In het voorliggende mobiliteitsplan wordt de Prins Boudewijnlaan gecategoriseerd als een lokale weg Type 1, net als de Molenlei en de Lourdeslaan. Toch is het de enige weg binnen de bebouwde kom op Edegems grondgebied waarop nog naar een snelheidslimiet van 70km/u gestreefd wordt.
Ook de Mechelsesteenweg, opgenomen als een secundaire weg type 3, krijgt logisch een streefsnelheid van 50km/u. In het document zelf is niet gedefinieerd wat de principes zijn die aan die categorisering worden vastgehangen. Als we dit nakijken in het vademecum dat door AWV over categorisering is opgesteld kunnen we onder andere het volgende lezen: Uit de gewenste functie moet afgeleid worden welke snelheidslimiet van toepassing is. Aandachtspunt vormt hier het lager inschalen van deze lokale wegen ten opzichte van de secundaire wegen. Hieruit kunnen we al concluderen dat de snelheid op de Prins Boudewijnlaan niet hoger zou mogen zijn dan die van de Mechelsesteenweg. In een tabel op p14 van hetzelfde document wordt expliciet over de snelheidslimiet voor lokale wegen type 1 binnen de bebouwde kom (BIBEKO) gesproken: 50km/u. Alleen al vanuit een theoretisch discours is het logischer om de snelheidslimiet op de Prins Boudewijnlaan naar beneden te brengen.
We stellen daarnaast vast dat het vademecum wegen en kruispunten die AWV hanteert, een beperking oplegt aan het aantal oversteekplaatsen bij een snelheidslimiet van 70km/u. Een beperking die wegvalt bij 50km/u. De snelheid verlagen zorgt dus wel degelijk voor een verhoogde oversteekbaarheid.
Uit de ongevallencijfers uit het mobiliteitsplan zien we 44 ongevallen in 4 jaar tijd op de Prins Boudewijnlaan. Er zijn 11 zijstraten die zonder lichten op de Prins Boudewijnlaan uitkomen. Daarnaast is er nog de parking van de Carrefour en de ontwikkeling van de zone Extracion-Desmet die zorgen voor vele conflicten. Een verlaging van de snelheid van 70km/u naar 50km/u verkleint de remafstand van een 45m naar een 30m. Liefst een derde minder. Hierdoor gaan ongevallen vermeden kunnen worden.
Als enig tegenargument kan de doorstroming worden aangedragen. De doorstroming op wegen in een stedelijk gebied wordt echter meer bepaald door de verkeerslichten dan door de capaciteit van de wegvakken. Op de Prins Boudewijnlaan zullen om de 500m verkeerslichten staan. Om de ongeveer 30 seconden zal een auto, ongeacht de snelheid, een verkeerslicht tegenkomen. Dit argument snijdt dus geen hout.