Terug
Gepubliceerd op 07/02/2022

2016_GR_00019 - ruimtelijke ordening - RUP Parkrand - definitieve vaststelling - goedkeuring

Gemeenteraad
ma 29/02/2016 - 20:00 raadzaal gemeentehuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Philippe Muyters, voorzitter; Koen Metsu, burgemeester; Peter Verstraeten, schepen; Jeroen Van Laer, schepen; Birre Timmermans, schepen; Koen Michiels, schepen; Goedele Van der Spiegel, schepen; Guy Van Sande, schepen; Koen Snyders, raadslid; Jan Pszeniczko, raadslid; Mia De Schamphelaere, raadslid; Brigitte Vermeulen-Goris, OCMW voorzitter; Bart Breugelmans, raadslid; Elke Tindemans, raadslid; Sien Pillot, raadslid; Cynthia Govers, raadslid; Stefan De Winter, raadslid; Wim Verrelst, raadslid; Marc Van Leemput, raadslid; Gerd Tahon, raadslid; Erik Schiltz, raadslid; Klaas Meesters, raadslid; Pascale Van de Vorst-Swolfs, raadslid; Koen Lauriks, raadslid; René Janssens, raadslid; Shana Convents, raadslid; Katleen De Prins, secretaris

Verontschuldigd

Ine Bosschaerts, raadslid

Secretaris

Katleen De Prins, secretaris

Voorzitter

Philippe Muyters, voorzitter

Stemming op het agendapunt

2016_GR_00019 - ruimtelijke ordening - RUP Parkrand - definitieve vaststelling - goedkeuring

Aanwezig

Philippe Muyters, Koen Metsu, Peter Verstraeten, Jeroen Van Laer, Birre Timmermans, Koen Michiels, Goedele Van der Spiegel, Guy Van Sande, Koen Snyders, Jan Pszeniczko, Mia De Schamphelaere, Brigitte Vermeulen-Goris, Bart Breugelmans, Elke Tindemans, Sien Pillot, Cynthia Govers, Stefan De Winter, Wim Verrelst, Marc Van Leemput, Gerd Tahon, Erik Schiltz, Klaas Meesters, Pascale Van de Vorst-Swolfs, Koen Lauriks, René Janssens, Shana Convents, Katleen De Prins
Stemmen voor 16
Jeroen Van Laer, Koen Michiels, Cynthia Govers, Goedele Van der Spiegel, René Janssens, Birre Timmermans, Koen Lauriks, Erik Schiltz, Peter Verstraeten, Koen Metsu, Sien Pillot, Gerd Tahon, Guy Van Sande, Brigitte Vermeulen-Goris, Shana Convents, Philippe Muyters
Stemmen tegen 10
Elke Tindemans, Klaas Meesters, Bart Breugelmans, Marc Van Leemput, Mia De Schamphelaere, Wim Verrelst, Pascale Van de Vorst-Swolfs, Koen Snyders, Jan Pszeniczko, Stefan De Winter
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2016_GR_00019 - ruimtelijke ordening - RUP Parkrand - definitieve vaststelling - goedkeuring 2016_GR_00019 - ruimtelijke ordening - RUP Parkrand - definitieve vaststelling - goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

In de randzone van het kasteel- en parkdomein Hof Ter Linden, ter hoogte van Prins Boudewijnlaan, bevinden zich twee vrije percelen. Het gaat om de voormalige Fortissite (noordelijk perceel) en het terrein waarop het hoofdkantoor van het bedrijf Extraction De Smet tot tien jaar geleden gevestigd was (zuidelijk perceel). De huidige planningscontext laat in het noordelijk deel ‘sport, spel en recreatie’ toe, het zuidelijk perceel is bestemd als ‘zone voor bedrijven’. Met het RUP wenst de gemeente deze bestemmingen om te zetten naar een woonbestemming om zo een afwerking van het wonen aan Prins Boudewijnlaan mogelijk te maken.

Argumentatie

Inhoud van het RUP
Het RUP is een vertaling van het eerder opgemaakte masterplan. Het uitgangspunt is de realisatie van een nieuwe woonontwikkeling voor meergezinswoningen in een parkachtige setting. Hierbij staat een kleine voetafdruk van de gebouwen voorop, in combinatie met (half) ondergronds parkeren en een maximale collectieve ruimte. De ontwikkeling bestaat uit vier woonprojectzones waarbinnen telkens één gebouwencluster opgericht kan worden. Een gebouwencluster bestaat uit maximum 3 bouwvolumes geschikt in U-vorm rond een verhoogde binnentuin of deck.

Het concrete plan dat momenteel voorligt gaat uit van de realisatie van een 100-tal serviceflats en ca. 250 wooneenheden. In totaal gaat het om een bruto vloeroppervlakte van ca. 38.600 m². Bij de vertaling naar het RUP worden marges gehanteerd waardoor het absoluut maximaal aantal woningen dat kan gerealiseerd worden in het plangebied vastgelegd is op 385.

De bebouwingshoogte houdt rekening met de bestaande morfologie van de bebouwing aan Prins Boudewijnlaan. In de twee noordelijke woonprojectzones zijn 6 bouwlagen toegelaten, met hoogteaccenten van 7 tot 8 bouwlagen. Aan de zuidzijde wordt rekening gehouden met de aanwezige vrijstaande eengezinswoningen aan Prins Boudewijnlaan en Graaf de Granvellelaan en zijn 4 bouwlagen toegelaten, met hoogteaccenten van 5 bouwlagen. Tevens geldt een beperking tot 2 bouwlagen in een zone van 38 m ten opzichte van de perceelsgrens met de woningen Graaf De Granvellelaan. Aan deze zuidgerichte kopse gevels mogen ook geen terrassen voorkomen binnen deze zone van 38 m, zodat directe inkijk vermeden kan worden. Alle platte daken dienen uitgevoerd te worden als groendak, met als uitzondering het plaatsen van zonnepanelen en/of zonneboilers op de hoogte daken en enkele dakterrassen.

Het spreekt voor zich dat het woongebied moet beschikken over een goede landschappelijke inkleding. Het voorzien van bufferzones aan de noordelijke en zuidelijke grens van de percelen, het vastleggen van het parkgebied rond de verschillende delen van de ontwikkeling en het bestendigen van het natuurgebied aan de grens met Hof Ter Linden staan voorop. De groenbuffer aan de zuidzijde blijft behouden en zal samen met de bufferstrook aan de noordzijde van het plangebied en de groenstrip op het terrein van Rubenspark zorgen voor een groene inkadering.

Twee inritten vanuit de Prins Boudewijnlaan bereiken de halfondergrondse parkeergarages. Op die manier wordt het verkeer in het plangebied tot een absoluut minimum beperkt.

De vooropgestelde visie voor het stedelijk woongebied in een parklandschap waarin het plangebied gelegen is, gaat uit van een maximaal behoud van de open ruimte en stelt een ontwikkeling voorop in functie van wonen in de natuur. De nieuwe ontwikkeling ‘Parkrand’ zal ook fungeren als toegangspoort naar Hof Ter Linden. Een lokale stroom van bezoekers, voornamelijk bewoners van de wijken Elsdonk en Molenveld, kan via het woongebied het achterliggende park betreden. Het geheel wordt aangelegd als een samenhangend parkgebied met verschillende gebouwenclusters. Het centrale gedeelte van dit park zal de toegang tot het Hof Ter Linden geleiden.

De architecturale uitwerking van het project en de schetsen voor de niet bebouwde ruimte zijn vertaald in een beeldkwaliteitsplan voor het project. Dit beeldkwaliteitsplan legt de uitgangspunten van het ontwerp vast, tekstueel, schetsmatig en met referentiebeelden. De essentiële en noodzakelijk vast te leggen elementen van het ontwerp zijn in de voorschriften van dit RUP verankerd. De overige elementen zullen bij concrete vergunningsaanvragen eveneens als toetssteen gelden, maar worden, gezien ze niet onmiddellijk thuis horen in een RUP en/of te detaillerend zijn, niet vertaald voorschriften.

Op te heffen verkavelingen
Het RUP bevat geen verkavelingen, die geheel of gedeeltelijk worden opgeheven.

Plan-MER
De procedure van de plan-MERscreening werd doorlopen.

Op 28 april 2015 werd de dienst MER verzocht om de gemeente een selectie te bezorgen van de relevante instanties die in het kader van het onderzoek tot milieueffectrapportage geraadpleegd moeten worden.

Op 12 mei 2015 ontvingen we de lijst van aan te schrijven instanties en de inhoudelijke opmerkingen op de screeningsnota.

Op 5 juni 2015 worden de volgende instanties om advies gevraagd: Provincie Antwerpen, BLOSO, Agentschap voor Natuur en Bos, Ruimte Vlaanderen, Agentschap Wonen-Vlaanderen, Agentschap Onroerend Erfgoed, Departement Mobiliteit en Openbare Werken en OVAM.

Op 7 juli 2015 werden volgende instanties gerappeleerd: BLOSO, Agentschap Wonen-Vlaanderen, Ruimte Vlaanderen en Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Op 17 juli werden de binnengekomen adviezen, samen met de vraag tot vrijstelling van de plan-MERplicht verzonden naar de dienst MER.

De dienst MER deelt op 7 augustus 2015 mee dat het voorliggende plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER bijgevolg niet nodig is.

Plenaire vergadering
De plenaire vergadering vond plaats op 15 september 2015. Het verslag van de plenaire vergadering werd verzonden op 29 september 2015.

Openbaar onderzoek
Het openbaar onderzoek liep van 16 november 2015 tot en met 14 januari 2016. Er werden 14 schriftelijke bezwaren ingediend, waarvan 3 collectieve. Ook de Deputatie van de provincie Antwerpen bracht haar advies uit.

De GECORO behandelde het advies en de bezwaren in zitting van 20 januari 2016. De gemeenteraad volgt geheel het standpunt van de gecoro (zie bijlage) en paste het RUP hieraan aan.

Waterparagraaf
Er werd nagegaan of het plan geen nadelige effecten heeft op de waterhuishouding volgens het besluit van de Vlaamse Regering definitief goedgekeurd op 20 juli 2006.

Het plan werd besproken met de dienst Waterbeleid van de Provincie Antwerpen en met de adviseur van geologie en hydrologie van het departement Lefmilieu (PIH), die de studie van de grondwatermodellering voor gemeente Edegem begeleidde.

Doorheen het plangebied loopt van west naar oost de Terlindenloop, een waterloop van derde categorie. De waterloop behoort tot het Beneden Scheldebekken en werd in de loop der jaren ingebuisd. Recent werd de fortloop die langs de noordzijde van het plangebied loopt, opengelegd. In de toekomst zal de Terlindenloop verbonden worden met de Fortloop. Dit vraagt de aanleg van een nieuwe gracht die beide grachten aan elkaar koppelt. De nieuwe gracht zal gerealiseerd worden tussen het projectgebied en Hof Ter Linden.

Het plangebied van dit RUP is noch gelegen in overstromingsgevoelig gebied, noch in van nature overstroombaar gebied, noch in een risicozone voor overstromingen en is niet recentelijk overstroomd.

Het plangebied van het RUP is matig gevoelig voor grondwaterstroming (zoals het overgrote deel van het gemeentelijk grondgebied). Aangezien de ontwikkelingen in het plangebied niet zullen leiden tot het voorzien van grote nieuwe ondergrondse constructies, zal het effect van dit RUP op de grondwaterstroming zeer beperkt blijven. Het intekenen van een zone voor parkgebied, centraal in het plangebied, bepaalt dat er tussen de bebouwing door steeds ruimte is voor grond- en oppervlaktewater van oost naar west over het terrein, zonder dat diep in de bodem een hindernis wordt gevormd. Volgens de sonderingen is er een iets hardere laag, vanaf 2,6 m tot 3 m diepte, waarop gebouwd kan worden. Dit is ook ongeveer de diepte die in het concrete plan voor de ontwikkeling van de site is voorzien voor de grondplaat van de halfondergrondse parkeergarages. Deze diepte zal
geen hindernis vormen voor het doorlaten van grondwater, zodat ook geen waterpeilverhoging kan worden verwacht en de geplande waterpartijen in de parkstrook een voldoende hoog waterpeil kunnen aanhouden, tot in de geplande wadi ten oosten van het terrein (zie inrichtingsschets). Het grondwater zal zich nog steeds zonder problemen kunnen verplaatsen doorheen het dunne lagenpakket, tussen het maaiveld van het toekomstige park en de ondiep gelegen Boomse klei. In de voorschriften van het RUP wordt opgenomen dat enkel halfondergrondse constructies, tot een diepte van 2 m, zijn toegelaten.

Het plangebied van dit RUP is infiltratiegevoelig, net zoals het merendeel van het grondgebied van de gemeente Edegem. Aangezien in voorliggend RUP, in verhouding tot de volledige oppervlakte van het plangebied, geen grote oppervlakten aan verharde of bebouwde ruimte worden voorzien, zal nog voldoende infiltratie van het hemelwater kunnen gebeuren. Het hemelwater van de nieuwe woonontwikkeling wordt volledig opgevangen op het eigen terrein in de centrale parkstrook. De geplande vijvers in de centrale parkzone maken het mogelijk dat oppervlaktewater doorheen de bodem sijpelt, terug naar de grondwatertafel. Door deze maatregel verloopt de infiltratie op natuurlijke wijze. Het RUP legt percentages vast voor verharde oppervlakten.

Gezien het voorliggende plan en de concretere inrichtingsschets geen wijzigingen veronderstellen aan het huidige hydrologische systeem kunnen er nauwelijks bijkomende gegevens ingebracht worden in het grondwatermodel van de provincie Antwerpen om na te gaan of er enige invloed te verwachten is op de grondwaterstroming of op de grondwaterpeilen. Er is volgens de adviseur geologie en hydrologie van het departement Leefmilieu (PIH) van de provincie weinig verandering op hydrogeologisch gebied ten opzichte van de huidige situatie te verwachten. De bedding van de waterloop wordt op de schaal van deze ruime omgeving slechts van de ene kant van het kadastraal perceel naar de andere kant verlegd.
Dit RUP doet geen afbreuk aan de verplichtingen voortvloeiend uit de gewestelijke verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Globaal genomen zorgt het RUP hoofdzakelijk voor positieve effecten voor het watersysteem en veroorzaakt het zeker geen betekenisvolle negatieve effecten op de waterhuishouding.

Juridische grond

Ministrieel besluit van 26 april 1983
Het bestemmingsplan BPA nr.5 ‘Fort 5’ wordt goedgekeurd.

Besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 2001 tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen
De instanties die advies moeten geven over het voorontwerp van RUP worden beschreven.

Artikelen 2.2.13 tot en met 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 27 maart 2009
Het proces om tot een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) te komen wordt beschreven. Het college is belast met de opmaak van een RUP. De adviesinstanties geven ten laatste op de plenaire vergadering hun advies. De gemeenteraad stelt het ontwerp van RUP voorlopig vast. Het RUP wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek van 60 dagen. De gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening behandelt de bezwaren. De gemeenteraad stelt het RUP definitief vast. Indien het gemeenteraadsbesluit tot definitieve vaststelling niet geschorst wordt door provincie en/of Vlaamse overheid kan het gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad. Veertien dagen na publicatie is het RUP van kracht.

Artikelen 4, 5, 6 en 8 §§ 1 en 2 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen.
Integraal waterbeleid is gericht op het ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen. Elk plan moet hieraan getoetst worden. In elk RUP moet een watertoets worden opgenomen.

Artikelen 2 en 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van de nadere regels voor de toepassing van de watertoets
Nadere regels voor de toepassing van de watertoets worden vastgesteld. Integraal waterbeleid is gericht op het ontwikkelen, beheren en herstellen van watersystemen. Elk plan moet hieraan getoetst worden.

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De raad stelt het ruimtelijk uitvoeringsplan 'RUP Parkrand' definitief vast.