In de zitting van de gemeenteraad van 23 juni 2014 werden wijzigingen aan diverse artikelen van de rechtspositieregeling voor het personeel verbonden aan het administratief centrum goedgekeurd.
Het wijzigingsbesluit werd, samen met de volledige tekst van de RPR, toegezonden aan de toezichthoudende overheid (ABB-Antwerpen). Zij stelden vast dat artikel 7, punt 2 (algemene aanwervingsvoorwaarden voor de functies in de hogere rangen van niv. A, B en C) niet in overeenstemming is met het Besluit van de Vlaamse Regering dd. 12-11-2010.
Het college van 23 februari besliste tot wijziging van het artikel in voornoemde zin. De rechtspositieregeling voor het personeel van het administratief centrum dezelfde is als die voor het gemeentepersoneel. Daarom wordt de wijziging eerst voor advies aan de Raad voor Maatschappelijk Welzijn voorgelegd.
In artikel 7, punt 2 RPR is de mogelijkheid voorzien dat personen die enkel 60u managementsopleidingen en/of relevante specifieke kennisopleidingen hebben gevolgd, in aanmerking komen voor aanwerving in de hogere graden van de niveaus A, B en C.
Dit is in strijd met artikel 31 § 2, 2° en 3° van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende de rechtspositieregeling voor de OCMW's. Hierin werd bepaald dat voor functies in de hogere rangen van niveau A, B en C de kandidaten moeten beschikken over een minimum aantal jaren beroepservaring. Het BVR voorziet niet dat de beroepservaring kan vervangen worden door een welbepaalde vorming of opleiding.
Het artikel wordt aangepast als volgt
Artikel 7
Naast het beantwoorden aan de voorwaarden in artikel 6 moeten de kandidaten ook:
1° voldoen aan de diplomavereiste die geldt voor het niveau waarin de functie gesitueerd is en
2° a) voor de decretale graden en graad A5a-A5b: vijf jaren relevante beroepservaring hebben;
b) voor graad A4a-A4b, graad B4-B5 en graad C4-C5: ofwel drie jaren relevante beroepservaring hebben en ofwel 60 uur managementsopleiding(en) en/of relevante specifieke kennisopleiding(en) hebben gevolgd;
c) voor de graad D4-D5:
a) ofwel drie jaren relevante beroepservaring hebben én ofwel 60 uur opleiding(en) hebben binnen een specifiek omschreven vakgebied;
b) en houd(st)er zijn van tenminste een rijbewijs B.
Artikel 270 Gemeentedecreet
§ 1. Over de volgende aangelegenheden kunnen de gemeentelijke overheden alleen beslissen als ze vooraf zijn voorgelegd aan het advies van de raad voor maatschappelijk welzijn:
1° het vaststellen of wijzigen van de rechtspositieregeling van het personeel, voorzover de desbetreffende beslissingen een weerslag kunnen hebben op de budgetten en het beheer van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
2° het oprichten van nieuwe diensten of instellingen met een sociale doelstelling en de uitbreiding van de bestaande.
De raad voor maatschappelijk welzijn brengt het advies, vermeld in het eerste lid, uit binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de ontwerpbeslissing. Bij gebrek aan kennisgeving van het advies aan de gemeente binnen de voorgeschreven termijn kan aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan.
De OCMW-raad geeft positief advies aan het college over de aanpassing van artikel 7 van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel.
Deze beslissing wordt bezorgd aan de gemeentesecretaris voor verdere afhandeling.