Het verslag van de openbare vergadering van de plenaire raad wordt aangenomen en goedgekeurd.
Het zal aldus in het register der notulen worden overgenomen.
Gemeente en OCMW kregen dankzij de restmiddelen VIA 4 voor 2015 samen een subsidiebedrag van 22 868,79 EUR toegewezen, om de koopkracht van het personeel te verhogen. Beide organisaties wenden dit bedrag aan om ecocheques toe te kennen aan alle personeelsleden van beide organisaties.
Gemeente en OCMW kregen dankzij de restmiddelen VIA 4 voor 2015 samen een subsidiebedrag van 22 868,79 EUR toegewezen, om de koopkracht van het personeel te verhogen. Beide organisaties wenden dit bedrag aan om ecocheques toe te kennen aan alle personeelsleden van beide organisaties. Als basis voor de verdeling van de cheques zijn het aantal maaltijdcheques uitgekeerd in het vorig kalenderjaar gebruikt. Maaltijdcheques worden door bevraagde besturen vaak gehanteerd als basis omdat die een goed beeld geven van het aantal gewerkte dagen. Uitgesloten worden: personeelsleden die minder dan 3 maanden in dienst zijn geweest in het
vorig kalenderjaar, de monitoren en de jobstudenten. Als verdeelsleutel werd het volgend systeem gehanteerd: we zetten de uitgekeerde maaltijdcheques van het vorig kalenderjaar per persoon af tegen het theoretisch maximum aantal werkdagen per
persoon (220 dagen). Op basis daarvan berekenden we 4 vorken. Het reglement is voor advies voorgelegd aan HOC en BOC van 13 juni 2016 en HOC en BOC van het woonzorgcentrum en de thuiszorgdiensten van 17 juni 2016 en voor goedkeuring aan de gemeenteraad van 20 juni 2016.
Bespreking op de zitting:
De voorzitter licht toe dat de VIA4 restmiddelen vorig jaar oa voor vorming werden gebruikt. De vakorganisaties vroegen om ze deze keer echt voor koopkrachtverhoging te gebruiken. Daaruit kwam het voorstel van de ecocheques.
Op vraag van dhr. Delarbre legt de financieel beheerder uit dat de verdeling in vier groepen er gekomen is omdat we anders met heel veel verschillende bedragen per persoon zouden zitten. Deze opsplitsing is gebaseerd op het solidariteitsprincipe én op het principe "wie harder gewerkt heeft, krijgt meer".
De voorzitter wijst erop dat gemeente en OCMW bij deze gelegenheid de hun toekomende bedragen samengevoegd hebben en vindt dit een mooie toepassing van de integratiegedachte. Ze bevestigt dat het de bedoeling is om de restmiddelen voor ecocheques te gebruiken zolang we ze krijgen en dat kan bijvoorbeeld nog 10 jaar zijn.
Koninklijk besluit 14 april 2009 tot invoeging van een artikel 19quater in het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 20 mei 2009.
De raad keurt het reglement voor de ecocheques goed als volgt:
Artikel 1
Aan de personeelsleden die minstens 3 maanden in dienst zijn en die vallen onder de rechtspositieregeling voor het gemeente- en OCMW- personeel en de rechtspositieregeling voor het personeel van het woonzorgcentrum en de thuiszorgdiensten maar met uitzondering van de personeelsleden die een arbeidsovereenkomst in het kader van artikel 1761 KB 28/11/1 969 (monitoren) hebben en de jobstudenten, worden ecocheques toegekend zolang er beschikbaarheid is van het restmiddelbudget van het VIA 4 akkoord, waarop de gemeente en het OCMW zullen intekenen zolang dit mogelijk is.
Artikel 2
De ecocheques worden toegekend per kalenderjaar.De berekeningsbasis voor de ecocheques zijn de toegekende maaltijdcheques van het vorig kalenderjaar. De referentieperiode loopt van 1 januari tot 31 december.
Artikel 3
Voor de verdeling van de ecocheques per personeelslid wordt de volgende verdeelsleutel gehanteerd:
De toekenning aan de rechthebbenden wordt gebaseerd op het aantal maaltijdcheques ontvangen in het vorig kalenderjaar. Wie 0 tot 55 cheques ontving, krijg 1 punt, wie 56 tot 110 cheques kreeg, 2 punten wie 111 tot 165 3 punten en 166 of meer, 4 punten.
Het basisbedrag wordt berekend op basis van de beschikbare middelen van dat jaar,verminderd met de administratiekosten. Dit restsaldo wordt gedeeld door het totaal aantal punten om zo het basisbedrag te vormen. Elke medeweker krijgt dan zijn of haar aantal punten vermenigvuldigd met het basisbedrag in ecocheques.
Artikel 4
De ecocheques worden toegekend onder de vorm van papieren cheques. Het totale bedrag van de tijdens een kalenderjaar toegekende ecocheque mag niet meer bedragen dan 250 EUR. De maximale waarde van een ecocheque is 10 EUR.
Artikel 5
Elke ecocheque vermeldt dat de geldigheidsduur beperkt is tot 24 maanden vanaf de datum van terbeschikkingstelling ervan aan het personeelslid. De cheque mag enkel worden gebruikt ter betaling van de aankoop van producten en diensten met een ecologisch karakter die zijn opgenomen in de lijst bij de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98 gesloten in de Nationale Arbeidsraad .
Artikel 6
Dit reglement treedt in werking vanaf 1 juli 2016 en loopt zolang het gemeentebestuur en het OCMW beschikken over de restmiddelen die toegekend worden in het kader van het VIA4 akkoord koopkrachtverhoging.
Het OCMW wenst een aantal wijzigingen te doen aan de personeelsformatie van het OCMW. Het gaat om wijzigingen die regularisaties inhouden zonder negatieve budgettaire impact.
Het OCMW heeft als visie om in het kader van de inkantelingsoefening zoveel mogelijk contractuele functies te voorzien, zeker wat betreft het Woonzorgcentrum met het oog op een mogelijke verzelfstandiging.
Voor de kwaliteitscoördinator woonzorgcentrum blijkt dat de functie op niveau A moeilijk in te vullen is, daarom is geopteerd voor een functie op niveau B en een groeipad voor deze functie. De titularis heeft de mogelijkheid om door te groeien van B1-B3 naar B4-B5 via bevordering.
Voor de thuiszorgdiensten is een administratief assistent voorzien buiten kader als tijdelijke ondersteuning maar wel budgettair opgenomen. De werking van het dienstencentrum evolueert in positieve zin en daarom is het verantwoord om deze functie definitief in de formatie te voorzien.
- omzetting van de functie van kwaliteitscoördinator WZC niveau A statutair naar de
functie van kwaliteitscoördinator WZC niveau B met basisgraad B1-3
(contractueel)en bevorderingsgraad B4-5 (contractueel);
-voorzien van de 1 functie administratief assistent D1-D3 contractueel als
administratieve ondersteuning voor Den Appel (dienstencentrum);
-administratief medewerker C1-3 WZC Immaculata: omzetting 0,8 statutaire functie
(uitdovend) naar 0,8 contractuele functie;
-technisch assistent D1-D3 omzetting 1 statutaire functie naar 1 contractuele functie;
Het college heeft de aanpassingen in zitting van 27 juni 2016 positief geadviseerd. Op het basisoverlegcomité van 17 juni 2016 werd hierover onderhandeld. De onderhandeling werd afgesloten met een protocol van akkoord.
Bespreking op de zitting:
De secretaris voegt volgende uitleg toe:
- kwaliteitscoördinator WZC naar B-niveau: op deze manier zitten alle leden van het managementsondersteuningsteam (excl. de directeur) op eenzelfde verloningsniveau.
- administratief assistent Thuiszorgdiensten op niveau D1-D3: het betreft niet alleen de ondersteuning van de dienstencentrumleider maar bijvoorbeeld ook dispatching en organisatie mindermobielencentrale.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft goedkeuring aan de voorgestelde wijziging aan de personeelsformatie OCMW:
-omzetting van de functie van kwaliteitscoördinator WZC niveau A statutair naar de
functie van kwaliteitscoördinator WZC niveau B met basisgraad B1-3 (contractueel)en
bevorderingsgraad B4-5 (contractueel) met aangepaste functiebeschrijving;
-voorzien van de 1 functie administratief assistent D1-D3 (contractueel) als
administratieve ondersteuning voor Den Appel (dienstencentrum (met aangepaste functiebeschrijving);
-administratief medewerker C1-3 WZC Immaculata: omzetting 0,8 statutaire functie
(uitdovend) naar 0,8 contractuele functie;
-technisch assistent D1-D3 omzetting 1 statutaire functie naar 1 contractuele functie;
Aanstellingsbevoegdheid gedelegeerd aan de secretaris bij besluit van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn dd. 22 januari 2013
De raad moet geïnformeerd worden over de uitoefening door de secretaris van de aan hem gedelegeerde aanstellingsbevoegdheid.
budgethouderschap
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt het verslag inzake rapportering aanstellingsbevoegdheid goed.
De uitvoering van de begroting 2016.
Het is belangrijk dat de OCMW-raad de vinger aan de pols kan houden over de uitvoering van de begroting en kan bijsturen waar nodig.
De financieel beheerder, mevr. Katrien Van Hove, geeft toelichting bij haar nota (zie bijlage): eerst en vooral is het globaal tussentijds resultaat iets positiever dan in 1e kwartaal.
Per beleidsdomein krijgen we volgend beeld:
Ondersteunende diensten --> ongeveer break even. Er zijn enkele hogere kosten dan geraamd (bvb coaching en ICT), die worden gecompenseerd door meevallers zoals een lagere disponibiliteit.
Sociale dienstverlening en activering --> marge is financieel positief. Toch dienen we rekening te houden met toegenomen uitgaven van steun en leefloon. Op 1 april 2016 was er een perequatie, sinds 1 juli 2016 is er ook de indexering van de steunen. De lonen zijn lager door jongere werkkrachten. Minder sociale tewerkstellingen dan voorzien. Positief effect van de opening van het sociaal buurtrestaurant het Meihof moet nog komen.
Thuiszorgdienten --> Alles samen genomen heeft de thuiszorg een overschot van 30.649 euro op het budget. Noteer echter dat het effect van de maaltijden speelt, alsook het feit dat er minder opbrengsten van prestaties zullen zijn in de verlofperioden, waardoor dit effect uitgehold zal worden.
Woonzorg --> keuken (interne facturatie pas op het einde van het jaar). Marges zullen nodig zijn voor toeslag voor overuren en premies, vooral in de zorg. Het woonzorgcentrum zet echter goede resultaten neer.
Conclusie --> De cijfers van het tweede kwartaal zijn iets positiever. Toch moeten we voorzichtig zijn. De lonen zullen stijgen met 2% vanaf 1 juli 2016, waar we budgettair pas vanaf 1 oktober voorzien hadden. Ook zullen de kosten van de integratie met de gemeente wegen op de budgetten.
Bij de sociale dienst zijn er ook meer uitgaven voor leefloon en steun dan gebudgetteerd.
De thuiszorg zit goed op schema. Enkele diensten doen het beter dan gebudgetteerd, anderen iets minder, maar globaal is er nog een marge.
Het woonzorgcentrum zet goede cijfers neer en heeft nog een marge. Bij de lonen zijn echter niet alle premies en toeslagen geboekt, wat nog een impact zal hebben op de budgetten.
Volgens deze cijfers zal het budget toereikend zijn. Als er echter veel onverwachte uitgaven zijn, zullen er maatregelen genomen moeten worden.
Wat de sociale maribel betreft, werd als uitgangspunt genomen dat we de begrote subsidie volledig zullen ontvangen, ondanks de nieuwe wetgeving. Dit gebeurde in het kader van de tax-shift. Het betreffende KB van 1 juni 2016 werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 17 juni 2016.
De grootste wijziging zal de aanpassing van de referentieperiode zijn. Waar men vroeger keek of het arbeidsvolume voldoende gestegen was tegenover het referentiejaar 2005, kijkt met nu naar het laatste jaar van toekenning, ‘n’.De voorzitter wijst erop dat het college een nota vraagt over de consequenties.
Op vraag van dhr. Bogaerts over de investering in nieuwe zonnewering voor het WZC, antwoordt de financieel beheerder dat er 4 of 5 inschrijvers zijn bij de gehoudend marktbevraging. Er is echter nog geen uitslag bekend.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt de begrotingscontrole dd. 30 juni 2016 goed.
De personeelsdiensten van OCMW en gemeente zitten vanaf 6 juni 2016 fysiek samen op 1 plek. De personeelsdienst van het OCMW zal gehuisvest worden in het gemeentehuis. In functie van een efficiënte werking verleent de secretaris zijn handtekeningsbevoegdheid voor een aantal documenten en briefwisseling.
In het belang van een efficiënte en snelle service door de personeelsdienst is het nodig dat een bepaalde handtekeningsbevoegd aan de medewerkers van de personeelsdienst wordt gegeven. Documenten en sommige briefwisseling kunnen op deze manier sneller en eenvoudiger afgewerkt worden. De documenten en brieven met juridische consequenties of van inhoudelijk belang zullen blijvend door de secretaris worden ondertekend.
De secretaris won juridisch advies in bij het Agentschap Binnenlands Bestuur en bij de VVSG (dhr. Pieter Vanderstappen).
Laatstgenoemde geeft aan dat de regels rond handtekeningsbevoegdheid in een OCMW redelijk ingewikkeld, verwarrend en soms zelfs tegenstrijdig zijn.
Volgens hem is het belangrijk om voor een goed begrip van deze regels het onderscheid te maken tussen twee principes:
1. De mogelijke delegatie van de ondertekeningbevoegdheid van de secretaris en de voorzitter. (art. 184 en 185 OD)
a. Voor de notulen van de raad en vast bureau is er geen delegatiemogelijkheid. (voor de notulen van een comité wel, maar enkel door de secretaris aan de persoon die hem/haar daar vervangt).
b. Voor alle andere stukken die ze moeten ondertekenen, kunnen zij delegeren aan respectievelijk een personeelslid/raadslid. Dat moet duidelijk door de secretaris / voorzitter zelf beslist worden om dat te delegeren.
Dit wil dus zeggen dat de voorzitter zelf enkel aan een raadslid kan delegeren en niet aan een personeelslid.
2. De ondertekeningsbevoegdheid die bij een taakt hoort die toegewezen werd aan een personeelslid.
a. Voor vele andere zaken (dan die bij punt 1 opgesomd), moeten de secretaris en voorzitter zelf niet tekenen. Zie art. 183, §3 OD. Daar staan de zaken opgesomd die door personeelsleden zelf getekend worden.
b. Ook kan de raad soms zelf bepalen wie moet tekenen, zie art. 183, §5 OD
Enerzijds is er de juridische onmogelijkheid om aan de huidige HR-Manager, mevr. Ann Frans, op dit ogenblik handtekenbevoegdheid te geven voor stukken van het ocmw omdat ze personeelslid is van de gemeente.
Anderzijds hebben de medewerkers van de gemeentelijke personeelsdienst voor een heel aantal stukken handtekenbevoegdheid.
Art. 185 OCMW-decreet.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn neemt akte van het besluit van de secretaris waarbij hij aan de personeelsleden van de OCMW-personeelsdienst in toepassing van artikel 185 van het OCMW-decreet opdraagt om met ingang van 6 juni 2016 documenten en briefwisseling (o.a. bestemd voor RVA, VDAB, mutualiteit en vakorganisaties en voor briefwisseling zonder juridische consequenties voor het OCMW zoals opgesomd in bijgevoegde tabel) zelf te ondertekenen. De documenten en brieven van de personeelsdienst met juridische consequenties of van inhoudelijk belang zullen blijvend door hem worden ondertekend.
Voor het ogenblik voorziet de personeelsformatie een FT contractuele betrekking op niveau D1-D3 voor de logistieke ondersteuning van het LOI. De huidige functiebekleder (0,5 VTE) heeft zijn ontslag ingediend dat ingaat op 1 oktober 2016. Het is belangrijk dat hiervoor snel een opvolger gezocht wordt.
Door de nakende wijziging van de RMI wet moeten de OCMW's voor alle gerechtigden op leefloon, equivalent leefloon, erkende vluchtelingen en personen die genieten van een subsidiaire bescherming een GPMI (gepersonaliseerd project voor maatschappelijke integratie) maken. Onder de huidige regelgeving is dat voorzien voor mensen > 25 jaar die leefloon krijgen. Een GPMI is tegelijkertijd een begeleidings- en opvolgingsinstrument ‘op maat’ en een echt contract met rechten en plichten die de beide partijen toekomen, met name het OCMW (dat zich engageert om de persoon te helpen, hem of haar hulpmiddelen of noodzakelijke contacten te verlenen,…) en de begunstigde (die zich engageert om stappen te ondernemen om zich te integreren in de maatschappij, zoals bijvoorbeeld werk te vinden, vormingen te volgen, een stage te lopen,…).
Volgens een raming van het kabinet van Minister Borsius verwacht men 38.910 nieuwe dossiers in 2017. Deze zullen dus verplicht genieten van een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie.
Daarnaast wordt ook een gemeenschapsdienst op vrijwillige basis ingevoerd en zal deel kunnen uitmaken van het contract dat de begunstigde met het OCMW tekent. Deze gemeenschapsdienst zal op vrijwillige basis aan de begunstigden worden voorgesteld. Hij heeft als doel om enerzijds bij te dragen aan het persoonlijk ontwikkelingstraject van de begunstigde en anderzijds om hem toe te laten bij te dragen aan het gemeenschapsleven.
Het voorstel is om deze twee noden (logistieke ondersteuning van het LOI én de coördinatie van de activatieprojecten en de gemeenschapsdiensten die ten gevolge van de nieuwe wetgeving zullen toenemen in aantal) te combineren in 1 nieuwe FT functie op C1-C3-niveau.
De meerwaarde van zo'n coördinatorsfunctie zit ook in:
- de groep van art. 60'ers binnen 5Beaufort kan gesplitst worden waardoor ons tewerkstellingsproject een grotere variëteit aan opdrachten aankan
- er is iemand die de ploeg van 5Beaufort kan overnemen in geval van vakantie van Jo Van Hoecke, de werkleider van 5Beaufort.
De aanstellende overheid moet overeenkomstig de rechtspositieregeling van het personeel van het OCMW volgende zaken vaststellen bij de openverklaring:
1) Art 4 RPR: bepaling van het soort procedure
1° door een aanwervingsprocedure;
2° door een bevorderingsprocedure;
3° door de procedure van interne personeelsmobiliteit;
4° door de procedure van externe personeelsmobiliteit;
5° door een combinatie van de procedures, vermeld in punt 1° en 2°, 1° en 3°, 1° en
4°, 2° en 3°, 2°en 4° of in punt 1°, 2°, 3°en 4°.
2) Art 10/11 RPR WZC/AC: bepaling van de duur van de inschrijvingsperiode
Tussen de bekendmaking van een vacature en de uiterste datum voor de verzending van de kandidaturen, verlopen minstens zeven (WZC+TZ)/veertien (AC) kalenderdagen
inschrijvingstermijn: 14 kalenderdagen vanaf publicatie
3) Artikel 8/9 RPR RPR WZC/AC: schrapping van diplomavereiste
In uitzonderlijke gevallen kan de aanstellende overheid bij de vacantverklaring van een betrekking van niveau A, B of C beslissen om het diplomavereiste dat als regel geldt voor dat niveau, te schrappen.
NVT
4) Artikel 9 RPR WZC : bepaling van de kanalen waarlangs de vacature bekendgemaakt wordt
De vacatures worden ten minste via één persorgaan of tijdschrift bekendgemaakt. Daarnaast worden de vacatures intern aan het OCMW-personeel bekendgemaakt
De selectie moet gemaakt worden uit:
1° nationaal verschijnende kranten of weekbladen;
2° regionaal verschijnende kranten of weekbladen;
3° gespecialiseerde tijdschriften van beroepsgroepen of beroepsorganisaties;
4° de VDAB;
5° de website van gemeente of OCMW;
6° zelf geproduceerde media (affiches, folders, bericht voor lichtkrant).
5) Artikel 13 § 2 RPR AC: bepalen of laatstejaarsscholieren – en studenten mee kunnen doen.
De aanstellende overheid kan bij de vacantverklaring bepalen dat laatstejaarsscholieren en –studenten toegang krijgen tot de selectieprocedure
NVT
6) Artikel 24/25 §1 RPR WZC/AC: aanleg werfreserve of niet + geldigheidsduur
De aanstellende overheid beslist bij de vacantverklaring van een betrekking of een wervingsreserve wordt aangelegd en bepaalt de geldigheidsduur ervan.
1 jaar
Bespreking op de zitting: De voorzitter is er voorstander van om eerst de databank van de vdab te bevragen naar 50 plussers uit de bouwsector die met een lichamelijke problematiek zitten waardoor ze niet alle taken meer kunnen uitvoeren en uit andere sectoren die uit de boot gevallen zijn door reorganisaties/faillissementen. Dhr. Vergauwen wijst op de verplichting in de RPR dat vacatures ten minste via één persorgaan of tijdschrift bekendgemaakt moeten worden. Mevr. Vandewalle vindt deze nieuwe invulling van de functie een heel creatieve oplossing.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn verklaart de functie van Coördinator Logistieke Ondersteuning LOI, Activatieprojecten en gemeenschapsdiensten (contract van 1 jaar op C1-C3-niveau) bij de algemene sociale dienst open volgens de hierboven vermelde modaliteiten.
In het kader van de sociale maribel reglementering heeft OCMW Edegem momenteel een toekenning van 19,09 VTE. Sinds 2005 is dat een toename van 9,5 VTE op het arbeidsvolume van 192,93 VTE van toen. We moeten dus minimum 202,43 VTE tewerkstellen om de subsidie te blijven behouden, volgens de oorspronkelijke voorwaarden. De laatste toekenning dateert van 1 april 2014 (0,5 VTE).
De subsidies bedragen momenteel afgerond 630.000 euro, dus gemiddeld 33.000 euro per VTE.
Vanaf 2016 wordt door het nieuwe KB van 1 juni 2016, bij de beoordeling van de verhoging van het arbeidsvolume, het arbeidsvolume van het jaar van de laatste toekenning (= jaar “n”, het jaar waarin aan desbetreffende werkgever voor de laatste maal één of meerdere arbeidsplaatsen Sociale Maribel werden toegekend) vergeleken met het gemiddelde van de arbeidsvolumes van de jaren (n-3) en (n-2), zijnde het derde jaar en het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van de laatste toekenning.
Zowel Dibiss als VVSG geven aan dat dit zo moet geïnterpreteerd worden dat het jaar n gebetonneerd blijft. Het jaar n is dan het laatste jaar van toekenning (voor ons 2014). Men kijkt of er een voldoende stijging is ten opzichte van het gemiddelde van jaren n-2 en n-3 (voor ons dus gemiddelde 2011 en 2012). De zo berekende subsidie blijft dan voor
de komende jaren, dus ook voor 2017 en 2018. Enkel een nieuwe aanvraag (en toekenning), bvb.
n.a.v. oproep 1/10/2016, zou dan een verschuiving betekenen van het jaar n naar 2016. Het te
behalen arbeidsvolume wordt dan het gemiddelde van 2013 (n-3) en 2014 (n-2).
Voor ons zou dit een verlies betekenen van 10,70 VTE (353.100 euro) of 11,46 VTE (378.180 euro) ,
respectievelijk bij het niet of wel aanvragen van een nieuwe arbeidsplaats. Hier komt dan vanaf 2017
eventueel wel de subsidie voor die nieuwe plaats bij.
Het KB van 18 juli 2002, voorziet in de mogelijkheid om een afwijking aan te vragen op de tewerkstellingsverbintenis. Dit wanneer een daling van het arbeidsvolume, het gevolg is van een maatregel van een hogere overheid, of van een intrekking van subsidie. Een aanvaarding van zo'n aanvraag tot afwijking heeft immers een positief effect op de subsidievermindering in gevolge het nieuwe KB van 1 juni 2016.
Voor ons zou dit kunnen betekenen (dit werd ook zo afgestemd met mevr. Waltniel van Dibiss begin juli):
- vermindering van contingent gezinszorg: 2,95, VTE of 4 koppen
- vermindering aantal plaatsen LOI 1 VTE en 1 kop
- vermindering gesco subsidies met 5% 1,45 VTE of 2 koppen
Voor 1 september 2014 was zo een aanvraag vrijblijvend. Vanaf die datum hangen er echter gevolgen aan vast. Er is een penalisatie van x/20e op het basissubsidiebedrag, met x het aantal koppen (dus niet VTE) die afgebouwd zijn in arbeidsvolume. Wanneer het gaat om minder dan 5 koppen, is er geen penalisatie. Als we dus komen op maximum 4 mensen, bij voorkeur voltijds, kunnen we een aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis indienen zonder nefaste gevolgen.
Artikel 14 van het KB van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de
bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector. (BS 22.08.2002), voorziet in de mogelijkheid om een afwijking aan te vragen op de verplichte groei van het arbeidsvolume in het kader van de sociale maribel subsidies.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist een aanvraag tot afwijking van de tewerkstellingsverbintenis in het kader van de sociale maribel in te dienen, zich hiervoor baserend op artikel 14 van het KB van 18 juli 2002. Dit voor 2 medewerkers of 2 VTE gezinszorg, en 1,45 VTE of 2 medewerkers waarvoor we gescosubsidies ontvangen. Op die manier blijven we onder de 5 medewerkers en wordt OCMW Edegem niet gepenaliseerd op het basissubsidiebedrag voor een mogelijke afwijking.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist om geen nieuwe aanvraag in het kader van de sociale maribel in te dienen gezien de onduidelijkheid rond het nieuwe KB van 1 juni 2016 en de mogelijke negatieve impact van een nieuwe aanvraag op toekomstscenario's.
De voorzitter legt uit dat Guy Van Sande nadat hij zijn ontslag heeft ingediend, moet vervangen worden als gemeenteraadslid. Hiervoor stelde de gemeenteraad op 9 juli ll. Patricia Dierickx aan. Patricia werd verleden jaar OCMW-raadslid als eerste opvolger van Polet Bauwens. De tweede opvolgster komt niet in aanmerking omwille van een onverenigbaarheid. Daarom zal de NVA fractie in de gemeenteraad een nieuwe voordrachtsakte opmaken tegen de gemeenteraad van 26 september.
Op vraag van dhr. Van Herwegen, antwoordt de voorzitter dat de begeleiding door Probis voor de oefening rond de toekomstige ouderenzorg in Edegem zal opgestart worden in september.