Op 16 december 2013 werd de gemeentebelasting op de personenbelasting vastgesteld.
Naar aanleiding van de zesde staatshervorming wijzigde de belastbare basis van de aanvullende personenbelasting (APB). Hierdoor moeten de bepalingen in het beschikkend gedeelte in het gemeentelijke belastingreglement dat het APB-tarief vaststelt worden aangepast. De belasting is verschuldigd op de totale personenbelasting en niet op het gedeelte van de personenbelasting dat aan het Rijk verschuldigd is.
Artikelen 465 tot en met 470bis van het wetboek van de inkomstenbelastingen
Deze artikelen regelen de bevoegdheid voor het heffen van een aanvullende bealsting op de personenbelasting en de wijze van inning daarvan.
De raad stelt voor het aanslagjaar 2016 tot en met 2019 een aanvullende gemeentebelasting vast ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De raad stelt de belasting vast op 7,0 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.