In de zitting van de OCMW-raad van 1 juli 2014 werden wijzigingen aan diverse artikelen van de rechtspositieregeling voor het personeel verbonden aan woonzorgcentrum en de thuiszorg goedgekeurd.
Het wijzigingsbesluit werd, samen met de volledige tekst van de RPR, toegezonden aan de toezichthoudende overheid (ABB-Antwerpen).
Zij stelden vast dat artikel 272bis over het onbetaald verlof voor het volgen van opleidingen een vorm van verlof betreft die niet voorzien is in het Besluit van de Vlaamse Regering over de gemeentelijke rechtspositieregeling en dat het artikel bijgevolg gewijzigd moet worden.
Artikel 272bis: onbetaald verlof voor opleidingen
Dit artikel voorzag voor contractuele en statutaire medewerkers de mogelijkheid om een aanvraag voor onbetaald verlof in te dienen voor het volgen van een opleiding die zal leiden tot het behalen van een diploma in een WZC-RIZIV-gefinancierd knelpuntberoep. De mogelijkheid werd voorzien om per schooljaar 120u onbetaald verlof op te nemen.
Deze modaliteit van onbetaald verlof werd niet voorzien in het BVR en kan dus niet. De enige mogelijkheid is om het algemeen artikel over onbetaald verlof op te nemen in de rechtspositieregeling en de specifieke modaliteiten voor het volgen van een opleiding te verduidelijken in het arbeidsreglement.
Artikel 272bis wordt ingevolge herplaatsing en hernummering artikel 269 en luidt in voorstel als volgt:
"§1. Het personeelslid kan in principe in aanmerking komen voor de volgende contingenten onbetaalde verloven:
§2. Voor alle personeelsleden kan het verlof worden toegestaan als een gunst. Het onbetaald verlof kan slechts aangevraagd worden nadat de jaarlijkse vakantiedagen zijn uitgeput.
De OCMW-secretaris beslist over de aanvraag tot onbetaald verlof voor de MAT-leden en de ondersteunende diensten. Het hoofd kerntaak beslist over aanvragen van hun medewerkers.
Als de OCMW-secretaris zelf onbetaald verlof wil opnemen, beslist de OCMW-raad.
Dit onbetaald verlof kan worden geweigerd als de gevraagde periode van afwezigheid niet verenigbaar is met de goede werking van het bestuur.
Het onbetaalde verlof wordt, behoudens de dagen vermeld in §1, 1° niet gelijkgesteld met dienstactiviteit.
§3. Het personeelslid op proef komt niet in aanmerking voor dit onbezoldigde verlof.
Het personeelslid hoeft geen reden op te geven voor de aanvraag van onbetaald verlof. In de gevallen dat het verlof eventueel kan worden geweigerd mag dit niet gebeuren omwille van het uit eigen beweging uitdrukkelijk meegedeelde of het door het bestuur vermoede doel van het verlof.
Tijdens het opnemen van onbetaald verlof blijven de deontologische regels die op het personeelslid van toepassing zijn onverkort van kracht, ook op het gebied van onverenigbaarheden."
Op het basisoverlegcomité van 24 maart 2015 werd hierover onderhandeld. De onderhandeling werd afgeloten met een protocol van akkoord.
De raad voor maatschappelijk welzijn geeft goedkeuring aan de voorgestelde artikelwijzigingen in de rechtspositieregeling van het woonzorgcentrum en de thuiszorgdiensten.