In het kader van de sociale maribel reglementering heeft OCMW Edegem momenteel een toekenning van 19,09 VTE. Sinds 2005 is dat een toename van 9,5 VTE op het arbeidsvolume van 192,93 VTE van toen. We moeten dus minimum 202,43 VTE tewerkstellen om de subsidie te blijven behouden, volgens de oorspronkelijke voorwaarden. De laatste toekenning dateert van 1 april 2014 (0,5 VTE).
De subsidies bedragen momenteel afgerond 630.000 euro, dus gemiddeld 33.000 euro per VTE.
Vanaf 2016 wordt door het nieuwe KB van 1 juni 2016, bij de beoordeling van de verhoging van het arbeidsvolume, het arbeidsvolume van het jaar van de laatste toekenning (= jaar “n”, het jaar waarin aan desbetreffende werkgever voor de laatste maal één of meerdere arbeidsplaatsen Sociale Maribel werden toegekend) vergeleken met het gemiddelde van de arbeidsvolumes van de jaren (n-3) en (n-2), zijnde het derde jaar en het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van de laatste toekenning.
Zowel Dibiss als VVSG geven aan dat dit zo moet geïnterpreteerd worden dat het jaar n gebetonneerd blijft. Het jaar n is dan het laatste jaar van toekenning (voor ons 2014). Men kijkt of er een voldoende stijging is ten opzichte van het gemiddelde van jaren n-2 en n-3 (voor ons dus gemiddelde 2011 en 2012). De zo berekende subsidie blijft dan voor
de komende jaren, dus ook voor 2017 en 2018. Enkel een nieuwe aanvraag (en toekenning), bvb.
n.a.v. oproep 1/10/2016, zou dan een verschuiving betekenen van het jaar n naar 2016. Het te
behalen arbeidsvolume wordt dan het gemiddelde van 2013 (n-3) en 2014 (n-2).
Voor ons zou dit een verlies betekenen van 10,70 VTE (353.100 euro) of 11,46 VTE (378.180 euro) ,
respectievelijk bij het niet of wel aanvragen van een nieuwe arbeidsplaats. Hier komt dan vanaf 2017
eventueel wel de subsidie voor die nieuwe plaats bij.
Het KB van 18 juli 2002, voorziet in de mogelijkheid om een afwijking aan te vragen op de tewerkstellingsverbintenis. Dit wanneer een daling van het arbeidsvolume, het gevolg is van een maatregel van een hogere overheid, of van een intrekking van subsidie. Een aanvaarding van zo'n aanvraag tot afwijking heeft immers een positief effect op de subsidievermindering in gevolge het nieuwe KB van 1 juni 2016.
Voor ons zou dit kunnen betekenen (dit werd ook zo afgestemd met mevr. Waltniel van Dibiss begin juli):
- vermindering van contingent gezinszorg: 2,95, VTE of 4 koppen
- vermindering aantal plaatsen LOI 1 VTE en 1 kop
- vermindering gesco subsidies met 5% 1,45 VTE of 2 koppen
Voor 1 september 2014 was zo een aanvraag vrijblijvend. Vanaf die datum hangen er echter gevolgen aan vast. Er is een penalisatie van x/20e op het basissubsidiebedrag, met x het aantal koppen (dus niet VTE) die afgebouwd zijn in arbeidsvolume. Wanneer het gaat om minder dan 5 koppen, is er geen penalisatie. Als we dus komen op maximum 4 mensen, bij voorkeur voltijds, kunnen we een aanvraag tot afwijking op de tewerkstellingsverbintenis indienen zonder nefaste gevolgen.
Artikel 14 van het KB van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de
bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector. (BS 22.08.2002), voorziet in de mogelijkheid om een afwijking aan te vragen op de verplichte groei van het arbeidsvolume in het kader van de sociale maribel subsidies.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist een aanvraag tot afwijking van de tewerkstellingsverbintenis in het kader van de sociale maribel in te dienen, zich hiervoor baserend op artikel 14 van het KB van 18 juli 2002. Dit voor 2 medewerkers of 2 VTE gezinszorg, en 1,45 VTE of 2 medewerkers waarvoor we gescosubsidies ontvangen. Op die manier blijven we onder de 5 medewerkers en wordt OCMW Edegem niet gepenaliseerd op het basissubsidiebedrag voor een mogelijke afwijking.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist om geen nieuwe aanvraag in het kader van de sociale maribel in te dienen gezien de onduidelijkheid rond het nieuwe KB van 1 juni 2016 en de mogelijke negatieve impact van een nieuwe aanvraag op toekomstscenario's.