De laatste organogramwijziging dateert van januari 2014. De wijzigingen werden aan alle diensten toegelicht. Binnen de dienst uitvoering werden een aantal vraagtekens geplaatst bij het kader. Daarenboven bestond er een sterke vraag naar meer loopbaanperspectieven.
In overleg met de dienst en de syndicale organisaties werd afgesproken om de vragen en knelpunten te bekijken en indien nodig een nieuwe organogramwijziging uit te werken.
De aanpassingen van het organogram en de formatie betreffen de volgende punten:
1. Objectieve bevorderingscriteria
Om te komen tot een gemotiveerde en efficiënte dienst uitvoering werd een visie op loonschalen en bevordering uitgewerkt. Op heden heerst er te vaak onduidelijkheid op de werkvloer over wie als ongeschoold arbeider wordt aangeworven en wie als geschoold arbeider. Er is evenmin een duidelijk zicht op de mogelijkheden om te bevorderen van E naar D niveau. Dit zorgt voor demotivatie en het gevoel van ongelijkheid bij bevorderingen.
Daarom worden de criteria voor bevordering per ploeg duidelijk vastgelegd. Het is de intentie om tweejaarlijks een bevorderingsexamen te organiseren voor alle kandidaten die in aanmerking komen. Deze criteria werden vertaald in de formatie en in de aanwervings- en bevorderingsvoorwaarden horend bij de RPR.
2. Wijziging loonschaal werkmeesters
Ploegbazen kunnen bevorderen tot werkweester. Een recente bevordering heeft aangewezen dat het loonsverschil tussen D4-D5 en C4-C5 echter zeer klein is (mede omwille van het wegvallen van zaterdagvergoedingen en premies voor zwaar werk) en niet in verhouding staat tot de aanzienlijke uitbreiding qua verantwoordelijkheid en kennis die vereist wordt van de werkmeesters. Van een werkmeester wordt een sterke leiderspositie, een grote gedrevenheid en uitgebreide kennis van de verschillende disciplines binnen zijn ploegen verwacht.
Om deze uitgebreide verantwoordelijkheden correct te vergoeden is het aangewezen deze functies in de toekomst te voorzien op B4-B5 niveau. Voor de huidige functiehouders wordt op termijn een bevorderingsexamen georganiseerd.
3. Bijkomende functie 'geschoold arbeider technisch onderhoud' (garagist)
In de aanpassing in 2014 werd slechts 1 functie garagist voorzien. De praktijk wijst echter uit dat dit onvoldoende is. De garage zorgt niet enkel voor het onderhoud van het wagenpark, maar onderhoudt tevens alle grotere machines, zoals bv. de zitmaaiers. Het is niet wenselijk dat bij afwezigheid van de garagist er geen back-up is voor de herstelling van defecten. Om de continuïteit van de garage te garanderen is het daarom aangewezen de bijkomende inzet van één geschoold arbeider technisch onderhoud (D1-D3) te voorzien in het kader.
4. Rechtzetting materiële vergissingen vorige wijziging
Naast de inhoudelijke wijzigingen werd bij de toelichting van de vorige organogramwijziging in 2014 vastgesteld dat er enkele fouten slopen in de VTE aantallen. Zo bleek er een verschil te zijn tussen cijfers in de motivatienota en het effectief goedgekeurde kader. Deze materiële vergissingen worden rechtgezet en worden toegelicht in de motivatienota.
5. Omzetting gesco-contingent
De Vlaamse regering heeft met ingang vanaf 1 april 2015 het gesco-statuut afgeschaft. Alle medewerkers met dergelijk statuut dienen een nieuw contract te krijgen en bij behoud van hun tewerkstelling opgenomen te worden in het algemeen kader als contractuele personeelsleden. De omzetting hiervan (voor de hele organisatie) is tevens opgenomen in deze wijziging.
Besluit van de Vlaamse regering houdende regularisatie van de gesubsidieerd contractuelen van 27 februari 2015
De Vlaamse regering schaft het gesco-statuut af met ingang van 1 april 2015 en bepaalt dat de lokale overheden desgewenst de in dienst zijnde gesco-medewerkers een nieuwe arbeidsovereenkomst in contractueel verband dient aan te bieden.
De raad keurt het aangepast organogram en de bijhorende formatie goed.