wijziging, schorsing of ontbinding ervan, wordt verzonden aan de Vlaamse Regering en ter inzage neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente en het secretariaat van het AG BPGE.

§4. De gemeenteraad evalueert jaarlijks de beheersovereenkomst en de uitvoering ervan, bij de kennisname van het activiteitenverslag, de jaarrekening en het auditverslag. Hiertoe zal door de raad van bestuur een verslag omtrent de beheersovereenkomst worden opgemaakt.

§5. Het AG BPGE legt eveneens in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad een evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheersovereenkomst, sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie (3) maanden uitspreekt.

§6. Naast de in §1 bedoelde beheersovereenkomst kan AG BPGE met de gemeente alle mogelijke overeenkomsten afsluiten voor zover deze niet in strijd zijn met de toepasselijke wetgeving, deze statuten of de beheersovereenkomst.

Artikel 12 - andere samenwerkingsverbanden

§1. Binnen het kader van haar maatschappelijk doel kan AG BPGE onderhandelen met alle mogelijke partners, zowel van publiekrechtelijke als van privaatrechtelijke aard.

AG BPGE kan met deze partners overeenkomsten afsluiten voor zover deze niet in strijd zijn met de toepasselijke wetgeving, deze statuten of de beheersovereenkomst met de gemeente.

§2. AG BPGE kan tevens een beheersovereenkomst of andere overeenkomsten afsluiten met het OCMW van Edegem, indien dit beslist het beheer van zijn onroerende goederen toe te vertrouwen aan het bedrijf, overeenkomstig artikel 198 van het OCMW-decreet.

Hoofdstuk III - Interne organisatie

Artikel 13 - organen

Het AG BPGE beschikt over een raad van bestuur en een directiecomité.

Afdeling 1 - Raad van Bestuur

Artikel 14 - samenstelling

§1. De gemeenteraad benoemt de leden van de raad van bestuur van AG BPGE.

§2. De raad van bestuur is samengesteld uit twaalf (12) leden, waarbij het aantal leden evenredig wordt verdeeld onder de fracties die deel uitmaken van de gemeenteraad.

1° Elke fractie kan minstens één (1) lid van de raad van bestuur voordragen en dit voordrachtrecht waarborgt elke fractie een vertegenwoordiging in de raad van bestuur. Als de gewaarborgde vertegenwoordiging evenwel afbreuk zou doen aan de mogelijkheid voor de fracties die vertegenwoordigd zijn in het college van burgemeester en schepenen om minstens de helft van de leden van de raad van bestuur voor te dragen, wordt er gewerkt met gewogen stemrecht binnen de groep van door de fracties voorgedragen bestuurders.

2° Ten hoogste twee derde (2/3e) van de raad van bestuur is van hetzelfde geslacht. Als aan het vereiste, dat ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur van hetzelfde geslacht dient te zijn niet is voldaan op basis van de aangeduide kandidaten, geldt het vereiste dat ten hoogste twee derde (2/3) van de leden van de raad van bestuur van hetzelfde geslacht dient te zijn zowel voor de fracties die deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen als voor de fracties die geen deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen. Als niet aan deze vereiste wordt voldaan, duiden de grootste fracties in afnemende volgorde het lid van het andere geslacht aan tot voldaan is aan de vereiste dat ten hoogste twee derden van de leden van de raad van bestuur van hetzelfde geslacht moeten zijn.

3° De evenredige verdeling van de twaalf (12) zetels van de raad van bestuur wordt geregeld door het totaal aantal zetels in de gemeenteraad evenredig te herleiden naar deze twaalf (12) zetels. Hierbij krijgt elke fractie een evenredig aandeel toegewezen in de raad van bestuur onder de vorm van een reëel getal. Dit reëel getal moet, om de verdeling te kunnen bewerkstelligen, worden afgerond tot op een natuurlijk getal. Zo wordt het mogelijk om aan elke fractie x-aantal zetels toe te wijzen. Om de verzekerde vertegenwoordiging van alle fracties in de gemeenteraad in de raad van bestuur te waarborgen, krijgen de fracties die na rekenkundige afronding uitkomen op nul (0) zetels alsnog één (1) zetel toegewezen.

Indien het aantal bekomen zetels na rekenkundige afronding niet overeenkomstig is met de twaalf (12) in te vullen zetels, wordt de restwaarde van de eerst bekomen reële getallen gebruikt als parameter om de uitkomst van deze verdeling alsnog naar het vastgelegde aantal van twaalf (12) te herleiden. De restwaarde van de reële getallen wordt afgerond op twee (2) cijfers na de komma.

Na rekenkundige afronding naar beneden is de reële winstmarge negatief en bij afronding naar boven is ze positief. In deze berekening worden de fracties die een verzekerde vertegenwoordiging genieten niet opgenomen, ongeacht de hierbij bekomen reële winstmarge.

1)         Wanneer het aantal bekomen zetels na evenredige verdeling moet worden gereduceerd naar twaalf (12), zal telkens de fractie met de grootste reële winstmarge een zetel moeten inleveren, dit zonder afbreuk te doen aan de verzekerde vertegenwoordiging van elke fractie.

2)         Wanneer het aantal bekomen zetels na evenredige verdeling moet worden opgetrokken naar twaalf (12), zal telkens de fractie met de kleinste reële winstmarge een zetel extra krijgen, dit zonder afbreuk te doen aan de verzekerde vertegenwoordiging van elke fractie.

§3. De leden van het directiecomité die geen lid zijn van de raad van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van bestuur met raadgevende stem bij tenzij de meerderheid van de leden van de raad van bestuur tijdens de vergadering beslist om de

beraadslaging

over één of meerdere punten van de agenda te laten plaatsvinden zonder de aanwezigheid van één of meerdere leden van het directiecomité of indien er in hoofde van een lid van het directiecomité een reden tot wettelijke verhindering bestaat.

Artikel 15 - bestuurders

§1. De bestuurders zijn herbenoembaar na afloop van hun mandaat.

§2. Na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad wordt tot volledige vernieuwing van de raad van bestuur overgegaan. In dat geval blijven de leden van de raad van bestuur in functie tot de nieuwe gemeenteraad tot hun vervanging is overgegaan.

Het mandaat van een bestuurder kan ten allen tijde door de gemeenteraad op gemotiveerde wijze worden herroepen.

§3. Een lid van de raad van bestuur kan zijn mandaat opzeggen door kennisgeving via aangetekend schrijven aan de gemeenteraad die het ontslag uitdrukkelijk moet aanvaarden. Het lid van de raad van bestuur volbrengt zijn mandaat tot de eerstvolgende gemeenteraad die volgt op de kennisgeving, tenzij het ontslagnemend lid daardoor zelf een aanmerkelijke schade mocht lijden die niet louter van financiële aard is. In dit laatste geval voorziet de raad van bestuur zelf in een voorlopige opvolging tot de eerstvolgende gemeenteraad die volgt op de kennisgeving.

§4. Bij overlijden, kennelijk onvermogen, collectieve schuldenbemiddeling of onbekwaamverklaring van een lid van de raad van bestuur, eindigt diens mandaat en dient de gemeenteraad tijdens de eerstvolgende gemeenteraad een nieuw lid van de raad van bestuur te benoemen. Door de gemeenteraad wordt op voordracht van de politieke fractie waartoe het uittredende lid behoorde, een vervanger aangesteld. De vervanger voltooit het mandaat van zijn voorganger.

§5. De bepalingen in dit artikel laten onverlet hetgeen is voorgeschreven in artikel 47, §10 van deze statuten.

Artikel 16 - voorzitterschap

De leden van de raad van bestuur kiezen uit hun midden een voorzitter, die deel moet uitmaken van het college van burgemeester en schepenen van de Gemeente.

De raad van bestuur kiest onder zijn leden eveneens een ondervoorzitter.

Artikel 17 - bevoegdheden

§1. De raad van bestuur beschikt over de volheid van bevoegdheid om alle noodzakelijke of nuttige handelingen te stellen om het maatschappelijk doel van AG BPGE te verwezenlijken. Hij is bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk bij decreet, in de statuten of in de beheersovereenkomst aan de gemeenteraad is voorbehouden.

De raad van bestuur vertegenwoordigt AG BPGE jegens derden in rechte als eiser of verweerder. Onverminderd deze algemene vertegenwoordigingsmacht van de raad van bestuur en onverminderd de mogelijkheid in hoofde van de raad van bestuur om een bijzondere lastgeving te doen, zal het bedrijf tegenover derden geldig vertegenwoordigd en verbonden zijn door de voorzitter van de raad van bestuur én 1 bestuurder samen optredend.

§2. De raad van bestuur kan het uitoefenen van deze bevoegdheid delegeren aan het directiecomité van het AG BPGE, die steeds over een geldige volmacht van deze bevoegdheid moet beschikken.

De raad van bestuur kan het uitoefenen van de volgende bevoegdheden evenwel niet delegeren aan het directiecomité:

1° het afsluiten van een beheersovereenkomst met de Gemeente of het OCMW;

2° het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten of convenanten;

3° het oprichten van filialen of het nemen van participaties in andere rechtspersonen; 4° het vaststellen van het huishoudelijk reglement van de raad van bestuur;

5° het aanstellen en controleren van het directiecomité;

6° het vaststellen van de rechtspositieregeling van het personeel met in achtneming van het syndicaal statuut;

7° het vaststellen van het jaarlijks budget, het ondernemingsplan, de jaarrekening en het activiteitenverslag;

8° het vaststellen van de tarieven;

Met betrekking tot de bevoegdheden die de raad van bestuur niet kan delegeren aan het directiecomité, kan hij het directiecomité wel belasten met het uitvoeren van de door de raad van bestuur genomen beslissingen.

§3. Telkens wanneer de gemeenteraad van de Gemeente hem daartoe verzoekt, brengt de raad van bestuur verslag uit over de activiteiten van het bedrijf.

§4. De raad van bestuur stelt jaarlijks een ondernemingsplan en een activiteitenverslag op.

Artikel 18 - personeel

§1. De raad van bestuur beslist over het aanwerven van personeel en stelt het personeelsstatuut vast.

§2. Het personeel van het AG BPGE wordt in contractueel of statutair verband aangesteld.

De overeenstemmende rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van toepassing op het personeel van het AG BPGE. Het AG BPGE stelt de afwijkingen op deze rechtspositieregeling vast, voor zover het specifieke karakter van het AG BPGE dat verantwoordt. Het AG BPGE bepaalt de rechtspositieregeling van de functies die niet bestaan binnen de Gemeente.

§3. Binnen de grenzen van de regelgeving kan de raad van bestuur eveneens met de Gemeente of met derden, natuurlijke of rechtspersonen dienstverleningsovereenkomsten sluiten waarbij de uitvoering van bepaalde taken of opdrachten aan de Gemeente of voormelde derden wordt toevertrouwd.

§4. De Gemeente kan aan het AG BPGE, mits naleving van de ter zake geldende rechtspositieregeling, personeel ter beschikking stellen of overdragen.

Artikel 19 - vergaderingen

§1. De vergaderingen zijn niet openbaar.

§2. De raad van bestuur vergadert op schriftelijke uitnodiging van de voorzitter, telkens wanneer het belang van het AG BPGE dat vereist, en minstens twee (2) keer per jaar.

§3. De uitnodigingen worden verstuurd per brief, telegram, telex, telefax of op een andere schriftelijke of elektronische wijze, ten minste acht (8) kalenderdagen voor de dag waarop de vergadering plaats heeft.

§4. De uitnodigingen vermelden de agenda, de plaats, de datum en het uur van de bijeenkomst. De bijhorende documenten worden erbij gevoegd.

§5. In geval van spoed of wanneer zich een onvoorzienbaar feit voordoet waardoor elk uitstel onherstelbaar nadeel zou berokkenen aan AG BPGE, kan de voorzitter de raad van bestuur zonder enig uitstel en met alle middelen die hem ter beschikking staan, geldig samenroepen.

§6. Op gemotiveerde aanvraag van meer dan een derde van de leden van de raad van bestuur is de voorzitter verplicht de raad binnen de veertien (14) dagen na de aanvraag bijeen te roepen. De aanvraag moet de gewenste agendapunten vermelden.

§7. De bijeenkomsten worden gehouden op de zetel van AG BPGE of op enige andere in de uitnodiging vermelde plaats, gelegen op het grondgebied van de Gemeente.

§8. De regelmatigheid van de bijeenroeping kan niet worden betwist indien alle bestuurders aanwezig of regelmatig vertegenwoordigd zijn.

Artikel 20 - aanwezigheid

§1. De raad van bestuur kan slechts geldig beraadslagen en beslissen wanneer ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de leden van het directiecomité die de vergadering met raadgevende stem kunnen bijwonen.

§2. Elk lid mag een andere bestuurder machtigen hem op een welbepaalde vergadering van de raad te vertegenwoordigen en in zijn plaats te stemmen. De machtiging kan worden gegeven via brief, per telefax of per e-mail of door andere door de raad van bestuur goedgekeurde communicatiemiddelen.

Een bestuurder mag niet meer dan één (1) volmacht uitoefenen.

In geval het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden van de raad ontoereikend is om geldig te beraadslagen of te beslissen, dan vergadert de raad binnen de veertien (14) dagen opnieuw met dezelfde agenda. Hij kan dan geldig beraadslagen en beslissen, welk ook het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders is doch met een minimum van drie. De nieuwe uitnodigingen worden verstuurd overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, §3 én vermelden de bepalingen van deze paragraaf.

Artikel 21 - stemming

§1. Elk lid van de raad van bestuur beschikt overéén (1) stem.

§2. De beslissingen van de raad van bestuur worden, behoudens andersluidende bepalingen in wetten, decreten of in deze statuten, genomen bij gewone meerderheid (helft plus één) van stemmen, uitgebracht door de aanwezige of vertegenwoordigde leden. Onthoudingen en ongeldige stemmen worden niet meegerekend.

Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij geheime stemming wordt de beslissing evenwel verworpen ingeval van staking van stemmen.

§3. De stemmingen gebeuren bij handopsteking, behalve bij benoemingen en voordrachten, waar de stemmingen geheim zijn.

§4. Over punten die niet op de agenda werden vermeld, kan slechts geldig worden beslist met de instemming van twee derden van de aanwezige bestuurders.

§5. Indien op een vergadering van de raad van bestuur het vereiste quorum om geldig te beslissen aanwezig is en één of meer bestuurders zich onthouden ingevolge een belangenconflict worden de besluiten geldig genomen bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders.

Artikel 22 - Notulering

§1. De raad van bestuur duidt een secretaris aan die instaat voor het secretariaat van de raad van bestuur.

De secretaris maakt de notulen op van de beraadslagingen en de beslissingen van de raad van bestuur.

Artikel 181, §1 van het Gemeentedecreet wordt van overeenkomstige toepassing verklaard.

§2. De notulen worden tijdens de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring voorgelegd, in een op de zetel bewaard register opgenomen en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De volmachten worden steeds aan de notulen gehecht.

§3. Het register wordt bewaard onder de verantwoordelijkheid van de secretaris.

De kopieën of uittreksels die bij een rechtspleging of in andere gevallen moeten worden voorgelegd, worden voor eensluidend ondertekend door de voorzitter of door een daartoe specifiek gevolmachtigde.

De notulen van de vergaderingen en alle documenten waarnaar verwezen wordt in de notulen, worden ter inzage van de gemeenteraadsleden van de Gemeente neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente, onverminderd de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuursdocumenten.

§4. Op verzoek van een gemeenteraadslid worden deze notulen elektronisch ter beschikking gesteld; dit vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 238 conform het Gemeentedecreet.

Artikel 23 - onverenigbaarheden en belangenconflicten

§1. De volgende personen kunnen niet worden voorgedragen of aangewezen als bestuurder:

1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voor zover het AG BPGE gevestigd is in hun ambtsgebied;

2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;

3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de Gemeente toe behoort die het AG BPGE heeft opgericht of die erin deelneemt;

4° de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde beleidsdomeinen als het AG BPGE en waarin het AG BPGE niet deelneemt, alsook de werknemers en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen;

5° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of een functie, vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.

§2. Een bestuurder mag niet:

1° aanwezig zijn bij de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld;

2° rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst sluiten, behoudens in geval van een schenking aan het bedrijf of de Gemeente, of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van het bedrijf of de Gemeente, behoudens in de gevallen waarbij de bestuurder een beroep doet op een door het bedrijf of de Gemeente aangeboden dienstverlening en ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat;

3° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien

van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken;

4° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het AG BPGE of ten behoeve van een personeelslid van het AG BPGE aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken.

§3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de gelding van andere bepalingen betreffende de belangenvermenging in hoofde van bestuurders en met openbare diensten belaste personen, zoals onder meer artikel 245 van het Strafwetboek.

§4. De leden van de gemeenteraad die als bestuurder zitting hebben in de organen van het autonoom gemeentebedrijf mogen geen enkel bezoldigd mandaat van bestuurder en van commissaris vervullen noch enige bezoldigde activiteit uitoefenen in een filiaal van het AG BPGE.

Artikel 24- vergoedingen raad van bestuur

Binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering worden in de beheersovereenkomst het presentiegeld en de andere vergoedingen vastgesteld, die in het kader van de bestuurlijke werking aan de bestuurders kunnen worden toegekend.

Dit presentiegeld en deze vergoedingen mogen in geen geval deze van de gemeenteraadsleden overstijgen.

Leden van het personeel van de Gemeente en van het college van burgemeester en schepenen kunnen geen aanspraak maken op presentiegeld.

Artikel 25 - niet - binding en aansprakelijkheid van de bestuurders

§1. De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van AG BPGE.

Ze zijn evenwel aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur. Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de gemeenteraad binnen één (1) maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.

§2. AG BPGE zal voor haar bestuurders een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten.

§3. Jaarlijks beslist de gemeenteraad van de Gemeente over de aan de bestuurders te verlenen kwijting, na goedkeuring van de rekeningen. Die kwijting is alleen rechtsgeldig als de ware toestand van het bedrijf niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de rekeningen of in de rapportering betreffende de uitvoering van de beheersovereenkomst.

Artikel 26 - huishoudelijk reglement van inwendige orde van de raad van bestuur

De raad van bestuur kan de regels in verband met zijn werking en zijn secretariaat nader uitwerken in een huishoudelijk reglement.

Artikel 27 - verhindering of afwezigheid van de voorzitter

Indien de voorzitter van de raad van bestuur afwezig of verhinderd is, worden zijn taken en bevoegdheden overgenomen door de ondervoorzitter.

Indien de ondervoorzitter eveneens afwezig of verhinderd zijn, worden de taken en de bevoegdheden van de (onder)voorzitter overgenomen door twee (2) bestuurders.

Afdeling 2 - Directiecomité

Artikel 28 - samenstelling

§1. Het directiecomité is samengesteld uit de voorzitter van de raad van bestuur en maximaal 5 leden die door de raad van bestuur worden aangesteld.

De raad van bestuur benoemt en ontslaat de leden van het directiecomité.

§2. Het directiecomité duidt onder haar leden een voorzitter aan.

§3. Wanneer een mandaat van een lid van het directiecomité voortijdig eindigt, benoemt de raad van bestuur tijdens zijn eerstvolgende vergadering een opvolger. Het nieuw benoemd lid van het directiecomité voltooit het mandaat van diegene die hij opvolgt.

§4. De leden van het directiecomité zijn herbenoembaar na afloop van hun mandaat. Na de volledige vernieuwing van de raad van bestuur wordt tot volledige vernieuwing van het directiecomité overgegaan. In dat geval blijven de leden van het directiecomité in functie tot de nieuwe raad van bestuur tot hun vervanging is overgegaan.

Artikel 29 - bevoegdheden

§1. De raad van bestuur kan, binnen de hem door het gemeentedecreet opgelegde beperkingen, het dagelijks bestuur, de vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur en de voorbereiding en uitvoering van zijn beslissingen toevertrouwen aan het directiecomité al dan niet met de mogelijkheid van subdelegatie aan personeelsleden van AG BPGE.

§2. Het directiecomité kan het uitoefenen van zijn bevoegdheden niet delegeren.

Het directiecomité kan hetzij zijn leden, hetzij personeelsleden van AG BPGE wel belasten met het uitvoeren van de door het directiecomité genomen beslissingen.

§3. De raad van bestuur controleert de werking van het directiecomité. Het directiecomité brengt regelmatig en telkens daarom wordt gevraagd verslag uit aan de raad van bestuur. Het is verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur.

Artikel 30 - vertegenwoordiging

Het Directiecomité wordt geldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité, onverminderd hetgeen verder wordt bepaald inzake de verhindering of afwezigheid van de voorzitter.

Artikel 31 - vergaderingen

§1. De vergaderingen van het directiecomité zijn niet openbaar en worden voorgezeten door de voorzitter.

§2. Het directiecomité vergadert telkens wanneer de aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen het vereisen en wordt door de voorzitter bijeen geroepen.

§3. De oproepingen vermelden plaats, datum, uur en agenda van de vergadering en worden ten minste drie (3) dagen voor de vergadering per brief, telegram, telex, telefax, of op een andere schriftelijke of elektronische wijze verzonden. De bijhorende documenten worden erbij gevoegd.

Artikel 32 - aanwezigheid

Het directiecomité kan geldig beraadslagen en beslissen wanneer minstens de helft van de directieleden aanwezig is.

Artikel 33 - stemming

§1. De besluiten van het directiecomité worden bij eenvoudige meerderheid (helft plus een) van de uitgebrachte stemmen genomen. Blanco en ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte stemmen geteld.

§2. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

§3. De stemmingen gebeuren bij handopsteking, behalve bij benoemingen en voordrachten, waar de stemmingen geheim zijn.

§4. Over punten die niet op de agenda werden vermeld, kan slechts geldig worden beslist met de instemming van twee derden van de aanwezige directeurs.

§5. Indien op een vergadering van het directiecomité het vereiste quorum om geldig te beslissen aanwezig is en een of meer directeurs zich onthouden ingevolge een belangenconflict worden de besluiten geldig genomen bij meerderheid van de overige aanwezige of vertegenwoordigde directeurs.

Artikel 34 - notulering

§1. Het directiecomité duidt een secretaris aan die instaat voor het secretariaat van het directiecomité.

De secretaris maakt de notulen op van de beraadslagingen en de

beslissingen van het directiecomité. Artikel 181, §2, 1e lid van het Gemeentedecreet is van overeenkomstige toepassing.

§2. De notulen worden tijdens de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring voorgelegd, in een op de zetel bewaard register opgenomen en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. De volmachten worden steeds aan de notulen gehecht.

§3. Het register wordt bewaard onder de verantwoordelijkheid van de secretaris.

De kopieën of uittreksels die bij een rechtspleging of in andere gevallen moeten worden voorgelegd, worden ondertekend door de voorzitter of door een daartoe specifiek gevolmachtigde.

De notulen van de vergaderingen en alle documenten waarnaar verwezen wordt in de notulen, worden ter inzage neergelegd op de dienst secretariaat van de Gemeente Edegem, onverminderd de regelgeving inzake de openbaarheid van bestuursdocumenten.

§4. Op verzoek van een gemeenteraadslid worden deze notulen elektronisch ter beschikking gesteld; dit vanaf de dag van inwerkingtreding van artikel 238 conform het Gemeentedecreet.

Artikel 35 - huishoudelijk reglement

Het directiecomité kan de regels in verband met haar interne werking nader in een huishoudelijk reglement bepalen.

Artikel 36 - vergoedingen binnen het directiecomité

Binnen de perken en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering worden in de beheersovereenkomst het presentiegeld en de andere vergoedingen vastgesteld, die in het kader van de bestuurlijke werking aan de leden van het directiecomité worden toegekend die deel uitmaken van het personeel van de Gemeente of van de gemeenteraad.

Dit presentiegeld en deze vergoedingen mogen in geen geval deze van de gemeenteraadsleden overstijgen.

Leden van het personeel van de Gemeente en van het college van burgemeester en schepenen kunnen

geen aanspraak maken op presentiegeld.

Artikel 37 - verhindering van de voorzitter

Indien de voorzitter verhinderd of afwezig is, wordt het directiecomité voorgezeten door een lid van het directiecomité die daartoe door de voorzitter wordt aangewezen. Bij ontstentenis van de aanwijzing van een vervangende voorzitter, zal het oudste aanwezige lid van het directiecomité de vergadering voorzitten, onverminderd hetgeen verder in deze statuten bepaald is met betrekking tot de verhindering of afwezigheid van de voorzitter.

Artikel 38 - onverenigbaarheden en belangenconflicten

§1. De volgende personen kunnen niet worden voorgedragen of aangewezen als lid van het directiecomité:

1° de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen voor zover het AG BPGE gevestigd is in hun ambtsgebied;

2° de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;

3° de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de Gemeente toe behoort die het AG BPGE heeft opgericht of die erin deelneemt;

4° de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde beleidsdomeinen als het AG BPGE en waarin het AG BPGE niet deelneemt, alsook de werknemers en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen;

5° de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of een functie, vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.

§2. Een lid van het directiecomité mag niet:

1° aanwezig zijn bij de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld;

2° rechtstreeks of on rechtstreeks een overeenkomst sluiten, behoudens in geval van een schenking aan het bedrijf of de Gemeente, of deelnemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van het bedrijf of de Gemeente, behoudens in de gevallen waarbij de bestuurder een beroep doet op een door het bedrijf of de Gemeente aangeboden dienstverlening en ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat;

3° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het lid van het directiecomité werken;

4° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het AG BPGE of ten behoeve van een personeelslid van het AG BPGE aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen het AG BPGE. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van

een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met het lid van het directiecomité werken.

§3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de gelding van andere bepalingen betreffende de belangenvermenging in hoofde van het lid van het directiecomité en met openbare diensten belaste personen, zoals onder meer artikel 245 van het Strafwetboek.

§4. De leden van de gemeenteraad die als het lid van het directiecomité zitting hebben in het AG BPGE mogen geen enkel bezoldigd mandaat van directielid en van commissaris vervullen noch enige bezoldigde activiteit uitoefenen in een filiaal van het AG BPGE.

Artikel 39 - niet-binding en aansprakelijkheid

§1. De leden van het directiecomité zijn door de verbintenissen van het bedrijf niet persoonlijk verbonden. De leden van het directiecomité zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur.

Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de leden van het directiecomité van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de raad van bestuur binnen een (1) maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.

§2. AG BPGE zal voor haar directeurs een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten.

Hoofdstuk IV - Interne werking

Afdeling 1 - Financien

Artikel 40 - budget, activiteitenverslag en jaarrekening

§1. Het bedrijf maakt jaarlijks een budget op evenals een activiteitenverslag dat minstens de jaarrekening omvat van het voorbije boekjaar. De raad van bestuur stelt het budget vast en legt jaarlijks en uiterlijk op 31 oktober het budget van het volgende boekjaar ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad van de Gemeente.

§2. De jaarrekening wordt opgesteld volgens de regels die krachtens artikel 92 tot en met 96 van het Wetboek van Vennootschappen en het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen worden gesteld voor de boekhouding en de jaarrekening van de vennootschappen. De Vlaamse Regering kan aanvullende regels opleggen inzake het opstellen van de jaarrekening.

§3. De raad van bestuur stelt de jaarrekening vast en legt jaarlijks en uiterlijk op 31 mei de jaarrekening van het voorbije boekjaar ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor.

Als de raad van bestuur bezwaren heeft tegen bepaalde verrichtingen, formuleert hij een advies over de aansprakelijkheid van de actoren die betrokken zijn bij die verrichtingen. Dat advies wordt als bijlage bij de jaarrekening gevoegd. Een afschrift van dat advies wordt bezorgd aan de betrokken actoren.

Een afschrift van de overeenkomstig dit artikel vastgestelde jaarrekening wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de gemeenteraad; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 bis §2 conform het Gemeentedecreet.

§4. De gemeenteraad keurt de jaarrekening goed aan de hand van het verslag van de commissaris of commissarissen, zoals vermeld in artikel 47, als ze juist en volledig is en een waar en getrouw beeld geeft van de financiële toestand van het autonoom gemeentebedrijf.

Als de gemeenteraad geen besluit verzonden heeft aan het autonoom gemeentebedrijf binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van de jaarrekening aan de gemeenteraad, wordt hij geacht de jaarrekening goed te keuren; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 bis §3 conform het Gemeentedecreet.

§5. De raad van bestuur kan bij de Vlaamse Regering gemotiveerd beroep instellen tegen het besluit van de gemeenteraad tot niet-goedkeuring van de jaarrekening.

Het beroep moet worden ingediend binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van het betwiste besluit. De Vlaamse Regering spreekt zich over het ingestelde beroep uit binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van het beroep.

Als de Vlaamse Regering binnen die termijn geen beslissing heeft verzonden, wordt ze geacht in te stemmen met het besluit van de gemeenteraad; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 bis §4 conform het Gemeentedecreet.

§6. Als de gemeenteraad bij de goedkeuring bepaalde verrichtingen als onregelmatig heeft bestempeld, beslist hij over de aansprakelijkheid van de actoren die betrokken zijn bij die betwiste verrichtingen.

Als de gemeenteraad zich niet uitgesproken heeft over de goedkeuring van de jaarrekening binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de

verzending van de jaarrekening aan de gemeenteraad, wordt hij geacht over de aansprakelijkheid van de verrichtingen waartegen de raad van bestuur bezwaren heeft geformuleerd, te hebben beslist overeenkomstig het advies van de raad van bestuur; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 ter §1 conform het Gemeentedecreet.

§7. De betrokkenen worden door het autonoom gemeentebedrijf onmiddellijk met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van de gemeenteraad. In voorkomend geval wordt daarbij een aanmaning gevoegd om het vastgestelde bedrag in de kas van het autonoom gemeentebedrijf te storten. Een afschrift van de beslissing van de gemeenteraad wordt onmiddellijk bezorgd aan het autonoom gemeentebedrijf en aan de Vlaamse Regering; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 ter §2 conform het Gemeentedecreet.

§8. Degenen die aansprakelijk worden gesteld en het autonoom gemeentebedrijf kunnen beroep instellen bij de Vlaamse Regering tegen de beslissingen van de gemeenteraad, vermeld in paragraaf 1, binnen een termijn van zestig dagen die ingaat op de derde dag die voIgt op de verzending van het betwiste besluit of, als de gemeenteraad geen besluit heeft verzonden, die ingaat op de derde dag die voIgt op de dag van het verstrijken van de termijn vermeld in paragraaf 1, tweede lid. Dat beroep heeft schorsende werking. De Vlaamse Regering doet uitspraak over de aansprakelijkheid van de betrokkenen en bepaalt het bedrag dat hen ten laste wordt gelegd.

Als de verwerping van bepaalde verrichtingen aanleiding heeft gegeven tot de definitieve afwijzing van bepaalde uitgaven, kan degene die beroep heeft ingesteld de personen die hij aansprakelijk of medeaansprakelijk acht, ter verantwoording roepen in het beroep bij de Vlaamse Regering. In dat geval doet de Vlaamse Regering mee uitspraak over de aansprakelijkheid van de ter verantwoording geroepen personen.

De beslissing van de Vlaamse Regering is uitvoerbaar, zelfs als daartegen beroep is ingesteld bij de Raad van State. Die beslissing kan echter pas ten uitvoer worden gelegd na het verstrijken van de termijn voor het instellen van dat beroep; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 ter §3 conform het Gemeentedecreet.

§9. Onmiddellijk na het bezorgen van het meerjarenplan, de aanpassing van het meerjarenplan, het budget of de jaarrekening aan de gemeente bezorgt het autonoom gemeentebedrijf de gegevens over het vastgestelde beleidsrapport in een digitaal bestand aan de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens de besturen bezorgen en de wijze waarop die gegevens elektronisch worden aangeleverd. Bij gebrek aan een vastgestelde jaarrekening op 30 juni van het jaar dat voIgt op het financiële boekjaar in kwestie bezorgt het autonoom gemeentebedrijf de gegevens over het ontwerp van de jaarrekening in een digitaal bestand aan de Vlaamse Regering.

Het door de gemeenteraad goedgekeurde beleidsrapport van het autonoom gemeentebedrijf, vermeld in het eerste lid, is pas uitvoerbaar als de Vlaamse Regering in het bezit is van de digitale rapporten. De Vlaamse Regering verstuurt onmiddellijk een ontvangstmelding van de rapporten naar het autonoom gemeentebedrijf; dit vanaf inwerkingtreding van artikel 243 quater conform het Gemeentedecreet.

Artikel 178bis, § 2, van het gemeentedecreet is van overeenkomstige toepassing op de autonome gemeentebedrijven.

Artikel 41 - inkomsten en uitgaven

§1. Het AG BPGE ontvangt de inkomsten van de uitoefening van zijn activiteiten. Het kan concessievergoedingen, retributies, andere vergoedingen, werkingstoelagen, subsidies en prijzen van alle aard ontvangen, innen, vaststellen en overeenkomen.

Het bedrijf stelt de tarieven en de tariefstructuren voor de door het bedrijf geleverde prestaties vast binnen de grenzen van de in de beheersovereenkomst bepaalde grondregelen inzake tarifering. De maximumtarieven of de formules voor hun berekening die niet in de beheersovereenkomst zijn geregeld, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad van de Gemeente.

§2. AG BPGE draagt de lasten van zijn activiteiten. Het beslist vrij over de omvang, de technieken en de voorwaarden van zijn externe financiering. Het kan ondermeer subsidies, giften en legaten ontvangen en leningen aangaan, binnen de grenzen gesteld in de beheersovereenkomst.

Artikel 42 - boekhouding en boekjaar

§1. Het bedrijf is onderworpen aan de Wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen.

§2. De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en toezicht van de raad van bestuur.

§3. Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december. Het eerste boekjaar vangt evenwel aan op de dag dat het bedrijf rechtspersoonlijkheid verkrijgt en eindigt uiterlijk op 31 december van het daaropvolgende jaar.

§4. De inventaris wordt opgesteld volgens de regels die krachtens artikel 92 tot en met 96 van het Wetboek van Vennootschappen en het Koninklijk Besluit van 30 januari 2001

tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen worden gesteld voor de boekhouding en de jaarrekening van de vennootschappen. De Vlaamse Regering kan aanvullende regels opleggen inzake het voeren van de boekhouding.

Artikel 43 - resultaatsbestemming

Nadat een bedrag van ten minste tien procent van de nettowinst is uitgekeerd aan de gemeente, beslist de raad van bestuur over de bestemming van het saldo van resultaat van het bedrijf, dit met inachtname van de terzake gesloten beleidsovereenkomsten.

Evenwel mag geen uitkering aan de gemeente geschieden indien op de datum van afsluiting van het laatste boekjaar het netto-actief, zoals dat blijkt uit de jaarrekening, is gedaald of tengevolge van de uitkering zou dalen beneden het bedrag van het gestorte of, indien dit hoger is, van het opgevraagde kapitaal, vermeerderd met alle reserves die volgens de wet of de statuten niet mogen worden uitgekeerd.

Artikel 44 - sanering

Wanneer ten gevolge van een geleden verlies het netto-actief gedaald is tot minder dan de helft van het door de Gemeente ingebrachte kapitaal, dan moet de raad van bestuur het college van burgemeester en schepenen hierover inlichten en het college van burgemeester en schepenen verzoeken de gemeenteraad uit te nodigen om binnen een termijn van ten hoogste twee (2) maanden nadat het verlies is vastgesteld, te beraadslagen en te besluiten over de maatregelen die de raad van bestuur voorstelt in een plan opgesteld ter sanering van de financiële toestand.

Art. 45 - ondernemingsplan en operationeel plan

§1. Het AG BPGE maakt een meerjarenplan en budget op overeenkomstig de regels die gelden voor het meerjarenplan en budget van de gemeente.

§2. De raad van bestuur stelt jaarlijks een ondernemingsplan op dat de doelstellingen en de strategie van het bedrijf op korte termijn vastlegt.

De raad van bestuur stelt verder een operationeel meerjarenplan op dat de doelstellingen en de strategie van het bedrijf op lange en middellange termijn vastlegt.

§3. Het ondernemingsplan en het geactualiseerd operationeel plan wordt jaarlijks voor 31 oktober overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen, om te worden meegedeeld aan de gemeenteraad van de Gemeente.

Afdeling 2 - Controle

Artikel 46 - interne controle

§1. Het interne controlesysteem beschrijft op welke wijze de interne controle wordt georganiseerd en wijst de personeelsleden aan die ervoor verantwoordelijk zijn en bij de rapportering worden betrokken.

§2. Het organiseren van de interne controle behoort tot de verantwoordelijkheid van het directiecomité overeenkomstig de modaliteiten vastgelegd in de beheersovereenkomst.

§3. De raad van bestuur stelt het interne controlesysteem vast.

Artikel 47 - externe controle

§1. De externe controle op de financiële toestand en op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen, weer te geven in de jaarrekening, uit het oogpunt van het Gemeentedecreet, de statuten of de beheersovereenkomst, wordt uitgeoefend door de externe auditcommissie.

§2. De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf wordt uitgeoefend door een (1) of meer commissarissen. Die commissarissen zijn erkende bedrijfsrevisoren en worden benoemd door de gemeenteraad. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen.

§3. De bezoldiging van een commissaris - revisor bestaat uit een vast bedrag vastgesteld overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen.

§4. Een commissaris - revisor wordt benoemd voor een hernieuwbare termijn van drie (3) jaar. Op straffe van schadevergoeding kan een commissaris - revisor tijdens zijn opdracht alleen om wettige redenen door de gemeenteraad worden ontslagen met toepassing van de procedure die is vastgelegd in artikel 136 van het Wetboek van vennootschappen.

§5. Een commissaris - revisor heeft een onbeperkt recht van controle over alle verrichtingen van het AG BPGE overeenkomstig artikel 137 van het Wetboek van Vennootschappen. Hij mag op elk ogenblik ter plaatse inzage nemen van de boeken, de briefwisseling, de notulen en in het algemeen van alle geschriften van het AG BPGE.

Hij kan van de directeurs, bestuurders, de gemachtigden en de aangestelden van het AG BPGE alle ophelderingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties doen die hij nodig acht.

Er wordt aan een (1) commissaris - revisor ieder semester door de raad van bestuur een boekhoudkundige staat overhandigd die is opgesteld volgens het schema van balans en resultatenrekening.

§6. De commissaris - revisor kan zich bij de uitoefening van zijn taak, op zijn kosten, doen bijstaan door aangestelden of andere personen voor wie hij instaat overeenkomstig artikel 139 van het Wetboek van Vennootschappen.

§7. De commissaris - revisor stelt ten behoeve van de Raad van Bestuur en van de gemeenteraad een omstandig schriftelijk verslag op, dat in het bijzonder vermeldt:

-           hoe hij zijn controletaak heeft verricht en of hij van de bestuurders en aangestelden van het AG BPGE de inlichtingen heeft gekregen die hij heeft gevraagd;

-           of de boekhouding is gevoerd en de jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop toepasselijk zijn;

-           of naar zijn oordeel de jaarrekening een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en van de resultaten van het AG BPGE, rekening houdend met de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften die daarop toepasselijk zijn, en of er een passende verantwoording is gegeven in de toelichting;

-           of het jaarverslag de door de wet vereiste inlichtingen bevat en in overeenstemming is met de jaarrekening;

-           of de winstbestemming conform alle wettelijke bepalingen gebeurd is;

-           of hij kennis heeft gekregen van verrichtingen gedaan, of beslissingen genomen in overtredingen van de statuten; deze laatste vermelding kan echter worden weggelaten wanneer de openbaarmaking van de overtreding aan het AG BPGE onverantwoorde schade kan berokkenen, of indien de raad van bestuur gepaste maatregelen heeft genomen om de aldus ontstane onwettige toestand te herstellen.

In zijn verslag vermeldt en rechtvaardigt de commissaris - revisor nauwkeurig en duidelijk het voorbehoud en de bezwaren die hij meent te moeten maken. Zoniet, dan vermeldt hij uitdrukkelijk dat hij geen voorbehoud noch bezwaar te maken heeft.

§8. De commissaris - revisor is aanwezig op de gemeenteraadszitting waarop zijn verslag besproken wordt.

§9. De commissaris - revisor is gehouden tot de vervulling van de taken die hem zijn opgelegd overeenkomstig de artikelen 138, 139, 143 en 144 van het Wetboek van Vennootschappen, met dien verstande dat de in artikel 138 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde vaststellingen aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel dienen te worden medegedeeld.

§10. Ingeval een mandaat van een bestuurder of commissaris - revisor een einde neemt tijdens de laatste drie respectievelijk eerste drie maanden van het boekjaar, zal deze bestuurder of commissaris - revisor nog dienen in te staan voor het opstellen van de rapporten, verslagen en plannen die hij in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris dient op te stellen overeenkomstig de wet en de huidige statuten en die betrekking hebben op het lopende respectievelijk vorige boekjaar.

Hoofdstuk V - Rechtsopvolging

Artikel 48 - overdracht van rechten en plichten en rechtsopvolging

§1. De Gemeente kan aan het AG BPGE bij of na de oprichting rechten en plichten overdragen, waaronder het eigendomsrecht of de exploitatierechten op roerende en onroerende goederen. Het OCMW van Edegem kan het beheer over haar onroerende goederen overdragen aan AG BPGE.

Deze overdracht zal van rechtswege geschieden voor de overeenkomsten, eigendommen, en andere rechten en plichten die de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn aanduidt. Deze rechtsopvolging van rechtswege berust op de wettelijke en reglementaire bepalingen vermeld in artikel 2 van deze statuten en voIgt uit de overdracht van de betrokken activiteiten door de Gemeente of het OCMW aan het bedrijf. Van deze rechtsopvolging van rechtswege wordt door de Gemeente of het OCMW evenwel bij aangetekende brief kennis gegeven aan het AG BPGE en mogelijke andere belanghebbende partijen. De overdracht en de rechtsopvolging zijn evenwel voltrokken door het enkele raadsbesluit. Het AG BPGE en de Gemeente of het OCMW kunnen de door de raad besliste overdracht van de eigendom of beheer van onroerende goederen zo nodig met bijkomende middelen tegenstelbaar maken aan derden.

Voor hangende rechtszaken met betrekking tot de overgedragen activiteiten of goederen zal het AG BPGE als rechtsopvolger optreden van de Gemeente of het OCMW, conform de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.

§2. De overdracht van andere overeenkomsten, rechten en plichten door de Gemeente of het OCMW aan het bedrijf geschiedt op basis van de desbetreffende overeenkomsten of het gemeen recht ter zake.

§3. Bij of na de oprichting van het AG BPGE kan de Gemeente goederen in het AG BPGE inbrengen, aan het bedrijf verkopen of ter beschikking stellen, onder nader overeen te komen voorwaarden. Het OCMW kan het beheer over haar onroerende goederen overdragen.

§4. Het AG BPGE kan bij of na zijn oprichting rechten en plichten van andere publiek- en privaatrechtelijke rechtspersonen overnemen. Het AG BPGE heeft de meest uitgebreide bevoegdheden om te dien einde regelingen te treffen.

§5. Onverminderd wat hierboven werd uiteengezet nopens de tegenstelbaarheid en de behoorlijke kennisgeving, neemt het AG BPGE van rechtswege alle rechten en verplichtingen over van de Gemeente die voortvloeien uit de wetten, de decreten, de besluiten en de tussen de Gemeente en de Belgische federale overheid of Vlaamse Gewest geldende overeenkomsten, die de uitoefening regelen van de bestuurlijke bevoegdheden van het bedrijf, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures, onverminderd de toepassing van de bepalingen uit het Gerechtelijk Wetboek.

§6. Onverminderd wat hierboven werd uiteengezet nopens de tegenstelbaarheid en de behoorlijke kennisgeving, neemt het AGB eveneens de andere rechten en verplichtingen van de Gemeente of het OCMW over die voortvloeien uit bestaande rechtsverhoudingen die verband houden met de uitoefening van de bestuurlijke bevoegdheden van het bedrijf, met inbegrip van de rechten en verplichtingen die voortkomen uit hangende en toekomstige gerechtelijke procedures.

§7. De overdracht van de door de raad bepaalde activa of het beheer ervan van de Gemeente of het OCMW zal slechts kunnen gebeuren vanaf het ogenblik dat de raad van bestuur aangesteld wordt.

Hoofdstuk VI - Ontbinding en vereffening

Artikel 49 - ontbinding en vereffening

§1. De gemeenteraad van de Gemeente kan steeds beslissen om tot ontbinding en vereffening van het bedrijf over te gaan.

In de beslissing tot ontbinding wijst de gemeenteraad de vereffenaars aan. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.

§2. De rechten en verplichtingen, inbegrepen deze met betrekking tot de contractuele personeelsleden, van het ontbonden bedrijf worden overgenomen door de Gemeente.

Het beheer van de onroerende goederen van het OCWM van Edegem, inbegrepen alle rechtsgeldig aangegane of verworven rechten en verplichtingen, worden overgenomen door het OCMW van Edegem.

§3. In afwijking van §2 en §3 kan de gemeenteraad in het ontbindingsbesluit de personeelsleden, die daarmee moeten instemmen, en de rechten en verplichtingen aanwijzen die overgenomen worden door de overnemer of de overnemers van de activiteiten van het bedrijf.”