Raadslid Erik schiltz zegt blij te zijn dat zij Shana Convents na 2 jaar studie terug te kunnen verwelkomen in de fractie.
Raadslid Bart Breugelmans zegt hierop dat zij blij zijn haar te verwelkomen in de gemeenteraad.
Raadslid Shana Convents meldde in september 2013 dat zij om studie redenen haar mandaat als gemeenteraadslid niet kan uitoefenen. In dat verband had zij gevraagd om haar vervanging.
Mevrouw Shana Convents werd vervangen door Gerd Tahon sinds 18 november 2013.
Op 9 september 2015 heeft mevrouw Shana Convents laten weten haar mandaat terug te willen opnemen.
Het gemeenteraadslid dat om vervanging verzoekt om studie redenen moet een attest bij de aanvraag voegen waaruit de minimale duur van verhindering blijkt.
Het laatste attest van mevrouw Shana Convents liep tot en met 20 september 2015.
De titularis verliest het mandaat niet door de vervanging waardoor mevrouw Shana Convents het mandaat terug kan opnemen vanaf 21 september 2015.
Artikelen 14 en 16, 3° van het gemeentedecreet
Een gemeenteraadslid dat gedurende tenminste twaalf weken om studie redenen niet aanwezig kan zijn op de vergaderingen van de gemeenteraad kan om vervanging verzoeken.
Het raadslid wordt vervangen door de opvolger zolang de toestand van verhindering duurt.
Raadsbesluit van 18 november 2013
De gemeenteraad neemkt akte van het verzoek tot vervanging om studieredenen van Shana Convents.
De raad neemt akte van het einde van de verhindering om studie redenen van raadslid Shana Convents en de heropname van het mandaat door Shana Convents.
Raadslid Shana Convents neemt bijgevolg ook terug het mandaat op (afwisselend met raadslid Sien Pillot) als voorzitter van de gezamenlijke raadscommissie.
Raadslid Gerd Tahon zegt het jammer te vinden dat Sylvain Box wegens gezondheidsredenen niet meer aanwezig zal zijn voor even. Zij wil van de gelegenheid gebruik maken om hem het allerbeste te wensen.
Raadslid Sylvain Box meldt dat hij wegens ziekte gedurende 6 maanden zijn mandaat als gemeenteraadslid niet kan uitoefenen. In dat verband vraagt hij om haar vervanging.
Het gemeenteraadslid dat om haar vervanging verzoekt wegens ziekte moet een attest bij de aanvraag voegen waaruit de minimale duur van verhindering blijkt.
Vooraleer de gemeenteraad kan overgaan tot de vervanging en de installatie van de plaatsvervanger, moet er akte genomen worden van de verhindering. De titularis verliest zijn mandaat niet.
De plaatsvervanger moet de voorgeschreven in principe de eed afleggen waarna deze dezelfde rechten en prerogatieven heeft als het raadslid dat deze vervangt. In dit geval gaat het raadslid Gerd Tahon stilzwijgend over van de ene vervanging in de andere vervanging, waardoor dit overbodig is.
De eerste opvolger van dezelfde lijst als de titularis werd opgeroepen als plaatsvervanger. Een opvolger kan evenwel verzaken aan de plaatsvervanging zodat de volgende opvolger zal opgeroepen worden om de vervanging uit te oefenen.
In casu heeft de eerste opvolger, Julien Delarbre, verzaakt aan de plaatsvervanging.
De aanvraag is behoorlijk en volledig ingediend bij de voorzitter van de gemeenteraad zodat Gerd Tahon kan toegelaten worden tot de eedaflegging en de installatie als tijdelijk gemeenteraadslid.
Artikelen 14 en 16, 3° van het gemeentedecreet
Een gemeenteraadslid dat gedurende tenminste twaalf weken wegens ziekte niet aanwezig kan zijn op de vergaderingen van de gemeenteraad kan om vervanging verzoeken.
Het raadslid wordt vervangen door de opvolger zolang de toestand van verhindering duurt.
De raad neemt akte van het verzoek van raadslid Sylvain Box tot vervanging wegens ziekte, en de vervanging door Gerd Tahon.
Raadslid Gerd Tahon neemt bijgevolg ook verder het mandaat op in de raad van bestuur van AWW.
De notulen van de vorige gemeenteraadszitting dienen goedgekeurd te worden.
De raad keurt de notulen van de openbare zitting van 22 juni 2015 goed.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
De bestaande multifunctionele werktuigdrager type "Holder" is volledig doorgeroest en dringend aan vervanging toe.
Het bestaande toestel voor het sneeuwvrij maken van de fietspaden is toe aan vervanging. Met de vervanging wordt gebruik gemaakt van de opportuniteit om over te schakelen op een kleiner type dat meer multifunctioneel is in gebruik. Het betreft een werktuigdrager, waarbij afhankelijk van het seisoen de nodige 'werktuigen' op kunnen geïnstalleerd worden:
De beschrijving van de basiswerktuigdrager is ruim opgevat, zodanig dat in de toekomst bijkomende investering mogelijk worden. Belangrijk is dat verschillende werktuigmachines op eenvoudige wijze op de werktuigdrager kunnen gemonteerd worden. Mogelijkheden voor de toekomst zijn: een mobiele hogedrukreinigingsinstallatie (proper maken van straatnaamborden, verkeersborden, verwijderen graffiti, ...), onkruidbestrijding via warm water of stoom (in combinatie met vegen en branden geeft dit de beste resultaten ), grasmachine , ...
Het bestek voorziet nu naast het basispakket reeds in een aantal opties, die afhankelijk van de geboden prijs, bijkomend kunnen gegungd worden. Zo wordt als optie gevraagd om een offerteprijs te bezorgen voor de levering van een grove onkruidborstel. Deze grove onkruidborstel dient niet enkel om onkruid echt weg te borstelen (een veegborstel verwijdert niet echt onkruid) , maar kan ook ingezet worden om bv overgroei van fietspaden en voetpaden tegen te gaan. Momenteel wordt er nog manueel werk verricht met het zogenaamde "kantensteken". Tijdsdruk maakt echter dat het "kantensteken" slechts sporadisch kan uitgevoerd worden. Een andere optie is een derde uitzwenkbare veegborstel waarbij zelfs onder zitbanken kan geveegd worden. Ook een centraal smeersysteem en een pekeldrager zijn optioneel voorzien.
Artikel 26, §1 van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
De overheidsopdracht mag gegund worden na een onderhandelingsprocedure, zonder naleving van de bekendmaking indien de geraamde waarde het bedrag van 85 000 EUR, exclusief BTW niet overschrijdt.
De raad keurt de bestekvoorwaarden voor aankoop van een multifunctionele werktuigdrager met toebehoren goed.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Schepen Peter verstraeten wil graag nog even antwoorden op de vraag van raadslid Klaas Meesters tijdens de raadscommissie over de garage in de Loze Gaanweg. Dit werd besproken tijdens het college. Deze garage bijhouden heeft echter geen strategische meerwaarde, waardoor het college voorstelt om dus toch te verkopen.
Raadslid Bart Breugelmans zegt dat dit punt mogelijk het belangrijkste punt is van deze gemeenteraad. En vooral het punt met de grootste impact. Er wordt hier namelijk beslist over de start van de uitverkoop van de belangrijkste activa, namelijk het verkoopbare onroerend patrimonium in het bezit van de gemeente. Vandaag wordt er gepraat over de verkoop van het schoolhuis op het gemeenteplein, 2 villagronden aan de Prins Boudewijnlaan en de Ir. Haesaertslaan en een garage met atelier aan de Doelveldstraat/Loze Gaanweg. Wat de garage betreft, herhalen zij hun vraag of deze verkoop nuttig is. Het gaat om een beperkt bedrag en aangezien er ooit plannen bestonden voor een mogelijk uitbreidingsproject ergens in de toekomst, vragen zij zich af of het misschien nuttiger is om als gemeente aanwezig te blijven op die site. Met de verkoop van het schoolhuis hebben ze geen probleem. Zij zijn overigens zeer verheugd hun visie terug te zien: ook zij hadden hier een verkoop in gedachte, mét de verplichting tot ombouwen van gelijkvloers naar handelspand. Indien dit handelspand wordt gerealiseerd, vinden zij dit een goede zaak. Voor de villagronden wordt het een heel ander verhaal. Deze gronden werden decennia geleden aangekocht door de gemeente om te dienen als een soort spaarpot voor de toekomst. Verkoop als optie was altijd aanwezig, onder het motto ‘grond voor grond’. Er was in de voorbije legislatuur een oefening gemaakt waarbij deze gronden mee werden opgenomen in de financiering van onder andere de gemeentehallen en het gemeentehuis. Daarbij was er daarenboven ook nog sprake van de valorisatie van de grond achter de gemeentehallen. Dit moest gekoppeld worden aan beperking van de investeringsenveloppe 2013-2018 en een strakke doelstelling op vlak van de evolutie van de gemeenteschuld. Van dit alles zien zij niets meer. Zij vrezen dat men nu vertrokken is voor een financieel debacle. De kas wordt jaar na jaar geledigd. De leninglast werd eerder deze legislatuur reeds stevig opgetrokken en onvoldoende afgebouwd. En dan worden nu de gemeentelijke activa verkocht om het budgettair deficit op te lossen. Bij dit soort van operaties heeft de Edegemnaar geen baat! Straks betaalt hij de rekening, voegt hij toe. Zij zullen dan ook tegenstemmen.
Schepen Peter Verstraeten zegt blij te zijn met de gelijk gestemde visie over het schoolhuis. De 3 andere gronden zijn noodzakelijk om een budgettair evenwicht te bereiken en dit werd vroeger reeds zo beslist. Grond voor grond, blijft dan ook het principe. Hij legt uit dat men wil vermijden dat gronden die strategisch niet nodig zijn voor de werking van de gemeente, gebruikt zouden worden voor bijvoorbeeld lonen.
Het vroegere schoolhuis te 2650 Edegem, Gemeenteplein nummer 13, kadastraal 2de Afd. Sectie C, perceel nummer 336 L 4 – huis met grondoppervlakte van 175 m², van het bouwjaar 1939, zonder instandhoudingswerken, is een totaal versleten woning en staat leeg. Binnen de gemeentelijke diensten is er geen nood om het gebouw terug in gebruik te nemen. De verkrotting neemt jaarlijks toe en ontsiert het straatbeeld.
De garage met atelier te 2650 Edegem, Doelveldstraat 30, kadastraal 1ste Afd. Sectie A, perceel nummer 0121 G 2, met grondoppervlakte van 115 m², van het bouwjaar 1966 is eveneens verkrot.
Een stuk bouwgrond, gelegen, Ingenieur Haesaertlaan, kadastraal Sectie A, perceel nummer 0012 E, grondoppervlakte van 4 558 m2.
Een stuk bouwgrond, gelegen Prins Boudewijnlaan, kadastraal gelegen Sectie C, perceel nummer 0423 G 2, grondoppervlakte 1 566m².
Deze panden hebben geen strategische waarde binnen het gemeentelijk patrimonium en/of de werking van de gemeentelijke diensten.
De verkoop van diverse gemeentelijke onroerende goederen is opgenomen in het MJP 2014-2019 waardoor er ingezet wordt op een actief beheer van het gemeentelijk patrimonium.
1.Bebouwde percelen
Schoolhuis
Garage met atelier
De directe verkoop van beide bebouwde panden, in hun huidige toestand, vergt géén extra investeringskosten zoals personeelsinzet, erelonen voor projectontwikkeling, bouw- of verbouwingskosten. Hierdoor wordt de opbrengst door verkoop gemaximaliseerd.
2. Onbebouwde percelen
De openbare verkoop is de beste garantie voor het verkrijgen van een goede prijs en is de werkwijze die het best het algemeen belang dient, temeer omdat de individuele begunstiging bij dergelijke procedure weinig kansen krijgt.
Wij stellen voor om de onroerende goederen te vervreemden door de procedure van openbare verkoop toe te passen.
De timing van het verkopen van de percelen zal bepaald worden in overleg met de notaris.
B.S. van 12 februari 2010, omzendbrief BB 2010/02 van het Vlaamse ministerie van Bestuurszaken, Agentschap Binnenlands bestuur, Vervreemding van onroerende goederen door de provincies, gemeenten, O.C.M.W.’s en besturen van erkende erediensten:
Het algemeen beginsel bij elke onroerende vervreemding is de openbare verkoop de algemene regel.
De raad keurt de vervreemding door openbare verkoop goed van:
Lot 1,het vroegere schoolhuis te 2650 Edegem, Gemeenteplein nummer 13, kadastraal gelegen 2de Afd. Sectie C, perceel nummer 336 L 4 – huis met grondoppervlakte van 175 m², van het bouwjaar 1939, voor een minimum verkoopbedrag van 225 000 EUR;
Lot 2, een garage met atelier te 2650 Edegem, Doelveldstraat nr. 30, kadastraal gelegen 1ste Afd. Sectie A, perceel nummer 0121 G 2 – garage met atelier met grondoppervlakte van 115 m², van het bouwjaar 1966; voor een minimum verkoopbedrag van 40 000 EUR;
Lot 3: Een kavel, gelegen Ingenieur Haesaertlaan, kadastraal gelegen 1ste Afd. sectie A, nr. 0012 E, oppervlakte 4 558 m², door de gemeente te verkavelen in 6 percelen; voor een minimum verkoopbedrag van 1 850 000 EUR;
Lot 4: Een kavel, gelegen Prins Boudewijnlaan, kadastraal gelegen 2de Afd. sectie C, nr. 0423 G2, voor een minimum verkoopbedrag 290 000 EUR.
De raad keurt de verkoopvoorwaarde om het gelijkvloers niveau van het vroegere schoolhuis te bestemmen als handelsfunctie, goed.
Burgemeester Koen Metsu zegt nog even dat dit dossier in de raad van bestuur van het AGB werd behandeld en daar unaniem werd goedgekeurd.
De gemeente Edegem heeft op 15 juni 2011 een autonoom gemeentebedrijf opgericht voor het beheer van het gemeentelijk patrimonium.
Het autonoom gemeentebedrijf AGB BPGE is wettelijk verplicht om haar jaarrekeningen te maken.
Het autonoom gemeentebedrijf BPGE is wettelijk verplicht beroep te doen op de gespecialiseerde diensten van een onafhankelijke, onpartijdige en deskundige bedrijfsrevisor.
De voornaamste doelstelling is de betrouwbaarheid van de (geconsolideerde) jaarrekening te waarborgen, waarvan de gebruikers verwachten dat die een getrouw beeld geeft van het vermogen, van de financiële toestand en de resultaten van het autonoom gemeentebedrijf BPGE onderneming.
Daarom doet het autonoom gemeentebedrijf BP GE. beroep op een bedrijfsrevisor om vanaf 01 januari 2014 de jaarrekeningen op te stellen, overeenkomstig het algemeen contractueel kader voor prestaties te leveren door een bedrijfsrevisor.
In totaal werden twee bedrijfsrevisoren gevraagd hun offerte in te dienen, overeenkomstig een onderhandelingsprocedure zonder voorafgaandelijke bekendmaking:
Bedrijfsrevisor Eric Delahaije heeft als enige een regelmatige offerte ingediend met als basis het algemeen contractueel kader voor prestaties geleverd door revisoren.
Wij stellen daarom voor om de opdracht toe te vertrouwen aan bedrijfsrevisor Eric Delahaije, Melis Stokelaan 29, 2050 Antwerpen, voor de boekjaren 2014 tot en met 2018, volgens zijn bijgevoegde offerte van 18 mei 2015:
Het totaal aantal audituren per jaar wordt geraamd op 36 uren, waarvan een tweetal mandagen ter plaatse in het gemeentehuis besteed zullen worden.
Artikel 26, §1 van de wet van 15 juni 2006, betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde werken, leveringen en diensten
De overheidsopdracht mag gegund worden na een onderhandelingsprocedure, zonder naleving van de bekendmaking indien de geraamde waarde het bedrag van 85 000 EUR, exclusief B.T.W., niet overschrijdt.
Artikel 243 bis van het gemeentedecreet van 15 juli 2005
De controle op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid van de verrichtingen weer te geven in de jaarrekening en op de regelmatigheid van het autonoom gemeentebedrijf wordt uitgeoefend door één of meer commissarissen. Die commissarissen zijn erkende bedrijfsrevisoren en worden benoemd door de gemeenteraad. Zij zijn onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die hun ambt en hun bevoegdheid regelen.
Gemeenteraadsbesluit van 15 december 2014
De beheersovereenkomst tussen het autonoom gemeentebedrijf BPGE en de gemeente Edegem wordt goedgekeurd.
Raad van bestuur besluit van het AGB van 28 september 2015
De raad van bestuur draagt de benoeming voor aan de gemeenteraad van de bedrijfsrevisor Eric Delahaije, Melis Stokelaan 29, 2050 Antwerpen voor het Autonoom Gemeentebedrijf Gemeente Edegem, voor het organiseren van een controle op de jaarrekening en het toezicht op de financiële toestand van het Autonoom Gemeentebedrijf BP Gemeente Edegem, voor de boekjaren 2014 tot en met 2018, overeenkomstig zijn offerte van 18 mei 2015.
De raad keurt de aanstelling van bedrijfsrevisor Eric Delahaije, Melis Stokelaan 29, 2050 Antwerpen voor het Autonoom Gemeentebedrijf Gemeente Edegem, voor het organiseren van een controle op de jaarrekening en het toezicht op de financiële toestand van het Autonoom Gemeentebedrijf Edegem, voor de boekjaren 2014 tot en met 2018, overeenkomstig zijn offerte van 18 mei 2015, goed.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Burgemeester Koen Metsu zegt dat hij net vandaag heeft vernomen dat het aantal cursisten met 10 % is toegenomen tegenover vorig jaar.
Raadslid Mia De Schamphelaere vraagt naar informatie over wat de bijdrage is van de andere gemeenten.
Burgemeester Koen Metsu legt uit dat het merendeel van de cursisten nog steeds Edegemnaren zijn. De vzw rekent de huur en kosten door. Sociaal is het heel wenselijk om zo het gebouw in stand te kunnen houden. De vzw staat ook zelf in voor alle kosten van de nutsvoorzieningen en dergelijke vult hij aan.
Het gemeentebestuur van Edegem is eigenaar van het welzijnsgebouw, gelegen Romeinse Put nr. 2 te 2650 Edegem. Dit was de huisvesting voor het voormalige Edegems Taalatelier (ETA). De opvolger van het ETA, Itaka-Zuidrand v.z.w. heeft tijdens het eerste jaar van haar oprichting, als overgangsmaatregel, gratis gebruik mogen maken van dit gebouw voor het schooljaar 2014-2015. Zij vraagt nu om het gebouw nog een schooljaar (2015-2016) te mogen gebruiken.
Om het welzijnsgebouw, gelegen 2650 Edegem, Romeinse Put nr 2, kadastraal gekend onder 2de afdeling, sectie B, perceel nr. 0208 X, af te staan aan derden is het noodzakelijk om nauwkeuring de rechten en plichten van de gemeente Edegem enerzijds en deze van de aanvrager, Itaka-Zuidrand v.z.w., vast te leggen d.m.v. een huurovereenkomst.
Het welzijnsgebouw is tevens volledig geëquipeerd voor het geven van onderwijs en cursussen en daardoor zeer geschikt voor Itaka-Zuidrand v.z.w.
Door dit gebouw te verhuren is er niet alleen een nuttig gebruik van een anders leegstaand gebouw, maar zal door de huurder en het onderhoud dat ze doen, de verkommering van het gebouw en haar directe omgeving vermeden worden.
De raad keurt de huurovereenkomst om het gebouw gelegen te 2650 Edegem, Romeinse Put nr 2, kadastraal gekend onder 2de afdeling, sectie B, perceel nr. 0208 X, te verhuren aan Itaka-Zuidrand v.z.w., goed.
Schepen Goedele Van Der Spiegel zegt dat het vandaag om een heel grijs plein gaat en dat men dit functioneel meer in een andere richting wil duwen, waardoor wagens niet zo maar op het plein kunnen rijden. Aan de kant van de Trooststraat zullen de paaltjes worden weggenomen en groen zal voor een natuurlijke bufferzone zorgen. Voor de bomen zal er een groter vak voorzien worden waardoor deze niet meer zullen sterven. Als laatste zal men het haagje verder doortrekken aan de Kontichstraat waardoor men veilig kan oversteken. Dit werd afgestemd met alle evenementen.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Raadslid Wim Verrelst zegt dit agendapunt besproken te hebben op hun fractieraad. Zij hebben vragen over het eindbeeld. Het bestek stopt bij het bestek. Er is niet veel zicht op het eindresultaat. En het eindbeeld bepaalt of het betreedbaar is of niet. Zij vinden het ook jammer dat dit gebeurt zonder enig overleg met de originele ontwerper. Wat betreft het concept van de Trooststraat hebben zij vragen bij het weghalen van de blokjes. De boordsteen is niet hoog genoeg als barrière voor auto's vinden zij. De auto's kunnen dan zo tot in de nieuwe plantvakken rijden. Zij stellen voor om terug na te denken over het eindbeeld en niet alleen te beslissen. Het beeld moet duidelijk zijn voor de gemeenteraad en niet louter een beslissing van het college.
Raadslid Koen Snyders sluit zich hier bij aan. Hij stelt zich vragen of het wel doordacht is om dit aan de kant van de handelszaken open te breken? De vraag is of dit ideaal is, of het best doordachte plan. Hij kan zich niet van de indruk ontdoen dat er nood is om het plan dat voorligt nog een keer goed te bekijken.
Raadslid Sien Pillot geeft op haar beurt aan dat zij blij is dat er dingen aangepakt worden. Met een groene buffer wordt het alvast mooier. Het wordt ook veiliger aan de school, ook om te parkeren. Zij heeft vertrouwen in de schepenen om de juiste keuze van beplantingen te maken. En ook bij de gemeente werken de juiste mensen om dit verder te bekijken, voegt ze toe.
Schepen Birre Timmermans zegt dat voor wat de Hovestraat betreft, dat daar meer dan eens foutief wordt geparkeerd. Hierdoor dient men verder uit de parking te komen om alles goed te kunnen zien om weg te kunnen rijden, met alle gevolgen van dien. Dit is onveilig voor fietsers en dergelijke. De beplanting gaat dit veiliger maken en mooier. Het is ook niet onbelangrijk om te melden dat naast het foutief parkeren tegengaan er ook 2 nieuwe parkeerplaatsen voorzien zijn. Dit zullen de handelaars zeker ook ok vinden.
Schepen Goedele Van Der Spiegel legt uit dat men niet over 1 nacht ijs gaat en dat hier al een jaar rond gewerkt wordt. De knelpunten op het plein worden in plaats van met paaltjes met groen opgelost. Dit is een reactie op een aantal vragen van burgers en school. De keuze was tussen ofwel paaltjes ofwel groen. Men gaat dus voor meer groen. Nu kunnen de schoolkinderen zomaar op straat als ze op de bus wachten. Ook zijn de ouders niet gerust als de kinderen aan de fontein spelen. Hier moet iets aan gedaan worden.
Raadslid Wim Verrelst zegt dat een hoge boordsteen aan de Trooststraat niet klopt. Indien men een hoog scherm plaatst, kom je er niet door, indien men kiest voor iets laag dan is dit doorgaanbaar. Dus dit klopt niet.
Raadslid Koen Snyders vindt het logisch als men de oorspronkelijke ontwerper zou betrekken. Het project liep via de Vlaamse bouwmeester. De jury van deze raad heeft toen een laureaat aangeduid. Toen zijn er vurige pleidooien van Groen gehouden om voor Vectris te kiezen. Hij vindt het geen goed idee om hier zelf in te knutselen.
Schepen Goedele Van Der Spiegel legt uit dat dit hele plan dat nu voorligt, kadert in het verder autoluw maken van het centrum. Het plein nu, is niet zo als door Vectris aangemaakt werd. Het is logisch dat er na een paar jaar bijgestuurd wordt indien blijkt dat dit niet optimaal is. Op plaatsen waar het niet goed zit, dient men dan ook te verbeteren.
Het gemeentebestuur heeft in haar Strategisch Meerjarenplan de mogelijkheid opgenomen om infrastructuurwerken uit te voeren aan het Gemeenteplein.
Volgende acties krijgen hierbij prioriteit:
- verbeteren van de veiligheid voor fietsers op de hoek Strijdersstraat/Hovestraat;
- verbeteren van de veiligheid in de schoolomgeving AVE;
- meer groen op het Gemeenteplein;
- kleinere ingrepen (gladheid bestrating fietssuggestiestroken, problematische niveauverschillen wegwerken, speelweefsel uitbouwen, oneigenlijk gebruik van het gemeenteplein door voertuigen vermijden, …).
Vermits de financiële middelen beperkt zijn wordt getracht om zoveel mogelijk acties kleinschalig en zoveel mogelijk met inzet van eigen personeel te regelen. Op deze wijze werden de beveiligingswerken aan de gemeenteschool intussen aangepakt.
Sommige werken zijn echter te omvangrijk om in eigen beheer uit te voeren. De hierbij gevoegde lastvoorwaarden voorzien in het maken van plantputten in de bestrating van het Gemeenteplein. De aanplantingen zullen later in het aangewezen seizoen in eigen beheer worden uitgevoerd.
Behalve verfraaiing en verhoging van de leefbaarheid hebben de groenvakken ook volgende functie's die de (verkeers)veiligheid zullen verhogen:
- Vakken 1, 2 en 3 moeten de de doorgang naar het plein visueel versmallen zodat oneigenlijk gebruik van het plein door gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk wordt vermeden.
- Vakken 4, 5 en 6 (thv de parking aan de Hovestraat) moeten vermijden dat er onwettig wordt geparkeerd buiten de aangeduide parkeervakken. Om de parkeergelegenheid te verhogen voegen we twee parkeerplaatsen toe (vak 6).
- Vakken 7, 8, 9 en 10 (zijde Trooststraat) vormen een zachte buffer tussen het plein en het verkeer in de Trooststraat. Zij beletten ook dat de Trooststraat door voetgangers wordt gedwarst buiten de gewenste oversteekplaatsen. De lage afbakeningspaaltjes worden weggenomen omdat er al meerdere valpartijden zijn geweest.
- Vak 11 moet zoals de meeste andere nieuwe vakken meer groeikansen geven aan de bomen van het plein.
- Vak 12 zal het fietspad van de Kontichstraat fysiek afscheiden van de rijweg. Er zal een haagje worden aangeplant zoals elders in de Kontichstraat.
Het voorliggend uitvoeringsplan werd intern afgestemd op de gekende periodieke evenementen op het plein (wekelijkse markt, kermis, Rock@Edegem).
De raming bedraagt minder dan 85 000 EUR exclusief BTW zodat de opdracht kan gegund worden via de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
Er moeten minstens drie aannemers gecontacteerd worden om prijs te geven:
- Vangeel Wegenbouw uit Turnhout;
- Maris Natuursteen uit Heist-op-den-Berg;
- Viabuild uit Mechelen;
- Deckx uit Dessel;
- H4A Groen uit Zelzate.
Artikel 26 §1 van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
De overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking doch, indien mogelijk, na raadpleging van meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners in het geval van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wanneer de goed te keuren uitgave niet hoger is dan de door de Koning vastgelegde bedragen zonder belasting over de toegevoegde waarde (momenteel 85 000 EUR, exclusief BTW).
De raad keurt de lastvoorwaarden, geraamd op 48 400 EUR inclusief BTW, van de opdracht "groenvakken Gemeenteplein" goed.
De opdracht zal geplaatst worden via de onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking.
Het college nodigt volgende aannemers uit voor de onderhandelingsprocedure:
- Vangeel Wegenbouw uit Turnhout;
- Maris Natuursteen uit Heist-op-den-Berg;
- Viabuild uit Mechelen;
- Deckx uit Dessel;
- H4A Groen uit Zelzate.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Schepen Birre Timmermans licht de einddata van de werken verder toe. Wat betreft het kruispunt zal dit medio 2016 worden voor de hele werf zal dit einde 2016 worden.
Raadslid Wim Verrelst zegt dat zij als fractie blij zijn dat dit dossier eindelijk geagendeerd is. Ook de verkeersveiligheid lijkt best ok, maar toch is er de vraag om rekening te houden met het feit dat fietsers niet altijd de logica van de ontwerpers zullen volgen. Fietsers volgen altijd de kortste weg. Zij vinden het een gemiste kans dat er geen fietspad wordt voorzien op de nieuwe ontsluitingsweg, ook al is er voldoende ruimte.
Schepen Birre Timmermans zegt dat hier over werd nagedacht en dat dit zelfs werd uitgetekend. Het is echter heel bewust gekozen om geen fietspad aan te leggen daar en de fietsers echt de andere weg op te sturen. Men wil kiezen voor veiligheid boven snelheid.
Burgemeester Koen Metsu voegt toe dat er 2 brede bermen zijn die stoppen op het rond punt en die stoppen op de parking olve en aan AVEVE. Als men van hieruit zou willen doorsteken naar de hockey en dergelijke dan is hier absoluut geen ruimte voor.
Raadslid Wim Verrelst zegt niet tegen de plannen te zijn maar bezorgd te zijn voor de fietsers. Deze gaan volgens hem echt niet rond rijden.
Voor de realisatie van de geplande nieuwe ontsluitingsweg aan Kattenbroek is het noodzakelijk om de Prins Boudewijnlaan (N173) ter plaatse aan te passen.
De beheerder van de Prins Boudewijnlaan, het Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen (AWV), stelt voor om een nieuw kruispunt in te richten.
De studiefase nadert haar voltooiing.
Voor de uitvoering van dit nieuwe kruispunt hebben de partners AWV, Rio-Link, Aquafin en de gemeente Edegem een voorstel van samenwerkingsovereenkomst opgemaakt.
Samen met het voorontwerp vormen de modaliteiten van deze overeenkomst de basis voor de opmaak van een een ontwerp- en aanbestedingsdossier.
De voornaamste modaliteiten zijn:
- Rio-Link is aanbestedende overheid;
- Rio-Link regelt de stedebouwkundige vergunning;
- Elke partij betaalt zijn/haar aandeel conform de gemaakte afspraken of eerder afgesloten overeenkomsten.
Artikel 38 van de wet van 15 juni 2006 betreffende overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
In geval van een samengevoegde opdracht voor rekening van verschillende aanbestedende overheden en in voorkomend geval van privaatrechtelijke personen, duiden de betrokken personen de overheid of entiteit aan die in hun naam in de hoedanigheid van aanbestedende overheid zal optreden. De voorwaarden van de opdracht kunnen voorzien in een afzonderlijke betaling voor elk van die personen.
Raadsbesluit van 18 februari 2013
De gemeente Edegem is akkoord om samen met Rio-Link de opdracht “Ontsluitingsweg Kattenbroek” verder af te werken. Aan Rio-Link wordt volmacht verleend om op te treden als aanbestedende overheid.
De gemeente Edegem keurt de studieovereenkomst tussen Rio-Link, het studiebureau Jouret en de gemeente Edegem goed.
Raadsbesluit van 18 maart 2013
Het addendum aan de samenwerkingsovereenkomst van 24 november 2010 tussen Rio-Link en de gemeente Edegem voor de opdracht “Herinrichting gemeenteplein en ontsluiting Indika-site via Kattenbroek” wordt goedgekeurd.
Raadsbesluit van 24 maart 2014
De aanvullende ontwerpovereenkomst tussen het studiebureau Jouret en de gemeente Edegem voor de opdracht “Ontsluitingsweg Kattenbroek” wordt goedgekeurd.
De raad keurt de samenwerkingsovereenkomst tussen AWV, Rio-Link, Aquafin en de gemeente Edegem voor de uitvoering van de bouw van een nieuw kruispunt langs de Prins Boudewijnlaan ter hoogte van Kattenbroek goed.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Jaarlijks worden er kleinschalige lokale herstellingen uitgevoerd aan de asfaltstraten in de gemeente. De vorige overheidsopdracht is afgelopen in december 2014. In de gemeente zijn er nog op verschillende plaatsen putten in het asfalt die voor de winter hersteld moeten worden.
Op verschillende plaatsen in de gemeente zijn er diepe putten ontstaan in de asfalt, deze dienen om grotere schade te vermijden, voor de winter hersteld te worden.
Er werden lastvoorwaarden opgesteld om de volgende werken uit te voeren:
- Verschillende straten: Herstellen van gebrekkige plekken in asfaltstraten en dichten van scheuren en open stortnaden in asfaltstraten
De volgende aannemers zullen uitgenodigd worden om een prijsofferte op te maken:
- D'hollander Emeric bvba, lekestraat 17 te 9190 Stekene
- Gebroeders Simons NV, Antwerpsebaan 220 te 2040 Antwerpen (Berendrecht)
- COLAS Belgium, Dellestraat 25 te 3550 Heusden-Zolder
Artikel 26 §1 van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
De overheidsopdrachten mogen enkel worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking doch, indien mogelijk, na raadpleging van meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners in het geval van een overheidsopdracht voor werken, leveringen of diensten wanneer de goed te keuren uitgave niet hoger is dan de door de Koning vastgelegde bedragen zonder belasting over de toegevoegde waarde (momenteel 85 000 EUR, exclusief BTW).
De raad keurt de lastvoorwaarden en gunningswijze van de Opdracht “Asfaltherstellingen 2015” met een ramingsbedrag van 72 765,77 EUR inclusief BTW en 10% provisie goed.
Het college keurt de voorgestelde lijst met de 3 aannemers goed.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Raadslid Koen Snyders zegt dat zij zich in maart hebben onthouden en dat zij vrezen dat de aanpassing daar niet veel aan zal verhelpen. Zij zullen dus nu ook onthouden.
De verordening conformiteitsattesten werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 maart 2015. Begin september ontvingen we een brief van het kabinet van Vlaams minister van Wonen, Liesbeth Homans, waarin meegedeeld werd dat de verordening niet kon worden goedgekeurd. De voorgelegde tekst ging immers op sommige punten de gemeentelijke bevoegdheid te buiten. Een aanpassing is vereist.
De gemeente wil de kwaliteit van het woningpatrimonium op de private huurmarkt verbeteren. Het doel is de basisveiligheid en minimumkwaliteit van alle huurwoningen te garanderen.
Op lange termijn streeft de gemeente naar een conformiteitsattest voor elke huurwoning.
Het conformiteitstattest bevestigt dat de verhuurde woning voldoet aan de basisvereisten van veiligheid, gezondheid, woonkwaliteit, brandveiligheid en woningbezetting volgens de Vlaamse Wooncode.
Het conformiteitsattest heeft vele voordelen voor de verhuurder:
Artikel 6-11, 15, 20, 20bis, 20ter van het Decreet houdende de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997
De veilgheids-, gezondheids en woonkwiliteitsnormen worden beschreven. Een woning die niet voldoet aan de vereiste normen kan ongeschikt of onbewoonbaar worden verklaard. De mogelijke sancties worden beschreven.
Decreet van 1 juni 2012 houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders
Alle huurwoningen waarvoor een huurcontract wordt afgesloten na 31 december 2012 moeten uitgerust zijn met voldoende rookmelders. Voor de bestaande huurcontracten geldt een gefaseerde invoering van de verplichting. Studentenwoningen moeten vanaf 1 oktober 2014 uitgerust worden met een rookmelder.
Artikel 3-10 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen van 12 juli 2013
Dit besluit regelt de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen voor woningen.
De raad keurt de intrekking van het besluit van de conformiteitsattesten, dat goedgekeurd werd op de gemeenteraad van 23 maart 2015, goed.
De gemeenteraad keurt de onderstaande verordening conformiteitsattesten goed:
Artikel 1.
Voor elke woning die verhuurd wordt of ter beschikking wordt gesteld, moet de verhuurder een conformiteitsattest kunnen voorleggen. Deze verplichting wordt gefaseerd ingevoerd voor alle nieuwe verhuringen vanaf 2015 en gefaseerd op basis van de leeftijd van de huurwoning:
Artikel 2.
§1. De woningen die verhuurd worden via een sociale huisvestingsmaatschappij dienen eveneens een conformiteitsattest aan te vragen.
§2. Het OCMW en een sociaal verhuurkantoor dienen voor hun woningen ook een conformiteitsattest aan te vragen.
Artikel 3.
Het conformiteitsattest voor woningen en kamers heeft een geldigheidsduur van 5 jaar.
Artikel 4.
De kostprijs van het conformiteitsattest is vastgelegd in het gemeentelijk retributiereglement.
De verordening conformiteitstattesten treedt in werking na de goekeuring door de Vlaams minister van Wonen.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
De gemeenteraad stelde bij besluit van 22 juni 2015 een belasting vast op de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op haar grondgebied. In artikel 1 van dit besluit werd bepaald dat de heffingstermijn van de jaarlijkse belasting start op 1 januari 2014 en eindigt op 31 december 2019.
Het besluit werd door de gouverneur van de Provincie Antwerpen geschorst op 27 juli 2015 vanwege strijdigheid met artikel 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat bepaalt dat een wet alleen voor het toekomende beschikt en dus geen terugwerkende kracht heeft.
Het besluit van 22 juni moet worden ingetrokken en een nieuw besluit moet worden genomen.
Het huidige belastingsreglement beschrijft niet:
Wijze van opname en beroepsprocedures
De beschrijving van de wijze van opname in de gemeentelijke inventaris via een beschrijvend verslag en een administratieve akte is echter een voorwaarde om een gemeentelijke inventaris aan te leggen en om op de geïnventariseerde gebouwen een belasting te kunnen heffen.
De belastingsplichtigen moeten ook geïnformeerd worden over de beroepsprocedures en hoe zij de schrapping uit de gemeentelijke inventaris kunnen aanvragen.
Heffing
Heffing op basis van straatgevellengte
Een andere motivatie tot aanpassing van het reglement is de wijze waarop de heffing wordt berekend. Deze wordt berekend via de straatgevellengte van het gebouw en het aantal bouwlagen.
De exacte straatgevellengte is echter moeilijk te kennen indien een opmetingsplan van de huidige toestand ontbreekt dat door een landmeter-expert is opgesteld en door de eigenaar(s) mee is ondertekend.
Ruimte Vlaanderen doet bij vaststellingen van leegstand en verwaarlozing ook geen opmetingen van de straatgevellengte of van de totale lengte van de gebouwen.
Ontbreken van een opmetingsplan
De grafische voorstelling van het gebouw op een kadasterplan (ook bij Orbit en Cadgisviewer MinFin) geeft slechts een vermoeden van de gevellengte. Bovendien geven verschillende metingen via het kadasterplan geen éénduidig resulaat. Het Kadaster heeft ook geen juridische waarde. Het spreekt voor zich dat een eigenaar bezwaar kan indienen tegen de heffing op basis van de straatgevellengte.
Een door de eigenaar ondertekend opmetingsplan is het enige document dat 'een zekere' waarde van straatgevellengte kan geven.
Om betwistingen over de 'onbekwaamheid' in opmetingen en het verkrijgen van toegang tot het perceel door te eigenaar voor opmeting te vermijden, is een andere berekeningsmethode voor de heffing aangewezen.
Verhouding straatgevellengte tot de totale gevellengte en tot de totaaloppervlakte
Een andere struikel-element is de verhouding van de belastbare straatgevellengte tot de totale straatgevellengte, en zelfs tot de totale oppervlakte van het gebouw.
Deze methode is ook niet ideaal voor grote percelen waarvan slechts een zeer klein gedeelte van het erop aanwezige gebouw verwaarloosd is.
Heffing via het kadastraal inkomen (KI)
Daarom is het opportuun om de belasting te heffen via het kadastraal inkomen. Deze berekeningsgrondslag wordt gebruikt door Ruimte Vlaanderen.
Het kadstraal inkomen vormt de basis voor de inning van de onroerende voorheffing en voor de bepaling van het onroerend inkomen dat wordt belast in de personenbelasting. Dit bedrag is gekend en goedgekeurd door de eigenaar waardoor hij hierop geen bezwaar kan indienen.
Deze methode is echter opnieuw niet ideaal voor percelen die één groot perceel vormen en waarvan slechts een zeer klein gedeelte van het erop aanwezige gebouw verwaarloosd is.
Daarom is het in deze situaties aangewezen om eventueel met een minimumbedrag te belasten.
Toepassing
Ruimte Vlaanderen past 4 tarieven toe op telkens een deel van het kadastraal inkomen voor de berekening van de heffing:
| Toepasselijke schijf van het KI (in euro) | Heffingspercentage |
| 0 - 12 350 | 150% |
| 12.351 - 37 150 | 125% |
| 37.151 - 74 350 | 100% |
| meer dan 74 350 | 75% |
De heffing bedraagt nooit minder dan 3 700 euro.
Voor de heffing van niet-landbouwbedrijven komt het bedrag van de heffing bovendien minstens overeen met een tarief van 2,47 euro/m² oppervlakte van het grondvlak van het terrein, namelijk een kadastrale oppervlakte die vastgelegd is door het Kadaster.
Het gebruik van deze methode heeft trouwens hogere heffingsbedragen tot gevolg. Daarom is het eventueel wenselijk een maximum percentage van de heffing van het Vlaamse Gewest als basisbedrag voor de belasting te gebruiken.
Omdat deze belasting als doel heeft de houders van het zakelijk recht ertoe aan te moedigen om de leegstand en/of de verwaarlozing van het gebouw zo spoedig mogelijk op te lossen en niet om zoveel mogelijk inkomsten te genereren, is het percentage van 60% te verantwoorden, net als het behoud van de verhoging met 25% per bijkomende nieuwe termijn van twaalf maanden dat de bedrijfsruimte leeg staat of verwaarloosd is.
Een nieuw ontwerp van het belastingsreglement is in bijlage opgenomen.
Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsgebouwen.
Dit decreet regelt de bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaalozing van bedrijfsgebouwen.
Decreet van 15 juli 2005, artikels 42 en 43, § 2, 15°.
De gemeenteraad regelt alles wat van gemeentelijk belang is en is bevoegd voor het vaststellen van gemeentebelastingen en retributies.
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Dit decreet regelt de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de gemeentebelasting.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1997 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsgebouwen.
Dit besluit regelt de inning van de heffing.
Raadsbesluit van 16 december 2013.
Dit besluit regelt de bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten tot en met 31 december 2019.
Raadsbesluit van 24 maart 2014
Het belastingsreglement op bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten wordt goedgekeurd door de gemeenteraad.
Raadsbesluit van 22 juni 2015
De raad keurt het belastingsreglement goed ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten tot en met 31 december 2019.
Besluit van de provinciegouverneur van 27 juli 2015
Het belastingsreglement ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2019 wordt geschorst.
De raad keurt de intrekking van het belastingsreglement, dat goedgekeurd werd op de gemeenteraad van 22 juni 2015, ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten goed.
De raad keurt het belastingsreglement goed ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten startend op 1 januari 2016 en eindigend op 31 december 2019.
Heffingstermijn
Voor een termijn van 5 jaar, die start op 1 januari 2016 en eindigt op 31 december 2019, wordt jaarlijks een belasting geheven op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente.
Toepassingsgebied.
§1. Terminologie
A. Bedrijfsruimte:
De verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft minstens een oppervlakte van 5 aren.
Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats.
Een woning wordt als afsplitsbaar beschouwd ten opzichte van het bedrijfsgebouw indien zij na het slopen van het bedrijfsgebouw als een afzonderlijke, volwaardige woning kan worden beschouwd die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
B. Bedrijfsgebouw:
Elk gebouw of gedeelte van een gebouw waarin een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt.
C. Economische activiteit:
Iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw-of tuinbouw-, opslag-of administratieve activiteit. Deze activiteit is bepalend door welke de laatste hoofdactiviteit is of was, en voor nieuwe bedrijfsruimten, welke de bestemming is of was die aan het bouwen in de stedenbouwkundige vergunning werd gegeven.
D. Geheel of gedeeltelijke leegstaande bedrijfsruimte:
Vanaf het ogenblik dat een bedrijfsruimte voor meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen niet effectief wordt benut gedurende een termijn van minstens 12 opeenvolgende maanden. Het gebruik van de ruimte dient rationeel te zien.
E. Gehele of gedeeltelijke verwaarlozing:
Een bedrijfsruimte wordt als verwaarloosd beschouwd wanneer zij uitgesproken gebreken van algemene of beperkte omvang vertoont aan buitenmuren, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, buitentimmerwerk, kroonlijst, dakgoten, trappen of liften.
Er is sprake van beperkte verwaarlozing als het gebrek betrekking heeft op de helft of minder dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte, met andere woorden, als de verwaarlozing plaatselijk, niet uitgebreid, lokaliseerbaar is.
Er is sprake van algemene verwaarlozing als het gebrek zich voordoet over meer dan de helft van de oppervlakte, de lengte of de breedte.
Een dergelijke ruimte wordt in de gemeentelijke lijst opgenomen als de bedrijfsruimte minimaal twee beperkte gebreken of één algemeen gebrek vertoont.
Gebreken van welke omvang ook die de stabiliteit of de veiligheid in het gedrang brengen, leiden steeds tot opname in de gemeentelijke lijst. Hetzelfde geldt voor bedrijfsruimten die met vochtproblemen kampen.
F. Gemeentelijke inventaris en administratie:
Het instrument dat alle leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten bevat die aan de belasting kunnen worden onderworpen. Dit instrument wordt door de administratie beheerd. De administratie is de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met het beheer van de gemeentelijke inventaris.
G. Zakelijk gerechtigde/eigenaar:
De houder van een van de volgende zakelijke rechten met betrekking tot een bedrijfsruimte:
- de volle eigendom
- het recht van opstal of van erfpacht
- het vruchtgebruik
H. Beveiligde zending
Eén van de hiernavolgende betekeningsbewijzen:
- een aangetekend schrijven
- een afgifte tegen ontvangstbewijs
- elke door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarop de datum van kennisgeving met zekerheid wordt vastgesteld.
§2. Belastbaar feit
De belasting op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten wordt geheven op de bedrijfsruimten die voorkomen in de gemeentelijke inventaris, zoals bedoeld in artikel 2 § 1.F. gemeentelijke inventaris.
De belasting is voor het eerst verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar volgend op de eerste periode van 12 maanden na de vaststelling van de toestand van leegstand en verwaarlozing.
Gemeentelijke inventaris
§1. Bevoegdheid:
Onverminderd de toepassing van 89bis van het Wetboek van strafvordering en overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, hebben de ambtenaren van de administratie toegang tot de bedrijfsruimte om alle voor de inventarisatie noodzakelijke opsporingen en vaststellingen te verrichten.
§2. Gemeentelijke inventaris:
De administratie houdt een gemeentelijke inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten bij.
§3. Inventarisatie van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten:
A. De inventarisatiedatum:
a) de opname in de gemeentelijke inventaris gebeurt op datum van de administratieve akte van leegstand voor leegstaande bedrijfsruimten, en op datum van de administratieve akte tot vaststelling van de verwaarlozing voor verwaarloosde bedrijfsruimten.
b) nieuwe, doch leegstaande bebouwde onroerende goederen worden pas in de gemeentelijke inventaris geregistreerd na het verstrijken van een termijn van 2 jaar na de eerste betekening van het kadastraal inkomen zoals bepaald in artikel 495 WIB, onverminderd de bepalingen van artikel 497 tot en met 503 WIB.
c) Bedrijfsruimten waarvan meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen leegstaat door de stopzetting van de economische activiteit overeenkomstig te voorwaarden en regels, bedoeld in het decreet van 9 maart 2001 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van één of meerdere diersoorten, en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden pas in de gemeentelijke inventaris geregistreerd na het verstrijken van een termijn van 5 jaar. Deze termijn gaat in vanaf de volledige stopzetting, bedoeld in artikel 4, 1°, van het Decreet van 19 april 1995.
B. Wijze van opname in de gemeentelijke inventaris:
a) Een leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte wordt opgenomen in de gemeentelijke inventaris aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij een fotodossier en een beschrijvend verslag, met vermelding van de elementen die de leegstand of verwaarlozing staven, gevoegd worden.
De ambtenaren van de administratie zijn bevoegd om leegstand en/of verwaarlozing van een bedrijfsruimte op te sporen en in een administratieve akte vast te stellen.
b) Het vermoeden van leegstand kan mede gebeuren op basis van één of meer van onderstaande indicaties:
C. In de gemeentelijke inventaris worden echter niet opgenomen:
a) Bedrijfsruimten waarop een onteigeningsbeslissing rust, of waar een procedure tot onteigening is ingezet, of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.
b) Bedrijfsruimten die in het kader van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van de monumenten en stads- en dorpsgezichten beschermd zijn als monument of stads- en dorpsgezicht of die bij ministerieel besluit zijn opgenomen in een ontwerp van lijst tot bescherming in het kader van dit decreet.
c) Een kadastraal perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar(s) een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt van het gebouw én nog effectief wordt benut als verblijfsplaats. Een woning wordt als afsplitsbaar beschouwd ten opzichte van de bedrijfszone indien zij na sloping van het bedrijfsgebouw als een afzonderlijke volwaardige woning kan worden beschouwd die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
D. Kennisgeving en beroepsprocedure:
a) De zakelijk gerechtigde wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris. De kennisgeving omvat zowel de administratieve akte als het beschrijvend verslag.
b) Binnen een termijn van 30 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het aangetekend schrijven, zoals vermeld hiervoor, kan een zakelijk gerechtigde bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen deze beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
Het beroep wordt per beveiligde zending betekend.
Het beroepsschrift moet gedagtekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als het beroepsschrift ingediend wordt door de persoon die optreedt namens de zakelijk gerechtigde; voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De indiener voegt bij het verzoekschrift de overtuigingsstukken die hij nodig acht.
c) Zolang de indieningstermijn van 30 dagen niet is verstreken, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken zal worden beschouwd.
d) Elk inkomend beroepsschrift wordt in de gemeentelijke inventaris geregistreerd en aan de indiener wordt er volledig- en ontvankelijkheidsbewijs verstuurd. Dit gebeurt door de beroepsinstantie (het college of één of meerdere personeelsleden aan wie het college deze bevoegdheid heeft gedelegeerd.
e) Het beroep is alleen onontvankelijk:
Als het beroepsschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit mee aan de indiener met de vermelding dat de procedure als afgehandeld wordt beschouwd.
f) De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door de met de opsporing van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten belaste ambtenaar.
Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot de bedrijfsruimte wordt geweigerd of verhinderd voor het feitenonderzoek.
g) Het college doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van 90 dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepsschrift. De uitspraak wordt per beveiligende zending betekend.
Als het college het beroep gegrond acht, of nalaat binnen de termijn van 90 dagen kennis te geven van zijn beslissing, kunnen de eerder gedane vaststellingen geen aanleiding geven tot een nieuwe beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris.
h) Indien de beslissing tot opname in de gemeentelijke inventaris niet tijdig wordt betwist, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond is, neemt de administratie de bedrijfsruimte in de gemeentelijke inventaris op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand en/of de verwaarlozing.
E. Schrapping uit de gemeentelijke inventaris
Een geregistreerde bedrijfsruimte wordt uit de gemeentelijke inventaris geschrapt ten gevolge van de beëindiging van de gehele of een gedeeltelijke leegstand en/of verwaarlozing, een onteigeningsbeslissing, of een opname bij ministerieel besluit in een ontwerp van lijst tot bescherming in het kader van het decreet van 3 maart 1976 ter bescherming als monument of stads- en dorpsgezicht.
a) een leegstaande bedrijfsruimte wordt uit de gemeentelijke inventaris geschrapt eens een zakelijk gerechtigde bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte aangewend wordt voor een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 2§1.C., en dit gedurende een termijn van ten minsten 6 opeenvolgende maanden
Een (handels)huurovereenkomst kan echter nooit als bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand van een bedrijfsruimte, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van een bedrijfsruimte.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending.
b) Een verwaarloosde bedrijfsruimte wordt uit de gemeentelijke inventaris geschrapt na opmaak van een gunstig controleverslag.
De datum van schrapping is de dag van de opmaak van het gunstig controleverslag.
c) Voor de schrapping uit de gemeentelijke inventaris richt de zakelijk gerechtigde een gemotiveerd verzoek aan de administratie, op de wijze, vermeld in artikel 3 § 3.D.b. van dit reglement (zelfde procedure als voor een beroepsschrift).
d) De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping en neemt een beslissing binnen een termijn van twee maanden na de ontvangst van het verzoek.
De bepalingen vermeldt in artikel 3 § 3.D.f. van dit reglement, zijn voor het onderzoek van toepassing. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Berekeningsgrondslag.
§1. De belasting is ondeelbaar voor het hele aanslagjaar verschuldigd.
§2. De berekeningsgrondslag is de heffing van het Vlaamse Gewest in toepassing van het decreet van 19 april 1995. De heffing wordt berekend op basis van het geïndexeerd kadastraal inkomen (KI) zoals gekend op 1 januari van het aanslagjaar. Het wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Het indexcijfer van 1 januari 1995 geldt als basisindexcijfer.
Niet alleen het KI van het perceel dat de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte uitmaakt zelf wordt meegeteld, maar eveneens het KI van alle opstanden op het perceel.
Voor de niet-landbouwbedrijven wordt daar bijkomend het KI bijgeteld van alle aangrenzende percelen die één geheel vormen met de leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimte, als ze van dezelfde eigenaar zijn.
Voor de berekening van de heffing worden 4 tarieven toegepast op telkens een deel van het kadastraal inkomen :
Toepasselijke schijf van het KI (in euro) Heffingspercentage
0 – 12.350 150 %
12.351 – 37.150 125 %
37.151 – 74.350 100 %
meer dan 74.350 75%
De heffing bedraagt nooit minder dan 3 700 EUR.
Voor de niet-landbouwbedrijven komt het bedrag van de heffing bovendien minstens overeen met een tarief van 2,47 EUR/m² oppervlakte van het grondvlak van het terrein, zijnde de kadastrale oppervlakte zoals vastgelegd door de diensten van het kadaster.
Tarieven.
Het basisbedrag van de belasting bedraagt 60% van de heffing van het Vlaamse Gewest.
De minimumaanslag per bedrijfsruimte bedraagt 3 700 euro.
De belasting verhoogt met 25 % per bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat de bedrijfsruimte leeg staat of verwaarloosd is.
Belastingplichtige.
§1. Als belastingplichtige wordt beschouwd de zakelijk gerechtigde, zoals bedoeld in artikel 2 §1.G. Indien er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door diegene die op het ogenblik van de opname in de gemeentelijke inventaris houder is van dat recht.
§2. Zolang de bedrijfsruimte niet is geschrapt uit de gemeentelijke inventaris, is de zakelijk gerechtigde, bedoeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt de belastingplichtige van de nieuwe belasting.
§3. Als één van de zakelijke rechten, zoals bedoeld in artikel 2 § 1.G., in onverdeeldheid toebehoort aan meer dan één persoon, geldt de onverdeeldheid als belastingplichtige. De leden van de onverdeeldheid zijn gehouden tot betaling van het verschuldigde bedrag naar rato van hun deel in de onverdeeldheid.
§4. Degene die een zakelijk recht, zoals bedoeld in artikel 2 § 2 F., overdraagt, moet de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd. De instrumenterend ambtenaar dient de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk in kennis van te stellen dat het goed is opgenomen in de inventaris.
§5. Degene die het zakelijk recht overdraagt, is tevens verplicht om binnen de maand na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
- naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel.
- datum van akte, naam en standplaats van de notaris.
- nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of van het overgedragen gebouw.
De instrumenterend ambtenaar kan ook de gemeentelijke administratie in kennis stellen van de overdracht en dit binnen de maand na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte met vermelding van de datum ervan, de identiteitsgegevens van de eigenaar en zijn eigendomsaandeel.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, zoals bedoeld in artikel 2 § 2. F., als belastingplichtige beschouwd voor de eerst volgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Vrijstellingen.
Er kan een vrijstelling van de belasting worden verleend aan natuurlijke personen of rechtspersonen die een zakelijk recht, bedoeld in artikel 2 §1.G., uitoefenen over volgende bedrijfsruimten, die in de gemeentelijke inventaris zijn opgenomen:
§1. De bedrijfsruimte die eigendom is van de natuurlijke persoon waarvan de handelingsbekwaamheid werd beperkt door een gerechtelijke beslissing.
§2. De bedrijfsruimte die getroffen is door een ramp.
Deze vrijstelling geldt principieel gedurende 3 jaar vanaf de datum van de ramp. Het college kan deze termijn verlengen zolang het ingediende dossier niet is afgehandeld.
§3. De bedrijfsruimte die in de loop van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar, van eigenaar is veranderd.
Deze vrijstelling geldt gedurende 2 jaar vanaf de datum van de notariële akte van overdracht van eigendom.
Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:
§4.
Deze vrijstelling geldt gedurende 2 jaar vanaf de datum van de stedenbouwkundige vergunning.
§5. De bedrijfsruimte waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling door een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise door een gerechtelijke procedure, vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot 2 jaar na het einde van de onmogelijkheid.
Enkel de vrijstellingen, voorzien in dit artikel, zijn van toepassing. Vrijstelling van de heffing van het Vlaams Gewest betekent niet automatisch ook vrijstelling van deze belasting.
Deze vrijstellingen kunnen gecumuleerd worden, zodat de totale vrijstelling van de belasting beperkt blijft tot drie aanslagjaren.
§6. Het bedrijfsgebouw dat geheel of gedeeltelijk leegstaat ingevolge bedrijfseconomische omstandigheden, maar in goede staat wordt gehouden zodat het onmiddellijk in gebruik kan genomen worden. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 1 jaar.
§7. De bedrijfsruimte waarvoor een aanvaarde vernieuwing geldt, overeenkomstig artikel 34 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsgebouwen, laatst gewijzigd bij decreet van 22 juni 2012. Deze vrijstelling geldt voor een periode van 2 jaar.
§8. De bedrijfsruimte dat het voorwerp uitmaakt van een brownfieldconvenant, definitief gesloten overeenkomstig hoofdstuk III van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, voor zover de eigenaar actor is bij het brownfieldconvenant. Deze vrijstelling geldt tot aan de beëindiging van het Brownfieldconvenant, overeenkomstig artikel 10, § 3, van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten. Op het einde van deze periode moet de verwaarlozing en/of de leegstand zijn beëindigd.
§9. De bedrijfsruimte dat het voorwerp uitmaakt van een door de OVAM conform verklaard bodemsaneringsproject overeenkomstig titel III, hoofdstuk V, van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming. Deze vrijstelling geldt vanaf de datum van de aanvraag van de opschorting tot aan de datum van de eindverklaring van de OVAM overeenkomstig artikel 68 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming, evenwel met een maximumtermijn van 5 jaar vanaf de conform verklaring van het bodemsaneringsproject. Op het einde van deze periode moet de verwaarlozing en/of de leegstand zijn beëindigd.
Overgangsmaatregelen.
De bedrijfsruimten die overeenkomstig het Decreet opgenomen zijn in de inventaris van het Vlaamse gewest op het ogenblik van de invoering van dit reglement, worden beschouwd als zijnde opgenomen in de gemeentelijke inventaris, zoals bedoeld in artikel 2 § 1.G.
Invordering van de belasting.
De belasting wordt ingevoerd overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college.
Betaling van de belasting.
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Bezwaren- en beroepsprocedures.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag of een belastingverhoging een bezwaar indienen bij het college. De vestiging en de invordering van de belasting, evenals als van de geschillen terzake, gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure en latere wijzigingen.
Het bezwaar moet ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. Het moet per aangetekende brief worden ingediend.
Binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening van het bewaarschrift wordt een ontvangstmelding gestuurd naar de belastingplichtige en, in voorkomend geval, naar zijn vertegenwoordiger.
Tegen de beslissing van het college of bij gebrek aan een beslissing binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het bezwaarschrift (negen maanden als de betwiste aanslag ambtshalve werd gevestigd kan beroep worden ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen.
Andere algemene bepalingen.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, met latere aanvullingen en wijzigingen, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 6 tot en met 9 bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van dat wetboek van toepassing, voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten treffen.
De voorgaande raadsbesluiten in verband met het belastingreglement op bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten worden opgeheven.
Dit belastingreglement wordt voor aktename aan de toezichthoudende overheid aangemaakt.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Raadslid Wim Verrelst laat weten dat de kerstmarkt op het Gemeenteplein samenvalt met de kerstmarkt aan het Forum en dat dit geen kerstmarktje betreft.
Op zaterdag 19 december 2015 en zondag 20 december 2015 wordt er op vraag van EZO een kerstmarkt georganiseerd.
Vorig jaar was er in deze periode niets van bedrijvigheid in Edegem omdat de naburige gemeenten allerlei activiteiten hadden om hun gemeente een gezellige kerstsfeer te bezorgen.
Er wordt voor de eerste keer een kerstmarkt georganiseerd op het gemeenteplein. Hiervoor is het nodig een reglement op te stellen om alles in goede banen te leiden.
Het kerstmarktreglement is gebaseerd op het reglement van de jaarmarkt.
De raad keurt het reglement voor de kerstmarkt op het gemeenteplein goed.
Schepen Jeroen Van Laer geeft nog kort toelichting over het voorliggende agendapunt en hoe de betoelaging werkt.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Van de algemene toelage voor jeugdhuizen kan er naast een huurtoelage, nu ook een toelage als tussenkomst in de leningslast voor de aankoop van het lokaal worden uitgekeerd. De toelage voor huur en/of leningslast bedraagt maximum 1 240 EUR.
Jeugdhuis Het Varken huurde het lokaal in de Strijdersstraat 71 aan een maandelijkse huurprijs van 680 EUR. Hiervoor ontving ze jaarlijks een huurtoelage die 10 procent bedroeg van de jaarlijkse huurprijs met een maximum van 1 240 EUR. In juni 2015 heeft Jeugdhuis Het Varken het pand aangekocht. Ze heeft hiervoor een lening voor 15 jaar afgesloten en de maandelijkse afbetaling bedraagt ongeveer 1 500 EUR. De financiële last voor het jeugdhuis is meer dan verdubbeld. De stap voor de aankoop van het pand is doordacht en er is een financieel plan opgemaakt met acties om extra middelen te vergaren. Dit belet niet dat er een zware financiêle druk rust op de huidige en toekomstige bestuursleden.
Door het verwerven van het pand is er een grotere woonzekerheid of vastheid van verblijf. Bovendien vergroot dit de verantwoordelijkheidszin bij leden en bestuur, daarom het voorstel om de toelage voor het lokaal onverminder verder te zetten.
Conform artikel 24 van het gemeentelijk reglement betreffende de erkenning en betoelaging van het jeugdwerk komt Jeugdhuis Het Varken echter niet meer in aanmerking voor de huurtoelage. Door de uitbreiding van dit artikel met een tussenkomst in de leningslast kan de ondersteuning verdergezet worden.
Omdat het bedrag begrensd blijft tot 1 240 EUR heeft dit geen invloed op de begroting en op de totale toelage voor het jeugdwerk.
Raadsbesluiten van 23 februari 1995, 23 mei 1996, 25 februari 1999, 22 januari 2001, 20 december 2001, 24 februari 2005, 15 oktober 2008 en 1 februari 2012.
De raad keurt de wijziging van het gemeentelijk reglement betreffende de erkenning en betoelaging van het jeugdwerk goed:
in artikel 5, worden de woorden "1 januari 2012" vervangen door de woorden "1 oktober 2015".
De raad keurt de wijziging van het gemeentelijk reglement betreffende de erkenning en betoelaging van het jeugdwerk goed:
in artikel 24 wordt in de eerste zin na het woord 'lokaal' de volgende bepaling toegevoegd: "of een toelage als tussenkomst in de leningslast voor de aankoop van het lokaal".
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Volgens de statuten van eva-vzw tentoonstellingshuis Hellemans dient het jaarverslag aan de rekening van het desbetreffende boekjaar te worden gehecht.
De raad neemt akte van het jaarverslag 2014 van eva-vzw tentoonstellingshuis Hellemans.
De gemeenteraad dient jaarlijks de rekeningen over de werking van de eva-vzw tentoonstellingshuis Hellemans goed te keuren.
De raad keurt de rekening 2014 van eva-vzw tentoonstellingshuis Hellemans goed op de volgende totalen:
- werkingsontvangsten: 39 901,13 EUR
- werkingsuitgaven: 41 576,77 EUR
- werkingssaldo: - 1 675,64 EUR
Samen met het batig saldo van de vorige dienstjaren (11 290,91 EUR) en het saldo voor het Fonds Aanleg Patrimonium (11 463,28 EUR) rest er in totaal een batig saldo van 21 078,55 EUR, dat wordt overgedragen naar het volgende dienstjaar.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Het intergemeentelijke samenwerkingsverband ‘Azura’ (Antwerpen Zuidrand) bestaat uit de gemeenten Hove, Edegem, Kontich, Lint, Aartselaar, Mortsel en Boechout. De belangrijkste taken van deze vereniging zijn cultuurcommunicatie en erfgoed. De filmbank en de ‘tijdmobiel’ voor de scholen zijn twee projecten die momenteel lopen.
Volgens de statuten van ‘Azura’ is deze vereniging verplicht om jaarlijks de jaarrekening en de interne balans te laten goedkeuren door de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten.
Gemeenteraad van 16 december 2013
Deze gemeenteraadbeslissing regelt de werking van het intergemeentelijke samenwerkingsverband ‘Azura’ tot en met 31 december 2019.
Collegebesluit van 15 juni 2015
De interne balans, de resultatenrekening en de jaarrekening van de intergemeentelijke vereniging ‘Azura’ wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
De raad keurt de interne balans, de resultatenrekening en de jaarrekening van de intergemeentelijke vereniging ‘Azura’ goed.
Reeds vier jaar organiseert de koninklijke Edegem Bicycle Club haar Dernyfestival Jaarmarktprijs Edegem op de vrijdag voor de jaarmarkt.
Jaarlijks worden de nominatieve toelagen toegekend waarvoor een krediet is voorzien in het budget.
De organisatie van de Derny wedstrijd brengt vele organisatiekosten met zich mee. Tot de organisatiekosten behoren o.a.: de organisatievergunningen, het huren van de Derny's, het startgeld en de premies. Er is financiële steun nodig om de vele onkosten te kunnen betalen.
De raad keurt de kermistoelage voor de Koninklijke Edegem Bicycle Club ten bedrage van 3 000 EUR goed.
De begunstigde is, op straffe van terugbetaling van het toegekende bedrag, gehouden de toelage aan te wenden als tussenkomst in de werkingskosten.
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
Raadslid Bart Breugelmans wil graag een tussenkomst doen voor dit en voor volgend agendapunt samen.
Dit agendapunt wordt dan ook samen behandeld met agendapunt 20.
Raadslid Bart Breugelmans geeft namens hun fractie enkele kanttekeningen. Zij blijven zich zorgen maken over de evolutie van de gemeentefinanciën. Het OCMW sluit het boekjaar 2014 af met een budgettair tekort van -41 900 EUR bovenop de gemeentelijke toelage van 2 miljoen EUR die ook al bestemd is om het tekort van het OCMW te dekken. Op zich zijn dit geen financiële resultaten om fier op te zijn. Het OCMW-tekort liep de voorbije jaren op van 1,4 naar ruim 2 miljoen EUR en dit blijft zwaar doorwegen op de gemeentefinanciën. De integratie van het OCMW binnen het geheel van de gemeentediensten is een proces dat veel te traag verloopt waardoor de echte synergie-winsten uitblijven. De toelichting bij de eindelijk eerste nauwere samenwerking op vlak van communicatie was wel vreemd. Blijkbaar worden de prestaties en kosten geleverd door de gemeentedienst, de facto ingeschreven op de rekening van de gemeente. Dit is natuurlijk geen correcte boekhouding vinden zij. Ondertussen blijft het dienstenchequebedrijf een verlieslatende bezigheid, terwijl er meer dan voldoende andere spelers op die markt bewijzen dat het anders kan. Bij de gemeente is er ook geen fraai beeld. Als zij abstractie maken van de wijze waarop de kapitaalsverhoging van IVEKA moet geboekt worden, vertoont ook de gemeente een budgettair tekort van 2 miljoen EUR. Om dit op te vangen moet dit bedrag uit de historische spaarpot worden gehaald. In 2012 zat daar nog meer dan 12 miljoen EUR in. Nu zakken de gemeente naar 8,1 miljoen EUR en de volgende jaren gaat men verder met het opsouperen van alle reserves. Bij de begrotingsopmaak was er een autofinancieringsmarge voorzien van 559 000 EUR en daar blijft blijkbaar nog maar amper 50 000 EUR van over. Dat bedrag geeft een beeld van het bedrag dat de gemeente nog jaarlijks zou kunnen afbetalen. Met nog geen 50K aan AF, betekent dit dat je geen miljoen EUR meer extra kan lenen. Zij denken dat het tijd wordt om ook in Edegem eindelijk eens echt de tering naar de nering te zetten. Want terwijl de financiën onderuit gaan, steekt het bestuur vooral veel energie in het permanent aankondigen van nieuwe projecten en uitgaven, vinden zij. Dit gezegd zijnde liggen hier de rekeningen voor van 2014. Beide documenten zijn misschien niet fraai maar zij zijn wel correct en zij konden deze keer geen fouten ontdekken. Zij wensen daarvoor beide financieel beheerders dan ook te feliciteren. Dat betekent ook dat zij deze rekeningen zullen goedkeuren, zonder dat zij zich daarmee akkoord verklaren met het gevoerde beleid.
Raadslid Stefan De Winter zegt dat de jaarrekening van 2014 is opgemaakt met cijfers die voor een gedeelte tot stand zijn gekomen uit beslissingen waarmee zij niet akkoord gingen en dus in die lijn gaan zij ook niet akkoord met de globale rekening.
Raadslid Sien Pillot zegt dat ook al legt BBC de transparantie een beetje beperkingen op, dat zij toch schepen Peter Verstraeten en de financieel beheerders wil bedanken.
Schepen Peter Verstraeten zegt het raar te vinden dat de financieel beheerder bloemen krijgt en het beleid verguisd wordt. Hij is wel fier dat er voor de eerste keer sinds 1995, de kosten voor werking en personeel en toelagen verminderd zijn ten opzichte van vorig jaar. Hij wil dit toch in de verf zetten.
Schepen Brigitte Vermeulen-Goris zegt zeer verwonderd te zijn. Tijdens de OCMW raad bleek de CD&V fractie wel opgetogen over de rekening. Zij vraagt zich af waarom er zo verschillend geregeerd wordt in de gemeenteraad en de OCMW raad.
Burgemeester Koen Metsu vindt het niet terecht dat er wordt gezegd dat de leninglast opgetrokken wordt. Er is nog geen euro bij geleend.
Raadslid Koen Snyders betwist de lening eind 2012. Hij denkt dat dit toch nog eens moet nagekeken worden. Wat toelagen betreft, is het logisch dat er in 2014 een daling was, want in 2013 is dit met 15% gestegen. De daling van personeel is correct, maar is te wijten aan het feit dat er geen indexsprong is geweest. De grafieken zijn dus correct, maar eigenlijk zoals alle grafieken liegen ze ook wel een beetje, vindt hij.
Schepen Peter Verstraeten wil benadrukken dat hij niet liegt. Hij zaagt elke week om de financiën te drukken, hij vindt het wel belangrijk dat zowel de werkingskosten als de personeelskosten gedaald zijn. Hij wil de tabel van de personeelsaantallen in VTE benadrukken want hieruit blijkt ook duidelijk dat er minder VTE in dienst zijn. De kosten worden dus in de hand gehouden.
Raadslid Koen Snyders wil nog aanvullen dat het in koppen groter lijkt dan in VTE.
Binnen de beleids-en beheerscyclyus hoort de jaarrekening bij de fase van de beleidsevaluatie. De jaarrekening geeft een zicht op de mate waarin de (prioritaire) doelstellingen werden gerealiseerd.
De jaarrekening volgt heel nauw de structuur, vorm en inhoud van het budget. Op deze wijze wordt maximale transparantie en toegankelijkheid gegarandeerd, ook over de gemeentegrenzen heen. Het laat bovendien een duidelijke vergelijking toe van wat was gepland (budget) en wat uiteindelijk is gerealiseerd (jaarrekening).
De jaarrekening bestaat uit drie delen:
- de beleidsnota;
- de financiële nota;
- de samenvatting van de algemene rekeningen
Tot slot wordt er eveneens een toelichting voorzien
In bijlage wordt het beleidsrapport van de rekening weergegeven met opname van alle verplichte rapporteringsschema’s en bijgevoegde toelichtingen en verklaringen.
Het exploitatieresultaat van de rekening is positief (2 181 677 EUR ) en is licht hoger dan het gebudgetteerde overschot van 2 059 475 EUR.
Het investeringsresultaat daarentegen is negatief (- 4 497 309,61 EUR ). Dit wordt sterk beïnvloed door de eenmalige kapitaaloperatie van IVEKA (2 528 000 EUR ) die over de jaren 2014-2015 budgetneutraal is, maar in 2014 als uitgave en in 2015 als ontvangst wordt geboekt. Indien we abstractie maken van deze operatie vertoont het investeringsresultaat een tekort van 1 969 173 EUR. Vergeleken met het gebudgetteerde resultaat (- 4 056 344 EUR ) wijst dit er op dat veel van de gebudgetteerde investeringsuitgaven pas in 2015 zullen gebeuren.
Rekening houdend met bovenstaande en met de leninglasten eindigt het financieel boekjaar 2014 met een negatief budgettair resultaat van – 4 466 408 EUR waardoor het resultaat op kasbasis eind 2014 afsluit op 5 575 367 EUR.
De autofinancieringsmarge bedraagt 48 392 EUR in de rekening 2014 ten opzichte van een gebudgetteerd niveau van – 72 638 EUR. Het licht hoger exploitatieresultaat ligt hierbij aan de basis.
Bij de eerste budgetwijziging van 2015 zal het resultaat van 2014 verwerkt worden.
Besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus.
De raad keurt de jaarrekening 2014 goed als volgt:
Dit agendapunt wordt samen behandeld met agendapunt 19.
De jaarrekening omvat een beleidsnota, een financiële nota en een samenvatting van de algemene rekeningen.
De beleidsnota geeft het beleid weer dat het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het financiële boekjaar heeft gevoerd. De beleidsnota omvat een toelichting over de financiële toestand van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en verwoordt de aansluiting met de financiële nota.
De financiële nota bevat minstens de exploitatierekening, de investeringsrekening en de liquiditeitenrekening.
De samenvatting van de algemene rekeningen omvat de balans en de staat van opbrengsten en kosten.
Het balanstotaal per 31 december 2014 bedraagt 28 011 413 EUR. Het budgettaire resultaat van het boekjaar bedraagt -41 937 EUR. Samen met het gecumuleerde budgettaire resultaat van het vorige boekjaar en de bestemde gelden, geeft dat een positief resultaat op kasbasis van 3 337 868 EUR.
Artikel 174 § 2 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn
Een afschrift van de vastgestelde jaarrekening wordt bezorgd aan de gemeenteraad, die binnen vijftig dagen na overzending, zijn opmerkingen ter kennis kan brengen van de provinciegouverneur.
Agenda van 24 september 2015 van de raad voor maatschappelijk welzijn
De vaststelling van de jaarrekening 2014 door de raad voor maatschappelijk welzijn, staat geagendeerd op 24 september 2015.
De raad neemt akte van de jaarrekening 2014 van het OCMW.
De kerkfabriek H. Familie Edegem heeft de rekening 2014, zoals goedgekeurd in de Kerkraad van 9 maart 2015, ingediend voor aktename door het gemeentebestuur.
De rekening wordt voorgedragen door de Kerkfabriek H. Familie Edegem samen met de wettelijk voorgeschreven bijlagen.
Artikelen 43, 48 en 49 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Het meerjarenplan en de wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt akte van de budgetten van de kerkbesturen indien de gemeentelijke bijdrage binnen de grenzen blijft van het bedrag opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan. In alle andere gevallen zijn de budgetten van de kerkbesturen onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De raad neemt akte van de rekening 2014 van de Kerkfabriek H. Familie Edegem, die afgesloten werd met de volgende totalen:
Ontvangsten exploitatie: 31 782,77 EUR
Uitgaven exploitatie: 30 320,21 EUR
Saldo: 1 462,56 EUR
Overschot vorige jaren: 1 462,56 EUR
Overschot exploitatie: 92 743,27 EUR
Ontvangsten investeringen: 00,00 EUR
Uitgaven investeringen: 00,00 EUR
Overboeking: 00,00 EUR
Saldo: 00,00 EUR
Overschot vorige jaren: 00,00 EUR
Overschot investeringen: 00,00 EUR
De kerkfabriek Onze Lieve Vrouw van Lourdes heeft de rekening 2014, zoals goedgekeurd in de Kerkraad van 4 januari 2015, ingediend voor aktename door het gemeentebestuur.
De rekening wordt voorgedragen door de Kerkfabriek H. Familie Edegem samen met de wettelijk voorgeschreven bijlagen.
Artikelen 43, 48 en 49 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Het meerjarenplan en de wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. De gemeenteraad neemt akte van de budgetten van de kerkbesturen indien de gemeentelijke bijdrage binnen de grenzen blijft van het bedrag opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan. In alle andere gevallen zijn de budgetten van de kerkbesturen onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De raad neemt akte van de rekening 2014 van de Kerkfabriek Onze Lieve Vrouw van Lourdes, die afgesloten werd met de volgende totalen:
Ontvangsten exploitatie: 48 657,87 EUR
Uitgaven exploitatie: 42 364,22 EUR
Saldo: 6 293,65 EUR
Overschot vorige jaren: 31 911,41 EUR
Overschot exploitatie: 38 205,06 EUR
Ontvangsten investeringen: 00,00 EUR
Uitgaven investeringen: 00,00 EUR
Overboeking: 00,00 EUR
Saldo: 00,00 EUR
Overschot vorige jaren: 6 173,96 EUR
Overschot investeringen: 00,00 EUR
De kerkfabriek Sint-Jozef Edegem heeft de rekening 2014, zoals goedgekeurd in de Kerkraad van 23 februari 2015, ingediend voor aktename door het gemeentebestuur.
De rekening wordt voorgedragen door de Kerkfabriek Sint-Jozef Edegem samen met de wettelijk voorgeschreven bijlagen.
Artikelen 43, 48 en 49 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten.
Het meerjarenplan en de wijzigingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.De gemeenteraad neemt akte van de budgetten van de kerkbesturen indien de gemeentelijke bijdrage binnen de grenzen blijft van het bedrag opgenomen in het goedgekeurde meerjarenplan. In alle andere gevallen zijn de budgetten van de kerkbesturen onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad.
De raad neemt akte van de rekening 2014 van de Kerkfabriek Sint-Jozef Edegem, die afgesloten werd met de volgende totalen:
Ontvangsten exploitatie: 15 709,47 EUR
Uitgaven exploitatie: 16 107,59 EUR
Saldo: -398,12 EUR
Overschot vorige jaren: 1 263,46 EUR
Overschot exploitatie: 26 467 ,72 EUR
Ontvangsten investeringen: 00,00 EUR
Uitgaven investeringen: 00,00 EUR
Saldo: 00,00 EUR
Overschot vorige jaren: 00,00 EUR
Overschot investeringen: 00,00 EUR
Het verslag van de raadscommissie wordt voorgelezen.
De gemeente Edegem gebruikt momenteel de toepassing decreetsuite van Schaubroeck voor ruimtelijke ordening en milieu. Aangezien deze toepassing end-of-life is, is het nodig een alternatieve oplossing te voorzien.
Edegem wil met de nieuwe toepassing het gehele pakket aan omgevingsgerelateerde (ruimtegerelateerde) vergunningen en toelatingen dossiermatig en procesmatig beheren en opvolgen.
De nieuwe software zal in de eerste plaats de opvolging en administratieve afhandeling van vergunningen en toelatingen in het domein van ruimtelijke ordening en milieu mogelijk maken. Daarnaast wil Edegem met het nieuwe pakket ook een breed pakket aan omgevingsgerelateerde vergunningen kunnen opvolgen. Edegem wenst hier alvast te starten met de kapvergunningen / kapmachtigingen en wil met het nieuwe pakket het geheel van ruimtegerelateerde vergunningen en toelatingen kunnen opvolgen (denk bijvoorbeeld aan de socio-economische machtiging voor handelsvestigingen, signalisatievergunningen, toelatingen voor speelstraten,….). Doel is op termijn het geheel van vergunningen en toelatingen voor een bepaalde plek administratief te kunnen opvolgen en procesmatig te beheren.
Met de aankoop van de nieuwe software maken we gebruik van de gelegenheid om het vergunningsproces meer efficiënt én kwaliteitsvol te organiseren (onder andere door te digitaliseren en standaardiseren).
Edegem wil op korte termijn (voorjaar 2016) ook instappen in het verhaal van de digitale bouwaanvraag dat het Vlaams Gewest aanbiedt met het omgevingsloket.
Het bestek voorziet de aankoop van deze module. Burgers zullen hun stedenbouwkundige vergunning digitaal kunnen indienen. En ook de behandeling en verlenen van de vergunning zelf verloopt volledig digitaal. Op dit moment kan alleen de stedenbouwkundige vergunning digitaal ingediend worden. De toepassing moet echter de uitbreiding die Vlaanderen voorziet kort opvolgen waarbij updates voor de voorziene toekomstige modules (meldingen, verkavelingen, attesten) inbegrepen zijn.
Tot slot wil Edegem met de aankoop van het softwarepakket ook een waarborg van de leverancier krijgen dat in de toekomst ook de omgevingsvergunning kan aangeboden worden binnen het softwarepakket.
Artikel 26,§1, van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
De overheidsopdracht mag gegund worden na een onderhandelingsprocedure, zonder naleving van de bekendmaking indien de geraamde waarde het bedrag van 85 000 EUR, exclusief BTW niet overschrijdt.
De raad keurt de raming, lastvoorwaarden en het bestek 'Implementatie software voor ruimtelijke ordening, milieu en omgevingsgerelateerde vergunningen en toelatingen' goed.
Het college keurt de opstart van de 'digitale bouwvergunning' goed.
Raadslid Elke Tindemans merkt op dat de stoelen van de uitleendienst aan vervanging toe zijn en vraagt of hier eens naar gekeken kan worden.
Raadslid Wim Verrelst merkt op dat het tarief van de diftar piekzakken door het college zou aangepast zijn, maar hij betwijfelt of dit wel bevoegdheid van het college is. Hij vraagt of dit wel klopt.
Raadslid Bart Breugelmans vraagt of er indien mogelijk een bank aan Oude Godsstraat en Onafhankelijksheidsstraat voorzien kan worden.
Raadslid Gerd Tahon laat weten dat het op 10 oktober werelddag van de geestelijke gezondheid is en vraagt of er mogelijkheid is tot ondertekening van de charter hierrond.