In de zitting van de OCMW-raad van 1 juli 2014 werden wijzigingen aan diverse artikelen van de rechtspositieregeling voor het personeel verbonden aan het administratief centrum goedgekeurd.
Het wijzigingsbesluit werd, samen met de volledige tekst van de RPR, toegezonden aan de toezichthoudende overheid (ABB-Antwerpen).
Zij stelden vast dat
Artikel 7: aanwervingen in de hogere rangen van niv. A, B en C
Artikel 7 voert voorwaarden in voor de aanwervingen in hogere rangen van niveau A, B, C en D. Bij de voorwaarden werd gesteld dat kandidaten ofwel een aantal jaren relevante ervaring moeten kunnen bewijzen ofwel een aantal uren management- of kennisopleidingen.
Artikel 31, §2, 2° en 3° BVR RPR OCMW voorziet evenwel dat kandidaten voor de functies in de hogere rangen moeten beschikken over een minimaal aantal jaren ervaring. Het BVR voorziet niet dat de beroepservaring kan vervangen worden door een welbepaalde opleiding of vorming. Daarom het voorstel om artikel 7 als volgt aan te passen:
"Naast het beantwoorden aan de voorwaarden in artikel 6 moeten de kandidaten ook:
De lijst van erkende diploma’s of getuigschriften per niveau wordt door de Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, vastgesteld. Alleen de erkende diploma’s of getuigschriften op die lijst komen bij aanwerving in aanmerking.
De aanstellende overheid kan aanvullende aanwervingsvoorwaarden vaststellen."
Artikel 289: onbetaald verlof
Het eerste lid van dit artikel werd geschrapt naar aanleiding van de afschaffing van de proeftijd in kader van het eenheidsstatuut. Het toezicht maakt ons erop attent dat de mogelijkheid wel nog moet behouden blijven voor een tijdelijke aanstelling. Daarom wordt het eerste lid terug opgenomen in het artikel dat als volgt zal zijn:
"Als een vast aangesteld statutair personeelslid binnen de diensten van het bestuur een contractuele betrekking opneemt, een tijdelijke aanstelling of een andere functie waaraan een proeftijd verbonden is, dan wordt voor maximaal de duur van de aanstelling of de proeftijd, ambtshalve onbetaald verlof toegestaan. Het onbetaald verlof voor diensten binnen het bestuur bedoeld in dit artikel wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit, behalve voor wat de bezoldiging betreft.
Het vast aangestelde statutaire personeelslid dat een mandaat opneemt bij een ander bestuur, kan onbetaald verlof krijgen voor de duur van het mandaat als dit verzoenbaar is met de goede werking van het bestuur. Het is dus geen recht maar kan worden toegestaan als een gunst. Het onbetaalde verlof is verlengbaar bij een verlenging van het mandaat op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als bij de eerste of vorige aanvraag. Het onbetaald verlof voor een mandaat bij een ander bestuur bedoeld in dit artikel wordt niet gelijkgesteld met dienstactiviteit."
Artikel 325: dienstvrijstelling voor bloedafname
Het toezicht geeft aan dat het artikel niet identiek is aan het artikel in de gemeentelijke rechtspositieregeling. Het wordt daarom als volgt aangepast.
"Het personeelslid krijgt, maximaal tien keer per jaar, dienstvrijstelling op de dag waarop het bloed, plasma of bloedplaatjes geeft. De dienstvrijstelling geldt voor de tijd die nodig is voor de gift, waarin inbegrepen de tijd die naargelang het geval nodig is voor de verplaatsing naar en van het dichtstbijzijnde afnamecentrum. Het personeelslid kan hiervoor gebruik maken van een dienstfiets."
Op het basisoverlegcomité van 24 maart 2015 werd hierover onderhandeld. De onderhandeling werd afgeloten met een protocol van akkoord.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft goedkeuring aan de voorgestelde artikelwijzigingen in de rechtspositieregeling van het administratief centrum.