Zowel de gemeente als het OCMW hebben een (geraamd) bedrag toegekend gekregen dat ze mogen verwachten van de VIA 4 restmiddelen 2015. De gelden worden gestort in 2016.
Voor het OCMW is dat een bedrag van: 11841,85 euro
Voor de gemeente is dat: 11026,94 euro
De restmiddelen mogen ruimer ingezet worden dan de reguliere middelen, zowel naar inhoud besteding (alternatieve initiatieven), als naar toepassingsgebied (wie onder het gekozen initiatief valt).
Er is geen limitatieve lijst van wat kan en wat niet kan met de restmiddelen, maar de VIA-stuurgroep heeft drie voorwaarden bepaald.
1/ Middelen moeten aangewend worden als bijkomend voordeel voor het personeel.
2/ Middelen mogen niet gebruikt worden voor kosten die men op basis van de rechtspositiebesluiten of andere regelgeving moet maken.
3/ Men mag de middelen niet gebruiken voor werkingskosten.
Uitzonderlijk kan men ook beslissen om de middelen te gebruiken om te vermijden dat bestaande personeelsvoordelen teruggeschroefd worden; in dat geval moet minstens één vakbond akkoord gaan.
Vóór 31/12/2015 dient men een protocol van akkoord met de vakbonden te overhandigen waarin de besteding van de middelen wordt geformuleerd.
Ann Frans, HR-manager, lijstte na overleg met de twee secretarissen, de mogelijke bestedingsvormen op:
Alternatief 1: vorming ter ondersteuning acties HR plan
Vorming is een mogelijke bestedingsvorm:
Randvoorwaarden:
- het moet gaan om aanvullende/facultatieve vorming (vorming die het bestuur niet verplicht moet aanbieden);
- de beoogde vormingsactiviteit moet onmiddellijk – in de activiteit zelf – een voordeel/meerwaarde opleveren voor de betrokken medewerkers;
- de vorming kan individueel gericht zijn, maar moet voldoende individuen kunnen bereiken;
- de vorming moet werk gerelateerd zijn; dit mag je ruim interpreteren, maar betekent dat hobby gerichte cursussen niet in aanmerking komen (bv. cursus bloemschikken of naaicursus);
- verantwoorde bedragen en een goede prijs-kwaliteitsverhouding zijn essentieel.
Als het bestuur hiervoor kiest, dan vraagt de VIA dienst om bij de aanvraag een korte en duidelijke omschrijving te geven van de geplande vormingsactiviteit, eventueel aangevuld met extra informatie. Het bestuur zal er vervolgens moeten over waken dat de beloofde vormingsactiviteit er effectief komt en de VIA-middelen hiervoor integraal worden ingezet. De plaatselijke vakbonden zullen hier mee op toezien.
Voorbeelden:
- Organisatie van vormingen en activiteiten die de zelfzorg en draagkracht van medewerkers met hoge werkdruk of stresserende werksituaties ( sociale dienst, thuiszorgdiensten van het OCMW). In samenwerking met the human link en logo acties ontwikkelen voor het verhogen van de veerkracht van de medewerkers.
- Organisatie van opleiding coachend leiderschap voor leidinggevenden van gemeente en OCMW op maat
- Aanbod van externe coaching voor het versterken van leidinggevende vaardigheden of andere competenties.
Deze acties kaderen in het HR plan van de gemeente maar ook van noden van het OCMW:
- Een beter balans tussen werk en privé
- Iedereen verdient een goede oach
Voordeel:- kadert in HR plan
-stimulans voor vormingsbeleid
- kans voor OCMW om opleidingen aan te bieden aan medewerkers
Nadeel:
- link met verhoging van koopkracht is niet altijd duidelijk
-akkoord van vakorganisaties is vereist
Alternatief 2) gezamenlijke teambuildingsdag of sessies voor gemeente en OCMW
Organisatie van een gemeenschappelijk teambuildingsdag gemeente en OCMW waarbij teamvorming het uitgangspunt of onderdeel kan zijn (nadruk op het versterken van de groepsdynamiek, leren samenwerken, bouwen en vertrouwen op elkaar);
Onder externe begeleiding wordt met de methode van appreciative inquiry ( waarderend onderzoek) gefocust op wat werkt. Deze methode wordt gebruikt in veranderingsmanagement en helpt om cultuurverandering te bevorderen.
Als het bestuur hiervoor kiest, dan vraagt de VIA dienst om bij de aanvraag een korte en duidelijke omschrijving te geven van de geplande vormingsactiviteit, eventueel aangevuld met extra informatie. Het bestuur zal er vervolgens moeten over waken dat de beloofde vormingsactiviteit er effectief komt en de VIA-middelen hiervoor integraal worden ingezet. De plaatselijke vakbonden zullen hier mee op toezien.
Voordeel:
- kan de samenwerking en groepsdynamiek tussen gemeente en OCMW versterken
- is een middel om de betrokkenheid van de medewerkers met de organisatie te verhogen
Nadeel:
- zal goed gemotiveerd worden om aanvaard te worden als bestemming voor de restmiddelen
- deelname kan niet verplicht worden
- deelname van continudiensten ( zoals WZC, thuiszorgdiensten) is niet evident
Alternatief 3) invoering van ecocheques
- Voor de gemeente - berekend op aantal van 220 koppen op datum van 18 november: gemiddeld 50 euro per persoon
- Voor het OCMW zonder weekendwerkers en artikel 60 328 koppen in dienst op datum van 18 november -> 11841,85/328= €36,10.
Indien wel rekening houden met artikel 60 347 koppen in dienst op datum van 18 november-> 11841,85/347= € 34,12
(samenvoeging van 2 bedragen= gemiddeld 40 euro/persoon)
Ecocheques zijn cheques waarmee producten of diensten met een ecologisch karakter betaald kunnen worden.
Bij een lokaal of provinciaal bestuur worden ecocheques niet beschouwd als loon indien de volgende vijf voorwaarden tegelijkertijd vervuld zijn:
Eenmalige toekenning lijkt geen probleem te zijn als je dat zo onderhandelt met de vakbonden (je zou in 2016 dan desgevallend – als er opnieuw restmiddelen zijn en toekenning ecocheques is juridisch nog steeds mogelijk – opnieuw een beslissing kunnen nemen). Je zal dit moeten onderhandelen met de vakbonden (sowieso, maar ook vereist om de VIA-middelen te kunnen krijgen) en gelet op het standpunt van de DIBISS best ook opname in een reglement of de rechtspositieregeling of in individuele overeenkomsten (zie verder). Als het om een eenmalige toekenning zou gaan, misschien eerder in een apart reglement dan in de rechtspositieregeling.
Het bestuur zou kunnen beslissen om een beslissing te nemen voor zolang de restmiddelen beschikbaar én voldoende (lees: dat de maatregel het bestuur zelf niks kost) zijn. Het protocol zou zo moeten opgesteld zijn dat het bestuur ingedekt is . Er is hierover discussie geweest hebben met enkele academici die van oordeel zijn dat een raadsbeslissing met wijzigingsbeding/voorbehoud als dusdanig de contractuele medewerkers niet bindt. Zij raden aan om dergelijk wijzigingsbeding/voorbehoud op te nemen in een addendum bij elke arbeidsovereenkomst (van de betrokken contractuele medewerkers) die dan door de betrokken medewerkers ondertekend wordt (voor akkoord). Als het bestuur deze extra garantie wenst, kan het een wijzigingsbeding/voorbehoud voor het contractuele VIA-personeel voor alle zekerheid opnemen in een addendum bij elk individueel contract en door de betrokken medewerkers laten ondertekenen (voor akkoord).
Voordeel:- verhoging van de koopkracht
Nadeel: -bedrag van restmiddelen schommelt van jaar tot jaar, bestendiging van middelen is onzeker
- ‘waarderend’ effect van deze maatregel is snel vergeten
- verwerkingskost voor aanmaken van de cheques
Alternatief 4) verhoging van de maaltijdcheques tot 8 euro
Voor gemeente:
In 2014: werkgeversaandeel +kost+BTW: 230 857,31 euro
In 2015: werkgeversaandeel + kost +BTW: 269 709,09 euro
Meerkost: raming 38 851,76 euro
Voordeel:
- Verhoging van de koopkracht ( zeker voor de laagste lonen)
- Zal door veel personeel gepercipieerd worden als ‘waardering’
Nadeel:
- Geen zekerheid over bestendiging van deze middelen, moeilijk om bij verdwijnen van de middelen om het bedrag van de MLTCH terug te schroeven.
- College staat niet achter deze maatregel
Alternatief 5) bijstorting 2de pensioenpijler contractuelen
Tenslotte is het mogelijk om de middelen te besteden aan de 2de pensioenpijler van de contractuelen , met uitbreiding of beperkt tot de contractuelen die niet vallen onder de toepassing van de VIA4 reguliere middelen.
Voordeel:
- Verhoging van de koopkracht
Nadeel:
- Enkel voor contractuele personeelsleden
- Niet onmiddellijk ‘tastbaar’ voordeel
- Geen zekerheid over bestendiging restmiddelen
Advies gemeentelijk MAT 26/11: vragende partij om dit aan een eenmalige toekenning van ecocheques te besteden, als echte koopkrachtmaatregel.
Advies OCMW-MAT 25/11: middelen besteden aan vorming en niet aan ecocheques want
- dit is oorspronkelijk in de princiepsakkoorden met de vakbonden zo afgesproken
- er waren al afspraken om hiermee de workshop stressbeheersing te financieren
- er zullen nog vormingsnoden zijn in kader van het integratieplan (kick-off moment?)
- er is niet geweten hoe lang de middelen er zullen zijn: dit jaar zijn ecocheques dan wellicht mogelijk, volgende jaar misschien niet of voor een ander bedrag?
Op het BOC/HOC van 30 november 2015 lieten ACV en ACOD duidelijk verstaan dat ze de VIA4 restmiddelen 2015 naar koopkrachtverhoging willen zien gaan en geen besteding in vorming te zullen accepteren. Hun principiële akkoord van vorig jaar wordt dus uitdrukkelijk opgezegd.
De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist om de VIA4 restmiddelen 2015 te besteden aan de eenmalige toekenning in 2016 van ecocheques. De waarde van de ecocheque per personeelslid is het resultaat van de deling van de samengevoegde bedragen voor OCMW en gemeente uit de VIA4 restmiddelen gedeeld door het aantal personeelsleden van OCMW en gemeente.