1. Waarom regionaal samenwerken?
De regelgeving legt op om het wijk-werken te organiseren voor een regio van minstens 60 000 inwoners. Maar naast dit juridische argument zijn er ook nog ander argumenten om het regionaal wijk-werken aan te moedigen.
Regionaal samenwerken m.b.t. activering sluit aan bij de denkoefening die de OCMW’s van Boechout, Borsbeek, Edegem, Hove, Kontich, Lint, Mortsel en Wommelgem startten in september om te bekijken of het activeringsbeleid beter regionaal en in samenwerking met de verschillende besturen kan worden georganiseerd. De activeringsopdracht van de OCMW’s werd met de invoering van de Tijdelijke Werkervaring immers danig uitgebreid. Die uitbreiding maakt de activeringsopdracht arbeidsintensiever en maakt dat een bredere deskundigheid van de trajectbegeleiders vereist is. Regionale samenwerking kan voor een beter activeringsbeleid zorgen.
Waar PWA veel meer werd gezien als een structurele en langdurige aanvulling op de werkloosheidsuitkering van werkzoekenden, wordt het wijk-werken een echt instrument in het activeringstraject dat kan worden voorafgegaan of gevolgd door de inzet van andere instrumenten zoals Individuele beroepsopleiding (IBO), stage, tijdelijke werkervaring,…
Ook het OCMW heeft zoals gezegd een belangrijke activeringsopdracht. Om mensen zo succesvol mogelijk te activeren is een actieve samen- en wisselwerking OCMW – wijk-werk aangewezen. Daarvoor dient er een setting te worden gecreëerd waarin de wijk-werkers van de VDAB met de trajectbegeleiders van het OCMW samen , in overleg en vanuit een gedeelde visie aan het traject van de cliënt werken. Dat kan best in een regionale samenwerking.
2. Motivatie keuze voor interlokale vereniging
Het college van burgemeester en schepenen opteert voor een interlokale vereniging om volgende redenen:
- Lichtste vorm: korte beslissingslijnen tussen beheerscomité en medewerkers, 1 beheersorgaan, weinig administratieve verplichtingen, de werking kan ingebouwd worden in de dagelijkse werking van de beherende gemeente waardoor de focus kan gelegd worden op het Wijkwerken zelf en de kosten voor overhead kunnen beperkt worden.
- Het is belangrijk dat er een nauwe aansluiting is tussen de dagdagelijkse praktijk binnen het samenwerkingsverband rond wijkwerken en de individuele noden van de besturen, of ze nu (relatief gesproken) veel of weinig inwoners tellen. Op die manier kan de organisator erin slagen om een combinatie te maken tussen de nieuwe grotere schaalgrootte enerzijds en het behoud van de troeven van de lokale verankering anderzijds.
- Meeste vrijheid om onderling tussen de besturen zaken te regelen door de mogelijkheid om via een overeenkomst te werken.
- Mogelijkheid om mensen met expertise te integreren in het beheerscomité.
- Evenwichtige vertegenwoordiging van gemeente en OCMW en goede mix van mandatarissen en experten in het beheerscomité.
3. Hoe ziet de concrete werking van Wijkwerken er in deze setting uit?
In voorliggende overeenkomst met statutaire draagkracht zitten volgende hoofdkeuzes i.v.m. de concrete werking van de interlokale vereniging:
- Een beheerscomité met 16 leden. De gemeentelijke afgevaardigden zijn leden van het college, burgemeester of gemeenteraadslid. De OCMW’s vaardigen een medewerker af met voldoende expertise op het vlak van sociaal beleid en activering en het beleid daaromtrent. Op deze manier kan het beheerscomité zijn hoofdopdracht, nl. het leggen van prioriteiten inzake beleid en werking, het best vervullen.
- De betrokken besturen gaan een lange termijn engagement aan. Daarom stellen we voor om de interlokale vereniging op te richten voor onbepaalde duur. Weliswaar voorzien we voor duidelijke doch beperkte uitstapmogelijkheden voor een bestuur.
- Als beherende gemeente wordt de stad Mortsel voorgesteld omwille van zijn centrale ligging in het gebied dat we samen vormen maar ook omwille van zijn ‘historische’ voortrekkersrol in het kader van de succesvolle ESF-projecten die we de afgelopen jaren samen hebben gedaan en van hun expertise op het vlak van activering in het algemeen.
- De schaalvergroting mag niet ten koste gaan van de troeven verbonden aan de lokale verankering. Daarom zal sowieso in één of meer zitdagen ter plaatse voorzien worden in de individuele gemeenten, aangepast aan de individuele noden.
- Daarnaast is de werkgroep het ook eens dat elke gemeente zelf moet kunnen bepalen welke activiteiten in het kader van Wijk-werken zullen aangeboden worden (= deel van de regierol van de gemeenten) zodat de lokale noden zo goed mogelijk worden ingevuld.
- Om de slagkracht van de interlokale vereniging te maximaliseren, stelt de werkgroep voor om voor de maximale prijs per Wijkwerken-cheque (= deel van de regierol van de gemeenten) te gaan, of 7,45 EUR. De beherende gemeente zorgt ervoor dat de werking kostendekkend is.
Het decreet betreffende wijk-werken dd. 7 juli 2017
Het besluit van de Vlaamse regering dd. 29 september 2017 betreffende wijk-werken
De hervorming van het Plaatselijk Werkgelegenheidsagentschap (PWA) past in de zesde staatshervorming. Vanaf 1 januari 2018 wordt PWA vervangen door het wijk-werken.
Het wijk-werken verschilt op een aantal punten fundamenteel van het gekende PWA:
Doelgroep
Werkzoekenden “met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt” komen in aanmerking voor het wijk-werken. Dat is een ruimere doelgroep dan die van het huidige PWA. De doelgroep wordt toegeleid door VDAB en het OCMW (leefloongerechtigden).
Tewerkstellingstermijn
Mensen kunnen nog maar maximum 12 maanden in het wijk-werken tewerk worden gesteld voor maximum 60 uur/maand. Daarna moeten ze doorstromen naar een volgende stap in hun activeringstraject (stage, tewerkstelling, Tijdelijke Werkervaring, …). Het Wijk-werken wordt dus veel meer een activeringsinstrument, een stap in een traject op maat van de werkzoekende.
Uitzondering wordt gemaakt voor de huidige PWA-medewerkers. Die kunnen nog tot hun pensioen actief blijven in het wijk-werken.
Mogelijke jobs
De jobs die in aanmerking komen voor het wijk-werken zullen in grote mate dezelfde zijn als de taken die binnen het PWA kunnen worden uitgevoerd.
Organisator
Nu heeft elke gemeente een ‘eigen’ PWA op het grondgebied. Bij 'wijk-werken' heeft de gemeente (lokaal bestuur) een belangrijke regierol, niet in het minst op het vlak van de organisatie van wijk-werken op het eigen grondgebied. Het wijk-werken moet in de toekomst worden georganiseerd voor een regio van minstens 60.000 inwoners. Dat wil zeggen dat gemeenten met minder dan 60.000 inwoners sowieso moeten samenwerken om het wijk-werken vorm te geven. De lokale besturen kunnen zelf het initiatief nemen om de organisatie op te nemen. Als dat niet gebeurt, zal VDAB het wijk-werken zelf organiseren (via tendering). De organisator kan verschillende juridische vormen aannemen (zie toelichtingsnota in bijlage).
Personeel
De organisator krijgt van VDAB 1VTE medewerker per 60 000 inwoners.
Financiën
De PWA-cheque wordt vervangen door de wijk-werk-cheque. Die zal voor de klant tussen de 5,95 EUR en de 7,45 euro kosten (door het lokaal bestuur of de organisator zelf te bepalen). De wijk-werker krijgt hiervan 4,10 EUR/uur en VDAB (ongeveer) 0,70 EUR. Het saldo (tussen 1,15 EUR en 2,65 EUR, afhankelijk van de gekozen prijs van de cheque) is voor de organisator. Die kan hiermee b.v. bijkomend personeel aanwerven voor het activeringsbeleid in zijn regio
De raad keurt de samenwerkingsovereenkomst met statutaire draagkracht betreffende de oprichting van een organisator Wijk-werken, onder de vorm van een interlokale vereniging (zonder rechtspersoonlijkheid), goed. De samenwerkingsovereenkomst wordt gesloten met de zeven andere gemeenten en OCMW's van het Zora (Zuidoostrand Antwerpen)-gebied, zijnde Boechout, Borsbeek, Hove, Lint, Kontich, Mortsel en Wommelgem.
De raad stelt volgende personen aan als vertegenwoordiger van de gemeente Edegem in het beheerscomité van de interlokale vereniging
‘Wijk-werken Zora (Zuidoostrand Antwerpen)”:
- mevrouw Brigitte Vermeulen-Goris als effectief lid van het beheerscomité;
- mevrouw Sien Pillot als plaatsvervangend lid van het beheerscomité.