De gemeenteraad heeft in zittingen van 27 april 2015 het organogram en de personeelsformatie gewijzigd voornamelijk voor de dienst uitvoering om een gemotiveerde en efficiënte dienst te realiseren. De rechtspositieregeling werd eveneens aangepast met als doel loopbaanperspectieven o.a. voor de medewerkers van de dienst uitvoering uit te werken. In uitvoering van deze beslissingen zijn enkele artikelen uit de rechtspositieregeling en de bijzondere aanwervings en bevorderingsvoorwaarden in bijlage 3 herzien. Bij deze herziening zijn ook een aantal materiële en technische vergissingen rechtgezet.
1.Gewijzigde artikelen van de rechtspositieregeling:
In artikel 129 worden de algemene bevorderingsvoorwaarden voor het niveau B ( zowel Bx als Bv) verruimd. De aangepaste voorwaarden maken het mogelijk dat personeelsleden uit verschillende niveaus reële bevorderingskansen krijgen.
In artikel 137 staat dat kandidaten ten minste een minimale graadanciënniteit van 2 jaar moeten hebben voor interne mobiliteit. De anciënniteitsvoorwaarde wordt verminderd naar 1 jaar in overeenstemming met de anciënniteitsvoorwaarde van 1 jaar zoals vastgesteld in bijlage 3 bij de rechtspositieregeling.
2.Aanpassingen aan bijlage 3 bij RPR:
-schrapping van bijzondere samenstelling van de examenjury’s per functie: de algemene regeling van artikel 15 van de de rechtspositieregeling geldt, namelijk: ten minste 3 leden en ten minste 1/3 is extern ( mits motivering van af te wijken). In de praktijk wordt vastgesteld dat de samenstelling van de jury's te strikt opgesteld is. Daarnaast is het de bedoeling om leidinggevenden meer verantwoordelijkheid te geven in het selectiebeleid.
- de algemene richtlijnen in verband met de puntenverdeling werd doorgetrokken naar de specifieke selectieprogramma’s, omdat vastgesteld is dat sommige selectieprogramma's hiervan afwijken.
- De anciënniteitsvoorwaarden (niveau en graadanciënniteit) in bijlage 3 strookten niet geheel met de algemene bevorderingsvoorwaarden die per niveau en per rang werden vastgesteld (artikelen 128 t/m 131 RPR) en zijn nu in overeenstemming gebracht met de algemene bevorderingsvoorwaarden in de rechtspositieregeling
- De huidige bevorderingsvoorwaarden bepalen dat de kandidaten minstens drie jaar graad of niveauanciënniteit moeten hebben in een graad van niveau B en/of C binnen het bestuur voor functies van het niveau B. Dit is in strijd met de bepalingen van de rechtspositieregeling. Voor alle functies van het niveau B werden de bevorderingsvoorwaarden in overeenstemming gebracht met de rechtspositieregeling.
-Voor de volgende functies zijn specifieke aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden vastgesteld:
Werkmeester B4-5
Deskundige huisvesting en woonprojecten B1-3
Projectmedewerker onderhoud gebouwen B1-3
Projectmedewerker IT B1-3
Communicatiemedewerker B1-3
Grafisch medewerker B1-B3
Medewerker lokale economie C1-3
Geschoolde arbeider chauffeur D1-3
De aanwervingsvoorwaarden en bevorderingsvoorwaarden van volgende functie werd aangepast zodat bij bevordering tijdens de proefperiode nog kan voldaan worden aan de vormingsvereisten:
Ploegbaas D4-D5
Artikel 270 Gemeentedecreet
§1. Over de volgende aangelegenheden kunnen de gemeentelijke overheden alleen beslissen als ze vooraf zijn voorgelegd aan het advies van de raad voor maatschappelijk welzijn:
1° het vaststellen of wijzigen van de rechtspositieregeling van het personeel, voorzover de desbetreffende beslissingen een weerslag kunnen hebben op de budgetten en het beheer van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
2° het oprichten van nieuwe diensten of instellingen met een sociale doelstelling en de uitbreiding van het bestaande.
De raad voor maatschappelijk welzijn brengt het advies, vermeld in het eerste lid, uit binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de ontwerpbeslissing. Bij gebrek aan kennisgeving van het advies aan de gemeente binnen de voorgeschreven termijn kan aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan.
De raad keurt de aanpassing van artikel 129 van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel goed:
Artikel 129
De specifieke voorwaarden voor een bevordering zijn:
§1. voor een graad van rang Bx, schalen B4-B5 (hogere graad, lijnfunctie):
1° titularis zijn van een graad van niveau B of niveau C of niveau D en tenminste drie jaar graadanciënniteit hebben in een graad van niveau B of C of D of in alle niveaus samen;
2° als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
3° een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
4° slagen voor de selectieprocedure
§2. voor een graad van rang Bv, schalen B1-B3 (basisgraad):
1° titularis zijn van een graad van niveau C of niveau D en ten minste drie jaar graadanciënniteit hebben in een graad van niveau C of D of in beide niveaus samen
2° als de functie een beschermde titel betreft of een specialisatie die een diploma vereist, voldoen aan de diplomavereiste die geldt bij aanwerving voor de vacante functie;
3° een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste periodieke evaluatie;
4° slagen voor de selectieprocedure.
De raad keurt de aanpassing van artikel 137 van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel goed:
Afdeling II De voorwaarden en de procedures van de interne personeelsmobiliteit
Artikel 137
De kandidaten moeten ten minste:
1° een minimale graadanciënniteit van één jaar hebben;
2° een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste evaluatie;
3° voldoen aan de competentievereisten die vastgesteld zijn in de functiebeschrijving;
4° zo nodig, voldoen aan de diplomavereiste voor de functie.
De raad keurt de aanpassingen aan bijlage 3 van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, de bijzondere aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden goed.